Maandag 21/10/2019

Interview Chris Kraus

Bestsellerauteur Chris Kraus: ‘Ik ben geen fan van girl power’

Chris Kraus: ‘Wanneer je het absolute dieptepunt hebt bereikt, dán gebeuren de interessante dingen.’ Beeld NYT/SASHA ARUTYUNOVA

I Love Dick-schrijfster Chris Kraus (64) maakte één langspeelfilm, die fantastisch flopte. Uit de as van die mislukking verrees wel een bestseller-auteur en internetsensatie. Haar werk is een handleiding ‘gracieus falen voor gevorderden’.

Volgende week vindt in Brussel de vertoning plaats van Gravity & Grace, een drieëntwintig jaar oude, obscure arthousefilm die door de eigen maker “een complete mislukking” wordt genoemd. Dat wordt pas een wervende affiche als u weet dat de film geschreven, geproduceerd en geregisseerd werd door Chris Kraus, de schrijfster die cultstatus verwierf met de ophefmakende bestseller I Love Dick.

Dankzij de hype rond I Love Dick komt nu ook ander oud werk van Kraus onder de aandacht. De kunstfilms die ze ooit vertoonde in kleine achterzaaltjes worden nu opgepikt door galerijen en kunstinstellingen. Wanneer we elkaar spreken via Skype, zit Kraus in Oslo. Ze is een maand op tournee door Europa en probeert daarbij af en toe de geest van de twintig jaar jongere Chris Kraus van zich af te schudden.

“Ik probeer deze screenings te combineren met andere uitnodigingen en ontmoetingen. Stel je voor dat ik een hele maand in Europa zou rondtoeren om alleen maar over mijn oude films en boeken te praten, dat zou erg deprimerend zijn.” Ze lacht, nee, ze giechelt, zoals ze dat heel vaak zal doen tijdens het gesprek. “Ik ben natuurlijk erg blij met de hernieuwde interesse in alles wat ik heb gemaakt. Ik besef dat het uitzonderlijk is dat een lowbudgetfilm twintig jaar na datum nog voor een publiek vertoond wordt. Daar kan ik alleen maar heel blij en dankbaar om zijn. Maar ik voel me eerder een soort woordvoerder. Ik kan wel praten over films en boeken van meer dan twintig jaar geleden, maar ik sta er los van. I am happy to be their servant.” (lacht)

Op haar eenentwintigste liet Kraus een vaste job, een appartement en een voorspelbaar leven in Nieuw-Zeeland achter om een bohemienleven als kunstenaar na te jagen in New York. Zonder diploma, blut en moederziel alleen. Eind jaren 70 kwam ze aan de kost als secretaresse en danseres in een toplessbar. Na een reeks nare ervaringen als aspirant-actrice in het experimentele theater, begon ze videokunst te maken, met een langspeelfilm als ultieme doel.

Chris Kraus aan het werk in haar eigen film. ‘Ik had geen vaste plek meer om te wonen, omdat al het geld naar dit project ging.’ Beeld rv

Gravity & Grace slokte 2,5 jaar van mijn leven op. Het zette mijn relatie onder druk, we hadden geen vaste plek meer om te wonen omdat al het geld naar de film ging. Het was een hopeloze onderneming.” Toen Gravity & Grace eindelijk klaar was, werd de film overal afgewezen. “Een tijd lang speelde ik met het idee om de film in een kluis weg te stoppen en nooit aan iemand te vertonen – als een soort van artistieke performance.” (lacht)

U hebt het trauma na Gravity & Grace verwerkt in uw romans I Love Dick en Aliens & Anorexia. Mogen we stellen dat u zonder deze film geen schrijfster zou zijn geworden?

Chris Kraus: “Absoluut. Alles wat ik tot dan toe had gedaan was één grote aanloop geweest naar deze grote doorbraak. En toen dat plan volledig aan diggelen viel, moest ik mezelf heruitvinden. Wanneer je het absolute dieptepunt hebt bereikt, dán gebeuren de interessante dingen. Misschien was ik altijd al een schrijfster, en heb ik het tot mijn veertigste uitgesteld, uit koppigheid.”

Het is behoorlijk ironisch: de film gaat over personages die hun grote droom zien instorten, en tegelijkertijd werd dit ook het project dat al uw illusies aan flarden sloeg.

“Ja, hoe mooi is dat. (lacht) Het is een onuitputtelijk thema: wat doen mensen als alles waar ze in geloofden een illusie blijkt te zijn? Wat deden de leden van die millennial cults die op 1 januari 2000 vaststelden dat de wereld niet was vergaan? Ik vind dat fascinerend, op maatschappelijk, sociaal en politiek vlak. Ik ben net Doris Lessing beginnen te lezen. Zij beschrijft erg pakkend het gevoel van desillusie en verslagenheid onder de leden van de communistische partij, toen ze begonnen te beseffen wat er echt gaande was in de Moskouse processen (nepprocessen onder de zuiveringspolitiek van Stalin, EM). De ideeën waar zij haar hele leven op had gebouwd, bleken vals te zijn.”

Nu we de grote ideologieën kwijt zijn, waar geloven we volgens u vandaag nog in?

“In onszelf! Dat hoor ik toch voortdurend, dat we allemaal in onszelf moeten geloven. Dat is wellicht de volgende grote illusie waar we komaf mee moeten maken.”

U doelt op de nieuwe religie van zelfontplooiing, en zelfbewuste vrouwen die hashtags als #selfcare gebruiken. Een beweging waarin u op een of andere manier een soort zelfhulpgoeroestatus hebt gekregen.

“Mijn werk wordt inderdaad door sommige mensen zo gelezen, merk ik, als een soort handleiding voor self-empowerment en self-care en dat soort dingen. Zo heb ik het absoluut niet geschreven en ik vind mezelf daar helemaal niet in terug. Maar zodra je een boek de wereld in stuurt, mogen mensen het gebruiken zoals ze willen. Als auteur heb ik daar geen controle meer over.”

Voelt u een verantwoordelijkheid tegenover die ‘cult van Kraus’, de vele jonge lezeressen die u als een soort rolmodel zijn gaan zien?

“Niet echt. Ik heb nooit voor die rol gesolliciteerd en ik voel niet de behoefte om in dat verhaal mee te stappen.”

Uw fans zijn vaak erg expressief op sites en sociale media. Net zoals u onbeantwoorde brieven bleef sturen naar Dick, bent u nu zelf een soort Dick geworden. Iemand op wie anderen hun verlangens en frustraties kunnen projecteren.

“Ja, zo is het! (lacht uitbundig) Laat ze maar projecteren. Het verschil is dat ik hen geen proces zal aandoen. (De echte Dick uit het boek dreigde met een rechtszaak wegens schending van de privacy, EM)”

Net als in haar romans verweeft Kraus in haar langspeelfilm fictie met filosofie, cultuurkritiek en veel autobiografisch materiaal. Gravity & Grace is een fragmentarische trip van 88 minuten die deels gaat over de leden van een doomsday-sekte die wachten op een verlossende ufo, en deels over een jonge vrouw, Gravity, die van Nieuw-Zeeland naar New York trekt met de droom om kunstenaar te worden.

Wanneer Gravity in New York belandt, vindt ze daar niet het beloofde land. Kraus: “Ik herinner me tijdens het filmen een zoektocht naar de perfecte lelijke winterjas voor Gravity, die ze aantrekt wanneer ze in een schooltje in East Harlem moet gaan lesgeven. Ik weet hoe het was om arm te zijn in New York. Om elke winter opnieuw met diezelfde lelijke jas te moeten rondlopen. Armoede kan je zelfvertrouwen volledig vernietigen.

Scène uit ‘Gravity & Grace’. Beeld rv

“Weet je, dit is zo vreemd. Ik ben in het Litteraturhuset (het Huis van de Literatuur, EM) in Oslo, en de kamer waar ik zit hangt vol met memorabilia van Knut Hamsun, de schrijver van Hunger. Die roman gaat precies over die thema’s. De verteller van Hunger maakt zichzelf gek door zich te verwaarlozen en uit te hongeren, omdat hij zijn leven volledig wil wijden aan het schrijven.”

Dat is ook wat Simone Weil deed, de filosofe aan wie u de titel Gravity & Grace ontleende. Zij heeft zichzelf uitgehongerd tot de dood.

“Ik was gek van Simone Weil. Wat me vooral aantrok was haar idee van radicale empathie. Je zo hard inleven in het lijden van iemand anders, dat je jezelf haast uitwist. Haar extreme gevoeligheid, dat was iets wat ik als jonge vrouw herkende. Alsof ik poreus was. Ze was erg radicaal, en als je jong bent zijn het de extreme ideeën die je het hardst aanspreken. Nuance vond ik toen volledig oninteressant.”

In Weils leven en werk stond het lijden centraal. Het volstond volgens haar niet om op te komen voor de rechten van de arbeidersklasse, ze ging zelf in miserabele omstandigheden in een fabriek werken. Is afzien noodzakelijk voor de kunst, voor religie, voor de goede zaak?

“Voor mij was afzien toen gewoon de realiteit, net zoals voor vele anderen in het New York van de jaren 80. Een kunstenaarsleven stond voor ons synoniem aan armoede en ontbering. Dat was het ethos van die tijd. Nu lijken we het normaal te vinden dat kunstenaars op jonge leeftijd al een bourgeoisleven leiden.

“Ik zag net de prachtige nieuwe documentaire over David Wojnarowicz (prominente kunstenaar en aidsactivist uit de New Yorkse kunstscene van de jaren 80, EM). Je ziet fragmenten met interviews die zijn gefilmd in zijn keuken, dat is best choquerend. Alles is oud en vuil en rommelig en versleten, er zijn geen Ikea- of designspullen, geen eten uit de biowinkel, alleen wat papieren en boeken en een pak van de goedkoopste koffie. Dat was normaal toen.”

Vandaag wordt de ruigheid van die periode vaak geromantiseerd. Het werk van Wojnarowicz staat op T-shirts van het luxe-handtassenmerk Loewe. Dat is een beetje wrang, niet?

“Het ergste is dat de culturele wereld nu veel minder divers is dan toen. Het is vandaag ondenkbaar dat iemand uit een working-classfamilie naar New York of Los Angeles trekt om een carrière als kunstenaar op te bouwen. Als je geen financiële steun hebt van je familie, en geen Master of Fine Arts van een prestigieuze, dure universiteit, dan kan je het wel vergeten.

“Een freelancejournalist in New York die over literatuur schrijft voor 250 dollar per artikel, hoe betaalt die zijn huur? Door te leven van een ander inkomen, uit aandelen of uit onroerend goed, of een trust fund van de familie. Als je dat niet hebt, kan je in deze sector niets meer doen.”

Gemakkelijkheidshalve krijgt u het label van feministe opgeplakt, maar u lijkt veel meer bekommerd om sociaal onrecht. De ongelijke verdeling van geld en macht overstijgt genderverschillen.

“Absoluut. Wie krijgt het recht om te spreken en waarom, dat is de kernvraag. Ik ben nooit een fan geweest van het neoliberale feminisme en ‘girl power’, ik geloof in een feminisme dat strijdt voor sociale gelijkheid en rechtvaardigheid.”

Een deel van Gravity & Grace speelt zich af in Nieuw-Zeeland, waar u opgroeide. Waarom moest dat land een rol spelen in de film?

“Omdat dat land zo’n belangrijk deel vormde van wie ik was. Die eerste jaren in New York had ik vreselijke heimwee. Ik miste de eenvoud van die kleine gemeenschap. Alles was overzichtelijk in Nieuw-Zeeland, tegenover de chaos en anarchie van New York.”

U schrijft nochtans behoorlijk gemene dingen over Nieuw Zeeland. In I Love Dick noemt u het ‘een klein en gemeen land’, waar ‘iedereen die te veel gevoelens heeft (…) zich heel eenzaam voelt’.

“Ja, dat is het natuurlijk ook. Zeker als je uit de band springt, dan voelt die veilige, kleine gemeenschap heel bekrompen en provinciaal aan.”

U stond al op eigen benen op uw 16, en begon als krantenjournalist te werken toen u 17 was.

“Ik had een studiebeurs gekregen, en die baan bij de krant was een deel van de prijs.Ik mocht meteen fulltime in dienst om reportages te schrijven.

“Die krant was erg shitty. Als vrouwelijke reporter werd je geacht om de onbelangrijke sociale, ‘softe’ onderwerpen te behandelen. Het kon niemand iets schelen wat ik schreef, maar dat was ook een voordeel. Ik ging met een studentendelegatie mee naar China en ik schreef over nieuwe gesubsidieerde wooncommunes die door de toenmalige socialistische eerste minister waren opgezet. Ik was toen al lekker radicaal links. (lacht) Als je journalist kan zijn in een boeiende stad, dat is prachtig. Maar geloof me, je wil echt geen tv-kritieken zitten schrijven voor de Wellington Evening Post. Toen was het wel duidelijk dat ik daar echt niet voor de rest van mijn leven wilde blijven.”

Voor Gravity wacht er geen happy ending in New York. Gravity & Grace is een behoorlijk pessimistische film.

“Maar de film stopt wanneer Gravity eenentwintig is. Wie weet wat er twintig jaar later met haar gebeurt, of veertig jaar later. Alles kan nog beter worden – kijk maar naar mij.” (lacht)

Kraus weet door haar eigen grillige carrièrepad maar al te goed hoe arbitrair succes is in de kunstwereld. In haar werk neemt ze het vaak op voor de artiesten die niet naar waarde worden geschat, of die door de heersende elite naar de achtergrond worden geduwd. “Omdat onze receptie van alle kunst afhankelijk is van zoveel factoren, en van de tijdgeest.”

Bovendien worden artiesten tegenwordig al te vaak geacht om aardig en aaibaar te zijn. “Of, correctie: vrouwen moeten aardig zijn. Mannen mogen gewoon interessant of opmerkelijk zijn.”

Chris Kraus: ‘Dat we allemaal in onszelf moeten geloven, is wellicht de volgende grote illusie waar we komaf mee moeten maken.’ Beeld NYT/SASHA ARUTYUNOVA

Nu ze zelf een stem is die gehoord wordt, zal Kraus haar invloed gebruiken voor wat ze altijd al het liefste deed: andere talenten in de kijker zetten. Of we zeker de Frans-Belgische artieste Joëlle de La Casinière willen vermelden, vraagt ze. “Zij was een van de drijvende krachten achter de tentoonstelling van de vergeten Belgische kunstenares Sophie Podolski in het museum Wiels, waaraan ik meewerkte. We hebben toen heel veel gemaild, en ik hoop haar in Brussel eindelijk voor het eerst te ontmoeten.”

Uw oevre staat voor een groot deel in het teken van empathie en sympathie voor outcasts. Verhindert dat u niet om te genieten van het grote succes dat u sinds I Love Dick te beurt valt?

“Helemaal niet. Waar ik gelukkig van word, zijn de contacten. Ik zit hier in Oslo te praten met jou, en jij hebt de moeite gedaan om mijn werk aandachtig te lezen en de film te bekijken. Dat is toch het beste dat er is? Dat is wat succes betekent voor een kunstenaar en dat is wat ik altijd heb gewild: via mijn werk een connectie maken met anderen.”

“In Bozar zal ik worden geïnterviewd door Natasha Soobramanien, die ik een erg goede schrijfster vind. Ik heb haar één keer ontmoet in Londen, we zijn contact blijven houden, en nu mogen we een gesprek voeren voor een publiek. Die contacten en ontmoetingen, daar haal ik alle voldoening uit.”

Dus het succes heeft uw leven alleen maar leuker gemaakt?

“Mijn leven is leuker geworden door veel verschillende factoren. Ik ben gestopt met films maken, dat was stap één. (lacht) En ik ben in L.A. gaan wonen. Ik voelde me onmiddellijk beter zodra ik New York had verlaten. Alle haat en nijd en naijver die daar hing, ik kon dat niet loslaten zolang ik in die context leefde. Ik vond L.A. verfrissend, open en vrij. Alle zorgen over wie wat over wie denkt, gleden van me af.

“In 2005 heb ik mijn huidige echtgenoot ontmoet, en ik heb nu een leven met meer continuïteit. Ik heb een gezonde balans tussen mijn eigen werk, dat veel isolement en focus vereist, en lesgeven en andere opdrachten. En daarnaast is er een privéleven met een stabiele relatie.”

Dat klinkt erg conventioneel.

“Ik stel vast dat ik voor het eerst in mijn leven een eerder conventioneel leven heb, ja. En op dit moment is dat heel goed voor mij.”

We hebben een uur gepraat, via een slechte Skype-verbinding, terwijl Kraus me in haar mailtjes op voorhand had laten weten dat ze problemen heeft met haar gehoor.

Mag ik u ten slotte iets vragen over uw gehoorproblemen?

“Mijn wat?”

Uw gehoorprobleem.

(lacht uitbundig) “Daar is het antwoord op je vraag.

“Het was erg bizar. Toen ik de woestijn inreed om de finale versie van I Love Dick te gaan schrijven, had ik een zwaar auto-ongeval. Mijn truck ging overkop en ik belandde in het ziekenhuis met een hersenschudding. Sindsdien gaat mijn gehoor gestaag achteruit, en nu ben ik voor 80 procent doof. Het maakt enerzijds alles moeilijker, maar het dwingt me ook om heel wat zaken in mijn leven te vereenvoudigen. Ik heb moeten leren om simpeler te communiceren en aandachtiger te luisteren. Dat is niet zo slecht op mijn leeftijd.” (lacht)

Doet u af en toe alsof u iets niet gehoord hebt?

“Het komt soms goed van pas, ja. Als docent ga ik vaak op atelierbezoek bij jonge artiesten, die niets liever doen dan eindeloos te blijven doorpraten over hun werk. Dan vraag ik: ‘Wat zeg je? Nee echt, wat wil je eigenlijk zeggen? Nee, opnieuw, probeer het nog eens eenvoudiger te zeggen?’ Dat is een behoorlijke nuttige oefening.” (lacht)

Chris Kraus, interview en screening van Gravity & Grace, 20 juni in Bozar.

HET BIJZONDERE PARCOURS VAN CHRIS KRAUS EN ‘I LOVE DICK’

Voor wie de wonderlijke levensloop van Kraus’ onwaarschijnlijk succesvolle debuut­roman niet kent: I Love Dick verscheen in 1997 bij Semiotext(e), de niche-uitgeverij van filosofische werken die Kraus met haar toenmalige echtgenoot runde. Het boek, een verzameling brieven aan een min of meer denkbeeldige minnaar die Dick heet, bereikte enkele honderden lezers en kreeg een handvol vernietigende kritieken. In The New Yorker vergeleek schrijfster Leslie Jamison de mythe rond het boek met ‘gefluister over een undergroundbar waar je een paswoord voor nodig hebt om binnen te mogen’.

Toen een heruitgave jaren later werd opgepikt door sociale media en bejubeld door enkele invloedrijke fans – zoals Lena Dunham van Girls – kreeg het uit de hand gelopen literaire experiment een nieuw leven als internetfenomeen. Plots waren er de selfies van hippe meisjes die toonden hoe moedig ze waren door op een openbare plaats het boek te consumeren – Dick is een voornaam, maar ook Engels voor het mannelijke geslachtsorgaan. The New York Times riep Kraus uit tot ‘een van de slimste en origineelste auteurs over hedendaagse kunst en cultuur’. Tot haar eigen verbazing werd Kraus een icoon voor een nieuwe generatie zelfbewuste vrouwen, met veel verstand en veel te veel gevoelens.

Een Dick-selfie op de metro werd een teken dat je mee was, de cover met fluo groene en roze letters een cool accessoire. In 2016 werd I Love Dick ook een veelgeprezen tv-serie op Amazon.

Zo werd Kraus als vijftiger plots naar de mainstream gekatapulteerd. Een bijzondere plotwending, voor een kunstcritica en experimentele filmmaakster, die zich al had neergelegd bij een leven in de obscuriteit, en in haar semiauto­biografische boeken naadloos haar eigen falen fileerde.

Misschien is dat een verklaring van haar huidige succes. Kraus is niet te beroerd om in haar werk met veel zelfspot terug te blikken op haar mislukte relaties, mislukte films, mislukte adopties en mislukte vriendschappen. Ooit werden haar confessies weggezet als navelstaarderij, vandaag gelden ze als baanbrekend, openhartig en kwetsbaar. (EM)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234