Dinsdag 22/10/2019

Boeken

Biografie van Susan Sontag, de laatste grote literaire ster: ‘Ik ben veroordeeld tot gemene, briljante mannen en dwaze vrouwen’

Susan Sontag in 1972. Volgens biograaf Benjamin Moser herinneren bijna alle geïnterviewden zich nog precies hun eerste ontmoeting met haar. Beeld Roger-Viollet

Benjamin Moser maakt van de kloof tussen het icoon en de mens Susan Sontag (1933-2004) de leidraad in zijn biografie Sontag: Leven en werk, waaraan hij zeven jaar werkte.

‘De laatste grote literaire ster’, noemt biograaf Benjamin Moser Susan Sontag in zijn biografie Sontag: Leven en werk. Susan Sontag stierf in 2004, kort na de eeuwwisseling. Je vraagt je onwillekeurig af hoe het deze toen vermaarde linkse intellectueel, schrijver en activist zou zijn vergaan in het nieuwe tijdperk na 9/11, en zeker nu, tijdens Trump. Sontag was een onafhankelijke geest maar toch ook intens vergroeid met het linkse – eerst radicale, later meer gematigde – gedachtegoed van de tweede helft van de twintigste eeuw. Ze was er ook een van de vormgevers van, laat deze biografie zien.

Beroemd werd Susan Sontag het meest door haar in de jaren 1960 en 1970 gepubliceerde essays, toen ‘de literaire kritiek nog de belangrijkste intellectuele activiteit was in Amerika’, citeert Moser een van haar collega’s. Sontag schreef over camp, fotografie, over ‘ziekte als metafoor’. Heldere stukken over hippe onderwerpen die toen nieuwe inzichten brachten die nu gemeengoed zijn. Dat fotografie kunst is en geen simpele afspiegeling van de werkelijkheid, dat we van Bach én van The Beatles kunnen houden, dat kanker geen straf is maar een ziekte.

Ze groeide vervolgens uit tot spin in het web van de New Yorkse literaire scene. Ze reisde naar China, Zweden, Vietnam (en schreef daar kritische stukken over), werd gefilmd door Andy Warhol, trad op als zichzelf in Woody Allens Zelig – direct herkenbaar aan het zwart geverfde haar met die ene grijze lok, haar aangemeten door haar moeders kapper in Honolulu (zo lezen we nu in de bio­grafie).

Mislukte romans

Later in haar leven verenigde ze heel postmodern Hollywood en New York door haar langdurige relatie met fotograaf Annie Leibovitz, de vrouw achter de fameuze filmsterrenfoto’s in Rolling Stone en Vanity Fair. Zo was het Sontag die hoofdredacteur Tina Brown ervan overtuigde dat Leibovitz’ foto van de zwangere naakte Demi Moore in 1995 wél op de cover moest. Het werd het best verkochte nummer uit de geschiedenis van Vanity Fair, noteert Moser.

Er is gedurende haar leven al heel veel over Susan Sontag geschreven en na haar dood nog meer. Levendige memoires (van Sigrid Nunez bijvoorbeeld) en indrukwekkende monografieën, maar Benjamin Moser is nu de eerste officiële biograaf die leven en werk met elkaar verweeft. Hij bespreekt echt ál haar werk, ook mislukte romans en obscure films, en dat doet hij helder en gedetailleerd. Soms weet je het wel, bij het lange hoofdstuk over de vage gnostici bijvoorbeeld, maar hij zakt nergens echt in.

Haar grote thema, de kloof tussen voorstelling en waarheid, tussen het beeld en de werkelijkheid waarnaar het verwijst, tussen Susan Sontag het icoon en Susan Sontag de mens, maakt hij tot leidraad in het boek.

Verrassingen zijn er genoeg, onthullingen niet echt. ‘Een van de sterke punten van Sontag is dat alles wat je over haar kunt zeggen al door haar zelf gezegd is’, schrijft Moser. Hij schetst haar eenzame kindertijd in Californië als de voorlijke oudste dochter van een vroeg gestorven vader en een door de kleine Sue geadoreerde alcoholistische mondaine moeder die op haar dochter leunt maar altijd op de vlucht slaat als het moeilijk wordt. “Zonde van je tijd, je jeugd”, zou Sontag later opmerken.

Ze ontsnapt al als zestienjarige naar de universiteit van Berkeley, daarna gaat ze naar die van Chicago waar ze direct opvalt door haar schoonheid en brille. Bijna alle geïnterviewden herinneren zich nog precies hun eerste ontmoeting met haar, noteert Moser.

Schoorvoetend

Ze trouwt in 1951 met de elf jaar oudere Philip Rieff, haar professor, een huwelijk dat eerst een intellectueel bondgenootschap is – ze stoppen zelfs niet met praten als Susan op de wc zit – maar later een verstikkende verbintenis.

Dat Susan Sontag de eigenlijke auteur is van The Mind of the Moralist, het boek over Sigmund Freud dat Rieff in 1959 publiceert, verkondigt zij zelf al sinds hun scheiding in de jaren 1960. Moser laat nu zien hoe plausibel het inderdaad is dat de feministische kritiek in dit boek niet van de archaïsche Rieff afkomstig is, maar van zijn modernere, briljantere echtgenote. Op haar negentiende krijgt ze hun zoon David. Later ontsnapt ze voor een jaar naar Europa, naar Oxford en Parijs, en belandt in de armen van Harriet Sohmers, daarna in die van de Cubaanse kunstenares Irene Fornés; een seksuele bevrijding, die al snel ontaardt in de meester-slaafdynamiek die de meeste van haar liefdesrelaties kenmerkt.

Susan Sontag in New York, 2003, een jaar voor haar overlijden. Beeld BELGAIMAGE

Er zullen nog vele al snel wringende, hartstochtelijke verhoudingen met vrouwen volgen, alsmede kortstondige, afstandelijkere affaires met mannen (onder andere met beroemdheden als Robert Kennedy en Warren Beatty). “Ik ben veroordeeld tot gemene, briljante mannen en dwaze vrouwen”, verzuchtte ze eens.

Na publicatie van haar debuutroman De weldoener, het essay Notities over camp en talloze artikelen over kunst en cultuur groeit Sontag uit tot een fenomeen, ’s lands meest gezaghebbende ‘blurber’, schrijft Moser, een gretig lezer en filmfan met een groot talent voor bewondering. Het beeld dat oprijst uit dit boek is dat van een veranderlijke, levendige denker én een onzekere vrouw vol tegenspraak.

Een vrijheidslievende feminist, die toch pas in de jaren 1990 schoorvoetend uitkwam voor haar biseksualiteit, toen iedereen al lang wist dat ze ook verhoudingen met vrouwen had. Een glamourvolle bohemienne die door de beroemdste fotografen werd gefotografeerd maar die de camera lang haatte, geen make-up droeg, sowieso een wat slonzige inborst had (haar appartement oogde lang als een verwaarloosd studentikoos hok) en niets deed aan haar uiterlijk – afgezien van die ene grijze lok in het zwart geverfde haar. Een vrouw die haar leven lang de morele taak en esthetische waarde van kunst en literatuur verdedigde, die het volgens haar zelfs waard zijn om voor te sterven, maar die als mens niet overliep van empathie.

Moser duidt haar toen vernieuwende essays, zoals haar bundel Over fotografie (1977) waarin ze de camera een wapen noemt en stelt dat fotografie onze relatie met de werkelijkheid ‘ontmenselijkt’. Hij analyseert ook haar minder populaire romans (De weldoener, De vulkaanminnaar) en experimentele films, zoals de collagefilm Promised Lands (1974) over het Israël-Palestina-conflict, een must see volgens de biograaf. De film staat op YouTube, net als nog wat andere fijne filmpjes, zoals een dodelijk hooghartige Susan in gesprek met journalist Chris Lydon over de vermeende rivaliteit met feministe Camille Paglia. Waarna Paglia in weer een volgend fragment met zichtbaar genoegen beweert dat Susan Sontag zo helemaal passé is.

Interessant is Mosers analyse van Ziekte als metafoor waarin hij laat zien hoe de schrijfster die wees op de gevaren van griezelige metaforen die van patiënten schuldigen maken, zelf toch ook weer nieuwe mythes in het leven riep over haar herstel dat volgens haar zelf aan haar onverzettelijkheid te danken was.

Indrukwekkend is Mosers verslag van Sontags verblijf, begin jaren 1990, in het belegerde Sarajevo waar ze Becketts Wachten op Godot regisseerde en na haar dood een plein naar haar vernoemd kreeg. Er was kritiek – wat had een New Yorkse kunstenaar in de oorlog te zoeken? – maar die verdampte toen ze wereldwijd aandacht afdwong voor de hel van die oorlog en toen dankbare Bosniërs haar eerden.

Extreem pijnlijk

Dramatisch is tien jaar later haar levenseinde, als de vrouw die pleitte voor openheid en eerlijkheid over kanker, de dood niet onder ogen ziet en een zinloze, verminkende en extreem pijnlijke behandeling ondergaat.

Enkele jaren na Sontags dood is er nog een controverse rond het boek A Photographer’s Life van haar laatste partner Annie Leibovitz, die pijnlijk confronterende foto’s van de doodzieke Sontag en haar onherkenbare opgebaarde lichaam plaatst naast glamourportretten van filmsterren als Leonardo DiCaprio en Nicole Kidman.

Na Mosers uitweidingen over Sontags soms botte houding tegenover Leibovitz, die ze regelmatig in gezelschap op haar plaats zette, proef ik in Leibovitz’ boek ook ineens iets van postume toe-eigening door de weduwe, maar daar wil de biograaf duidelijk niet heen.

Het is sowieso indrukwekkend hoe Moser dit volle leven omvat zonder makkelijke oordelen en zonder de lezer te verliezen. Sontag was goed in bewonderen maar Moser is dat ook. Het zijn de grote bewonderaars die de kunst voor ons openen, genuanceerd duiden maar scherpe kritiek niet schuwen en daar slaagt Moser als biograaf wonderwel in.

‘Wat belangrijk was aan Susan Sontag was wat ze symboliseerde’, concludeert hij in zijn epiloog. ‘Voor mensen die in een protestmars een poster van Sontag meedroegen, deed het er nauwelijks toe dat haar eigen gevecht tegen onrechtvaardigheid was bemoeilijkt door aarzelingen.’ Of dit boek net als Mosers vorige biografie over Clarice Lispector zal zorgen voor een revival van het werk, valt te bezien. Zeker is wel dat haar biograaf haar recht doet, als mens en als icoon.

Benjamin Moser, Sontag: Leven en werk, De Arbeiderspers, 816 p., 49,99 euro. Vertaald door Koos Mebius en Lidwien Biekmann.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234