Dinsdag 03/08/2021

PortretBob Dylan

Bob Dylan wordt 80, en levert in de herfst van zijn leven zijn beste werk af

Bob Dylan op een Frans festival in 2012. Beeld AFP
Bob Dylan op een Frans festival in 2012.Beeld AFP

Tachtig is het nieuwe dertig. In de herfst van zijn loopbaan levert Bob Dylan, né ­Robert Allen Zimmerman, misschien wel zijn beste werk af. En dat wil wat zeggen, voor een singer-songwriter die een kleine zestig jaar geleden enkel met The Beatles moest concurreren als het op het afleveren van klassiekers aankwam.

Het was ergens in de jaren 80 dat Bob Dylan een klein beetje stierf. Misschien is 14 juli 1986 de meest precieze datum. Toen kwam Knocked Out Loaded uit, Dylans 24ste album, en de titel ervan vatte zijn carrière op dat moment redelijk goed samen. De recensies waren vrijwel unaniem negatief. Zeggen dat de verkoop tegenviel, is een understatement. En in die fase van Dylans loopbaan was zo’n flop niet eens de uitzondering die de regel bevestigde. “These times and these tunnels are haunted / And the bottom of the barrel is too”, klonk het pijnlijk toepasselijk op ‘Driftin’ Too Far from Shore’.

Nog geen tien jaar eerder had Dylan God gevonden, waarop die Laatste het kennelijk nodig vond om de muzikale creativiteit van zijn nieuwste apostel in onderpand te nemen. Een drieluik aan religieuze albums begon een gestage afdaling naar de muzikale onderwereld. Dat het daaropvolgende Infidels (1983) enigszins positief werd onthaald, had vooral te maken met het feit dat Dylan God alweer had afgezworen, al wilde dat niet zeggen dat de muzikale profeet van de jaren 60 plots weer in zichzelf leek te geloven.

Op het simpelweg mooie Oh Mercy (1989) na, begaf de zanger van ‘Blowin’ in the Wind’ en ‘Visions of Johanna’ zich bijna twee decennia lang door een inspiratieloze woestijn. Voor fans moet het destijds moeilijk zijn geweest om te blijven geloven dat Bob Dylan daar weer levend uit zou komen, en dat was het ook voor Dylan zelf. “I felt done for, an empty, burned-out wreck”, schrijft hij in zijn autobiografie, Chronicles: Volume One, over die periode. “Ik zat in de bodemloze put van culturele vergetelheid.” En, even later: “Het was niet langer mijn moment in de geschiedenis. […] Ik kon niet wachten om met pensioen te gaan en de boel op te doeken.”

En toch. Bob Dylan is niet met pensioen, en hij is al zeker niet dood. Niet in de letterlijke zin, niet in de figuurlijke zin. Maandag wordt hij tachtig, twee keer zo oud als John Lennon ooit mocht worden. En hij kan zijn verjaardag vieren door terug te blikken op de langste creatieve piek uit zijn zestigjarige loopbaan – eentje die nog altijd voortduurt.

Klassiekers

Halverwege de jaren 60 bracht een toen 24-jarige singer-songwriter uit Hibbing, Minnesota, een Heilige Drievuldigheid aan albums uit, in nauwelijks anderhalf jaar tijd. Bringing It All Back Home (1965), Highway 61 Revisited (1965) en Blonde on Blonde (1966) zijn een zuivere hattrick aan rockklassiekers, die volgden op een bijna even zuivere hattrick aan folkalbums. In enkele jaren tijd had Dylan het beklemmende juk van een politiek bewuste folkmuzikant van zich afgeworpen en zich heruitgevonden als een ietwat enigmatische rockster: de beenharde slag op de snare­drum waarmee ‘Like a Rolling Stone’ opent, leek zowel de laatste nagel aan de doodskist voor Dylans reputatie als protestzanger, als een stormram die de deuren naar een nieuw carrièrepad opende.

Op het vlak van inspiratie en torenhoge kwaliteit moest Bob Dylan in de jaren 60 enkel met The Beatles concurreren. Maar die splitten in 1970, iets wat voor een soloartiest als Dylan praktisch een stuk moeilijker lag. Hij ging verder, maar het is niet evident om relevant te blijven in het immer vluchtige universum van de popmuziek. Vier jaar na Blonde on Blonde recenseerde het muziektijdschrift Rolling Stone zijn nieuwe album Self Portrait (1970) met de woorden: “Wat is deze shit?”

Na een mysterieus motorongeluk in 1966 stopte Dylan acht jaar met touren – “Ik wilde uit de ratrace stappen”, staat in Chronicles – en werd zijn ­oeuvre wisselvalliger dan het tot dan toe was geweest. “Hij keerde zich af van de hippe, modieuze sixties”, schrijft Harvard-professor Richard F. Thomas, die een vak over Bob Dylan doceert, in het boek Why Dylan Matters. “Hij koos voor een geluid dat leek geworteld in negentiende-eeuwse americana, een terugkeer naar de nieuwe, creatieve folktradities die altijd in zijn bloed hadden gezeten.”

Bob Dylan in 1965. Beeld AP
Bob Dylan in 1965.Beeld AP

Tijdloosheid leek de ambitie. Maar dat net zes van zijn eerste zeven albums tijdloze klassiekers zouden worden, was een proces dat de muziekgeschiedenis op dat moment nog niet had afgerond. Tot diep in de jaren 90 was het zijn output uit de jaren 60 – aangelengd met het nu eens weemoedige, dan weer vileine, maar altijd briljante Blood on the Tracks (1975) – die Dylan van de ‘culturele vergetelheid’ redde waarover hij in Chronicles schrijft. De sporadische hoogtepunten, vaak individuele songs op teleurstellende platen tussen de late jaren 70 en de vroege jaren 90, konden niet vermijden dat de eigenzinnige singer-songwriter een has-been leek te zijn geworden.

Vakmanschap

En toen was er Time Out of Mind (1997). Het was Dylans 30ste album, maar het was vooral het begin van een nieuwe bloeiperiode. De zanger was 56 toen het album uitkwam, en bezweek het jaar nadien bijna aan histoplasmose, een infectie die de longen aantast. Het was verleidelijk om songs als ‘Not Dark Yet’ – “It’s not dark yet / But it’s getting there” – te lezen als een reflectie over zijn eigen sterfelijkheid, maar Time Out of Mind was al klaar voor Dylan ziek werd.

Desalniettemin is het moeilijk om zijn werk van de laatste kwarteeuw – negen albums, waarvan je minstens vijf als carrièrehoogtepunten kunt omschrijven – niet te beschouwen als het werk van iemand die in de herfst van zijn leven zit. “We live and we die, we know not why / But I’ll be with you when the deal goes down”, zingt hij op Modern Times (2006), een plaat die, net als Love and Theft (2001) en Tempest (2012) teruggrijpt naar ballads, countrysongs en blues-standards die van voor zijn eigen doorbraak dateren.

Het drieluik aan coverplaten van standards uit het Great American Songbook (2015-2017) zetten dat gevoel van nostalgie en melancholie enkel kracht bij, maar het is op het vorig jaar verschenen Rough and Rowdy Ways dat de inmiddels bejaarde singer-songwriter zijn hoogste niveau haalt. De nijdige gitaren van zes decennia geleden hebben veelal plaatsgemaakt voor warme, volle akkoorden, de nasale sneer van de idealistische twintiger is nu de roestige bariton van een bijna-tachtiger. De sturm-und-drang van de jaren 60 is geëvolueerd naar een niet te evenaren vakmanschap. Het zeventien minuten durende ‘Murder Most Foul’ is een van Dylans meest voldragen songs, een epische terugblik op een paar eeuwen kunstgeschiedenis – van Shakespeare over Beethoven tot The Beatles – maar bovenal ook een persoonlijk kunstwerk waarin de blijvende waarde van zijn eigen oeuvre duidelijk wordt.

Verborgen leven

Vijf jaar geleden nam Bob Dylan de Nobelprijs voor literatuur in ontvangst met een toespraak waarin hij drie literaire werken besprak (en waarvoor hij duchtig de scholierenwebsite SparkNotes overschreef). Het laatste deel van zijn speech wijdde hij aan het Griekse epos de Odyssee, waarbij hij een scène beschrijft waarin Odysseus de geest van Achilles ontmoet. “Achilles, die een lang leven van vrede en tevredenheid inruilde voor een kort leven van eer en glorie, vertelt Odysseus dat het allemaal een vergissing was”, vatte de omstreden Nobel-laureaat samen. “Er was geen eer. Geen onsterfelijkheid.”

Dylan krijgt van president Barack Obama de Presidential Medal of Freedom in het Witte Huis, 2012.  Beeld AFP
Dylan krijgt van president Barack Obama de Presidential Medal of Freedom in het Witte Huis, 2012.Beeld AFP

Voor Dylan, zo is inmiddels duidelijk, is er wel een “lang leven van vrede en tevredenheid” weggelegd. (De precieze details van dat vaak verborgen leven blijven voer voor discussie, in die mate dat twee Dylan-biografen elkaar recent in de haren vlogen.) Maar Dylan heeft ook ‘eer en glorie’ behaald, en dan gaat het niet alleen over zijn Oscar (voor de song ‘Things Have Changed’ uit de film Wonder Boys, in 2001) of zijn Nobelprijs. Dylans glorie ligt net in zijn lange leven, in de verrijzenis die hij in de laatste kwarteeuw heeft doorgemaakt, in het feit dat hij zestig jaar nadat hij zich de muziekgeschiedenis inschreef nog altijd zijn gelijke niet kent.

En, zoals The New Yorker destijds opmerkte: als Dylan niet onsterfelijk blijkt, zullen zijn songs het wel zijn.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234