Woensdag 23/10/2019

Interview

Bregje Hofstede schreef een boek over haar relatiebreuk: "Ik zou niet graag de ex van een schrijver zijn”

Bregje Hofstede. Beeld Joris Casaer

Twee manuscripten had de Nederlandse schrijfster Bregje Hofstede eind vorig jaar klaar. Ze smeet ze allebei weg om in een half jaar Drift te schrijven: het diep in haar eigen leven gewortelde verhaal van een overweldigende, maar ook ontsporende eerste liefde. “Dit is het verhaal dat op mij zat te wachten.”

Aan de buitenkant lijkt het Brusselse hotel Le Berger op een Zwitsers Alpen-restaurant met een specialisatie in raclette­gerechten. Maar eenmaal binnen waan je je op de set van een scabreus filmpje uit de jaren 70: de bar van het hotel is ingericht met rotan­stoelen in Emmanuelle-stijl, goud­kleurige palmbomen waaruit fallus­gewijs lampen opspringen en tekeningen van vrouwelijk naakt die Milo Manara-hitsigheid ademen. ‘Tu vas et tu viens, entre mes reins’, hoor ik Jane Birkin in gedachten zingen, ook al is het nog maar één uur ’s middags en heb ik net een weinig wulps half­uurtje in de geconstipeerde tunnels van Brussel doorgebracht.

Dat ik uitgerekend in Le Berger met Bregje Hofstede heb afgesproken is – zo gaat dat in de interview­branche – geen toeval. In Drift, haar nieuwe roman, is Le Berger een van de vele hotels waarin het vrouwelijke hoofdpersonage – eveneens Bregje Hofstede genaamd – probeert te ontsnappen aan haar beklemmende huwelijk met Luc, de man die ze al op pukkel­leeftijd tot de liefde van haar leven uitriep, maar van wie ze zich tien jaar later weer losweekt in de hoop zichzelf terug te vinden.

‘Ik heb geen plan, geen onderkomen en geen idee hoe ik plotseling door de mazen van mijn eigen leven ben gevallen’, stelt Bregje vast nadat ze de deur van haar relationele domicilie achter zich heeft dichtgeklapt. Wat volgt, is een prachtige, maar genadeloze ontleding van een jeugdliefde gone wrong. Of – om het met de achterflapwoorden van uitgeverij Das Mag te zeggen – ‘een onverbloemd verhaal over iemand die wegloopt van huis omdat ze jarenlang wegliep van zichzelf’.

De schrijfster achter het personage Bregje Hofstede komt gezonnebrild en met lome nazomertred de bar van Le Berger binnengewandeld. Maar al na een paar slokken van haar prefab­thee is ze een en al fonkelende focus. Er staat de komende twee uur dan ook wat op het spel, vindt ze. “Wat ik in interviews over mijn boek zeg, zal vermoedelijk door meer mensen gelezen worden dan het boek zelf. Het is dus niet onbelangrijk wat ik jou ga vertellen.”

Net als de Bregje Hofstede uit Drift trouwde je met je jeugdliefde en liep je er tijdens een winternacht ook weer van weg. Zullen we Drift maar meteen autobiografisch noemen? Of ga je nog een poging ondernemen om te beweren dat dit boek níét over jou gaat?

Bregje Hofstede (lacht): “De begin­scène van mijn boek – Bregje verlaat haar man en trekt naar een hotel – heeft zich ook in mijn leven afgespeeld, zoveel is duidelijk. Maar wat er voor het overige nog persoonlijk is aan Drift, laat ik liever in het midden. Het verdriet waar het boek van doordrongen is, is autobiografisch. Maar Drift is natuurlijk wel een roman. Waarin ik bepaalde dingen verzin omdat ik ze verhaal­technisch sterk vind. En waarin ik met het vakmanschap dat ik mezelf durf toe te dichten een mooie, literaire puzzel leg. Ik ga ervan uit dat dat tijdens het lezen voelbaar is.”

En toch zullen veel lezers zich afvragen op welke passages het etiket ‘echt gebeurd’ geplakt mag worden en op welke niet.

“Dat is onvermijdelijk. Zelfs toen ik een roman schreef over een 52-jarige professor aan de Sorbonne (‘De hemel boven Parijs’, red.), vroegen lezers mij: ‘Is het autobiografisch, Bregje?’ (lacht) Mensen willen gewoon heel graag weten wat waar is en wat niet.

“Maar een interessantere vraag is in mijn ogen: wat kán er überhaupt waar zijn als iemand over zichzelf spreekt? Dat ik mijn hoofdpersonage Bregje heb genoemd in plaats van Sarah, en dat ik er een schrijfster van gemaakt heb in plaats van een kinderjuf, is zoals op Instagram de hashtag #nofilter gebruiken: ik suggereer een authentiek, persoonlijk verhaal, maar ís het dat ook? Toon ik niet vooral datgene wat ik wíl tonen? Mensen die over zichzelf praten, spreken nooit de volledige waarheid. Je moet ze altijd wantrouwen. Precies daarom heb ik de hoofdpersoon Bregje genoemd. Ze maakt het boek tot échte fictie: fictie zoals iedereen die over zichzelf vertelt.”

Al zwervend door Brussel neemt de Drift-versie van Bregje afscheid van haar geïdealiseerde kijk op de liefde. Hoewel ze daarbij ten prooi valt aan uiteenlopende gradaties van ontreddering, laat ze zich zelden of nooit op pathos betrappen. Ze meldt zich elke dag plichts­bewust in het veilinghuis waar ze werkt, haar verdriet blijft voor de buitenwereld zo goed als onzichtbaar. ‘Keurig naar de kloten gaan’, noemt ze het. Hoor je tijdens een amoureuze noodtoestand geen drank en drugs door je aderen te jagen en sidderend van zelf­medelijden in de goot te gaan liggen?

“Voor Bregje is dat geen optie”, zegt Bregje Hofstede. “Ze is heel beheerst. Ze draagt altijd bijpassend ondergoed en heeft zich volledig ingeperkt met strenge leef­regeltjes. Wanneer Luc haar zegt dat hij samen boodschappen doen een zaad­dodende aangelegenheid vindt, besluit ze om voortaan alleen naar de supermarkt te gaan. En wanneer hij te kennen geeft dat hij het vies vindt om haar te likken als ze net geplast heeft, neemt ze zich voor om na vier uur ’s namiddags niks meer te drinken. Ze is voortdurend bang om iets verkeerds te doen en niet langer bemind te worden. Ze past zich aan, op een vergaande manier. Vandaar dat ze zo keurig – bijna ingehouden – naar de kloten gaat.”

En zeggen dat haar relatie met Luc zo mooi begon. Alles wil ze in de begindagen over hem weten. ‘Zelfs de tijd die al voorbij was, wilde ik met je meemaken’, schrijft ze.

“Die zin duidt op een enorme kennis­honger: ze wil ook weten hoe Luc als kind was, of hij driftig of ondeugend was. Maar al gauw begint ze alle informatie die ze over hem vergaart in haar dagboeken te bewaren. En daar schuilt iets krampachtigs in: waarom zou je iemand willen mummificeren als hij nog levend en wel bij je is? Ze schrijft in haar dagboek ook op een haast bezwerende manier: ‘Hij is het, hij is het, hij is het.’ Alsof ze zichzelf moet overtuigen.

“En ook Luc heeft bevestiging nodig: hij wil Bregje voortdurend horen zeggen dat ze van hem houdt. Dat zijn allemaal tekens aan de wand. Ze proberen zichzelf gerust te stellen, wat duidt op een zekere twijfel.”

Wat Bregje in haar dagboeken over haar relatie met Luc schrijft, wijkt af van wat ze hem zelf vertelt. Waarom durft ze niet eerlijk te zijn?

“In het begin van hun relatie zegt Luc tegen Bregje: ‘Je bent zo lief, zo kwetsbaar.’ Waarop zij denkt: als ik wil dat hij van me blijft houden, moet ik lief en kwetsbaar zijn, want dat zijn de eigenschappen die hij in mij bewondert. Zelf weet ze wel dat ze – zeker ten opzichte van zichzelf – ook vrij hard en streng kan zijn. Maar Luc benoemt een versie van haar die ze veel liever ziet. En dus probeert ze haar minder mooie karakter­trekken voor hem te verbergen. Alleen: ze moet toch ergens een plek hebben waar ze zichzelf kan zijn. En die plek is haar dagboek.”

Bregje Hofstede: “Van ieder mens bestaan verschillende versies.” Beeld Joris Casaer

‘Soms is het masker dat je opzet waar­achtiger dan het gezicht dat je verbergt’, schrijft Bregje. ‘Je gezicht krijg je, je masker kies je.’ En toch kan ze haar zelfgekozen masker niet langer verdragen.

“Ze probeert de Bregje te zijn waar Luc dol op is. Maar dat is maar één versie van haar. Alle andere uitvoeringen van Bregje stopt ze weg. En dat wreekt zich. Niemand is te herleiden tot één enkel persoon. Van ieder mens bestaan verschillende versies. Als die allemaal af en toe aan bod mogen komen, is er geen probleem. Maar als je van jezelf maar één versie mag zijn, verstik je jezelf.”

‘Je hebt nooit de omvang van de woordenstroom beseft die achter mijn stilte schuilging’, laat Bregje Luc weten. Maar hoe had hij die woorden kunnen opmerken als zij ze angst­vallig voor hem verborgen hield?

“Bregje heeft de groeiende afstand tussen haar en Luc voor een deel aan zichzelf te danken, dat klopt. Maar los daarvan hebben ze allebei moei­te met het vinden van een gemeenschappelijke taal. Begrijpelijk, want er is in de liefde heel veel versleten taal. Wat betekent het nog om tegen iemand te zeggen ‘Ik hou van je’, als je dat al honderd keer gedaan hebt?

“Wanneer er grote emoties in het spel zijn, is het moeilijk om de juiste woorden te vinden. En dus nemen we onze toevlucht tot geijkte, maar helaas ook betekenisloze formules. Waardoor het lastig is om te weten wat iemand echt denkt, echt voelt en echt bedoelt.”

Bregje beschrijft haar relatie met Luc als een alliantie van innig verbonden lichamen, maar onherroepelijk gescheiden geesten. Is dat de essentie van hun probleem: ze voelen zich fysiek wel tot elkaar aangetrokken, maar zijn geestelijk geen match?

“Het is genuanceerder dan dat. Ja, er staat een mentale scheidings­muur tussen die twee. Maar bovenal hebben ze zichzelf helemaal vastgeïdea­liseerd. Ze geloven zo hard in het standaard­idee van liefde dat hen is aangereikt, dat ze geen enkele ruimte laten voor afwijkingen. Resultaat: wanneer ze beseffen dat hun relatie toch wat minder ideaal is dan ze dachten, schieten ze volledig in paniek.”

Op een gegeven moment gaan Bregje en Luc naar een relatie­therapeute. ‘Wie de dingen het best kan formuleren, krijgt gelijk’, schrijft Bregje na een sessie. Je bent een koele minnaar van het concept relatie­therapie?

(lacht) “Die zin is vooral een sneer naar mezelf. Ik vertel in Drift enkel mijn kant van het verhaal: dat is per definitie manipulatief en daar wilde ik even de draak mee steken.

“Maar om op je vraag te antwoorden: of relatie­therapie zinvol is of niet, hangt volledig af van je begeleider. Als je je therapeut zover kan krijgen dat hij enkel in jouw versie van het verhaal meegaat, kom je als koppel geen stap verder. Een goeie therapeut gaat voorbij het narratief dat je zelf opdist en geeft je een andere kijk op je eigen rol in het verhaal.”

Halverwege het boek blijkt Bregje ook op meisjes te vallen. Je vermeldt het haast als een fait divers, een noodzakelijke aanloop naar de passage waarin Bregje en Luc via Tinder een triootje regelen. Is haar aanleg voor biseksualiteit dan geen essentiële verklaring voor de huwelijkse beklemming die ze voelt?

“Nee. Dat Bregje ook graag met meisjes vrijt, is maar een van de redenen waarom ze zich in haar huwelijk met Luc benauwd voelt. En zeker niet de belangrijkste. Anders zou Drift een verhaal zijn over een vrouw die haar geaardheid onder ogen komt. En dat is het niet.”

Drift is vooral een verhaal over een vrouw die het gevoel heeft dat haar diepste wezen verstikt wordt in haar huwelijk. Maar in de tweede helft van het boek slaat de twijfel toe: ‘Als er een waar zelf is dat ik bevrijd heb, waar is het dan?’, vraagt Bregje zich af.

“Ze heeft Luc lange tijd als de ware beschouwd. Wanneer ze doorheeft dat hij dat niet is, wil ze haar ware zelf ontdekken. Maar eigenlijk stapt ze gewoon van de ene fictie naar de andere: van het geloof in de ware partner naar het geloof in het ware zelf. Terwijl beide heel relatief zijn. En erg afhankelijk van hoelang je je suspension of dis­belief kunt volhouden.” (lacht)

Ook na haar Tinder-triootje is Bregje teleurgesteld: ‘Als deze handelingen zo vlak achter het gewone leven liggen, zo moeiteloos bereikbaar zijn, wil dat dan niet zeggen dat ze volstrekt gewoon en banaal zijn?’ Ze heeft moeite met het feit dat het leven maar een beperkte spanningsboog heeft.

“Bregje verlangt naar gebeurtenissen die haar volledig overspoelen. Toen ze nog klein was, verkleedde haar vader zich in een beer en trokken ze samen door de stad: een belevenis die haar helemaal meesleepte. Naar dat soort ervaringen is ze nog steeds op zoek, maar ze blijven uit. Naarmate ze ouder wordt, herkent ze namelijk steeds beter in welk verhaal ze mee­speelt. ‘Oké, dit is dus het trio-plot.’ ‘En nu zit ik in het ‘ik ontdek mijn ware zelf’-plot.’ Ze weet al wat er min of meer gaat gebeuren en daarom ervaart ze veel gebeurtenissen niet langer als spannend.

“Een van de vragen die ik in Drift stel, is: kan het leven meer zijn dan een aaneenschakeling van verhalen die al geschreven zijn? Of stap je gewoon van het ene verhaal waarvan het scenario al vastligt naar het andere verhaal dat al eens beleefd is?”

En wat is het antwoord?

“Ik ben er nog niet helemaal uit. (lacht) Vermoe­de­lijk is de échte vraag niet: kun je aan al die ge­formatteerde verhalen ontsnappen? Maar wel: hoe kun je ermee leren leven? Misschien is wijsheid wel: beseffen dat je leven helemaal niet buitengewoon is en daar gewoon vrede mee hebben.”

De schrijfster Bregje Hofstede interviewen over het personage Bregje Hofstede: Bregje Hofstede – de schrijfster dan – geeft toe dat het bij momenten wat verbale soepelheid vergt. Ik probeer de Bregje uit het boek los te haken van de Bregje die tegenover mij zit, maar heb daardoor regelmatig het gevoel dat ik mijn gespreks­partner in de derde persoon aanspreek, alsof ik tegen een kind praat: ‘Vindt Bregje het leven een beetje leuk?’

Bovendien zijn de verhalen van beide Bregjes nu eenmaal onlosmakelijk met elkaar verbonden. De periode waar Bregje-het-personage op terugblikt, is ook de periode die Bregje-de-schrijfster in het dankwoord van haar boek ‘een dierbaar decennium’ noemt.

Bregje Hofstede: “Misschien ontdek ik over vijf jaar nog wel hoe ik een goeie harde geliefde kan zijn.” Beeld Joris Casaer

“Het is vooral de herinnering aan dat heerlijke gevoel van eindeloosheid die mij zo dierbaar is”, licht ze toe. “Het geloof dat je relatie uniek, eenmalig en absoluut is. Dat intense, dat heftige. De blinde paniek ook: ‘Als dit ooit overgaat, is mijn leven voorbij.’ Maar intussen heb ik geleerd dat je jezelf niet zo’n druk moet opleggen. Dat je ook kunt denken: ‘Als dit ooit overgaat, betekent dat nog niet dat het allemaal voor niks is geweest.’ Je geeft jezelf en de ander meer ademruimte als je geen absolute eisen aan de liefde stelt.”

Was er ten tijde van jouw eerste liefde iemand die je liefdevol toefluisterde dat je eerste liefde niet je laatste hoeft te zijn?

“Nee. En ook al zou wél iemand het mij gezegd hebben: ik zou niet geluisterd hebben.” (lacht)

Kan het volgens jou: al op jonge leeftijd iemand vinden bij wie je je de rest van je leven goed voelt?

“Het kan zeker, dat zie ik in mijn eigen omgeving. Maar het gebeurt zelden. Het is niet vanzelf­sprekend om al op prille leeftijd goed te weten wat je wilt. Ik denk dat je niet mag zeggen: ‘Het moet meteen de eerste keer goed zijn.’ 

“Je moet jezelf toestaan om te falen in de liefde. Een mislukking is geen ramp. Er zijn méér mensen in de wereld bij wie je je goed kunt voelen. De ware wordt gepresenteerd als een enkelvoudig concept, maar is in werkelijkheid meervoudig.”

Iets wat jij met Bregje gemeen lijkt te hebben, is een hardnekkige vorm van zelf­twijfel. Je Drift-alter ego vindt zichzelf ‘hard, koppig en weerbarstig’. En jij zei in een Zeno-gesprek met Lize Spit van twee jaar geleden: ‘Ergens is er een grote onzekerheid ontstaan over de vraag of ik wel een leuk mens ben.’

“Die onzekerheid is er nog steeds. Al heb ik mijn harde kantje inmiddels leren aanvaarden. Ik probeer het niet langer te verbergen, maar er iets moois van te maken. Al lukt dat beter in de literatuur dan in de liefde: compromisloosheid biedt in literair opzicht meer voordelen dan vanuit een romantisch perspectief. Maar misschien ontdek ik over vijf jaar nog wel hoe ik ook een goeie harde geliefde kan zijn.” (lacht)

Een beetje relatie­therapeut zou zeggen: ‘Voor je van iemand anders kunt houden, moet je eerst van jezelf leren houden, Bregje.’

“Ik weet niet of dat klopt. Niet van jezelf houden, kan net een enorm sterke drijfveer zijn om iemand anders te beminnen. Het kan een manier zijn om via een omweg van jezelf te houden: je schenkt al de liefde die je niet aan jezelf geeft aan iemand anders en in de liefde die je vervolgens terug­krijgt, vind je een reden om ook jezelf graag te zien.”

Je wilde Drift aanvankelijk niet schrijven omdat ‘de mogelijkheden om jezelf en anderen te kwetsen eindeloos waren’. Heb je het onderwerp van je boek op voorhand voorgelegd aan je ex-man en je ouders?

“Ja. En ze waren allemaal erg lief. ‘Het is een roman’, zeiden mijn ouders. ‘Doe wat je wilt.’ Dat vond ik heel fijn. Maar dat neemt niet weg dat het bestaan van dit boek geen reclame is voor mijn karakter. (lacht) Ik wist op voorhand dat ik met Drift mensen uit mijn omgeving zou kunnen kwetsen. En toch heb ik het geschreven. Dat is een keuze die je egoïstisch kunt noemen, zelfs wreed.”

‘Wie schrijft, móét een egoist zijn’, schreef de Pool Witold Gombrowicz. ‘Alleen het licht dat je voor jezelf hebt ontstoken, kan daarna schijnen voor een ander.’ Je egoïsme is dus goed voor de mensheid.

“Misschien wel, maar ik zou zelf toch niet graag de ex van een schrijver zijn. (lacht) Het lijkt me heel heftig om als lezer in de intieme gedachte­wereld van een voormalige geliefde rond te dwalen. Hoezeer een schrijver ook fictionaliseert, hij geeft in zijn boeken altijd inkijk in hoe hij denkt. Dat kan erg confronterend zijn.”

Net als de Bregje uit Drift heb je een paar jaar in Brussel gewoond. Je noemt onze hoofdstad in je boek een stad die bestaat uit ‘half afgemaakte gedachten’. ‘Brussel lijkt niet in staat om zichzelf te beminnen of te verzorgen.’ Fijn dat je niet meedoet aan de onder intellectuelen nogal gangbare romantisering van het rommeltje dat Brussel is.

(lacht) “Ik heb er nochtans graag gewoond. Maar je kunt er niet omheen dat Brussel in een aantal opzichten een mislukte stad is. Veel oude gebouwen staan hier te verkommeren of worden genadeloos vervangen door nieuwbouw­monsters. En in bepaalde delen van de stad zijn er behoorlijk wat spanningen tussen de inwoners. Die rafel­randjes kun je volgens mij alleen maar romantiseren als je er zelf geen deel van uitmaakt.

“Maar de chaos van Brussel heeft natuurlijk ook zijn charmes. Amsterdam is bij momenten een Madurodam-stad, je hebt er vaak het gevoel dat je in een toeristische folder rondloopt. Brussel is onvoorspelbaarder. En net daarom zie je hier misschien wel meer van het echte leven dan in Amsterdam.”

Je bent sinds je elfde een gedisciplineerd dagboekenschrijver. Hoe vaak belanden dagboekfragmenten in je romans?

“Niet zo vaak. Al was het maar omdat ik lang gedacht heb: wat ik in mijn dagboeken schrijf, is geen literatuur, dat is te gewoontjes. Sinds Drift trek ik de grens wat minder scherp. Ik heb in mijn dagboeken een heel eigen toon ontwikkeld: direct, maar ook beeldend. Die stem heb ik in Drift voor het eerst durven te gebruiken: ik heb het boek niet opgedirkt in een formele taal. Al was het even wennen om me van een stem te bedienen die ik vroeger zo gewoontjes vond. Het was alsof ik in mijn joggingbroek de deur uitging.”

Tot slot: ‘Al het schrijven wat niet op de een of andere manier helpt te leven, is vergeefs’, vind je samen met dichter Hans Lodeizen. Hoe kan Drift mensen helpen te leven?

“Het boek kan herkenning bieden, wat op zich al heel fijn kan zijn. En verder vinden mensen in Drift misschien aanwijzingen om hun eigen leven bij te sturen. Om te zeggen: ‘Ik hoef deze rol niet te blijven spelen. Ik herken het verhaal waar ik in meespeel en als ik wil, kan ik er ook uitstappen.”

Op 25 oktober presenteert Bregje Hofstede haar nieuwe roman Drift samen met Lize Spit en Bent Van Looy bij Passa Porta in Brussel. Tickets en info: passaporta.be.

Wie is Bregje Hofstede?

* geboren in 1988 in Ede (Nederland)

* studeerde kunstgeschiedenis en Frans in Utrecht, Parijs en Berlijn

* publiceerde tot nog toe drie ­boeken: De hemel boven Parijs (2014), De herontdekking van het lichaam: over de burn-out (2015) en Drift (2018)

* werd met haar debuut­roman genomineerd voor o.a. de Libris Literatuur Prijs, de Anton Wachter­prijs en de Gouden Boeken­uil

* De hemel boven Parijs werd vertaald naar het Deens en Duits

* schrijft over nieuw feminisme voor het online journalistiek platform De Correspondent 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234