Woensdag 11/12/2019

Concertreview

Beirut in Vorst Nationaal: tussen verwondering en verveling ★★★☆☆

Beeld Illias Teirlinck

Er zijn genoeg plekken waar de muziek van Beirut kan aarden: in een krakkemikkig café, in de kronkelende straten van een Oostblokstad waarvan je over de naam struikelt of in het slechtste geval rond een kampvuur. Maar een arena als Vorst Nationaal inpalmen is andere koek.

“Deze zaal is toch een stuk groter dan de Ancienne Belgique. Qu’est-ce qui s’est passé?” Zach Condon staarde enkele seconden voor zich uit. Hij was in de war, vermoeden we. De boerenjaren van zijn groep Beirut liggen al even achter de rug, maar nooit eerder speelde de Amerikaan uit New Mexico in een grotere Belgische zaal.

Het is ons óók een raadsel hoe hij dat heeft klaargespeeld. Beirut heeft de grandeur van zijn magnum opus, The Flying Club Cup, nooit meer weten te evenaren. In 2013 rolde Zach Condon van een echtscheiding in een persoonlijke crisis, en dat voorval had zijn sporen nagelaten: op vierde langspeler No No No ontkoppelde hij de caravan met balkanmelancholie. Maar met het nieuwe Gallipoli keert Beirut terug naar het zigeunerpark waar ook Sufjan Stevens, Goran Bregovic en Jacques Brel ronddwalen.

Voor de slechte verstaander: Zach Condon heeft zijn kenmerkende Farfisa-orgel opnieuw aan boord gehesen, en dat heeft de groep deugd gedaan. Dat hoorde je meteen in Vorst Nationaal, toen ‘When I Die’ de debatten openden. Er zijn weinig groepen die met een ukelele, trompet en zeurstem kunnen wat Beirut kan: beklijven. Het was als het weerzien met een oude schoolvriend waarmee je vroeger flippo’s ruilde op de speelplaats. En nostalgie is altijd ons favoriete sentiment geweest.

Zach Condon is onlangs van New York naar Berlijn verhuisd, maar beweren dat je dat hoort, is quatsch. Beirut klinkt nog steeds als een Mexicaans straatorkest dat op een blauwe maandag op een Oost-Europese folklorestoet is beland. Je kan moeilijk stellen dat Condon een hippe vogel is, maar het is wel bewonderenswaardig hoe ver de artistieke leider van de Amerikaanse band het heeft geschopt met niet alledaagse ingrediënten.

Beeld Illias Teirlinck

Excel

Beirut verraste niet, maar deed wat van hem verwacht werd. Hij serveerde in Vorst Nationaal de soundtrack bij een lange, herfstkleurige droom. ‘Santa Fe’ was een eerste hoogtepunt, kort gevolgd door ‘Postcards from Italy’. Wanneer die oudere nummers aanklopten, blies een warme wind van ontroering door de zaal. Het publiek was dankbaar, maar Zach Condon evenzeer. “Merci, nous sommes heureux d’être ici”, fluisterde hij in vlekkeloos Frans.

Hij gelukkig, wij gelukkig. In de eerste helft van de set, alleszins. Condon was uitstekend bij stem en zijn groep in bloedvorm. Hij plukte gulzig uit zijn vijf albums, en die verscheidenheid was welkom, al kon die aanpak na een tijd niet verdoezelen dat het gros van zijn oeuvre inwisselbaar is. Het is uiteraard fascinerend wat de man met een trompet kan: slaan, zalven en verwonderen. Maar soms ook vervelen. Als je op restaurant een 23-gangenmenu bestelt en telkens hetzelfde gerecht krijgt, blijf je ook op je honger zitten.

Er waren verschillende momenten dat Beirut de eentonigheid doorprikte. ‘The Rip Tide’, ‘Scenic World’ en ‘Elephant Gun’ waren songs die met luid gejuich werden onthaald, al stond het oorverdovende applaus in schril contrast met de verveelde indruk die het publiek vaak gaf. Als je mensen in een concertzaal ziet malen over de Excel-bestanden die hen daags nadien liggen op te wachten, is er iets mis.

Laten we duidelijk wezen: het is niet evident om met een geluid dat het best tot zijn recht komt in een decor met Amélie Poulain over te brengen in een arena met een paar duizend man. “En nu een beetje uptempo”, blies iemand in het publiek, en dat was het mooiste bewijs dat Beirut in Vorst Nationaal niet op zijn plaats was. Want geef Zach Condon en co de kans om intiem te worden, en we zijn ervan overtuigd dat songs als ‘Landslide’ en ‘Light in the Atoll’ wél onder de huid zullen kruipen.

Beeld Illias Teirlinck

Spiegeltent

Aan het einde van de avond had Beirut opnieuw het juiste spoor te pakken. ‘Serbian Cocek’ katapulteerde ons naar een dronkemansfeest waar wodka vloeit en trompetten de hele nacht lang huilen, ‘In the Mausoleum’ was vintage Beirut – filmisch, poëtisch, wondermooi – en ‘Nantes’ was euforie verpakt als melancholie. Zach Condon, de droogkloot die hij is, gaf geen krimp, maar je voelde hem tot diep in de tribune genieten.

Jammer van het lek in de spanningsboog. Jammer van de omstandigheden waarin Beirut zijn nieuwste worp Gallipoli kwam voorstellen. Maar het was bovenal een fijn weerzien met de valse zigeuner die Zach Condon is. Vanavond speelt Beirut in een Vlaamse spiegeltent, op uitnodiging van een Belgische radiozender. We durven voorzichtig voorspellen dat er geen betere plek is om de groep aan het werk te zien dan daar.

Beeld Illias Teirlinck
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234