Zondag 31/05/2020

David Bowie

Bowies geheim ontrafeld

Beeld EPA

David Bowie was een van de weinige popsterren die ook serieus genomen werd als acteur. De Volkskrant-journalist Rob van Scheers hield onlangs een marathonsessie in zijn thuisbioscoop en ontrafelde Bowies geheim. Lees het hieronder terug.

In zijn nieuwste videoclip 'Blackstar' speelt David Bowie maar liefst drie personages. 'Blackstar' is de vooruitgesnelde single van het gelijknamige album dat in januari zal verschijnen en in die clip is David Bowie afwisselend een blinde ziener, een boeteprediker en een sater. Naar de exacte strekking van het verhaaltje blijft het nog even gissen. Het draait om een overleden astronaut op een verre planeet (Bowie-vorsers roepen dan direct in koor: 'Major Tom!' uit de hitsingle uit 1969, 'Space Oddity') en er blijkt een cultus om de ongelukkige heengebouwd.

Veel meer geeft het filmpje niet prijs, iets wat tot levendige discussie leidt tijdens de nazit. Enfin, als het complete album verschijnt, dan valt vast alles netjes op zijn plek. Maar daar gaat het nu even niet om. Waar het om gaat is dat we de acteur David Bowie weer aan het werk zien, eigenlijk een van de weinige popsterren die erin slaagden een serieuze filmografie op te zetten. Een deel daarvan zal naar aanleiding van de tentoonstelling David Bowie is in het Groninger Museum worden hervertoond.

Beeld .

Altijd leuk, zo'n retrospectief. Wat er - naast het feit dat Bowie sinds zijn optreden in de film 'Christiane F.' (1981) zijn tanden heeft laten fatsoeneren - vooral uit naar voren komt, is dat hij nooit twee keer dezelfde rol heeft willen spelen.

David Bowie: de man met de duizend gezichten. Bij zijn debuut was hij een alien die water voor zijn verdorde planeet kwam zoeken in 'The Man Who Fell to Earth' (1976). Vervolgens speelde hij onder meer een gezelschapsheer voor geld ('Just a Gigolo', 1978), een Britse majoor in Japanse krijgsgevangenschap ('Merry Christmas, Mr. Lawrence', 1982), een verdrietige vampier ('The Hunger', 1983), alsook een heel coole Pontius Pilatus die Jezus achteloos ondervraagt ('The Last Temptation of Christ', 1988). En Andy Warhol, die heeft hij ook gedaan ('Basquiat', 1996).

David Bowie als Andy Warhol in Basquiat.Beeld .

In Christopher Nolans illusionistendrama 'The Prestige' (2006) is hij dan weer de gek geworden wetenschapper Nikola Tesla en ook die rol gaat hem heel behoorlijk af. "Er zit", zo heeft hij wel eens uitgelegd, "een lange lijn van schizofrenie in mijn familiestamboom. Daarmee zal het wel iets te maken hebben."

Dat sloeg al terug op de dagen dat hij met zijn totaaltheater 'Ziggy Stardust and the Spiders from Mars' in de jaren zeventig een alterego koos. Met zijn gekohlde ogen, gestifte lippen en overige extravaganza werd Bowie de kampioen van de glamrock, in samenspraak met lieden als Marc Bolan van T-Rex, Lou Reed en Iggy Pop. Toen zelfs de arbeideristische band Slade naar de mascara greep, besloot Bowie dat het tijd werd voor iets anders. En nog een keer. En nog een keer.

Een van die nieuwe dingen was: acteren. Of, nou ja, nieuw? Op de basisschool in Bromley had Bowie al lessen gevolgd, en als adolescent was hij in de ban geraakt van acteur, choreograaf en mimespeler Lindsay Kemp, de Britse Marcel Marceau. Die lessen kwamen in een volgend leven goed van pas: je kunt Bowie in 'Merry Christmas, Mr. Lawrence' plagerig zien mimen richting zijn Japanse bewaker.

DAvid Bowie als Nikola Tesla in 'Prestige'.Beeld rv

Een popster op het witte doek, dat is doorgaans vragen om problemen. Hooguit genereert het wat extra publiciteit, zal het de fans naar de bioscoop lokken, maar voor de filmgeschiedenis blijft het onbeduidend. Mick Jagger is het niet gelukt, althans ('Ned Kelly', 1970). Madonna, idem (met uitzondering van 'Desperately Seeking Susan' 1985). Keith Richards was grappig als kapitein Teague in 'Pirates of the Caribbean', maar dat was toch eerst en vooral sympathieke camp.

En dan heb je nog Elvis. Elvis wilde helemaal geen Elvis zijn, hij was veel liever Marlon Brando. Na 31 pogingen in die richting, herinneren we ons alleen nog 'King Creole' (1958) en 'Flaming Star' (1960). De rest van Presleys filmoeuvre bestaat uit vrolijke nietszeggendheid, bedacht door zijn manager, kolonel Tom Parker. Hooguit kunnen we een glimlach niet onderdrukken als we Elvis in een scène een swingend productienummer zien doen, denk: 'Jailhouse Rock' (1957).

David Bowie heeft ook eens zo'n swingend productienummer uitgevoerd, met dansjes en pasjes, als was het een musical. Dat was in 'Absolute Beginners' (1986), waarin hij de gladde, diep verdorven reclameman Vendice Partners speelt. Voor zijn act tijdens het liedje 'That's Motivation' ging Bowie te rade bij het imago van Frank Sinatra, met gleufhoed en al - the rat pack revisited, maar de scène blijft toch vooral bij omdat David Bowie hier in feite David Bowie speelt, gewoon zichzelf dus.

En dat moet je nu precies niet hebben wanneer je als popster gaat acteren. Dat werkt als volgt: uit de filmwetenschap is bekend dat de kijker op twee manieren een film kan beleven, de zogeheten A- en F-emotie. De F staat voor fiction: door het vertoonde zijn we bereid mee te gaan in het verhaal. We vergeten dat het film is, zogezegd. De A staat voor: artificieel. De kijker concentreert zich niet op het verhaal, laat zich niet meeslepen, maar bestudeert tijdens de voorstelling hoe de film technisch in elkaar steekt, wat de handigheidjes in het scenario zijn, de kwaliteit van de special effects, en vooral: hoe de prestaties van de cast uitpakken. Noem het de professionele blik, die van de filmrecensent, we beseffen dat we naar een gecreëerde werkelijkheid kijken.

Helder, maar als de bioscoopbezoeker die zich verheugde op het verhaal gedurende de voorstelling verschuift van F- naar A-emotie, tja, dan is er iets mis. Als de kijker denkt: hé, daar heb je Prince die een toneelstukje doet of: Madonna, tjonge - dan is de film reddeloos verloren. En de popster die acteur wilde worden al evenzeer: hij slaagde er maar niet in om van zijn gebruikelijke publieke persona los te komen.

Als Thomas Jerome Newton in 'The Man Who Fell to Earth'.Beeld rv

Keiharde wetten zijn dat. En zo bezien is het David Bowie toch een paar keer gelukt om ons in zijn rol te doen geloven. Hij mag dan geen Laurence Olivier zijn, je wilt best aannemen dat hij als alien naar de aarde is gevallen, of in dat jappenkamp zit, of Pontius Pilatus is. Ook voor de rol van koning Jareth in Jim Hensons sprookje 'Labyrinth' (1986) is hij geknipt, al werd Bowie dan opgezadeld met het lelijkste kapsel sinds Rod Stewart.

Waar zit hem dat nu in? Dat David Bowie er onder zijn vakgenoten toch uitspringt als acteur? Heeft het te maken met zijn androgyne verschijning? Dat hij om te beginnen toch al ongrijpbaar is, nog eens versterkt door verschillend gekleurde ogen (groen en blauw, de uitkomst van een klap in 1962 door een schoolvriend tijdens een ruzie om een meisje)? Of komt het door het feit dat het meestal slecht afloopt met zijn personages? Heel vaak verliezen ze of gaan ze dood, zoiets voert de spanning op.

Na een dvd-marathon in de thuisbioscoop moet de conclusie wel luiden: De Stem, het is eerst en vooral zijn stem. Die kan hij werkelijk naar alle kanten ombuigen, veel meer nog dan zijn blikken. Toon en timbre van een acteur worden nog weleens onderschat. Wij denken dat het om diens looks gaat, of vooruit, zijn method acting en de manier waarop de camera van de speler houdt.

In The Man Who Fell to Earth.Beeld rv

Nou ja, dat is ook allemaal waar. Maar vergeet die stem niet, de stem completeert het personage. Niet voor niets legde een jonge Thom Hoffman thuis in Wassenaar maanden achtereen een album met dialogen van James Dean op zijn pick-up, om maar diens intonatie te kunnen bestuderen. Tom Hoffman heeft James Dean dermate geïnternaliseerd dat hij het nog steeds ieder gewenst moment voor je kan oproepen. Maar de zanger David Bowie wist van zichzelf al hoe je een tekst bezorgt, met de juiste intonatie, de dictie, zacht spreken, zelden stemverheffing, hou het intiem.

Niemand kan zo mooi verzuchten: 'If I stay, I'll die.'

Dat zegt hij tegen zijn aardlingvriendinnetje Mary Lou, waarop zij uitroept: 'You're an alien!' (uit: The Man Who Fell to Earth).

In 'The Labyrinth'.Beeld rv

Hoe belangrijk die stem is, blijkt nog maar eens uit de dvd van 'Just a Gigolo', die warrig gemonteerde rolprent over opkomst en ondergang van de Weimarrepubliek. Dat het de allerlaatse rol van Marlene Dietrich betreft, heeft deze film van de vergetelheid gered. De oorspronkelijke Duitse versie staat ook op het schijfje, dan heet het werkstuk van regisseur David Hemmings Schöner Gigolo, armer Gigolo - en ja, het aandeel van de Angelsaksische cast is rücksichtslos nagesynchroniseerd, waaronder de dialogen van Kim Novak én David Bowie.

Wie precies diens personage Paul Ambrosius von Przygodski heeft ingesproken, vermelden de credits niet, maar het was ongetwijfeld een grootheid in eigen land. John Wayne bij een nagesynchroniseerde western in het Duits aanhoren, dat was al geen pretje. Maar David Bowie met een harde, schrille stem in het Duits te moeten aanhoren, is ronduit ridicuul. Wég betovering, we worden tegen onze zin de hoek van de A-emotie ingedreven.

Zónder zijn eigen stem blijkt Bowie plots een middelmatig acteur, categorie: bijrolletjes Tatort. Draai je evenwel de Engels gesproken versie, met de échte Bowie, dan redt hij eigenhandig de film, voor zover er nog wat te redden viel (laconiek commentaar van Bowie, achteraf: 'Just a Gigolo is als de 31 rampzalige films die Elvis maakte, maar dan in één film').

Ten koste van het speelplezier ging het blijkbaar niet. Nog eens 22 films volgden, alsook een fijne cameo in Ricky Gervais' comedy 'Extras' (2006; seizoen 2; episode 2). In januari wordt Bowie 69 jaar, en om dat vast te vieren permitteert hij zich drie rollen in de clip van Blackstar.

Helemaal Bowie, of zoals John Lennon (die midden jaren zeventig met hem samenwerkte bij de hitsingle Fame) het ter zake stelde: 'Altijd interessant om Bowie te ontmoeten. Je weet nooit welke David je nu weer voor je krijgt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234