Zaterdag 25/05/2019

Recensie

Black Box Revelation in de AB: gensteren, knetteren en vonken

Beeld Alex Vanhee

Als een ‘Tattooed Smile’ een leuke herinnering is die je wil blijven koesteren, dan zullen wij nog lang graag terugdenken aan dit concert van Black Box Revelation, want het was fantastisch. 

Wie zich ook wel eens in ons geheugen kunnen gaan nestelen, zijn de drie keetschoppers van voorprogramma Peuk. Drummer Dave Schroyen kenden we natuurlijk al van bij Millionaire en Evil Superstars, maar donderdagavond maakten bassist Jacky Willems en zangeres-gitariste Nele Janssen ook een goede indruk. Samen produceerden ze behoorlijk veel lawaai, maar soms klonken ze ook een tikje melancholisch. Verder lieten hun indierock lekker rammelen, en hier en daar ging een effectpedaal al eens van whoosh. Onder onze schedel knipperden de knopjes The Breeders, Sonic Youth en Bikini Kill al behoorlijk vaak, maar het lampje Kathleen Hanna wist echt van geen ophouden: als Janssen nóg iets harder gaat roepen, wordt zij misschien dé rrriot girl van de Belpop.

Zanger-gitarist Jan Paternoster en drummer Dries Van Dijck veroverden lang geleden al een plek in het koppeloton van de alternatieve rock, maar Tattooed Smiles is hun eerste démarrage: de muziek erop klinkt doordachter, en de teksten zijn persoonlijker, waardoor nummer vijf misschien wel de beste Black Box Revelation-plaat tot nu toe is. En omdat ze op deze lp opener zijn dan vroeger, vindt Van Dijck het ‘mogelijk’ zelfs de rauwste. Anderen vinden het dan weer de meest geproduceerde: dat zal wel te maken hebben met die violen en zo, maar die waren donderdagavond nergens en nieverans te horen. 

Vroeger op de avond vertelden de Dilbekenaren in het salon van de AB dat ze met strijkers werken eigenlijk niet zo zagen zitten: “Moesten we dan altijd met onze propere was naar de studio komen?”, monkelde Paternoster. Zo’n vlotte babbelaars zijn die BBR’ers trouwens niet. Of toch niet tijdens die artist talk: communiceren doen ze liever via snaren en trommels.

“Shiiiit zeg, we gaan zo hard feesten”, kraaide de kopman na een minuut of tien. Maar daarvoor was het ook al prijs, want live had ‘Kick The Habit’ niks met ‘glad’ of The Scabs te maken: het openingsnummer klonk zwoel, nachtelijk en repetitief. Die break was slim, en de voorman friemelde en twangde wat af op zijn gitaar! Schreven we daarnet iets over iets over The Scabs? Geen kwaad woord over Guy Swinnen of ‘the guy so nice they named him twice’ natuurlijk, maar tijdens ‘Mama Call Me, Please’ moesten we toch eerder aan Television denken. Het lied deed aan als iets uit de seventies, en het had ook iets bluesy. Er was ook een wazig orgeltje, en dat werd bediend door Jasper Morel : die gast is echt een aanwinst voor de band, want later op de avond was hij als tweede gitarist mee verantwoordelijke voor dat zware, maar ook indrukwekkende groepsgeluid.

Beeld Alex Vanhee

BBR was heavy, maar hun nummers zijn ook als kauwgom op straat: ze pakken je als je er geen erg in hebt, en ze blijven maar aan je plakken. ‘Built To Last’ was catchy as hell, en man, wat groovede dat duet met Seasick Steve ! De ‘Diddley Bow’-man noemt dit duo dan wel ‘de beste rockband van het moment’, maar zelf was hij er in de hoofdstad toch niet bij: de Box-spits moest dus ook zijn zanglijnen zingen, en deed dat goed! We menen trouwens te weten dat die song ondermeer over waardig ouder worden gaat: ‘t Is waar, Paternoster en Van Dijck worden stilletjesaan wat ouder, maar op een podium zijn ze nog altijd jong als veulens.

’High voltage man kisses night to bring the light to/ Seeking eeee-lec-tri-ci-teeeeeeeeeeeeeeee’: Captain Beefheart was ongeveer even jong toen hij de evergreen ‘Electricity’ opnam, en ‘High On A Wire’ was een eerste echte electroshock. Maar even later kwam ‘War Horse’ met dat machtige, en naar The Velvet Undergrounds I’m Waiting For The Man’ verwijzende pianogetokkel. Overduidelijk de publiekslieveling, werd ‘t uit volle borst door zowat iedereen en alles meegebruld, en de drie bleven het refrein maar herhalen en herhalen en herhalen.

We hoorden ergens nog een fantastisch en Talking Heads-achtig tussenstuk, en de uitstekende mix van stonerrock-riffs en falsetstemmetjes ‘Damned Body’ ook. ‘My Perception’ was een drie minuten durende muzikale lapdance. En die ooooooh- shalalala’s kregen we daar zomaar bij! Volgens The Guardian is het café Daringman het beste Belgische in zijn soort: Roméo Elvis zat dan waarschijnlijk dan weer daar, want in de Ancienne Belgique was hij zeker niet. Schitteren in ‘Laissez Partir’ deed hij allen door afwezigheid, maar die afsluiter was ook zonder hem donker en vol onderhuidse spanning. Wat vroeger in de set gensterde ‘I Think I Like You’ nog dat het knetterde, ‘ t vonkte toen als een prille liefde die je altijd maar opnieuw wil beleven. Nee, van The Black Box Revelation, daar kregen wij gewoon maar niet genoeg van!

Beeld Alex Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.