Maandag 18/11/2019

Interview

Brihang: ‘Sinds ik de AB heb uitverkocht, slaap ik heel slecht’

Als kind kreeg Boudy Verleye (26) Eendjes-boeken mee, terwijl de rest van de klas al Uiltjes-boeken las, en in de auto ziet hij de letters op verkeersborden nog altijd zwierig dansen. Maar ondanks – of dankzij – zijn dyslexie ontpopte hij zich als Brihang tot een rapper-dichter die de woorden over elkaar laat tuimelen tot songs vol weemoed en hoop. Met zijn tweede plaat Casco onder de arm blikt hij terug op de afritten die het leven hem al dwong te nemen.

Brihang heeft van zijn persdag in Brussel een kroegentocht gemaakt: voor ieder interview koos hij een ander café uit, kwestie van het wat spannend te houden voor zichzelf én voor de journalist. Voor Humo koos hij de bruine kroeg Les Brasseurs aan de Anspachlaan, waar we ons installeren aan een zonnig tafeltje bij het raam.

Enkele jaren geleden liet je optekenen dat je naar Brussel was verhuisd om ‘wat harder’ te worden. Afgaand op de tekst van ‘Pasgeboren’, het eerste nummer op Casco, is je leven hier evenwel níét zo streetwise: ‘Ik ben nu volwassen en gezond / Huisje-tuintje / Wandelen met de hond’.

“Het is dus mislukt, ik ga nooit hard worden. (lacht) Nee, eigenlijk zeg ik in dat nummer dat ik dat huisje-tuintje-boompje wel zou willen, maar dat ik nog altijd te graag in de ruimte rondom die huiselijke sfeer rondhang. Daarom heb ik spoken word-fragmenten uit Ruimten rondom, een essaybundel van de Franse schrijver Georges Perec, in de plaat gestopt.

“Ik ben trouwens altijd een twijfelaar geweest. Toen ik als kind kampen bouwde, rees steeds die teleurstelling als zo’n kamp af was: ‘Moeten we hier nu in gaan zitten?’ Ik vond het plezanter om zo’n hutje te bóúwen. Dat gevoel had ik ook toen mijn vriendin en ik eindelijk ons appartement in Brussel vonden: ‘Wordt het vanaf nu niet saai?’

“Brussel is natuurlijk de ideale plek om te flaneren. Een verademing voor iemand die is geboren aan de kust. Hier heerst een heel andere vibe dan in Knokke. Als Knokkenaar ben ik altijd bang gemaakt van Brussel. Nu nog: ‘Schaarbeek, wat doe je daar zeg? Is het daar niet gevaarlijk? Lopen er daar geen rare mensen rond?’ Vreemd genoeg zijn de mensen die me dat vragen nog nooit in Schaarbeek geweest.”

Blu Samu verliet Antwerpen omdat ze de hiphopwereld er te macho vond. In Brussel vond ze een scene zonder vooroordelen die veel creatiever was. Jij woonde nog maar net in Brussel, of Stikstof hing al aan de lijn voor een featuring op hun ‘1.000 milligram’.

“Ik ben níét naar Brussel gekomen voor de hiphop, laat dat duidelijk zijn, maar die scene is er natuurlijk wel. Ik heb geleerd dat het er niet toe doet dat ik in het West-Vlaams rap en zij niet. Als het oprecht is wat je doet, word je hier aanvaard. Toen Stikstof me belde, dacht ik ook: ‘Zijn jullie zeker dat je dat met míj wilt doen, want onze stijlen liggen vér uit elkaar.’ Maar ze voelden wat ik deed, en ik voel wat zij doen.”

Voel je je intussen thuis in Brussel?

“Nog voor ik hier belandde zelfs. Strikt genomen zijn mijn vriendin en ik naar hier gekomen omdat zij hier studeerde, maar in principe zouden we overal kunnen wonen. Enfin, dat dachten we. Tot we rondreden in de Vlaamse Ardennen, in Ronse en Oudenaarde, dromend van een woning met een schuur als atelier. Ineens werd ik bang: ‘Oei, dat is hier wel écht afgelegen.’ Toen opperde ik Brussel als mogelijkheid. Alleen al over die toekomstige thuisbasis praten bezorgde me heimwee.”

Ik kan me vergissen, maar er lijkt me geen groot wereldreiziger aan jou verloren gegaan.

“Klopt, ik bén geen wereldreiziger. Ik heb al een paar reizen gemaakt, hoor. Ik ben al eens in Kameroen geweest, en in Bolivië, omdat de roots van mijn vriendin daar liggen. Leuk om dat allemaal een keer te zien, maar ik ben altijd iemand geweest die graag thuis is. Ik heb ook heel sterk het gevoel dat dit lapje grond hier het begin én het einde is voor mij. Ik heb dat natuurlijk ook zo vastgelegd door in het West-Vlaams te rappen. Ik ervaar dat ook als een geruststelling: ik ben blij dat ik nooit ver van huis zal zijn.”

In ‘Plat du jour’ rap je: ‘Ik wandelde aan Noord / En besefte: vrijheid is een paspoort’. Je hebt het daarin over de transmigranten aan het Brusselse Noordstation?

“Ik heb het in dat nummer eerst weer over die dagelijkse sleur waarin we allemaal weleens vastlopen. Soms ben ik bang om daarin verzeild te raken, maar dan loop ik langs het Noordstation en besef ik dat al mijn problemen luxeproblemen zijn. Wat zou ik godverdomme klagen? Ik ben zo vrij als ik maar zijn kan.”

Is de plaat Casco in zijn geheel makkelijk tot stand gekomen?

“Het was een zoektocht. De titel bedacht ik dankzij onze zoektocht naar een huis: toen een makelaar ons een cascopand toonde, een naakte ruimte waaraan we nog volledig onze eigen draai konden geven, kreeg ik die ingeving. Casco is een plaat over je plek zoeken, maar het is ook een plaat met onafheden. Ik wilde die zoektocht ook in de vorm van de plaat vervatten: het moest een knutselwerkje zijn, want ik ben een zekere vrijheid in mijn hoofd kwijtgeraakt sinds mijn eerste plaat, door alle verwachtingen die sindsdien zijn ontstaan. Die hebben me een tijdlang verlamd. Op een gegeven moment heb ik alles losgelaten, ben ik elke dag naar de studio getrokken en beeldde ik me in dat ik dit allemaal voor het eerst deed. Sommige nummers zijn er echt uitgeperst, maar ‘Steentje’ bijvoorbeeld kwam vanzelf.”

‘Steentje’ is intussen een Belhop-classic à la ‘Dommestik en leverancier’ van ’t Hof van Commerce. Ook omdat je grappend die ‘Ai-ie-ai-ie-ai’ kunt zingen alsof er echt een steentje in je schoen zit.

“Ik heb ook het gevoel dat dat nummer zijn weg heeft gevonden. Al hoor ik mensen ook wel zeggen: ‘Hij is daar weer met zijn steentje.’ Maar toen we die song op Pukkelpop speelden: megazot hoe dat werd meegebruld. En de radio is me ook écht beginnen te draaien sinds ‘Steentje’. De song is ontstaan op het Meakusma-festival in Eupen. Er zat daar een steentje in mijn schoen, en ik begon te fantaseren: stel je voor dat ik dat steentje er niet uithaal, maar meeneem naar Brussel, dan is dat steentje van hier naar daar gereisd, zoals een vlieg in je auto die je meeneemt op vakantie naar Frankrijk. Het steentje is ook tot bij mij thuis geraakt.”

Wat is het spreekwoordelijke steentje in je schoen?

“Verschillende dingen. Ik slaap bijvoorbeeld heel slecht. Sinds ik de AB heb uitverkocht, vermoed ik. Die druk: ik lig daar letterlijk wakker van. Ik vond het al moeilijk om mijn eerste plaat uit te brengen, om die los te laten en over te laten aan de mening van anderen. Maar ik geloof ook niet in dat romantische cliché van de zolderkunstenaar die zogezegd alles voor zichzelf maakt. Als je iets maakt, dan wil je dat toch delen met zo veel mogelijk mensen?”

‘Een stemmetje hier / En een stemmetje daar’: in ‘Oelala’ heb je het over de kritiek die je krijgt van hardcore hiphoppers die je intussen te commercieel vinden. Maar je hebt ongetwijfeld zélf zo’n snobistische fase gekend. Iedere muziekfan vindt ooit wel dat zijn of haar favoriete groep ‘te commercieel’ is geworden.

“Ik had dat gevoel zelfs recent nog, met de laatste plaat van Kendrick Lamar. Uiteindelijk bleek dat ik ze nog een paar luisterbeurten moest geven – Kendrick was me gewoon voor.

“Ik vond het grappig om de meningen van mensen over Brihang in een nummer te steken. Via sociale media word je vandaag de dag ook keihard geconfronteerd met die meningen. ‘Een stemmetje hier / En een stemmetje daar’ gaat over mijn vertolking van de stem van Frank Vandenbroucke, voor de docureeks Ik ben God niet.”

Sportjournalist Hans Vandeweghe gaf in De Morgen kritiek op je accent: ‘Tussen het Knokke van Brihang en het Ploegsteert van VDB zitten 60 kilometer in vogelvlucht en dat hoor je.’ Maar ik hoorde in Ik ben God niet een Brihang die zich inleeft in Frank Vandenbroucke. En de weemoed en hoop die jouw muziek kenmerken, zijn gevoelens die we ook associëren met de figuur van VDB. Ik vond het daardoor wél kloppen.

“De opdracht was níét om Vandenbroucke te imiteren. De programmamakers hadden me benaderd omwille van mijn ritmiek, iets wat een reguliere stemacteur níét in zo’n voice-over zou leggen. Maar ik weet niet of ik het opnieuw zou doen. De figuur VDB is echt een god voor sommigen. Ik ben niet echt een koersliefhebber, al was ik wel gefascineerd door zijn levensverhaal.”

In ‘Oelala’ bel je ook naar de redactie van De Morgen met de vraag hoeveel een viersterrenrecensie kost. De redactiesecretaresse Roos Van Acker antwoordt kordaat dat een recensie niet te koop is. Heb je ook naar de Humo-redactie gebeld met die vraag?

“Ik heb naar zowat alle redacties gebeld en ook naar een paar journalisten. Die herkenden onmiddellijk mijn stem: ‘Ja, maar zo werkt het niet, Brihang. Wij kennen elkaar toch? We hebben toch al eens een interview gehad? Hallo? Hallo?’ Het werkte beter als ik naar de redactieverantwoordelijke belde, al leverde dat ook grappige antwoorden op: iemand zei dat ze eens moest navragen wat de tarieven waren. Nee, dat was niet bij Humo, al weet ik jullie precieze antwoord niet meer. (lacht)

“In ‘Oelala’ vraag ik me luidop af hoe de media werken. Wat doen zij voor ons? Wat doe ik voor hen? Ik ben bang van de media, want ik geef hier nu wel een interview, maar voor hetzelfde geld schrijven jullie morgen: ‘Brihang, dat is barslecht.’ Ik wéét natuurlijk dat je een goede recensie niet kunt kopen, maar ik dacht: ‘Ik ben altijd degene die geïnterviewd of gebeld wordt, laten we de rollen eens proberen om te draaien.’”

Er bestaat een foto van je moeder met Flip Kowlier, genomen op het Kneistival van 1997. Anders dan Kowlier zelf, die alleen Engelstalige hiphopvoorbeelden had, kreeg jij (West-)Vlaamse hiphop met de paplepel ingegoten.

“Ik heb ’t Hof van Commerce een paar keer gezien op Kneistival. Voor mij is die groep een groot geluk geweest, want ik was en ben heel slecht in talen. In het zesde middelbaar was ik voor één vak gebuisd, Engels, terwijl de rest van de klas daar net heel goed in was, door tv te kijken. Maar wij mochten thuis niet veel tv-kijken, mijn ouders hadden liever dat we lazen. Alleen beleefde ik geen plezier aan dat lezen, door mijn dyslexie. Via mijn vader, die in Knokke een winkel in urban kleren runde, leerde ik D12 en Eminem kennen, maar eigenlijk vond ik me als tiener niet terug in Engelstalige hiphop. The Marshall Mathers LP van Eminem kwam wel bij me binnen door de felheid ervan, maar ik kon die teksten niet narappen omdat ik ze niet goed verstond.

“Je had bij ons in Knokke ook De Feesters, dat was muziek van bij ons, van aan het skatepark in Knokke. Zij hadden een nummer gemaakt over de snobs in Knokke. In mijn eerste teksten aapte ik hen na: ‘Ik ben cool en ik rook wiet’, ook al deed ik dat níét. Het was ook in die periode dat ik de bijnaam Brihang (een verbastering van brigand – belhamel, red.) kreeg van mijn pa.”

Is het niet vreemd dat een dyslectische jongen uitgerekend taal als medium koos om zichzelf uit te drukken?

“Het was net de max, omdat die regeltjes van op school níét golden als ik rapteksten schreef. Een dictee moest helemaal juist zijn, maar mijn teksten, die typ ik nog steeds vol fouten. Ik heb nog altijd last van dyslexie, op vakantie lees ik de borden met de afslagen gegarandeerd verkeerd.”

Je vader is een surfer die je vernoemde naar het personage Bodhi van Patrick Swayze in de nineties-surffilm Point Break, maar toch mocht je thuis geen tv kijken?

“Geen tv en enkel in het weekend frisdrank: dat waren de regels bij mijn moeder. Daar ben ik haar dankbaar om, want zo ben ik beginnen te tekenen en ben ik in het vierde middelbaar op de kunsthumaniora in Gent terechtgekomen. Dat was zo’n nieuwe wereld voor me. Op het Sint-Jozefslyceum in Knokke moesten we allemaal braaf in de rij staan, in Gent mocht je zélf naar je klas wandelen. Ineens moest je het allemaal zelf uitzoeken. Die vrijheid beviel me.”

Na je kunsthumaniora overwoog je om dakwerker of garagist te worden. Wat trok je aan in die beroepen?

“Dat je handen er vuil van worden. Het beroep van dakwerker fascineert me nog altijd. Zo’n gebinte van een dak: dat is toch een prachtige constructie? Tot mijn veertiende moest ik op zondag naar de kerk, en ik weet nog hoe ik tijdens de mis in dat kleine kerkje in Het Zoute altijd naar die gewelven boven mijn hoofd zat te turen. Je krijgt ook een risicopremie als dakwerker, dat hebben ze me toen allemaal uitgelegd: ‘Wij verdienen ik-weet-niet-hoeveel!’ Nice, dacht ik, als achttienjarige wil je toch vooral miljonair worden, hè. (lacht) Maar uiteindelijk heb ik beeldhouwkunst gevolgd, dat lag me beter.”

Zijn er overeenkomsten tussen de manier waarop je songteksten schrijft en beeldhouwt?

“Het is allebei schrappen, toevoegen en prutsen. Vanuit gepruts, vanuit geklungel, ontstaat er iets. Maar beeldhouwen is heel statisch: eens het beeld af is, staat het er. Muziek is veel dynamischer: eens je plaat af is, kun je ermee gaan optreden, krijgen de songs een andere vorm.

“Ik vind het moeilijk om beeldhouwen te combineren met muziek maken, al zoek ik wel naar manieren om dat toch te doen, bijvoorbeeld in videoclips. Het zit nog steeds in mij, dat met je handen willen werken. Ik mis het gevoel van ’s avonds helemaal uitgeput in mijn zetel te ploffen. Dan ga ik lopen, om die energie kwijt te kunnen.”

Als Brihang heb je een tijdlang workshops slam poetry gegeven in middelbare scholen. Waarom ben je daarmee gestopt?

“Deels uit tijdsgebrek, maar ook om een andere reden. Ik gaf die workshops in samenwerking met de provincie West-Vlaanderen, in het kader van hun ‘Oe ist?’-campagne, ter bevordering van mentale gezondheid bij jongeren. Omdat ik niet de vingerwijzende docent was, maar die rapper met zijn petje, kreeg ik de leerlingen méé. Ik deed dat dus niet slecht. De bedoeling was de leerlingen via rap aan het praten te zetten over hun gevoelens. Dat leverde mooie momenten op: iemand die voor de klas een tekst rapte over een gestorven familielid, en de hele klas die met verstomming reageerde: ‘Ik wist niet dat je tante was gestorven – daarom ben je al heel de week zo sip.’ Maar de problemen waarmee sommige jongeren kampen, de gedachten waarmee ze soms worstelen… Gastjes van vijftien jaar die vertelden dat ze uit het leven wilden stappen, die me letterlijk zeiden: ‘Ik heb er geen zin meer in.’ Ik kon daar heel moeilijk mee om. Ik ben niet opgeleid om met zulke situaties om te gaan.”

In het nummer ‘Binnenkant’ heb je het over ‘de wonde aan de binnenkant’ die we allemaal hebben, maar zelden tonen. Zeker niet op Instagram.

“Ik merk het ook bij mezelf: ik post alleen maar goede dingen. Terwijl ik in ‘Binnenkant’ van de daken schreeuw dat het oké is om je brak te voelen. Ik ben ook echt verslaafd aan mijn smartphone. Dat vind ik vies aan mezelf: dat ik opsta en Instagram open, nog voor ik heb ontbeten. De telefoon is een verlengde geworden van onszelf, een bril die we ophebben zonder dat we nog beseffen dat we hem ophebben. Mijn remedie is af en toe eens mijn oude Nokiaatje bovenhalen, dat brengt dan een week rust.

“Hier in Brussel heb je gelukkig nog de cafécultuur: volle kroegen ’s avonds, iedereen die maar aan het vertellen is. Ik vind dat prachtig. Maar in al die kleine dorpjes, waar er ’s avonds niets te doen is, zit iedereen alleen nog maar naar zijn scherm te staren.

“Afgelopen zomer kon ik ook jaloers worden van al die vakantiekiekjes, terwijl ik aan mijn plaat aan het werken was. Ik word dus ook ongelukkig van Instagram.”

De wereld op zijn kop: een gevierd rapper die de AB uitverkoopt is jaloers op andermans vakantiekiekjes!

“Dat is het zotte. Maar ook wel het geruststellende: iederéén lijdt aan die jaloezie. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. En ik heb dan wel al één keer de AB uitverkocht, ik kan jaloers zijn op iemand die twéé AB’s heeft uitverkocht. Dat is nog zoiets: hoe snel alles went. Je wilt altijd meer.”

Droom je er nog weleens van om miljonair te worden, zoals toen je 18 was?

“Ik ben in ieder geval zo’n fantast die weleens een lotje krast in de hoop te ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Ik koop me dan altijd een Win for Life-biljet dat je maandelijks 500 euro belooft. Ik redeneer dat niet veel mensen voor die 500 euro kiezen en ik dus een redelijke kans maak, én omdat die 500 euro maandelijks me het perfecte bedrag lijkt om nooit écht zorgen te hoeven hebben. Maar ik heb nog nooit geluk gehad, ik blijf dus nog even die fantast.”

Casco van Brihang is nu uit bij Fake. Brihang speelt o.a. op 24 oktober in een uitverkochte AB in Brussel, in Nosta in Opwijk (try-out) op 31 januari en in Het Depot in Leuven op 20 februari. Alle tourdata: brihang.be.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234