Maandag 03/08/2020

Troost in quarantainetijden

Bladeren door het immense oeuvre van Man Ray is een opmonterende quarantainetrip

Beeld © Man Ray Trust / ADAGP - PICTORIGHT / Telimage - 2013.

De Morgen laat zijn cultliefhebbers de film-, platen- en boekenkast uitspitten op zoek naar troostrijke klassiekers. Vandaag: Dirk Leyman over de foto’s van surrealist en dadaïst Man Ray.

Voedingswaren, handgels of sanitair materieel hamsteren? Ik heb me er nauwelijks aan bezondigd. Maar toen ik – kort voor de maartse lockdown – hoorde dat ook boekhandels tijdelijk de deuren zouden sluiten, beving me een siddering van onrust, een geniepige paniekopstoot. Of was het een dreigende cold turkey? Want van boeken hamsteren, daar ken ik als gediagnosticeerd bibliofiel wél de kneepjes van. Gelukkig wordt een boekenjournalist ook in isolement verder verwend met nouveautés door naar aandacht wenkende uitgeverijen. Toch gaat er niets boven eigen oogst. Bij voorkeur na tactiele besnuffeling in de winkel. Kortom, ik wist wat me te doen stond, die fameuze vrijdag de 13de, vreemd ijkpunt van ons nieuwe pandemische leven.

Vierklauwens maakte ik een tournée generale langs mijn favoriete Antwerpse boekenzaken – van Copyright tot Demian Books – en sloeg er in hoog tempo papieren soelaas in. Bingekopen, broodnodige boekentroost, jawel. Ik bedaarde enigszins. En wat ik wel vaker deed: ik gunde de aanwinsten bij thuiskomst geen blik waardig. Ik deponeerde ze uit het zicht en liet ze een poos acclimatiseren in een rustige ruimte. Tot ik ze bijna vergat. Een trucje dat überbibliofiel Boudewijn Büch kennelijk ook toepaste om zijn leesgenot uit te stellen. En social distancing met boeken, daar kon Marc van Ranst, zelf een verwoed boekenverzamelaar, toch niets op tegen hebben?

Toen ik de verborgen buit – uiteraard in een nachtelijke luwte – uitpakte, bleek ik mentaal geanticipeerd te hebben op de lockdown. Zo kocht ik Touching from a distance (een portret van Joy Division-voorman Ian Curtis door zijn weduwe Deborah Curtis) én Last Call, de machtige luchthavenfoto’s van Magnum-fotograaf Harry Gruyaert, waarin veel verlatenheid viel te registreren. Maar het welkome, frivole tegengewicht kwam van surrealist en dadaïst Man Ray. Gezwicht was ik voor twee schitterende recente expocatalogi (Wo Man Ray én Man Ray et la Mode). Ja, dit multitalent zou me pas écht geraffineerd troosten. En niet enkel met zijn beroemde foto Les Larmes (1932), waarin oog en traan waarlijk gesublimeerd worden.

Man Ray (1890-1976) katapulteerde me naar Parijs, de stad die ik smartelijk mis in coronatijden. Is het leven niet schraal en onvolkomen als je niet te hooi en te gras door Parijs mag flaneren en terrasgewijze het elegante va-et-vient gadeslaan? “We’ll always have Paris”, luidt mijn devies. Maar nu even niet. Onlangs nog stond ik voor de ateliers van Man Ray, eerst in de Rue Campagne-Première, daarna in de Rue Férou, vlakbij Place Saint-Sulpice. Ik had zijn Parijse expo dit voorjaar met rood aangekruist: Man Ray et la Mode in het Musée du Luxembourg. Een flamboyante ode aan zijn vaak speelse modefotografie die hij met commercieel instinct maar evenveel verve en artistieke durf beoefende, voor opdrachtgevers als couturier Paul Poiret en Harper’s Bazaar.

Man Ray – geboren Emmanuel Radnitzky – was een van die talloze Amerikanen voor wie de Lichtstad in de twenties als magnetiserend kunstenwalhalla gold. Vanaf 1921 streek hij er neer, pardoes in Montparnasse, waar Duchamp, Picasso, Dali, Brancusi en schrijvers als André Breton, James Joyce, Ernest Hemingway, Jean Cocteau, Gertrude Stein en plenty others te hoop liepen. Het bruiste, het beefde, het broeide. Man Ray liet zich eerst opslokken door de surrealisten, maar ontpopte zich gauw tot een spin in het web. Alziend én energiek legde hij dat complete biotoop haarfijn vast. Man Ray wierp lijntjes uit naar aristocraten als Marie Laure en Charles de Noailles maar trok even gretig op met sensuele deernen van licht allooi. De extravaganza trokken hem. Spelend met de mafste materialen timmerde hij aan zijn sublieme, meerduidige avant-gardewereld. Bij Man Ray ging wuft vertier hand in hand met een bijna bezeten werklust. Niet voor niets worden zijn erg onderhoudende memoires Belicht geheugen (1963) voorafgegaan door een typering van zijn beste vriend Marcel Duchamp: ‘Man Ray, n.m. synon. de ‘Joie jouer jouir.’ [Plezier, spelen, klaarkomen]’

Beeld © Man Ray Trust / ADAGP, c/o Pictoright Amsterdam 2013.

Ironisch hoe een duvel-doet-al met voornamelijk schildersambities in 1937 nog het manifest Photography is not an art publiceerde én dan toch vooral wereldfaam kreeg met zijn uitgekiende portretten en foto-experimenten, merkte Joost Zwagerman op. Man Ray wist bovendien hoe hij zijn talloze muzes op een hoger plan moest tillen, van Dora Maar, Meret Oppenheim en Nusch Eluard tot geliefden als balletdanseres Juliet Browner of Ady Fadelin. Velen groeiden uit tot bevlogen kunstenaars.

Man Ray gaf vrouwen iets weerbaars en krachtigs. Kijk naar de volkse straatmadelief Kiki de Montparnasse, wier naakte rug hij vereeuwigde in Le Violon d’Ingres (1924) met f-vormige vioolsleutels. Zes jaar lang had hij een liaison met Kiki. Hij viel haar nooit af, ook niet toen ze aan lagerwal geraakte. Of neem de blonde ijsprinses en onverschrokken journalist-fotografe Lee Miller, die al op haar 20ste de cover van Vogue sierde. Samen verfijnden ze het procedé van de ‘solarisatie’ en maakten ze ‘fotogrammen’. Man Ray’s uitgelichte portretten van haar hals, nek, mond, benen en andere lichaamsdelen kleven nog steeds op ons collectieve netvlies.

“Ik liep warm voor iedere weg die mijn verbeelding insloeg en tegen alles in beraamde ik nieuwe uitstapjes in het onbekende”, noteert de immer nieuwsgierige Man Ray in Belicht geheugen. Bladeren door dat immense oeuvre van deze touche-à-tout is een opmonterende quarantainetrip. Ach, was ik maar een fly on the wall geweest in zijn Parijse ateliers.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234