Dinsdag 10/12/2019

Interview

Bert Wagendorp: "Het nieuws op zich is niet meer belangrijk. Het is een ­bordeel van meningen geworden"

Bert Wagendorp: "Wat ’s ochtends nog nieuws is, heeft tegen de middag soms al zo’n horde sprinkhanen over zich heen gekregen dat er voor mij als columnist niks meer te halen valt." Beeld Karoly Effenberger

Bert Wagendorp schreef een roman over een ­jour­nalist die met lede ogen zijn professie ziet verande­ren. Steeds meer pret en opinie in de krant, en nu zelfs fake news. Hoe kijkt de de Volkskrant-columnist en schrijver van zijn verfilmde succesroman Ventoux zelf aan tegen de media en hun toekomst?

Bij Bert Wagendorp op bezoek gaan, is als binnenstappen in een roman. In zíjn roman, om precies te zijn, in Masser Brock. “Kijk, daar achter die huizen loopt de Rijn, die we hier de Lek noemen”, wijst hij door het raam, “maar dat heb je wellicht wel gelezen.” Wanneer ik me omdraai, sta ik prompt voor een heuse vleugelpiano. “Ja,” zegt hij bijna verontschuldigend, “die zit er ook in.”

Bert Wagendorp, 'Masser Brock', Atlas Contact, 416 p., 19,99 euro. Beeld RV

Maar het grootste punt van overeenkomst ­tussen zijn roman en de realiteit is natuurlijk Wagendorp zelf. Hij is nieuwscolumnist bij de Volkskrant, terwijl die Masser Brock uit zijn boek hetzelfde doet voor De Nieuwe Tijd. Schrijf over hetgeen je kent, krijgt een beginnend romancier vaak als goede raad. Blijkbaar geldt dat ook voor een ouwe rot met meer dan tien titels op de ­boekenplank.

Bert Wagendorp, bekend van het reusachtig succesrijke en verfilmde Ventoux, heeft van zijn journalisten-alter ego een man gemaakt die het zo stilaan allemaal wel gezien heeft. Wanneer vier jonge Nederlandse soldaten sterven tijdens een buitenlandse missie is het land in rouw. De premier geeft een speech waar zelfs George Bush van opgekeken zou hebben, en die geschreven is door Massers zus Mia. Hoe erg, denkt ook hij aanvankelijk, tot hij te weten komt dat die vier geen helden, maar ordinaire drugsmokkelaars waren die in opdracht van een lokale warlord werkten.

Vertrekkend vanuit dit gegeven schrijft Wagendorp een spannende en verbijsterend ­actuele roman waarin de lezer aan het denken gezet wordt over fake news, manipulatie van de feiten en de rol van de journalistiek in de huidige wereld. Masser Brock is voor zover we weten de eerste roman waarin de verkiezing van Donald Trump voorkomt. “In de zomer van 2015 begon ik te schrijven”, vertelt Wagendorp. “Trump had zich toen pas aangemeld als kandidaat. Hoe sneller ik schreef, hoe meer ik merkte dat ik door de realiteit ingehaald werd, met de verkiezing van november vorig jaar als summum. Ik diende maar te noteren wat er aan het gebeuren was.

“Voor Masser is die verkiezing de druppel die de emmer doet overlopen. Hij stopt als journalist. Je kunt je vandaag naar de machtigste positie van de wereld liegen, beseft hij. Hoe kun je daar als integer journalist nog tegenop?”

Zit je daar zelf ook mee?

“Ik herken Massers twijfel, maar ik doe mijn job veel te graag om ermee te stoppen. Daarom laat ik hem dat in mijn plaats doen. Hij vraagt zich af: waar ben ik mee bezig? Wat maak ik? Wat is nieuws nog in deze almaar complexer lijkende wereld?”

Goeie vraag: wat ís nieuws precies?

“Voor mij is nieuws het moment waarop een tip van de sluier wordt opgelicht. Je hoort iets en denkt: hé, dat is nieuw. Dat doet zich de hele tijd voor, alleen zien we van de tien mogelijke nieuwsmomenten er maar één. Die andere komen niet aan de oppervlakte.

“We hadden hier in Nederland niet zo lang geleden een bonnetjesaffaire met een minister. Een journalist van het tv-programma Nieuwsuur ging spitten en vond het bonnetje waaruit bleek dat de minister had gelogen. Dat was nieuws, maar ondertussen waren nog veel andere zaken gebeurd, natuurlijk. Alleen had niemand daarbij fouten gemaakt, was er niet uit de school geklapt en liepen er geen gefrustreerde ambtenaren rond die dachten: ik geef hem een douw.

“Nieuws is uiteindelijk toch een uitzondering, de top van een ijsberg. De werkelijkheid kun je zien als een piramide waarbij onder iedere ­waarheid een paar andere waarheden schuilen. Uiteindelijk kom je dan bij de basis van ik-weet-niet-hoeveel waarheden die samen de werkelijkheid uitmaken. Maar die is te complex om in een krant te presenteren. Die brengt alleen flarden en fragmenten. Ook al zijn de meeste journalisten die ik ken heel integere en hardwerkende mensen, die complexiteit kunnen zij niet blootleggen.

“Soms denk ik wel eens dat ik die complexiteit toch doorzie. Dan schrijf ik er vol goede moed een column over en krijg de dag nadien van de lezers informatie die toont dat ik er helemaal naast zat. Het kan ook niet anders. Een journalist is een ­zoeker. Nu en dan vindt hij misschien wel eens wat, maar nooit dat ultieme verhaal.”

Een van de thema’s van uw boek is het sturen van nieuws. Wat moeten we ons daarbij ­voorstellen?

“De koude oorlog was ook een culturele oorlog. Men wilde de geesten van de mensen veroveren. De Sovjet-Unie stuurde het ballet van het Bolsjoj-theater op pad door Europa. Wij zijn de absolute top van de wereld, en communistisch, was het idee erachter. De Amerikanen lieten daarop het Boston Philharmonic een tournee maken, betaald door de CIA, om de superioriteit van het kapitalisme te bewijzen.

“Hetzelfde gebeurde op literair vlak. The Paris Review, een hartstikke goed literair blad waar alle grote Amerikaanse schrijvers in stonden, was opgezet door de CIA om te tonen dat het vrije Amerika grote literatuur voortbracht. De CIA trok voor die propaganda meer geld uit dan de budgetten van alle grote nieuwsorganisaties als Reuters en Associated Press bij elkaar. Na de oorlog had Bild 8 miljoen nodig om op te kunnen opstarten. Waar kwam dat geld vandaan? Van de CIA.

“En wie zegt dat ze ongelijk hadden? Ik heb zelf de rakettencrisis van de jaren 80 meegemaakt, toen in Nederland en België kruisraketten werden geplaatst. De Nederlandse protestbeweging daartegen werd vanuit de Sovjet-Unie gevoed en misschien zelfs wel betaald. Dus bezorgde de Nederlandse veiligheidsdienst BVD de juiste mediamensen informatie over de Russische kruisraketten die Amsterdam konden raken.

“Het is dus niet dat iemand leugens zat te ­vertellen, het waren overtuigingen tegen overtuigingen. Bij de Volkskrant wordt een krantje gemaakt voor oud-journalisten, de Volksknar. (lacht) Laatst stond daar een stuk in over een door buitenaf gepland verhaal dat in de krant had gestaan. Een nietsvermoedende journalist hoorde van een bron een goed verhaal. Hij ging erachteraan, schreef er een stuk over en vroeg zich een tijd later af of die bron nog iets had. Dus belde hij haar en ontdekte dat de persoon in kwestie nooit bestaan had. Zo werkte het.”

Gebeurt dat vandaag nog?

“Natuurlijk, en de mogelijkheden zijn groter geworden omdat iedere krant tegenwoordig opiniepagina’s heeft. Je maakt mij niet wijs dat iedereen die daarin schrijft vooraf gescreend wordt. We moeten ons daarvan bewust zijn. Mensen manipuleren, en dat hebben ze altijd gedaan.

“Zo is er het verhaal van de eenbenige terrorist Abu Musab al-Zarqawi, begin jaren 2000 een kopstuk van Al Qaida. Alle media hadden het over hem, maar wie wás hij? Op een gegeven ogenblik dook een foto van hem op, maar daarop had hij twee benen. Hoe was dat mogelijk? Een mirakel, merkte een eerste cynicus op. Uiteindelijk bleek die man een pure CIA-constructie te zijn om Al Qaida een gezicht te geven.

“Ook het bedrijfsleven stuurt het nieuws. Denk maar aan de tabaksindustrie die integere wetenschappers betaalde om een goedgezind rapport te schrijven. Dat hele pr-gebeuren is heel groot. Stel dat je imago beschadigd wordt in de pers, dan zorgen zij ervoor dat er verhalen verschijnen waarin je imago weer opgepoetst wordt, belooft Freuds, een pr-bureau geleid door een achterkleinzoon van Sigmund Freud. Men schat dat in Britse kranten tussen de 30 en 40 procent van de artikels gepland is door commerciële actoren.

“En dan is er nog de politieke manipulatie. Ik heb zelf in Den Haag gewerkt, dus ik ken het klappen van de zweep. Jij bezorgt ons nieuws, dan kom je bij ons op de voorpagina. Daarmee wil ik niet zeggen dat de hele zooi corrupt is, maar een lezer moet zich dat wel realiseren. Denk dus niet dat je in de krant de waarheid leest. Dat zijn pogingen om de waarheid te vinden.”

Bert Wagendorp: "Soms wordt opinie zélf het nieuws. Trump vindt dit of dat, en dat haalt dan het nieuws. Dat wordt gevaarlijk natuurlijk." Beeld Karoly Effenberger

Kan die zoektocht naar de waarheid wel iets opleveren wanneer nieuws en opinie steeds meer door elkaar lopen?

“Het is nog erger, soms wordt die opinie zélf het nieuws. Trump vindt dit of dat, en dat haalt dan het nieuws. Dat wordt gevaarlijk natuurlijk. Nieuws op zich is niet meer zo belangrijk. Je krijgt het gratis op het internet. Daarom vragen we ­opiniemakers om er hun mening over te geven. Het nieuws is daardoor een bordeel van meningen geworden.

“Wij vragen mensen onmiddellijk wat hun standpunt over iets is. Ik weet niet of mijn vader toen hij de krant las overal een mening over had. Hij zal wel eens ‘die klootzak van een premier’ gebruld hebben, maar dat was het dan wel, denk ik. Vandaag word je meteen gedwongen om een standpunt in te nemen en dat te verdedigen. Er is constant confrontatie tussen allerhande meningen en opinies. Maar als jij zegt dat het zus is en ik dat het zo is en we graven ons allebei in, dan begrijpen we elkaar nooit.

“Twijfel is daarom een gouden goed. Hij maakt dat we naar elkaar willen luisteren. Je bent het dan misschien niet met me eens, maar je snapt mijn argumenten wel. Vandaag is die twijfel ­verdwenen, wat zorgt voor een verharding van de dialoog.”

Het poldermodel bestaat niet meer?

“Dat heeft toch nooit bestaan? Wij zijn altijd een land van tegenstellingen geweest. Vroeger praatten we niet eens met elkaar. Ik kom uit een ­protestants gezin in een katholieke enclave in de Achterhoek. Wij hadden onze eigen kruidenier, bakker en voetbalclub. Dat was de zuil waartoe je behoorde en waar je niet buiten ging. Vandaag noemen wij dat ‘de bubbel’, maar die bestond toen ook al. Misschien meer dan Vlaanderen is Nederland een land dat niet echt compromis­bereid is. Wij zijn dogmatischer. Vanaf de 17de eeuw al. Daarom hoeft het ook niet te verbazen dat vandaag met de verkiezingen in zicht de ­discussies zo hoog oplaaien.”

Het verschil met vroeger is toch dat vandaag iedereen zijn mening kan uiten op sociale media?

“Natuurlijk. Vroeger klonk je stem niet verder dan het café. Daar werden dezelfde verschrikkelijke dingen geroepen als nu op sociale media, alleen bleef het binnen de muren. We beseffen het nog niet helemaal, maar de sociale media hebben onze wereld echt veranderd. Zonder sociale media geen Trump of IS.”

Om tot een genuanceerde mening te komen en de gezonde twijfel te behouden waarover je het net had, is internet dus niet het ideale medium?

“Nee, omdat het altijd uitdraait op een clash. Maar af en toe zie ik ook wel iets positiefs op het internet, omdat het de meningenindustrie gedemocratiseerd heeft. Vroeger had de Volkskrant één columnist die de opinie monopoliseerde. Dat is gelukkig verleden tijd. En door internet hebben wij ook een veel grotere toegang tot de wereld. Door IS heeft een groot deel van het Midden-Oosten een stem gekregen. Vroeger wist je wel dat die landen bestonden, maar dacht je dat de mensen er hele dagen niets anders deden dan schapen hoeden. Nu zie je een opstand in Damascus live op je gsm.”

Dat weet IS natuurlijk ook, dus speelt het daar op in.

“Voor IS is onthoofden een cynische vorm van pr. Tot op zekere hoogte brengen de media niet alleen verslag uit van wat er in de wereld gebeurt, ze scheppen hem ook.

“Dat is me voor het eerst opgevallen toen ik net na de val van de Muur in Berlijn was. Ik las wat de Nederlandse kranten schreven en merkte dat dit niet overeenkwam met wat ik met mijn eigen ogen zag. Hier werd bijvoorbeeld nog gediscussieerd of het politiek wel mogelijk was dat Oost- en West-Duitsland herenigd zouden worden. In Berlijn stelde je je die vraag niet. Daar wist je het gewoon. Het was daar al beslist. Je zag het aan de mensen. Het kon niet anders.

“Vandaag hoor ik hetzelfde van onze correspondente in het Midden-Oosten. Het beeld dat je hier hebt van Aleppo en Mosoel klopt niet met de werkelijkheid. Daar zitten ook mensen op het terras achter een cocktail. Is dat dan niet gevaarlijk? Natuurlijk, maar zij zijn dat al gewend.”

Journalisten dragen dus een grote ­verantwoordelijkheid?

“Ja, tot en met de verkiezing van Trump, want die is tot op grote hoogte de schuld van de media. Trump was heel lang een grappig soort clickbait voor hen: kijk eens wat een gek! Maar dat hield hem wel in het nieuws.”

Zie je in Nederland niet hetzelfde met Geert Wilders?

“Natuurlijk. Vorige week kwam hij met een ­vervalste foto van D66-boegbeeld Alexander Pechtold voor de dag. Het leek daarop alsof deze meeliep in een antiwesterse betoging van radicale moslims. Natuurlijk reageerde Pechtold en in zijn voetspoor alle media. Op het einde van dat relletje kwam Wilders met de tweet: ‘NOS-journaal, Volkskrant, NRC…’ Had hij een lijstje gemaakt van alle media waarvan hij aandacht had gekregen. Over manipulatie gesproken.”

Dan waren we tijdens de Koude Oorlog toch gewoon amateurs?

“Precies. Zo’n Wilders creëert zijn eigen werkelijkheid. Het zijn pure leugens die toch doorsijpelen naar de media. Er wordt wel bijgezegd dat het allemaal gelul is, maar het staat wél in de krant. Zo gaan we mee in zijn werkelijkheid.

“Onze handen zitten vastgebonden op onze rug, want we kunnen het ook niet negeren. Vanuit zijn Twitter-account gooit hij de bal over de media heen naar zijn publiek. Wij journalisten zien die bal vliegen en schrijven daarover, want ja, er vliegt wel een bal natuurlijk.”

Moeten we niet terug naar de essentie van de krant: degelijk nieuws dat je op korte tijd een goed beeld geeft van wat er speelt in de wereld, zonder al die opinies en infotainment?

“Als kranten opnieuw een selectie zouden gaan maken van wat relevant is, zou het me niet verbazen dat dat weer aanslaat. Hedendaagse kranten bieden geen houvast meer, ook al is dat misschien wel wat lezers in onze verwarde tijden willen. Wat ik bijvoorbeeld wil, is ’s ochtends een krant van pakweg twaalf pagina’s zodat ik de hele dag verder kan en grip heb op de werkelijkheid. Iemand moet orde brengen in de chaos. Laat kranten dat dan doen.”

De krant heeft dus nog een toekomst?

The New York Times heeft er sinds de verkiezing van Trump 275.000 digitale abonnees bij en 25.000 papieren abonnees. Eenzelfde succes ­hebben de Washington Post en de LA Times. In deze gekte is er kennelijk behoefte aan waarheid en duiding. Ik vind dat geruststellend.

“Soms kijk ik naar het Midden-Oosten en denk ik: wat een waanzin. Maar we hebben een oud-ambassadeur die daar voor ons regelmatig een stuk over schrijft en die haarfijn de rede achter die waanzin toont: Rusland, Turkije en Iran zijn gewoon de boel aan het verdelen. Dat leidt ooit tot een nieuwe status quo, maar voor het zover is, blijven ze clashen. Zo iemand geeft je grip op de wereld, en als je dingen begrijpt, worden ze minder bedreigend. Nu hollen we van de ene hype naar de andere.

“Natuurlijk mag ik daar niet te luid over klagen, want als columnist leef ik ervan, maar soms denk ik toch ook van ‘jonge, jonge, jonge’. Wat ’s ochtends nog nieuws is, heeft tegen de namiddag soms al zo’n horde sprinkhanen over zich heen gekregen dat er voor mij niets meer te halen is. Lezers willen geen week lang iedere dag Syrië op de voorpagina.

“Of Trump. Iedereen is die man toch al lang beu, en toch gaan de kranten er maar mee door. Vorige week maandag schreef ik daar een column over en ik kreeg prompt een telefoontje van de VRT. Of ik dat eens wou herhalen op de radio omdat zij daar ook zo’n last van hadden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234