Maandag 13/07/2020

InterviewGil Ricardo, ’s lands grootste goochelaar

‘Begin er maar aan, goochelen in een parenclub: die mensen hebben niks aan’

‘Er zijn er die vijftig jaar lang hun echtgenote in tweeën zagen, maar er zijn er ook die dat met hun minnaressen doen. Het gras is altijd groener aan de overkant, maar daar wordt het ook ros, hè.’Beeld RV

Gil Ricardo, alias Gilbert Roelen (79), is de meest ervaren goochelaar van ons land en winnaar van de Gouden Goochelstok. Zijn illustere carrière voerde hem naar alle uithoeken van de wereld, inclusief Las Vegas, waar hij werd ontvangen door mythische goochelaars als Siegfried & Roy. ‘Zonder dikkenek te zijn: ik heb het gemaakt in de goochelwereld,’ zegt Ricardo minzaam, en hij spreekt de waarheid.

‘Ziet, ziet...! Ik kruis de handen en ik gooi de Chinese munt door en hop...! Zíét ge hoe ik het doe?!’ Neen, ik zie het níét, want zelfs als topgoochelaar Gil Ricardo zijn truc voor de leek vertraagd en onder mijn neus uitvoert, illustreert hij zijn motto ‘de handen zijn rapper dan het oog!’

Vervolgens toont hij me een aansteker, aan beide kanten wit... Een seconde later is op die aansteker plots in grote rode letters het woord ‘Humo’ verschenen.

Het gebeurt zelden dat befaamde personen zo vriendelijk zijn om voor de journalist enkele fiches voor te bereiden waarop hun carrière netjes staat uitgetekend: ‘Ontmoetingen met topmensen uit de showbusiness en uit het leven gegrepen tijdens de carrière van Gil Ricardo op chronologische volgorde’. Maar zonder dat de goochelaar het merkt, hebben we vingervlug op de opnameknop gedrukt – niks in de handen, niks in de zakken, maar heel wat pertinente vragen in het kopje!

Alle kinderen goochelen weleens. Maar u hield vol.

Gil Ricardo: “Neen, ik werkte in de reclame en ben pas relatief laat met goochelen begonnen. Hoe kreeg ik bekendheid? Simpel: ik ging honderden bedrijven af als reprograaf. En tijdens de vergaderingen deed ik een trucske. En nog één. En nog één. En wie belden ze dan als er een bedrijfsfeest opgeluisterd moest worden met topniveau? De grote Belgische impresario’s, Rik Vervecken en zo, ik was die mannen allemaal voor. Als ik dan voor de vijftiende keer in La Réserve in Knokke optrad, zei Vervecken verbaasd: ‘Gil, zijt gij hier nu wéér?!’

“Mijn mentor was Franske Snoeck, hij gaf mij de goochelmicrobe door. Die man was juwelier. Wat heeft uurwerken herstellen gemeen met goochelen? Precisie! Als goochelaar was Franske een hobbyist, maar wel een groot denker! Heel wat goochelaars kopen of stelen hun trucs, maar Frans vond ze zelf uit of perfectioneerde die van anderen. En hij dacht lateraal! Ik ga u uitleggen wat dat is. Alle mensen denken verticaal, recht naar beneden, maar hij dacht schuin en scheef! Franske dacht altijd aan de achterkant van de dingen. Ik heb dat ook. Neem een rechtbank: al die rechters zitten daar op een verhoog, in het rood, met zo’n raar hoedje op hun kop. Andere mensen zijn dan onder de indruk, maar ik zie die zitten in hun bloot kostumeke, verstaat ge? Dat is lateraal denken. Franske was daar een crack in.

“Wij deden bijvoorbeeld reproductie van duiven – reproductie is goocheltaal voor: iets tevoorschijn laten komen. Foulard, armbewegingen, bóéf, duif! Dat was al duizend keer gedaan. Maar Franske bedacht dit: hij gooide zijn witte handschoen in de lucht en reproduceerde dán de duif, zodat het leek alsof die witte handschoen veranderde in de duif. Bóém páf, iedereen plat! Franske leerde mij ook: als ge het wilt maken in de goochelwereld, moet ge uw eigen weg maken, niet de grijze muis uithangen. Pas op, zonder pretentie, hè. En de rest is geschiedenis. Als ik te rap ga, moet ge het zeggen, hè.”

U bent gespecialiseerd in het close-up- of tafelgoochelen.

Ricardo: “Een tafel in het Hilton! Met tien man! Twintig ogen! Die willen mij pakken! Dat zijn dan vaak van die CEO-mannen, met bruin schoenekes en een stijf colleke, die ook over mij de baas willen spelen. Maar no way, José: I’m the boss at the table! En vergis u niet: goochelen is een wetenschap waarbij alles op de seconde af is uitgedokterd met timing, spichologie en lichaamstalen. Dus ik kom en ik overwin en die mensen zien mij weggaan en die denken: wa was dá?! Kijk: ik frommel dit blanco papiertje op... En ik vouw het weer open... (Het is veranderd in een briefje van 10 euro). Wel, wat hebt ge gezien? Niks! En toch is het gebeurd.”

Columbus dreigde vermoord te worden door vijandige inboorlingen. Hij onderwierp hen door zogenaamd de zon weg te toveren... Maar Columbus wist dat die namiddag een zonsverduistering zou plaatsvinden. Kennis is macht.

Ricardo: “Schitterend! Die man is dus feitelijk een collega van mij, hè. Ach, goochelen is van alle tijden, de mensen denken al duizenden jaren: wa was dà? Neem nu de Bijbel: de verrijzenis van Jezus, Mozes die de zee splitst, water in wijn veranderen...”

U werkt met attributen. Die moeten – neem ik aan – tiptop in orde zijn of het gaat mis?

Ricardo: “Altijd een fonkelnieuw pak kaarten! Want als kaarten beduimeld zijn of vochtig van het zweet, dan blijven ze aan elkaar plakken. Zakdoeken: perfect gesteven! Goochelkostuum: smetteloosvlekkeloos-picobello! Maar die attributen zijn altijd bijzaak, de essentie blijft: manipulatie en vingervaardigheid. Palmeren – je hand gebruiken om een speelkaart af te dekken. Misleiding! Afleiding! Onder de neus van de toeschouwers!

“Techniek is álles. Een beroemd goochelaar zei eens: ‘Bij het goochelen zijn drie elementen cruciaal: oefenen, oefenen, en oefenen.’ Zelfs na meer dan zestig jaar oefen ik nog elke dag. Vingervlugheid is niet zoals schaatsen of fietsen: dat verleer je nooit. Als ik één dag niet oefen, voel ik dat meteen: dan hapert er iets. En alles moet op de millimeter juist staan: zet je hoge hoed iets te ver weg, en je kunt geen dekking meer geven met je been als je iets wegfoefelt. (Vertederd) Mijn vrouwke heeft al die jaren mijn attributen goed verzorgd.”

David Copperfield, Siegfried & Roy en andere goochelaars met spectaculaire acts werken met enorme decors, trucage en assistenten die de aandacht afleiden. Bovendien is er een grote afstand tussen hen en het publiek. U moet alles alleen doen en pal onder de neus van zeer sceptische klanten.

Ricardo: “Al die acts met tijgers en olifanten en slangen... Da’s één en al presentatie, montage en trucage. Er wordt ook met hologrammen gewerkt. Dan is bijvoorbeeld één klein deeltje van een enorm object écht – ‘Voelt u maar, mevrouw, dit is écht ijzer’ – maar is de rest een hologram dat natuurlijk met één druk op de knop volledig kan verdwijnen.

“Pas op: presentatie ís cruciaal, hè. Een schijnbare kluns zoals Tommy Cooper, die deed alsof hij faalde en om zichzelf lachte: mensen hebben dat graag, hè. Feitelijk is álles cruciaal. Ik lette er bijvoorbeeld op dat ik geen liters aftershave opspoot: als ik tafeltrucs performeer in het casino, terwijl gij uw kreeftje eet, dan is het geen avance dat ik daar sta te stinken boven de wind naar de reuk, hè.”

‘Een tafel in het Hilton! Met tien van die CEO-mannen met bruin schoenekes en een stijf colleke die ook over mij de baas willen spelen. No way, José!’Beeld RV

SMOKING MET STAALDRAAD

Auteur Paul Jacobs schreef over goochelaar David Copperfield: ‘Hij vrijde zes jaar lang met topmodel Claudia Schiffer. Dat was zijn allermooiste truc.’ Wat is uw allermooiste truc?

Ricardo: “Ah, mijn vrouwke, hè. Wij zijn 52 jaar samen!”

Mevrouw Roelen(vanuit de keuken): “57!”

Ricardo: “57, dat zei ik.”

Mooi dat u nog samen bent. Maar hoe zit het met al die goochelaars die optreden met een ravissante, vaak schaars geklede assistente...

Ricardo: “Met pluimen in haar gat en een decolleté van haar kin tot aan haar tenen? Laat ons zeggen dat het percentage echtscheidingen daar aanzienlijk hoger ligt dan bij niet-goochelaars. Er zijn er die vijftig jaar lang hun echtgenote in tweeën zagen, maar er zijn er ook die vijftig jaar lang hun minnaressen in tweeën zagen. Goed, het gras is altijd groener aan de overkant, maar daar wordt het ook ros, hè. Ik zeg altijd: wie achter de kut loopt, belandt vroeg of laat in de stront! Begrijpt u wat ik bedoel?”

Ik heb een vaag vermoeden.

Ricardo: “Natuurlijk dienen die charmante madammekes als afleidingsmanoeuvre: als zo eentje ‘toevallig’ voorover buigt om iets op te rapen, waar denkt ge dan dat de mensen naar kijken? En terwijl foefelt die goochelaar snel – hop! – iets in z’n zak. Maar als je met z’n tweeën bent, is de kans dat je fouten maakt ook dubbel zo groot.

“Je moet altijd in het oog houden wáár het publiek zit: als de assistente fout gepositioneerd staat ten opzichte van het publiek, dan geeft ze geen dekking en mislukt de truc. Of als ze aan haar kont een kaart of een konijn heeft hangen, en ze staat niet genoeg in profiel: afgang! Dekking is álles! Ik toverde mijn duiven tevoorschijn en face, da’s véél moeilijker.

“Mijn vrouwke heeft nooit op het podium gestaan, maar ze leefde wel mee met mijn act: ze bestierf het als het een seconde te lang duurde voor mijn goudfazant uit mijn broek floepte.”

De goudfazant uit uw broek...?

Ricardo: “Ik wilde geen konijnen. Uit een hoge hoed een konijn toveren, is afgezaagd. Ik had duiven, parkieten... en een goudfazant! Da’s veel moeilijker, hè, want zo’n beest is veel groter dan een duif en is van nature geen goochelbeest. Maar het heeft kleur, da’s ook belangrijk. Die goudfazant – zo’n staart, wat een stunt, man! Doek, bóéf, fazant! Begin er maar aan! Ongelofelijk! Maar die fazant heeft mij gelanceerd, dat was nooit eerder vertoond! Jarenlang was dat beest mijn handelsmerk – wie goudfazant zei, zei Gil Ricardo, vice versa en omgekeerd. Ik had eerst een papegaai, maar de mooiste, meest kleurrijke papegaaien kostten toen een fortuin. Plus: als ge niet oppaste, beten ze uw vinger af, en een goochelaar zonder vingers...”

Ian Wragg, een goochelaar in Yorkshire, had een act met katten. Dertig jaar later bleek uit een bloedonderzoek dat hij allergisch was aan katten.

Ricardo: “Oei. Niet tof dat die beesten hem daar nooit van hebben verwittigd. En één kat volstaat niet, hè. Je moet reservedieren hebben, voor als er eentje doodvalt of haar loeten heeft. Ik had 32 duiven. En drie fazanten, ik noemde die Janneke Eén, Janneke Twee, enzovoort. En als ik vóór een optreden in de volière Janneke Eén wilde pakken, dan probeerde die zich te verstoppen: ‘Oei, hij gaat me weer meepakken, het gaat weer donker worden en dan doet hij rare dingen met mij...’ Tja, die beesten moeten ook hun kost verdienen, hè, voor niets gaat de zon op.”

Is het probleem met vogels niet dat ze hun gevoeg niet exclusief afstemmen op de timing van uw act?

Ricardo: “Bedoelt u stront? Alle vogels kakken álles onder! Behalve de mijne. Mijn vrouwke verzorgde die beestjes heel goed...”

Mevrouw Roelen (vanuit de gang): “Mijn duiven zijn nooit vuil geweest. Pluimekes schoon glad gestreken en alle dagen een baddeke met zout, om hun pootjes zuiver te houden. Beesten gaan voor bij mij!”

Ricardo: “Niet alle goochelaars zijn dierenvrienden. Er zijn goochelaars die hun duiven of parkieten verdoven en vetmesten. Of ze knippen hun vleugels, zodat ze amper nog kunnen bewegen. Ik werkte met Javaanse witte tortelduiven, da’s een ras dat zich goed laat temmen, of omkopen met eten – dan zijn ze rustig. Want een duif die tijdens uw act ontsnapt, da’s dodelijk, hè: dan kijkt de rest van uw optreden iedereen alleen nog naar dat rondfladderende beest.

“Parkieten zijn al lastiger, die hebben ADHD, die blijven geen seconde stilzitten en kreuffelen naar alle kanten. En je moet ze laten wennen aan lawaai. Je moet ze opleren met luide muziek, zodat ze in de zaal niet schrikken. Ze kunnen ook niet tegen het donker, terwijl zo’n beest verstopt moet blijven in uw doos of broekzak tot het moment suprême. Plus: het moet kunnen ademen! Ik zei altijd tegen de animatorconferencier: ‘U mag maximum twéé minuten praten tussen mijn voorbereiding en mijn opkomst! Twéé minuten, of ik ga naar huis!’ Anders zitten die beestjes te lang in het donker, hè.”

Niks in de handen... Maar wel van alles in de zakken?

Ricardo: “Natuurlijk (knipoogt). Ik had een speciale smoking met wel tíén extra zakken. En die waren allemaal verstevigd met staaldraad. En de snit was ook goed doordacht, dat kostte stukken van mensen aan kleermakersuren! Want ge kunt niet opkomen als het Michelin-manneke, hè, niemand mag zíén dat er van alles in uw kostuum zit. Een bevriend ingenieur van Agfa-Gevaert heeft indertijd voor mij een systeem ontworpen waarbij de parkiet in een langwerpig doosje werd gestopt met een ontsluitingssysteem dat via een onzichtbaar kabeltje naar mijn rechterhand liep. Als ik dan op die déclencheur drukte, klapte een dekseltje open en tsják, veston, parkiet!

“Mijn fazant zat dan weer in mijn broekspijp. De ijzerdraad was zo gevlochten dat je enkel een sierlijke plooi zag. Maar, pas op: ik moest dat enorme beest er ook in één vloeiende beweging kunnen uittrekken. Als je daar staat te foefelen en frullen, dan ga je af als een gieter!”

SLIPJE IN DE JASZAK

Hebt u er ooit bij stilgestaan hoe uw duiven zich voelden? Sommige duiven vliegen vrij rond, anderen zitten in een kooi of belanden in de pan.

Ricardo: “Maar slechts enkele uitverkorenen treden jarenlang op in een prestigieuze goochelact! Ik had het gevoel dat die beestjes het begrépen, dat ze méé waren met het verhaal. En ze voelden zich goed, ze hadden een prinsenleven. Jaren nadat ik met mijn duivenact was gestopt, is de laatste duif hier thuis gestorven. Hoeveel mensen kunnen dát zeggen?”

Kon u uw duiven aftrekken van de belastingen?

Ricardo: “Ja, natuurlijk, en de voeding en de koten en de productjes ook. Mijn controleur kwam bij mij thuis: een goochelaar, hij wist zelf niet goed hoe hij daaraan moest beginnen. Dus hielp ik hem.

“Ik had een act waarbij ik de plastron van een man uit het publiek afknipte. Dan had ik altijd een paar zwarte papiertjes op zak en zei ik: ‘Maak u geen zorgen, meneer, keep on smiling, ik zal uw kapotte das vergoeden, ik heb genoeg geld, want ik heb onlangs wat geschnabbeld bij Paul Vanden Boeynants,’ en dan liet ik dat ‘zwart geld’ zien. En terwijl iedereen lachte om dat zogenaamde zwarte geld, zagen ze niet wat ik op dat moment met die das deed... En hup, plots was die das opnieuw intact: oe kán da?!

U kunt toch geen duplicaat hebben van alle dassen van alle mannen uit het publiek? Wat wel kan: u kiest één man uit met een blauwe das en knipt een andere blauwe das die u al op zak had kapot? Of: het is afgesproken spel en de man die u ‘willekeurig’ uit het publiek haalt, zit mee in het complot?

Ricardo: “Goed geprobeerd (lacht smakelijk). Toen ik met het komische duo Gaston & Leo optrad, zeiden die na een optreden in danszaal Pallieter, flink in de wind: ‘Zo’n plastron doorknippen en weer heel maken, dat kunnen wij ook!’ Aan de toog van die danstent knipte Leo met veel vertoon de das van de patron kapot... En daar bleef het bij. De uitbater ging boven een nieuwe das omdoen... waarop Leo hem wéér doorknipte (lacht). Ik heb die mens dan maar een das cadeau gedaan. Soit, den blabla, de grapjes en de choreografie: dat kan iedereen. Maar het moment suprême, de kapotte das weer heel maken: da’s de kunst! Ach, we hebben allemaal wel iets waar we niet aan uit kunnen: als ik in Amerika die gevaarfde kalkoenensmoel van een president zie, dan denk ik ook: oe kan dá?”

Is een mislukte truc per definitie een ramp?

Ricardo: “Nee. Ik ben ooit van het podium getotterd. Ik werd verblind door een volgspot, de vloer was zwart en er was geen voetlicht, dus ik viel in het ‘ravijn’...”

Mevrouw Roelen(vanop het terras): “Ineens was ‘m weg!”

Ricardo: “Ik had mezelf weggegoocheld (lacht). Maar ik brak mijn val, stond meteen recht en graaide nog snel een duif uit de lucht. Zo leek het alsof die val deel was van mijn act. Daverend applaus! De pijn kwam later.

“Je moet een bedding leggen: eerst suggereren hoe aartsmoeilijk, ja, zelfs onmogelijk het is wat je gaat doen... En het dan toch doen! Soms doe ik alsof een truc mislukt. Dan trek ik met opzet de verkeerde kaart. Dan zie je de mensen denken: oei, de grote Gil Ricardo is toch feilbaar... En vervolgens, soms minuten later, nadat ik al een andere truc succesvol heb afgerond, zeg ik achteloos: ‘By the way, die kaart van daarstraks zit in het borstzakje van uw directeur.’ Ik hing ook standaard stiekem een reuzegrote speelkaart op de rug van zo’n man. Of ik stopte stiekem een vrouwenslipje in zijn jaszak: ‘By the way...’ Dan is de verbijstering dubbel zo groot.

“Weet je wat het is? Nu ga ik u mijn filosofie vertellen. Het publiek wil de goochelaar betrappen, maar wil ook betoverd worden. Pas op: soms is een truc geen truc. Houdini stond bekend als de boeienkoning omdat je hem niet kón boeien: hij was misvormd aan het verbindingsstuk tussen zijn onderarm en zijn hand. Dat was zo smal dat boeien er gewoon afgleden.”

Hoe kwam u indertijd in Las Vegas terecht?

Ricardo: “Via mijn maat Bobby Setter, de Vlaamse orkestleider van weleer. En in Vegas leerde ik de jazzlegende Fats Domino kennen, die mens bleek zot van goochelen. En van vrouwen.”

We zien nu vaak jonge goochelaars in televisieprogramma’s zoals ‘Belgium’s Got Talent’. Is er een overaanbod? Er is een goochelwebsite waarop 45 inlandse goochelaars worden gerangschikt: een man die zich ‘de nummer 1 goochelaar van België’ noemt, staat op plaatsen 6 én 35 – faut le faire. U staat op plaats 13.

Ricardo: “Allemaal zever! Maar mijn persoonlijke collega’s zijn als collega onder collega’s altijd heel collegiaal geweest met de andere collega’s. Jean-Paul Mertens is mijn beste vriend – ze noemen ons de peetvaders van de goochelwereld! Er is goed aankomend talent, dat wel. Zo’n Nicholas, van dat programma op VTM, die heeft hier nog bij mij gezeten om het te leren. Toffe gasten, die jonge gasten, maar... geen smoking, hè. Dat treedt op in een jeans met gaten in (lange stilte).

“Televisie is dodelijk! Eens je een truc op televisie hebt laten zien, kun je hem nooit meer in de zaal tonen, want dan zeggen de mensen: ‘Dat kennen we al van oep den televies!’ Vroeger wilden ze mij gratis laten optreden op tv. Voor niks?! ‘Ja maar, u krijgt gratis publiciteit.’ Pff, ik had toen al geen tijd op overschot. ‘Ja maar, wij hebben 700.000 kijkers.’ Pff, als het nu nog New York was en 700 miljoen kijkers, dán zou ik mijn laqué schoenekes aandoen en nog een extra strikske! Och, we werden door den televies gepákt en we moesten nog dankbaar zijn ook!

“Op tv monteren ze ook, dan is het makkelijk, hè. Da’s niet meer goochelen, maar valsspelen. En toen de videorecorder kwam en daarna de dvd-recorder: dan konden mensen het beeld stilzetten! Dan kun je de vingervlugheid vertragen tot je de truc ziet! Een rámp, meneer! Er was zelfs een programma waarin ze de code doorbraken en het geheim van goocheltrucs verklapten. Dat is misdadig, broodroof! Gemaskerde goochelaars die voor persoonlijk gewin trucs uitlegden: take the money and run! Die Hans Kazàn deed dat ook, maar wij zijn met een delegatie gaan protesteren bij de BRT en hebben dat geblokkeerd!”

Dorothy Young was de assistente van Houdini, die zelf jong stierf. Maar Dorothy werd 103, en heeft altijd geweigerd om over de trucs van Houdini te praten.

Ricardo: “Respect! Een goed voorbeeld voor de jeugd van tegenwoordig. Want drie gouden regels zijn in steen gebeiteld: 1. Herhaal nooit dezelfde truc tweemaal. 2. Vertel je publiek of andere burgers nooit hoe een truc werkt. 3. Laat het publiek nooit uw geheime voorbereiding zien.”

TOTTERDOOD

Wie is uw favoriete goochelaar?

Ricardo: “Fred Kaps, hij is helaas al lang dood. Die deed unieke trucs: niks gekocht, alles eigen vinding! Geen spectaculaire decors, enkel superieure vingervlugheid. Die nam een zoutvatje, draaide het om en dat zout bleef lopen... en lopen... en lopen... Heel simpel, maar verbijsterend. Drievoudig wereldkampioen. Respect! Ik heb nog met hem opgetreden op de Nacht van de Magie. Toen stond ík zelfs met open mond te kijken. En als je iets aan hem vroeg over een move, dan legde hij die gul en beleefd uit. Ne crème van ne gast.”

Ik hoorde van andere artiesten van uw generatie vaak klachten over kleedkamers en contracten. Bent u ongeschonden door uw carrière geraakt?

Ricardo: “Ik moest ooit optreden op een bal in de ruiterzaal van een manège. Heel chic, Rolls Royces voor de deur, madammen in pelsen frakken, kaviaar... Maar ik kreeg als kleedkamer zo’n stal waarin de paarden slapen. Stal nummer 6, tussen paard 5 en 7... Paardenstront aan mijn laqué schoenekes, da’s geen optie, hè!

Ge moogt ni op uwe kop laten kakken! Ik trad ooit op in Bobbejaanland, een lang contract, drie optredens per dag. De tweede dag zat ik na mijn optreden iets te drinken in het zonnetje, toen madame Schoepen mij aanklampte: ze wilde dat ik opruimde en daarna in het cowboydorp poseerde voor foto’s met een Vlaamse reus in de hand, zo’n groot konijn. Aan die foto’s zou niet ik, maar de familie Schoepen extra verdienen. Ik zei: ‘Sorry, dat is niet mijn stijl en het staat niet in mijn contract.’ Ik wilde meteen naar huis rijden, maar ze liet de portier de slagboom blokkeren. Ik heb gezegd: ‘Ge krijgt een minuut om dat spel hier open te doen of ik schaar uwen bareel mee’ (lacht). Tja, ik was een beetje een rebel. Maar wel in mijn recht, hè!

“Ik heb eens opgetreden in een zaal vol kinderen. Luxeprobleem: er kwamen 400 kinderen opgedaagd, twee keer de capaciteit van dat zaaltje. Dus stelde de organisator voor dat ik twéé keer zou optreden. Ik zei: ‘Oké, maar dan wil ik ook twéé keer betaald worden.’ Hij beloofde dat, maar achteraf kreeg ik maar de helft. Ik heb toen uit de hal van dat gebouw een ridderharnas en zwaard versleept naar mijn auto en het in mijn koffer gestopt, als onderpand. Uiteindelijk hebben andere medewerkers mijn volledige gage betaald van het geld van een tombola. Volgens hen probeerde die voze foefelaar altijd vals te spelen. Ja, manneke, maak het maar mee. Ik noem dat de straffe verhalen uit mijn leven.”

Nooit last gehad van dronken betweters die willen scoren bij hun gezelschap door u te ontmaskeren?

Ricardo: “Zeker, zeker. Mensen zijn nu sowieso mondiger dan vroeger, en vaak hebben mensen al een receptie en een paar gangen met wijn of bier achter de kiezen voor ik aan de beurt ben. Dat helpt niet, hè. Soms zijn er die denken dat mijn pak kaarten getrukeerd is, en dan is er altijd wel een groot bakkes in het gezelschap die ze afpakt, in de hoop dat ik dan door de mand val. Maar ik heb altijd een reservepak bij – of twee, of drie.

“Er was een Hollander die zijn gsm op tafel legde en lalde: ‘Ik heb op televisie gezien hoe ze die door de tafel kunnen slaan zonder hem te beschadigen, doe jij dat ook maar effe, joh!’ Dan zeg ik: ‘Ik zal u iets tonen dat nog straffer is...’ Ik ga niet zeggen wat – iets met een speelkaart die hij signeert – maar het resultaat is dan dat zijn collega’s zeggen: ‘Nou, Jaap of Kees, tegen díé man kun je niet op, hè?’ De rest is geschiedenis.”

Wat is de vreemdste plek waar u ooit werd geboekt?

Ricardo: “Een parenclub. Een seksclub, ik zal het zo uitdrukken. Ik zei: ‘Goed, meneer, ik kom, geen probleem, mijn duiven zijn wel wat gewoon!’ (lacht). Die partouze speelde zich af in een herenhuis in Antwerpen. Nu: begin er maar aan, hè?! Die mensen zijn bloot, ge kunt niks uit hun kleren toveren, want die hebben ze niet aan! Mijn truc met de kapotgesneden kravat kon ik al direct vergeten! Natuurlijk zijn er bepaalde technische plekken op het naakte lichaam waar men iets kan verstoppen, maar, euh, dat geeft geen pas, hè.

“Plus: ik moest daar optreden vlak na ‘De Calcuttadans’. Dat bleek een soort polonaise te zijn waarbij veertig blote mensen achter elkaar sjokten en aan elkaar zaten. Daar zaten ze dan, in een grote kring, poedelnaakt, borsten van hier, fluitjes in alle maten van daar... Wát een publiek! Enfin, ik doe mijn numeroke – ik bedoel mijn optreden – en aan het eind vroeg die mens of mijn vrouwke en ik lid van de club wilden worden!”

Mevrouw Roelen (vanuit de zetel): “Ik was direct weg!”

In zijn jeugd bracht zanger Serge Gainsbourg goocheltrucs op kinderfeestjes. Hij vond het zo erg dat hij faalde toen een lelijk meisje vroeg: ‘Kunt u mij in een mooie prinses veranderen?’ Wat is de grens van uw kunde?

Ricardo (denkt lang na): “Pickpocket: het zakkenrollen als truc. Het lag me niet. Mijn maat Borha deed vooral pickpocket: hij gaf u een hand en uw horloge was weg. Nog straffer: hij verwittigde u eerst dat hij uw horloge zou afpakken en toch was hij er even later mee weg! Schitterende gast!”

U bent bijna 80. U had al lang met pensioen kunnen zijn, maar u treedt nog op?

Ricardo: “Totterdood. (Mompelt) Als ik maar geen artrose krijg. Pas op, er zijn goochelaars gestorven tijdens hun act, hè. Tommy Cooper is de bekendste, die kreeg een hartstilstand op het podium. En tot zijn zoon zijn lijk achter het doek sleepte, dacht iedereen dat Tommy een grap uithaalde, want zogenaamd mislukte goochelnummers waren zijn troef. Mijn vriend Borha is op een cruise vlak na zijn optreden doodgevallen. Ze hebben hem een zeemansgraf gegeven.

“Mij hebben ze ook gevraagd om cruises te doen, maar wat bleek? De artiesten moesten slapen in de kajuiten naast de machinekamer: boenkeboenke, ge deed geen oog dicht! En te midden van allemaal rare Indonesiërs en Koreanen die altijd zat waren en het met de hygiëne niet zo nauw namen. Er was niet eens een raampje, niksnulzero. Niet met Gilbert, hè, no way! Maar goed, ik ga door tot in de kist. En daarna goochel ik mezelf er weer uit! (lacht)

‘Magic for Humans’ – Nu op Netflix

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234