Donderdag 02/02/2023

InterviewBoris Van Severen

Boris Van Severen: ‘Ik kijk erg uit naar de rollen die ik kan spelen als ik 45 ben, zoals de uitgezette vader’

Boris Van Severen: 'Ben ik als acteur minder geloofwaardig omdat meespeel in een reclame voor Miele? Ik vind van niet. Ik weiger heel veel aanvragen, want wat interesseren mij een paar gratis bakken bier?' Beeld Carmen De Vos
Boris Van Severen: 'Ben ik als acteur minder geloofwaardig omdat meespeel in een reclame voor Miele? Ik vind van niet. Ik weiger heel veel aanvragen, want wat interesseren mij een paar gratis bakken bier?'Beeld Carmen De Vos

Wie is er altijd ergens te zien in een film of serie, zoals nu in Déjà Vu? Inderdaad, Boris Van Severen (33). Een gesprek over succes, stress en spuitwater van de Colruyt. ‘Ik weet nu al waar mijn zonen op 17 januari slapen. Dat moet wel.’

Lotte Beckers

Boris Van Severen moet lachen. Dat hij succesvol is, hadden we net gezegd, terwijl we het opnamebandje starten. En dat we het daar graag met hem over wilden hebben. En dan een luide lach. “Dat is allemaal relatief, toch?”

We zitten in de woonkamer van zijn nieuwe huis in de Gentse rand, een bungalow uit de jaren 1960 waar hij woont met zijn twee zonen en actrice en presentatrice Frances Lefebure, die hij sinds vorig jaar zijn vrouw mag noemen.

Op het dak liggen zonnepanelen, aan de koelkast hangt een weekmenu, en we kijken uit op de grote tuin, waar Van Severen – geboren en getogen in de Gentse binnenstad – graag in werkt, tot grote verbazing van zijn vrienden. Is hij nu officieel een dertiger? “Ja, zalig. Ik ben graag fysiek bezig en in de tuin is het werk duidelijk: de bladeren moeten weg, het gras moet kort. In mijn vak is het werk niet zo helder.”

Maar succes, daar hadden we het over. Want het is al bijna tien jaar geleden dat Van Severen als piepkuiken, fris van de schoolbanken, meteen raak schoot. Samen met Jonas Vermeulen (u inmiddels welbekend als Frank Verstraeten in Zillion) mocht hij het vliegtuig op om hun afstudeervoorstelling The Great Downhill Journey of Little Tommy te spelen op exotische bestemmingen als Nieuw-Zeeland. Inmiddels is hij een begrip in de Vlaamse fictie: altijd wel ergens te zien in een film of serie, zoals nu in Déjà Vu.

BIO

geboren in 1989 • speelt onder meer bij theatercollectief Het KIP • was op klein en groot scherm te zien in o.a. Belgica, In Vlaamse velden, De dag, GR5, Déjà Vu en Een goed jaar • is de zoon van ontwerper en interieurarchitect Maarten Van Severen (1956-2005) • is getrouwd met Frances Lefebure, heeft twee zonen

Maar je moet lachen als ik je succesvol noem. Vind je dat zelf dan niet?

“Jawel, ik vind dat ik goed bezig ben. Maar er is altijd ruimte voor verbetering. Dat is eigen aan onze job: je wilt het altijd beter doen, je personage nog iets beter inkleuren dan de vorige keer. Dat kan verlammend werken, maar ik vind dat ook rustgevend: er is geen eindpunt. Er zijn nog veel rollen waar ik van droom – zo wil ik graag eens een vrouw of een travestiet spelen.

Je droomt niet van ­Hollywood?

“Ik ga naar castings in de Verenigde Staten en in Engeland, daar komen dan tweeduizend mensen op af. Ik ga er altijd voor, maar ik heb ook een gezin, dus ik kan geen drie maanden vrijmaken om in Los Angeles in de rij te staan voor audities. Als ik met niemand rekening moest houden, ik zou zo het vliegtuig opstappen. Maar ik ben totaal niet ongelukkig omdat ik dat nu niet kan.”

Wat weinig mensen weten, is dat je Europese carrière wel stilaan op stoom komt en dat je je plan trekt in het Engels, Frans en Duits.

“Ik speelde mee in de BBC-serie Baptiste, in de Franse reeks Renaissances en in een Duitse film. Ik heb ook net de hoofdrol gekregen in een internationale reeks. Dat is fijn, die bevestiging uit het buitenland. Ik wil ook vermijden dat mensen me hier te veel op televisie zien en denken: alwéér die Boris Van Severen.

“Ik zie acteren als een langdurige carrière, dus moet ik goed kiezen aan welke projecten ik me wil verbinden. Dat is soms hard, omdat er periodes zijn waarin er geen geld binnenkomt. Dat heb ik de laatste maanden wel gevoeld. Maar ik vertrouw erg op mijn buikgevoel: als ik niets voel voor mijn personage of het scenario, doe ik het niet. Ik wil geen sell-out zijn.”

Wat bedoel je precies met lastige maanden?

“Ik heb een superslecht jaar achter de rug, met momenten waarop ik dacht: fuck, die rekeningen blijven maar komen. Dat gaat snel op hoor, geld. (lacht) Die onzekerheid vind ik het moeilijkste aan dit werk: soms verdien ik genoeg, dan ineens maandenlang niets. Als je dan ook nog een huis koopt, vliegt het geld er snel door. Ik ben impulsief: als ik een nieuwe laptop moet hebben, koop ik ineens de grootste en de beste, hoewel ik dat helemaal niet nodig heb.

“Dat doe ik nu dus niet meer, want het is echt niet fijn om je rekening heel de tijd rond nul te zien schommelen. (draait zijn fles spuitwater om) Kijk, van Everyday (huismerk van Colruyt, red.). Het gaat ondertussen beter, maar zover wil ik het nooit meer laten komen. Ik heb zelfs zona van de stress. (lacht) ’t Is echt!”

'Op het conservatorium deed ik alsof ik cool was en me van niets iets aantrok, maar je moest eens weten hoe onzeker ik toen was. Nog altijd vinden veel mensen me cocky of arrogant, dat achtervolgt mij.' Beeld Carmen De Vos
'Op het conservatorium deed ik alsof ik cool was en me van niets iets aantrok, maar je moest eens weten hoe onzeker ik toen was. Nog altijd vinden veel mensen me cocky of arrogant, dat achtervolgt mij.'Beeld Carmen De Vos

Mijn volgende vraag – of je gevoelig bent voor druk of stress – is bij deze beantwoord.

“Ja, blijkbaar wel. Het is de eerste keer dat ik daar last van heb. Die financiële stress is wat aan het weg­ebben, maar ik weet ook niet hoe onze energiefactuur gaat uitdraaien. Daar zit ik mee in, en dan er is werkstress en de kinderen die opvang nodig hebben. Frances en ik werken zo onregelmatig dat we altijd een planning voor de komende drie maanden moeten maken. Ja, ik weet nu al waar mijn zonen op 17 januari slapen. Dat moet wel.”

Je manager vertelde me dat je heel goed bent in plannen en boekhouden. Ik denk niet dat ik ooit al iemand uit jouw sector heb ontmoet die daar goed in is.

(lacht) “Mijn boekhoudster gaat lachen, want ik wacht soms te lang om mijn facturen door te geven. Maar ik weet wel veel over boekhouden omdat het mij interesseert. Ik vind dat ik als zelfstandige toch moet begrijpen waarover het gaat als mijn jaarrekening besproken wordt. Dat geeft mij rust. Als acteur moet je jezelf ook steeds meer als een ondernemer gedragen. Zie maar wat er in Antwerpen gebeurt, met de projectsubsidies. Dat is van de hond z’n kloten. Het is vreselijk als je nu als beginnend kunstenaar je weg moet zoeken.”

Op Instagram maakte je reclame voor Miele. Moeten acteurs vandaag zulke dingen doen om rond te komen?

“Voor ons was dat geen noodzaak, maar het is wel fijn als je net een nieuwe keuken aan het zetten bent en daar alvast je geld niet aan moet uitgeven. En mijn geloofwaardigheid? Pff... Ik snap je opmerking wel, maar wat is dat eigenlijk, geloofwaardigheid? Ben ik als acteur minder geloofwaardig omdat ik een keuken van Miele heb? Ik vind van niet. Ik weiger heel veel aanvragen, want wat interesseren mij een paar gratis bakken bier?

“En natuurlijk heb ik er aan gedacht om iets anders te doen. Ik heb wel wat brute kracht, dus misschien iets in de bouw? Ik ken wel wat collega’s die tijdens corona bij verhuisfirma’s hebben gewerkt. Dat is de realiteit. Mensen hebben de neiging om bekende figuren op een piëdestal te zetten, maar het is belachelijk om te denken dat wij niet onderhevig zijn aan de wetten van de economie.”

Heb je veel werk in het vooruitzicht?

“Ik ga volgend jaar op tournee met Vuur/Toren, een productie van Laika en hetpaleis, dan zijn er wat draaidagen links en rechts, en in de zomer starten de opnames voor die buitenlandse reeks. Op dit moment ben ik met Jonas aan het repeteren voor een nieuwe voorstelling. Onze afstudeervoorstelling had veel succes, en de opvolger The only way is UP ook. Dus als we nu met iets naar buiten komen, moet het legendarisch zijn. Ik hou wel van die uitdaging: ik wil all the way gaan en dat fucking goed doen.”

In Déjà Vu speel je een bijrol, als de minnaar van Natali Broods. Kom je nog je bed uit voor zo’n dienende rol?

“Dat hangt ervan af. Ik vond het scenario goed en wilde deel uitmaken van dat project, dan vind ik het niet erg dat mijn rol niet groot is. Maar wat ik niet meer wil doen, is een gastrol spelen in een reeks. Ik heb dat gedaan hoor, voor Professor T. en De Ridder, als het centrale onderwerp van één aflevering. Maar dan kom je terecht in een ploeg die als een familie aan elkaar hangt, en of jij dan die rol komt spelen of iemand anders, dat doet er voor hen niet toe. Alsof je een interimmer bent, ja. Terwijl ik elk project ook ervaar als een nieuwe familie. Ik hou van dat groepsgebeuren, en een open dialoog.”

Volgens je manager word je nog te vaak gevraagd om ‘de mooie jongen’ te spelen.

“Dat begint te beteren, maar ik merk dat ik dat zelf moet pushen. Voor die Duitse film heb ik mijn haar en een dikke baard laten groeien, en dan merkte ik wel dat ze dat even lastig vonden. Natuurlijk is het een compliment hè, als je de mooie jongen mag spelen. Maar het is ook een beperking die ik niet wil. Ik kijk erg uit naar de rollen die ik kan spelen als ik 45 ben, zoals de ietwat uitgezette vader. Misschien moet ik dat ook zelf initiëren: eens dertig kilo bijkomen om te zien wat er dan gebeurt.” (lacht)

Jonas vertelde me dat hij zich nog precies herinnert hoe jij het conservatorium kwam binnengewandeld: in een skinny jeans, met een lange bles en altijd een gitaar op je rug. Je was nogal een verschijning, zei hij, met de air van een echte artiest.

“Die gespeelde zelfverzekerdheid, zo goed. (lacht) Ik deed alsof ik cool was en me van niets iets aantrok, maar je moest eens weten hoe onzeker ik toen was. Nog altijd vinden veel mensen me cocky of arrogant, dat achtervolgt mij. Ik denk soms dat mensen mij niet kennen en dan durf ik hen geen goedendag te zeggen. En als ik op een terrasje op iemand wacht, zit vaak in mijn eigen wereld en is mijn houding heel gesloten, ook omdat ik vaak word aangestaard. Dat kan wel overkomen als hautain, terwijl het ook maar twijfel en onzekerheid is. Ik trek me dat niet aan, nee. Ik weet dat ik niet zo ben.”

'Ik ben gescheiden van de moeder van mijn kinderen. Dat is pijnlijk, ook omdat je aan jezelf moet toegeven dat je gefaald hebt.' Beeld Carmen De Vos
'Ik ben gescheiden van de moeder van mijn kinderen. Dat is pijnlijk, ook omdat je aan jezelf moet toegeven dat je gefaald hebt.'Beeld Carmen De Vos

Mensen omschrijven je als lief en hartelijk.

“Dan is alles goed, toch?”

Ze zeggen ook dat je vertrouwt op je instinct en niet bang bent om te springen. Je bent bijvoorbeeld bewust vader geworden toen je nog studeerde en nog je weg moest zoeken als acteur.

“Dat is waar, ik spring liever dan dat ik wacht tot de boot gepasseerd is.”

Als je zo jong bent, dan heb je toch alle tijd?

“Natuurlijk, maar dat had ook wel te maken met mijn trauma’s na het vroege overlijden van mijn vader (de bekende ontwerper Maarten Van Severen, red.). Ik verlangde naar een gezin omdat ik dat miste. Maar ook in mijn werk ben ik een springer. Ik ga er altijd voor en ik zie wel waar ik uitkom. Ik ben ervan overtuigd dat alles altijd goedkomt. Dat heeft niets te maken met religie of een geloof in het lot, maar ik vertrouw wel op mijn buikgevoel. Dat is het belangrijkste dat ik heb.”

Wie springt, kan ook lelijk vallen.

“Ik ben gescheiden van de moeder van mijn kinderen. Dat is pijnlijk, ook omdat je aan jezelf moet toegeven dat je gefaald hebt. Maar dan komt er ook wel iets nieuws in de plaats. Ik merk dat ik veel dichter bij mijn kinderen sta dan vroeger. Dat heb ik ook te danken aan Frances, omdat ze me leert praten over mijn gevoelens en omdat ze me goed kan sussen. Want net omdat ik zo snel spring, heb ik ook momenten waarop ik kan razen omdat het misloopt: fuck, daar heb ik niet aan gedacht! Zij kan me goed kalmeren, daar ben ik haar heel dankbaar voor.”

Het is gek dat je zegt dat Frances je leert praten, want je ben altijd heel open geweest in interviews: over jezelf, over je relatie met haar, over je vader en zijn dood.

“Dat is ook waar. Voor mij is dat de enige manier. Ik vind het quatsch als mensen toestemmen met een interview om dan niets te zeggen of oneerlijke antwoorden te geven. Dat vind ik niet boeiend om te lezen. Maar het helpt me ook om de dingen waar ik mee zit, te horen uitspreken. Als ik over mijn angsten vertel, laat ik ze bijna verdwijnen.”

Frances en jij praten veel over jullie liefdesgeluk, maar je weet ook: als het misloopt, staat het op de cover van ‘de boekskes’.

“Dat interesseert mij absoluut niet. Ik kan alleen maar spreken over nu en hoe ik mij nu voel. En mocht ons huwelijk op de klippen lopen, is dat toch ook zo? Dat doet geen afbreuk aan mijn gevoelens nu.”

Je vader is zeventien jaar geleden gestorven aan kanker. Vind je het lastig dat het elke keer toch weer over hem gaat, dat je altijd ‘de zoon van’ bent?

“De verhoudingen zijn veranderd: tegenwoordig is hij ‘de vader van’. (lacht) Het helpt ook dat we nooit rechtstreekse concurrenten waren: ik weet niets over tafels en stoelen, hij wist niets over acteren. En ook al vraag ik me af of mensen dat nog wel willen lezen, vind ik het wel fijn om over hem te praten.

“Al twee weken droom ik van hem en word ik met tranen wakker. Niet van verdriet, maar van schoonheid: huh, jij hier? Zo tof! Ik vind die dromen superleuk, omdat ik hem weer heel levendig in mijn verbeelding zie. Ik dacht dat ik het allemaal verwerkt had, en daar zijn opeens die dromen.

“Dat wijst erop dat ik er nog steeds mee bezig ben, maar is dat erg? Nee, totaal niet. Ik ben blij dat ik hem nog eens heb mogen voelen, dat ik nog eens blijdschap en verdriet om hem ervaar. Ik word daar bijna enthousiast van.”

Het zou erger zijn als zijn dood je niets meer deed, toch?

“Ja, precies. Omdat het mij ook gevormd heeft tot wie ik ben, zoals elke traumatische ervaring je vormt.”

Wat blijft daar dan van hangen, zeventien jaar later?

“Wow, dat is een moeilijke vraag. Ik denk het besef dat het leven eindig is en dat het op eender welk moment gedaan kan zijn. En dat je daarom ook gewoon zo veel mogelijk moet genieten van de tijd die je hebt. Dat verlamt mij niet, nee. Als het morgen gedaan is, kan ik zeggen dat ik gelukkig geleefd heb. Ik ben echt op een goede plek in mijn leven, ik ben content en dankbaar.

“Ik moet dat ook oefenen hè, dankbaar zijn om wat ik heb in plaats van gefrustreerd te zijn om wat ik niet heb. We proberen dat nu ook de kinderen mee te geven. Dit weekend hadden we met hen een gesprek over respect: als je hun geen goedemorgen zegt, dan lopen ze je ’s ochtends straal voorbij. Dat konden we echt niet toelaten.

“Op het einde van dat gesprek hebben we allemaal drie dingen opgesomd waarvoor we dankbaar zijn. Bij die kinderen blijft dat natuurlijk wat op de oppervlakte, ze zijn dankbaar dat ze knikkers gevonden hebben. Maar ik ben benieuwd hoe dat gaat evolueren.”

Als je ongeluk hebt gekend, ben je dan ontvankelijker voor geluk?

“Onlangs las ik De profeet van Kahlil Gibran, en hij schrijft dat verdriet en geluk een weegschaal vormen. Het ene kan niet bestaan zonder het ander. Dat klopt wel, vind ik: je moet toch weten hoe de laagtes voelen om de hoogtes te appreciëren? Het zou ook maar een saaie boel zijn mochten we de hele tijd gelukkig zijn, toch?”

Waar lig je vandaag van wakker?

“Over mijn kinderen. Hoe ik voor hen een goede vader kan zijn, in welke mate ik streng moet zijn, of juist een vriend. Ik wil hun waarden en normen meegeven, zodat ze als twintigers respect hebben voor ons en hun medemens. En ik hoop dat ze betere tijden zullen kennen dan wij vandaag. Ik merk dat ik vaker het nieuws uitzet omdat ik er depressief van word. Soms ben ik oprecht bang voor oorlog, op andere momenten denk ik: we zullen het wel zien zeker, als hier de bommen vallen? Dat is wellicht ook een copingmechanisme, om me niet te veel te laten verlammen?”

'Als het morgen gedaan is, kan ik zeggen dat ik gelukkig geleefd heb.' Beeld Carmen De Vos
'Als het morgen gedaan is, kan ik zeggen dat ik gelukkig geleefd heb.'Beeld Carmen De Vos

Om nog eens terug te komen op die openheid: een paar jaar na zijn dood kwam er een documentaire uit over je vader, waarin jullie als gezin ook vertelden over de schaduw­kanten van zijn succes: zijn verslavingen, zijn afwezigheid. Het moet zijn dat je die eerlijkheid van je familie hebt meegekregen.

“Ik herinner me toch dat we daar als familie achter stonden: dit is onze vader. Als je een portret van iemand maakt, moet je toch niet alleen de goede dingen laten zien? Het zou belachelijk zijn om alles eruit te laten wat niet koosjer was. Zonder lelijkheid ook geen schoonheid.”

Kon je dat ook zeggen toen hij nog leefde?

“Ik was daar te jong voor, denk ik. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 11 was en daarna heb ik mijn vader een aantal jaren amper gezien. Ik was heel kwaad op hem omdat ik mijn moeder veel zag huilen, al wist ik niet goed waarom. Maar toen hij ziek werd, was hij daar veel ontvankelijker voor. Ik was 15, en ik herinner me dat hij bij mijn moeder op bezoek was. Zij was met mijn jongste broer naar de videotheek, mijn vader en ik waren even alleen, en toen heb ik hem wel wat dingen kunnen zeggen. Ik weet niet meer of hij zich toen geëxcuseerd heeft. Maar ik weet wel dat hij hoorde wat ik te zeggen had en dat er daarna een omhelzing was. Dat was goed.”

Was je bang dat de geschiedenis zich zou herhalen toen je zelf scheidde?

“Natuurlijk, daarom ga ik all in voor mijn kinderen. Ik zou alles doen voor hen. Ik ben veel met hen bezig, ga zo veel mogelijk naar schoolvergaderingen,... Dingen die ik mijn vader nooit heb zien doen, mijn moeder nam alles op zich. Bezig zijn met mijn gasten, dat is het enige wat ik kan doen. Hun een goede basis bieden, samen met Frances, hun moeder en haar vriend.”

En dat lukt, in een nieuw samengesteld gezin?

“Dat is soms moeilijk, maar ik vind dat het almaar beter gaat. Frances is in een situatie beland waarvoor ze zelf niet heeft gekozen: ze is op mij verliefd geworden en die kinderen komen daarbij. Voor haar was dat een hele aanpassing. Het was veel voor haar, en omdat de kinderen dan ook nog eens een andere moeder hebben, viel zij ook zowat tussen mij en mijn ex. Ze was daar heel emotioneel over, en dat begreep ik dan weer niet. Ik zag dat helemaal anders: allemaal mensen die ik graag zie in één huis, zalig toch? Maar vandaag merk ik daar bijna niets meer van en we kunnen er ook beter over praten. Ze ziet die gasten graag en zij zien haar graag. We zijn een gezin met een kwinkslag, zoiets.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234