Woensdag 15/07/2020

TelevisieKomen te gaan

Begrafenisondernemers moeten een en ander verwerken: ‘Er was niet genoeg capaciteit in de koelkamers’

Begrafenisondernemer Patrick Heirbrant: 'We hebben allemaal de choquerende beelden gezien van koelwagens die geparkeerd stond aan de New Yorkse ziekenhuizen. Maar hier is net hetzelfde gebeurd.'Beeld Illias Teirlinck

Geen knuffels of koffietafel meer, maar strikt getimede afscheidsrituelen, met respect voor social distancing. De coronacrisis schudt ook de begrafeniswereld grondig dooreen. Het nieuwe Eén-programma Komen te gaan laat zien hoe. ‘Mensen voortdurend moeten vragen om afstand te houden, lastig hoor.’

Winkelen doet hij tegenwoordig consequent in de Makro. “De supermarkt met de breedste gangpaden”, legt hij uit. En dus makkelijkst om afstand te houden. Ook handschoenen en een mondmasker behoren standaard tot de uitrusting wanneer hij boodschappen doet. Voorzorgsmaatregelen die Patrick Heirbrant (56) niet zomaar neemt. Als begrafenisondernemer in Brussel zag hij de voorbije weken vanop de eerste rij de ravage die Covid-19 kan aanrichten. “Het is een onverbiddelijk virus. Ik heb hier mensen over de vloer gekregen die in amper een paar dagen tijd hun vader en hun moeder aan corona verloren. Dat zijn drama’s.”

“Op de piek van de epidemie vielen er meer dan driehonderd doden per dag. Zet eens driehonderd stoelen op een voetbalveld. Dan pas zie je wat voor een massa mensen dat is. En dat zijn allemaal mensen met een partner, met kinderen, met een vader en een moeder. Het virus heeft heel veel mensen getroffen.” Ook Heirbrant bleef niet gespaard. “Mijn stiefmoedertje raakte besmet met Covid-19. Ze was een kranige dame van 83 jaar, maar tegen deze ziekte had ze geen kans.”

Ondanks die persoonlijke sores bleef Heirbrant op post. Zeven dagen per week, 24 uur per dag. Dat hoort zo als begrafenisondernemer, vindt hij. “Ik heb mijn telefoon altijd binnen handbereik. Ook ’s nachts. Mensen mogen me op gelijk welk moment bellen.” 

Heirbrant vertelt dat hij de voorbije nacht nog een telefoontje kreeg. Om vijf voor vier. Van een vrouw wier man net overleden was in het ziekenhuis en die niet goed wist wat haar te doen stond. Natuurlijk kun je midden in de nacht weinig doen. Maar zo iemand geruststellen, haar verzekeren dat alle praktische zaken geregeld zullen worden, is op zo’n moment meestal al genoeg. Het feit dat ze je aan de lijn hebben gekregen, creëert al een zekere rust.” 

Soort politieagent

In het Eén-programma Komen te gaan is vanaf maandag te zien hoe Heirbrant en een aantal van zijn collega’s de coronacrisis beleven. “Ik werk al dertig jaar als begrafenisondernemer, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Normaal doen we 300 tot 350 begrafenissen per jaar. Zo’n zeven per week dus. De voorbije twee maanden waren dat er makkelijk twee keer zoveel. De telefoon stond niet stil.” 

Met alle gevolgen van dien. “Crematoria konden de toevloed niet aan. Zelfs op paasmaandag is daar doorgewerkt.” 

Ook het opbaren van de coronaslachtoffers was een probleem. “Er was gewoon niet genoeg capaciteit in de koelkamers”, vertelt Heirbrant. “ Ik heb mijn eigen stiefmoedertje moeten laten overbrengen naar een collega meer dan veertig kilometer verderop. We hebben allemaal de choquerende beelden gezien van koelwagens die geparkeerd stonden aan de New Yorkse ziekenhuizen. Maar hier is net hetzelfde gebeurd.”

Normaal doet Heirbrant zo'n 300 tot 350 begrafenissen per jaar, of 7 per week. 'De voorbije twee maanden waren dat er makkelijk twee keer zoveel.'Beeld Illias Teirlinck

Er was niet alleen het hoge aantal slachtoffers, de coronacrisis schudde ook de hele manier van werken in de begrafenissector grondig door elkaar. Plotseling mochten begrafenissen maximaal vijftien aanwezigen tellen. Afscheid nemen moest voortaan binnen vijftien minuten kunnen, en het aanraken van de kist of elkaar was daarbij uit den boze. Die strenge regelgeving – hoe noodzakelijk ook – is voor Heirbrant nog steeds behoorlijk wennen. Omdat het haaks staat tegenover wat een begrafenisondernemer in normale omstandigheden doet, vindt hij. “Wij doen er alles aan om de wensen van de familie te respecteren. Zelfs al vragen je klanten het onmogelijke, dan nog probeer je dat voor mekaar te krijgen. Nu moet je net het omgekeerde doen door er als een soort politieagent voor te zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt.”

“Mensen voortdurend moeten vragen om afstand te houden, terwijl je weet dat het bij zo’n uitvaart een menselijke reflex is om elkaar vast te pakken en te knuffelen. Ik vind dat heel lastig.” Ook werken onder tijdsdruk is nieuw, zegt Heirbrant. “Die vijftien minuten zijn zo voorbij. En dan moet je de aanwezigen na afloop ook nog eens vragen om meteen in de auto te stappen en elk apart naar huis te rijden. Terwijl dat vaak mensen zijn die elkaar al lang niet meer gezien hebben. Dat voelt heel onnatuurlijk. Elkaar eens vastpakken, achteraf samen een koffie drinken, dat maakt deel uit van het rouwproces. Maar dat kan nu dus niet. Veel mensen hebben nog niet echt kunnen rouwen. De impact daarvan zal zich na deze crisis nog laten voelen. Daar ben ik van overtuigd.” 

Beurtrol

Net daarom maakt Heirbrant er een erezaak van om, ook in uitzonderlijke omstandigheden, de nodige flexibiliteit aan de dag te leggen. Hij vertelt het verhaal van een moeder met Covid-19 die tijdens de piek van de epidemie beviel van een doodgeboren kindje. “Maar omdat zij in quarantaine moest blijven zou ze de begrafenis van haar eigen kind moeten missen. Dat kan je toch niet maken? Ik heb toen gelobbyd bij de beheerders van het mortuarium en uiteindelijk zijn we er in geslaagd de begrafenis drie weken uit te stellen.” 

Ook toen hij vorige week de begrafenis van een vijfentwintigjarig meisje in goede banen moest leiden was het voor Heirbrant improviseren. “Dat meisje was van Afrikaanse afkomst en in die gemeenschap zorgen uitvaarten wel vaker voor volksverhuizingen met aanwezigen uit alle hoeken van de wereld. Die buitenlandse familieleden waren er deze keer niet, maar toch stond aan het crematorium dertig man voor de deur. Uiteindelijk hebben we een soort beurtrol geïnstalleerd. De helft van de mensen bleef buiten staan. Enkel wanneer iemand naar buiten kwam mocht er een ander familielid naar binnen.”

'Ik hoor vaak beweren dat het enkel oudere mensen zijn die aan corona sterven. Maar ik heb de voorbije weken begrafenissen georganiseerd voor mensen van 51, 44 en 34 jaar.'Beeld Illias Teirlinck

Of hij de voorbije weken geen schrik had om zelf het virus op te lopen, vragen we. “Natuurlijk ben ik bang. Ik hoor vaak beweren dat het enkel oudere mensen zijn die aan corona sterven. Maar ik heb de voorbije weken begrafenissen georganiseerd voor mensen van 51, 44 en 34 jaar. Bovendien ben ik een risicopatiënt. Ik ben te zwaar en mijn bloeddruk zorgt voor problemen. Het zou dom zijn om geen schrik te hebben.” Maar zijn zaak sluiten om het besmettingsgevaar te beperken was nooit een optie. “Dit zijn net de momenten waarop je de mensen moet en kan helpen.”

Eden Hazard

En laat dat nu precies zijn waarom Heirbrant begrafenisondernemer is. In hartje Brussel runt hij een vzw die als doel heeft om ook wie het zich financieel niet kan permitteren een respectvolle uitvaart te gunnen. “Een begrafenis kost al snel 3.500 euro”, vertelt hij. “Een aanzienlijk deel van de Brusselaars kan dat gewoon niet betalen, terwijl ook zij hun geliefden op een mooie manier willen begraven.” Bij de Vereniging voor Begrafenissen en Crematies, zoals de vzw heet, kan dat. “We werken vooral met vrijwilligers en schrappen de winstmarges. Zo kunnen we de prijs drukken.”

Patrick Heirbrant in zijn zaak. Beeld Illias Teirlinck

De vzw is het geesteskind van Charles Heirbrant – Patricks vader – die zich na een carrière als boekhouder tot gedreven begrafenisondernemer ontpopte. “Eén van zijn vrienden was directeur van het crematorium in Ukkel. Daar zag hij hoe lang niet iedereen op een respectvolle manier begraven werd. Daar wou hij iets aan doen.” Dat was ook voor Patrick het sein voor een opmerkelijke carrièreswitch. Tot voor een paar jaar was die immers actief bij de Belgische voetbalbond. Eerst als provinciaal jeugdtrainer, daarna als technisch directeur van de provincie Brabant. “Ik heb Eden Hazard onder mijn hoede gehad. Yannick Carrasco en Thomas Kaminski, doelman van AA Gent, ook. En recenter nog Alexis Saelemaekers die nu bij AC Milaan speelt.” 

Maar de drang om mensen te helpen bleek groter dan de passie voor de bal. “Ik kon beide niet meer combineren. Soms zat ik van vrijdag tot maandag in het buitenland, terwijl het papierwerk zich hier opstapelde. Het viel niet meer te combineren. En eerlijk? Ik voel dat ik hier op menselijk vlak meer kan betekenen dan op het voetbalveld.”

Komen te gaan, maandag om 21.20 uur op Eén.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234