Vrijdag 10/07/2020

Interview

Bob Geldof: ‘We komen de wereld naar de keel vliegen’

Muziek leek jarenlang bijzaak voor bedrijfsleider en investeerder Bob Geldof, zeker sinds de tragische dood van zijn 25-jarige dochter Peaches. Maar hij krabbelde recht, floot The Boomtown Rats weer bijeen en kanaliseerde zijn angsten, verdriet en woede op Citizens of Boomtown, de eerste plaat van de band in 36 jaar. ‘Ik ben echt hard op zoek moeten gaan naar mijn alter ego Bobby Boomtown, de slungelige twintiger die voor niemand uit de weg ging en met zijn schoenmaat 48 alles en iedereen keihard vertrapte.’

Robert Frederick Zenon Geldof (68) was twee keer genomineerd voor een Nobelprijs voor de Vrede, schreef samen met Midge Ure ‘Do They Know It’s Christmas?’ en in de zomer van 1985 was hij de grote man achter Live Aid, het evenement dat voor de lange Ier tegelijk de artistieke doodsteek werd. Zijn Boomtown Rats hielden ermee op, in Geldofs latere soloplaten bleek niemand geïnteresseerd.

Op zijn 68ste is hij nog steeds een enigma. Tijdens ons gesprek staat hij voortdurend in vuur en vlam: omdat hij zo gepassioneerd praat, maar ook omdat hij chronisch kwaad lijkt te zijn. Ook op Citizens of Boomtown steekt hij zijn vuist tien songs na elkaar in de lucht, meestal om – zoals hij het zelf zegt – de wereld een rechtse directe te geven. Het is ook Geldofs eerste muzikale teken van leven sinds Peaches in april 2014 aan een overdosis heroïne bezweek.

Hoe gaat het nu met u?

“Ik geloof weer in een toekomst, maar ik geloof níét meer dat tijd alle wonden heelt. Ik zie verdriet nu als een bodemloze put: er komt geen einde aan. Het overvalt me in elk geval nog dagelijks. (stil) Meteen na de dood van Peaches had ik een paar... heel irrationele ideeën, maar uiteindelijk heb ik maar besloten om door te gaan.”

U vond troost in de muziek, maar het wil niet meevallen. The Boomtown Rats hebben na bijna víér decennia een nieuwe plaat uit, en net nu staat de hele wereld in brand.

“Een ongelukkig toeval, zeg dat wel. Maar ik ben vooral geschrokken van de stuitende onnozelheid die je plots overal ziet opduiken. Alsof domheid een neveneffect is van het virus.”

De wereld waarin u de Rats terug tot leven wekt, is er ook één waarin rock-’n-roll haast dood en begraven lijkt.

“Helaas, ja. Vijftig jaar lang was rock-’n-roll dé ruggengraat van onze maatschappij. Ik heb de indruk dat hij nu plaats heeft gemaakt voor nepmuziek, met gespeelde emoties en bedoeld voor naïeve tieners die het allemaal slikken. Het doet denken aan de muzak die in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw werd gemaakt.

“Er is veel veranderd, maar anderzijds heeft de wereld ook duidelijk iets gemeen met de wereld waarin de Rats kwamen piepen, midden jaren 70: hij ligt weer op zijn gat.”

U groeide op in een ontwricht en arm gezin, waar u bijna dagelijks werd ingeprent: straatkinderen schoppen het nooit ver. Nu bent u multimiljonair, één van ’s werelds bekendste weldoeners én moeten we u aanspreken als Sir Bob Geldof.

“Ik groeide op in absolute armoede, zonder perspectief op een beter leven, dat klopt. Maar ik heb altijd goed om me heen gekeken. Als kind zag ik mannen van middelbare leeftijd in de rij staan om toch maar sociale steun te krijgen, terwijl binnen de mannen van de overheid koffie zaten te drinken en ongeïnteresseerd naar buiten keken om te zien of de rij niet te lang werd. Ik wist toen al: mij zal dat nooit overkomen. Maar een plan had ik niet.”

Leef het leven en de kennis volgt vanzelf, was altijd uw slogan.

“Ik heb mezelf opgevoed. Mijn moeder overleed toen ik zeven jaar was, mijn vader was vertegenwoordiger en dus altijd onderweg. Ik heb als tiener heel veel jobs gehad – ik heb in een slachthuis gewerkt, in een ziekenhuis en in de bouw – maar ik wist altijd dat er meer was en dat wilde ik najagen. (denkt na) Eerlijk: ik ben nu 68 jaar en ik voel me nog altijd als dat jongetje in het abattoir, op zoek naar iets dat ongrijpbaar is.”

‘Rijk en bekend worden, en veel kunnen neuken’: dat was ooit uw antwoord op de vraag waarom u met The Boomtown Rats bent begonnen. Waarom zijn jullie er in 1986 mee gestopt?

(lachje) Simpel: omdat we niets meer te vertellen hadden. Niet alleen waren onze levens én het muzieklandschap veranderd, ook het leven in Ierland en Engeland kreeg meer perspectief: ik hoefde dus niet langer boodschapper te spelen. Bovendien ging de band steeds meer aanvoelen als een job, en muziek maken zonder passie is geen optie voor mij. Dat geldt voor mijn hele leven. Ik duik overal voor 100 procent in, zonder ooit na te denken over de gevolgen van wat ik doe.”

U was rond die tijd ook vooral ‘die meneer van Live Aid’ en niet meer de popster Bob Geldof. Dat was een strijd die u niet kon winnen.

“Dat geloof ik zeker. Na Live Aid werd mijn naam alleen nog maar verbonden aan dat historische evenement. Mijn muzikale afkomst werd totaal overwoekerd. Ik had daar op zich vrede mee, maar al die aandacht blies indertijd wel het Boomtown Rats-kaarsje uit.”

U zei me ooit dat The Boomtown Rats er alles uitgehaald hebben wat erin zat. Vindt u dat nog altijd?

“We hebben toch een aantal briljante platen gemaakt, al zeg ik het zelf. Oké, niet ál onze platen zijn even memorabel, maar voor wie gaat dat wel op? Veruit de meeste grote bands en artiesten hebben maar een handvol legendarische platen gemaakt. Kan jij nu ter plekke álle platen van The Rolling Stones, van U2 of van Bob Dylan opnoemen? Natuurlijk niet. Ze hebben er stuk voor stuk maar een paar die echt gedenkwaardig zijn, waarop ze iets volstrekt unieks te vertellen hadden.

“Halfweg de jaren 80 werden we voorbijgesneld door nieuwe artiesten met een totaal andere attitude. Daarnaast was door Live Aid mijn leven totaal veranderd. The Boomtown Rats waren gewoonweg niet meer het perfecte vehikel voor mij.”

Jullie ontdekker was Nigel Grainge, broer van de huidige baas van Universal Music, Lucian Grainge.

“Nigel Grainge was de visionair, de man die begreep hoe speciaal de Rats waren. Richard Branson wilde ons ook tekenen, maar alleen omdat hij ons ‘een aardig bandje’ vond. Nigel keek verder. Hij had eerder Status Quo ontdekt, en later onder meer 10cc, Thin Lizzy, Sinéad O'Connor en The Waterboys. Hij zag ons in Dublin spelen en wist meteen wat voor impact wij konden hebben. Hij was het ook die Mutt Lange uit Zuid-Afrika naar hier haalde.”

Robert ‘Mutt’ Lange, de ex-echtgenoot van Shania Twain en architect van haar succes.

“Maar ook de producer van Back in Black van AC/DC én van Def Leppards Hysteria! Mutt vond ons eerst helemaal niets. Volgens hem kon ik niet zingen en was de band vreselijk, maar Nigel stond erop dat hij ons zou producen. Hij pakte ons keihard aan en had geen medelijden met onze afkomst. ‘Jullie willen sterren worden? Luister dan naar wat ík zeg’, riep hij altijd. Destijds haatte ik hem, maar het is wel deze bijna obsessieve man die The Boomtown Rats muzikaal een eigen smoelwerk gaf.”

‘De wereld heeft vandaag veel weg van die in onze begindagen: hij ligt weer op zijn gat.’

In 1981 huurde u David Bowie-producer Tony Visconti in. Had het smoelwerk een facelift nodig?

(schouderophalend) Ik ben een grote fan van Tony Visconti en zocht voor de plaat Mondo Bongo sowieso een totaal ander geluid. Acts als Depeche Mode en Gary Numan waren toen aan het opkomen: zoiets wilde ik ook.

“Pas achteraf besefte ik dat onze sound destijds niet het probleem was. Dat was Bob Geldof. Ik dreef langzaam weg van de zanger die ik in de begindagen was. Ik was meer beginnen na te denken over mijn leven, ik wist even niet meer zo goed wat ik wilde. Daarom zijn Mondo Bongo en V Deep (uit 1982, red.) van die halfslachtige platen geworden.”

Net als Chrissie Hynde kwam u oorspronkelijk uit de popjournalistiek.

“Ik was een niet onaardige schrijver. Nog vóór de Rats had ik zo al mensen als Lou Reed, David Bowie en Elton John ontmoet. Lou was een nare, afstandelijke, ongeïnteresseerde man, maar eerlijk: ik mocht ’m wel. (grijnst) Met Bowie ben ik later zelfs heel goed bevriend geraakt. Hij was een voorbeeld. Hij had een eigen visie en was onaantastbaar, maar hij was bovenal een geweldig mooie mens die zich nooit liet leiden door wat anderen van hem vonden. Ik word nog altijd boos als ik iets vervelends over mezelf lees. David niet: die stond daar ver boven.”

NAAR DE KEEL

Citizens of Boomtown is ook de titel van een nieuwe documentaire, gedraaid door de in Ierse muzikantenkringen al lang legendarische Billy McGrath. Die film werpt af en toe een schraal licht op de succesjaren van The Boomtown Rats.

(blaast) Nadat ‘Rat Trap’ een hit werd, dacht de wereld dat we het zoveelste ‘leuke, lichtvoetige popbandje’ waren. We scoorden hit na hit na hit, maar niemand deed echt de moeite om naar onze teksten te luisteren. Engelse groepen als The Smiths, The Clash en The Jam werden op handen gedragen, op ons werd altijd een beetje neergekeken. Ik zong over de miserie in Ierland en het frustreert me nog altijd dat bijna niemand dat toen ernstig nam.”

U trad ongeveer op hetzelfde moment voor het voetlicht als Elvis Costello. Hij stond bekend als angry young man, en eigenlijk was u op uw beurt de allereerste Boze Ierse Muzikant. Veel bozer dan Bono van U2 later ooit zou zijn.

“Ik vond het vréémd dat ik de enige was. Ierland was in de jaren 70 een puinhoop, maar de meeste Ierse muzikanten zagen zogezegd alleen het positieve. Van Morrison, toch de absolute grootvorst van de Ierse muziek, bleef grotendeels bij eclectische poëzie. Geweldige muziek natuurlijk, maar toch. Phil Lynott van Thin Lizzy zong vooral over hoe charmant Ierland is. (denkt na) Nu ja, die mens wilde geliefd zijn, hè: hij was toen bij ons de enige bekende gekleurde muzikant, hij wilde niet nóg meer opvallen. Lynott, geboren in Engeland, deed zijn best om Ierser te zijn dan de Ieren zelf. (trots) Ik niet. Ik wilde met mijn teksten Ierland naar de keel vliegen. Ik wilde de wereld laten zien hoe rot mijn land zijn inwoners behandelde. Alsof we oud vuil waren. Ik vergeet nooit dat, toen Van Morrison tijdens een televisie-interview in die tijd de vraag kreeg ‘wat nu precies het Ierse probleem was’, hij antwoordde: ‘Luister naar ‘Banana Republic’ van The Boomtown Rats en je hebt het antwoord.’”

‘Miljoenen mensen vluchten voor oorlog en wij bouwen muren en zetten prikkeldraad: het is om gek van te worden!’

De gevestigde orde in Ierland haatte The Boomtown Rats, en u in het bijzonder.

“Zéker toen we succesvol waren. Op een bepaald moment waren The Boomtown Rats de grootste band die Ierland ooit had gekend. Op 1 oktober 1979 kwam de paus ons land bezoeken: het plan was dat wij in de tent zouden spelen die voor dat bezoek was opgezet, maar ik had in de media vervelende dingen over Ierland getoeterd en dus werd het optreden afgeblazen.

“Mijn boosheid heeft trouwens navolging gekregen. (grinnikt) In 1992 verscheurde Sinéad O’Connor, een goede vriendin van mij, op beroemde wijze de foto van de toenmalige paus. Wel, ze deed dat omdat ik véél eerder (in oktober 1978, red.) al een foto van John Travolta en Olivia Newton-John had verscheurd, op het moment dat mijn ‘Rat Trap’ hun ‘Summer Nights’ van de eerste plaats in de hitparades had verdrongen. (lacht)

U heeft ook jarenlang niet in Ierland opgetreden. Omdat ze u niet meer vroegen, of omdat u te koppig was?

“Dat tweede natuurlijk. (grijnst) We weigerden om er nog te spelen! Ik ben lang zeer verbitterd geweest over mijn land. Vergeet niet dat Ierland jarenlang in een burgeroorlog verwikkeld was, waarbij 3.600 mensen om het leven zijn gekomen. Er was corruptie in de hoogste rangen van de politiek en de kerk, dát was het Ierland waarin ik leefde. Het was er te claustrofobisch, ik moest daar weg. Iederéén met een beetje ambitie en hoop emigreerde toen.

“Daarover gaat de song ‘Banana Republic’ natuurlijk. Dat was míjn vorm van politiek activisme: kritiek verpakt in een aantrekkelijk en vrolijk popliedje. Dat laatste vond ik slim bekeken van mezelf: zo zette ik de autoriteiten op het verkeerde been.”

The Boomtown Rats braken wereldwijd door met ‘I Don't Like Mondays’, een song over een waargebeurde school shooting in Californië. In 1979 was dat nog een redelijk uitzonderlijke gebeurtenis.

“Toen ik het verhaal voor het eerst hoorde – een 16-jarig meisje had vanuit haar venster geschoten op kinderen en onderwijzers op het schoolplein – was ik verbijsterd! Ik belde meteen naar mijn platenbaas in Amerika met de vraag of hij alle krantenknipsels over dit drama wilde bewaren. Hij dacht dat ik gek was geworden en vroeg zich af wat ik er in zag. Niet lang daarna heb ik ‘I Don’t Like Mondays’ geschreven. Het voelde als het begin van een fenomeen dat groter en groter zou worden, en jammer genoeg heb ik gelijk gekregen.

“Zes maanden nadat ik ‘I Don’t Like Mondays’ had geschreven – gruwend en walgend van de wrede werkelijkheid – was de halve wereld op dat nummer aan het dansen. Dat voelde vreemd, want fuck, daarvoor had ik het niet geschreven!”

VULGAIRE IDIOOT

We hebben het veel over Ierland gehad, maar in andere recente interviews richt u uw pijlen opvallend vaak op Amerika.

“Ik zou ‘Banana Republic’ zo kunnen ombouwen tot ‘American Republic’. Alle rotte zaken die zich destijds in Ierland afspeelden, gebeuren nu daar. Verbod op abortus en homohuwelijken, racisme, te veel macht voor de kerk... En dat allemaal omdat veel mensen infantiel genoeg waren om die vulgaire idioot de macht in het Witte Huis te geven.

“En hij is niet de enige gevaarlijke tiran in Amerika, hè. (steeds bozer) Ik zeg nog één ding: Mark Zuckerberg is géén goed mens. In mijn ogen heeft hij veel weg van een alleenheerser uit de 19de eeuw.”

Heeft u de hoorzittingen gevolgd waarin hij...

(op dreef) We kiezen idioten om ons doorheen de chaos te leiden. Ach, fuck off! De enige manier waarop ik het volhoud, is door rock-’n-roll te maken. Net zoals ik als puber de miserie van mij afzette door naar muziek te luisteren. Vroege Roxy Music, New York Dolls en Mott The Hoople: fuck off-muziek met de middelvinger steil omhoog.”

‘Anger is an energy’, zong je generatiegenoot John Lydon. Is boosheid nog altijd jouw brandstof?

“Absoluut. Ik maak geen muziek om mezelf te troosten, ik maak muziek omdat daar nood aan is. Engeland is in verval, de brexit heeft het land op zijn kop gezet en nu is er een enorme epidemie waar we de omvang nog niet van kennen. Miljoenen mensen vluchten voor oorlog en wij bouwen muren en afzettingen van prikkeldraad om ze tegen te houden: het is om gek van te worden.

“Toen wij begonnen, speelden we vaak samen met bands als Talking Heads, Blondie, The Clash en Sex Pistols. We hadden allemaal een hang naar een nieuwe culturele revolutie. De songs waren strijdbaar en relevant. Maar de meeste teksten die ik destijds zong, pakken ook de tijdgeest van nu bij de keel.

“Destijds situeerde ik ‘Rat Trap’ in het slachthuis in Ballsbridge waar ik had gewerkt. Maar eigenlijk gaat het vooral over het slachten van de dromen van jonge mensen: dat gebeurt nog steeds. Net zoals ‘I Don’t Like Mondays’ gaat over de slachtingen op scholen die tegenwoordig om de paar weken plaatsvinden. Ik heb die songs eens bluesliedjes met een onbeperkte houdbaarheid genoemd, en blues legt de vinger op de zere plek.”

De nieuwe Boomtown Rats-plaat komt 36 jaar na de laatste. Veel andere muzikanten dwalen, al dan niet uit commerciële overwegingen, nooit ver weg van het geluid dat hen wereldberoemd heeft gemaakt. U kijkt daarentegen zelden achterom.

“Natuurlijk niet. Ik heb zeven soloplaten gemaakt. Die gingen allemaal over mij en mijn visie op de wereld, en ik ben er trots op, maar het zijn géén fucking Boomtown Rats-platen. Voor Citizens of Boomtown moest ik echt hard op zoek naar mijn alter ego Bobby Boomtown, de slungelige twintiger die voor niemand uit de weg ging en met zijn schoenmaat 48 alles en iedereen keihard vertrapte.

“Anderzijds ben ik ook een realist, en niet dom. Ik besef heel goed dat de meeste fans geen nieuwe songs willen horen. Die komen straks naar een concert om ‘Rat Trap’, ‘I Don’t Like Mondays’ en ‘Banana Republic’ te horen, en het liefst in de originele versie. Ze zullen het krijgen, als de nu afgezegde optredens ooit zullen doorgaan.”

Citizens of Boomtown is uit bij BMG.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234