Vrijdag 15/11/2019

Interview Familieklap

Broers Stefan en Peter Hertmans: ‘Er is nooit concurrentie geweest tussen ons beiden’

‘Om de vier jaar kregen onze ouders een kind. Als we hun vroegen hoe dat kwam, giechelden ze alleen maar.’ Beeld Bob Van Mol

De een is een gegeerd m­­uzikant die het tot de Blue Note-club in New York schopte. De andere een schrijver die met Oorlog en terpentijn een late internationale doorbraak beleefde. Samen maakten ze onlangs de cd Open de deur van het gedicht. Peter (60) en Stefan Hertmans (68), broers.

PETER

“In zekere zin ben ik altijd de benjamin gebleven. Wanneer we met de familie samenkomen, stel ik me altijd afwachtend op. Ik doe dat niet bewust, dat is gewoon wie ik ben. Maar met ouder worden zijn Stefan en ik gelijkwaardiger tegenover elkaar komen te staan. Zeker omdat we elkaar artistiek zo goed aanvullen. We bewonderen elkaars talenten, er is nooit na-ijver.

“Stefan is altijd heel belangrijk geweest in mijn leven. Ik keek enorm naar hem op. Hij was mijn gangmaker. Ik had dat nodig. Vergeet niet dat ik negen jaar jonger ben. Hij was al 21 toen ik nog een kind van 12 was. Op dat moment trouwde hij. En ook mijn twee zussen waren al de deur uit. Ik zat veel alleen, sloot me op in mijn kamer, ging de nieuwe platen van Philip Catherine kopen en speelde die noot per noot na. Het was misschien eenzaam, maar ook heel intens.

“Mijn moeder stuurde me op mijn achtste al op pianoles en ze ging dan zelf mee, omdat ze ook talent had. Tien jaar lang volgde ik klassieke piano. Soms moesten we samen examen afleggen. De lerares zei weleens: ‘Maria, je hebt er precies niet veel aan gedaan deze week?’ En dan kwam ik. ‘Dát is musiceren, zo moet je spelen’, zei zij. Maar ik had er bijna de hele week niet op geoefend. (lacht)

“Onze ouders hebben ons altijd gesteund. Ze hamerden er wel op dat ik een regentaatsdiploma haalde. Dat deed ik: Nederlands-Engels-moraal.

“Maar op m’n achttiende begon ik een muzikantenleven. Mijn moeder had het lastig met mijn vertrek: ‘Ik mis je muziek zo. Het is zo stil in huis.’ Maar nooit legden ze Stefan of mij een strobreed in de weg.

“Stefan deed wat ik ook had willen kunnen, dat geef ik toe. Ik heb eerst een jaar filosofie gestudeerd. Dat plan ging compleet de mist in, ik speelde te graag muziek. Maar dat theoretische trekt me nog steeds aan. Ik denk graag na over mijn muziek. Ik ben er dag en nacht mee bezig, ook met mastering en editing, of me voorbereiden op een optreden.

“Ooit hingen er een aantal onuitgesproken kwesties tussen Stefan en mij. We voelen allebei nogal snel aan wanneer de spanning dreigt op te lopen. Dan komt Stefan meestal naar mijn studio om te praten, diep achter in mijn tuin. Een paar jaar geleden hadden we eens een serieuze babbel over ons verleden, onze ouders, onze omgang. Dat was nodig. Als er iets scheelt, moet Stefan het weleens uit mij sleuren. Dan schrikt hij van wat er aan de oppervlakte komt. Tegenwoordig lucht ik sneller mijn hart. Stefan is mijn spiegel, maar hij stuurt me ook bij. Maar eerlijk: in feite is het al jaren zorgeloos en erg plezant tussen ons. En dat leeftijdsverschil voel ik nu totaal niet meer.”

‘We komen uit een bescheiden gezin van gelovige mensen. Lagere middenklasse, maar met een verbazingwekkende ruimdenkendheid en generositeit.’ Beeld Bob Van Mol

STEFAN

“Onze ouders deden aan een opmerkelijke familieplanning. Om de vier jaar een kind, afwisselend een jongen en een meisje. Tot we met z’n vieren waren. En als we hun vroegen hoe dat kwam, giechelden ze alleen maar. We komen uit een bescheiden gezin van gelovige mensen. Lagere middenklasse, maar met een ruimdenkendheid en generositeit waarover ik me nog steeds verbaas.

“In de jaren 1970, toen ik lange haren had, praatte ik met mijn vader over religie, ecologie en politiek. Hij stond open voor heel veel dingen. Hij ging links stemmen en liet ook zijn haar groeien. Ons vader leeft nog. Hij is nu 97 jaar en woont nog steeds in het huis van Oorlog en terpentijn, met de schilderijen van onze grootvader Urbain Martien om zich heen. Hij kookt biologisch, is begaan met de problematiek van het Amazonewoud. Soms trekt hij bij mij de ijskast open en vraagt: ‘Je hebt toch geen palmolie staan? Want dat is slecht voor de indigenous people.’

“Peter zegt dat ik een haantje-de-voorste was. Zelf had ik dat niet in de gaten. Als er in de klas een conflict uitbrak, deed iedereen of zijn neus bloedde. Toch trad ik naar voren en had ik soms straf te pakken.

“Peter was mijn kleine broertje, hij sliep als het ware op mijn schoot. Toen hij een jaar of 11 was en ik 19, leerde ik hem gitaarspelen. Ik had een pseudo-Fendertje, een rood-wit gitaartje. Als versterker schakelde ik drie radio’s op elkaar aan om flink distortion te kunnen maken à la Jimi Hendrix. Maar Peter analyseerde de akkoorden. Je kon toen al zien dat hij heel anders met muziek omging.

“In 1970 ging ik studeren en samenwonen met een vriendin en was ik er niet meer voor Peter. Dat moet hard voor hem geweest zijn. Maar in 1979 kocht ik voor een habbekrats een groot huis in het Gentse Patershol. Een jaar later kwam Peter weer bij mij wonen op de benedenverdieping. Zo pakten we onze band weer op. Dat was een ongelooflijk fijne tijd. Peter zat beneden te musiceren en ik schreef een verdieping hoger. Om middernacht trokken we ons leren jasje aan en stapten we naar jazzcafé Damberd op de Korenmarkt. Op een vreemde manier vertegenwoordigen we elkaars tweede talent: Peter leest heel intelligent mijn teksten, en ik voel de muziek goed aan bij optredens.

Stefan over Peter: “Hij is zeer zorgzaam, hij doet alles perfect. En toch zegt hij nog altijd vaak sorry.”

Peter over Stefan: “Stefan kan heel aandachtig naar je staan luisteren, maar de week erna blijkt hij alles vergeten: hij stond gewoon aan zijn werk te denken!”

“Concurrentie kenden wij trouwens nooit. En als we elkaar al even uit het oog verloren, kwamen we vanzelf weer in elkaars vaarwater. Toen ik uit Gent verhuisde, omdat mijn vrouw Sigrid (Bousset, DL) Brussel begon te missen, belandden we in een huurhuis in Alsemberg. Kort daarna bleek dat Peter in Dworp kwam wonen, een steenworp van elkaar. Dat luidde een nieuwe fase van synergie in, van samen muziek beluisteren én maken. Kort daarop gingen we op uitnodiging samen aan de slag met mijn bundel Goya als hond.

“Gitaren spelen een grote rol in onze intense band. Ik musiceer zo nu en dan nog, dat schenkt me een ongelooflijke vrijheid. Vorig jaar kocht ik een Gibson Les Paul. De eerste twee weken speelde ik in totale euforie met dat instrument. Maar na een week of twee besefte ik dat echt studeren te veel tijd zou eisen. De Gibson verzeilde in een hoekje van de kamer. En je kent het gezegde: een gitaar die je niet bespeelt is als een lief met wie je niet meer vrijt. De snaren worden dof. Onlangs, na onze cd-opnamen, schonk ik ze aan Peter, omwille van zijn ongelooflijke inzet voor onze muziek. Nu komt de gitaar tien keer per uur klaar.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234