Maandag 24/06/2019

Brief van Jules

Beste Kobe Ilsen, ik kan je enkel feliciteren met het indrukwekkende parcours dat je hebt afgelegd

Kobe Ilsen op de set van 'De 3 wijzen'. Beeld © VRT Joost Joossen

Geachte heer Ilsen,

beste Kobe,

Onlangs verpoosde ik tussen twee afspraken door even op een terras in de onovertroffen Gentse binnenstad. De zon was warm, de pint fris en de wereld leek even zonder zorgen.

Net toen een gevoel van gelukzaligheid zich van mij meester dreigde te maken, werd het belendende tafeltje stormenderhand ingenomen door een roedel groen

geüniformeerde schoolmeisjes die luid van gedachten wisselden over de charmes, het sex­appeal en de eventuele andere kwaliteiten van de mannelijke tv-populatie. Terwijl ik mij achter mijn krant verschool, luisterde ik stiekem naar hun gekwetter en hoorde hoe het ene na het andere schermgezicht zo ongenadig werd gefileerd dat het op die zonnige namiddag in vele bekende oren loeihard moet hebben getoeterd. Het, voor hen sowieso onhaalbare, nieuwste snoepje van de VRT-sport­redactie, Aster Nzeyimana, werd unaniem – “Die zou het mij geen twee keer moeten vragen” – tot ‘beau’ van dienst uitgeroepen en de hersenloze testosteron­binken van Temptation Island werden collectief afgeserveerd als een bende hitsige losers die “bij hen niets moesten proberen”.

Tot zover het goede nieuws, want alle anderen werden stuk voor stuk te klein, te dik, te kinder­achtig, te jong, te oud of te lelijk bevonden. Het plastische taalgebruik en de rijke (scheld)woordenschat van de ‘jeugd van tegenwoordig’ verraste me dermate dat ik even overwoog om in de bres te springen voor al die door mij gekoesterde tv-persoonlijkheden die schamper als een bende nitwits werden afgeschilderd. Maar ik zweeg, kwam niet verder dan een afkeurende blik en besloot hun respectloze commentaren te klasseren als jeugdige onbezonnenheid.

Toen ze opstapten en ik me, te laat, naar mijn afspraak spoedde, stelde ik verbaasd vast dat jouw naam niet één keer was gevallen. ‘Dat zal Kobe niet graag horen’, bedacht ik bij dit wraak­roepende geval van majesteits­schennis, dat meteen het bewijs leverde dat uitgelaten schoolmeisjes er geen flauw benul van hebben wie wel en wie niet van tel is in media­land. Je moet immers ziende blind of van bijzonder slechte wil zijn om een van de markantste figuren van het moment over het hoofd te zien. De onweerstaanbare glamour­boy van de media. Hotter dan hot op het scherm en een vaste klant in zowel de ernstige kranten als in de boekskes die zich wekelijks gulzig laven aan de levens­wandel en de confidenties van een 36-jarig succes­nummer dat alles wat hij aanraakt, in goud verandert. Daarom deze brief, Kobe.

Het is alweer bijna acht jaar geleden sinds ik je schreef en dus de hoogste tijd om de keizer te geven wat de keizer toekomt. Toch ben ik nooit een echte fan van je geweest. Ik heb het immers niet zo begrepen op net iets te zelfbewuste alfa­mannetjes die zo hard hun best doen om de sympathieke peer uit te hangen dat het soms pijn aan de ogen doet. 

Maar ik verwijt je niets. Wel integendeel. Niemand kan voor iedereen goed doen en binnen de concurrentiële media­wereld is (valse) bescheidenheid zelden een garantie op succes. We liggen elkaar gewoon niet zo goed, moet je maar denken, en bovendien ben je intussen zo populair geworden dat één licht dissidente stem nooit het verschil kan maken voor een flamboyante jeune premier die onstuitbaar voortgestuwd wordt in de vaart der volkeren en zich weldadig wentelt in een zuur­verdiende BV-status.

Het zal me trouwens worst wezen of je ‘voor de mannen’ bent, of je ‘diepe vriendschap’ met Danira Boukhriss Terkessidis met ‘benefits’ gepaard gaat, hoe je op jetset­feestjes je public relations verzorgt en naar welke kapper je bent geweest. Dat zijn mijn zaken niet en iedereen doet na zijn uren wat hij wil. Mijn oprechte bewondering is dan ook enkel gestoeld op de flair, het vakmanschap en het doorzettingsvermogen waarmee je het tot een gevierde Vlaamse super­ster hebt geschopt. Al lang zoveel meer dan de goed van poten en oren gedraaide ambitieuze aansteller waarvoor ik je destijds ten onrechte heb versleten.

Veertien jaar geleden via een talentenjacht van Studio Brussel in de media gerold, om na een tussenstop bij de radio de tv-stiel te leren als regisseur van Temptation Island en reportage­maker in Vlaanderen vakantieland en De rode loper. Een wel­bespraakte en opvallende nieuwkomer die zich toen al een ster in het diepst zijner gedachten waande en die door de camera’s bijna even graag werd gezien als hij zichzelf zag. Door hard te werken groot geworden en traag maar gestaag opgeklommen tot de ongekroonde koning van het info­tainment dankzij onmiskenbare star quality en een ego dat bijna even groot is als zijn talent.

Jij kent mij niet. Ik jou wel. Twee jaar geleden mocht ik er dankzij duur bevochten vrijkaartjes getuige van zijn hoe je als de 2.0-versie van Carl Huybrechts vakkundig The Night of the Proms in goede banen leidde. En toen je nog een aankomend seks­symbool was, zag ik je in een Gents restaurant even vlot en professioneel een harem rijpere dames entertainen die een date met je hadden gewonnen. “Die gast gaat het helemaal maken”, vertrouwde ik toen een vriend toe die net als ik met enige afgunst het tafereel gadesloeg. Je hebt die hoge verwachtingen meer dan ingelost, Kobe, en ik kan je enkel feliciteren met het indrukwekkende parcours dat je sindsdien hebt afgelegd.

Ik volgde trouw het consumenten­magazine Volt, dat je, eerst als ‘bevallige assistent’ naast diva Martine Tanghe en later solo, van een duidelijke persoonlijke touch voorzag en waarin je wekelijks een proef op de som nam met ludieke doch spraakmakende reclame­tests.

Soms denk ik ontroerd terug aan het beklijvende Doodgraag leven. Een dijk van een programma, waarin je voor één keer rustig en integer een jaar lang vijf terminale kanker­patiënten volgde op weg naar het onafwendbare einde. Grote klasse en zoveel sterker dan de gekunstelde manier waarop je tegenwoordig De 3 wijzen probeert te reanimeren. Altijd goed voor een miljoen gemakkelijke kijkers, en die hebben altijd gelijk, maar uiteindelijk niet veel meer dan een opgewarmd lijk. Geef mij maar het swingende Over eten, waarin je onvervaard ‘de vulkaan van Balen’ te lijf ging en een bizar – “Ik ben nu eenmaal een lijfelijke mens” – verleidings­spelletje speelt met ‘ons Danira’. Ik voelde met je mee toen je in Het huis vertelde hoe je door je biologische vader in de steek werd gelaten. Een ontroerende getuigenis waardoor je plots menselijke trekjes kreeg en die mijn respect voor jou exponentieel deed toenemen.

Mede daarom en ondanks de moeite die ik soms nog heb met je routineuze vrolijkheid en van het scherm spattende eigenliefde, zal ik je op de voet blijven volgen. Al is het maar omdat ik ervan overtuigd ben dat onder de gladde façade en het zorgvuldig gekoesterde imago een toffe gast en een getalenteerde tv-maker schuilt van wie we het beste nog lang niet hebben gezien.

Met hartelijke groeten,

je vriend Jules

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden