Zondag 26/05/2019

Muziek

Bear’s Den: ‘Seks, drugs en rock-’n- roll? In onze tourbus vind je alleen lege bierblikjes’

Bear’s Den ontwaakt uit zijn winterslaap. Straks ligt So That You Might Hear Me, de vervolgplaat op hun doorbraak Red Earth & Pouring Rain, in de winkel. De hoogdag van de knuffelbare folkrock wordt zaterdag 29 juni, als Bear’s Den én Mumford & Sons op het hoofdpodium van Rock Werchter staan. Laat die baard maar groeien!

Het Britse duo Bear’s Den liep op 6 april warm voor hun Rock Werchter-show in het Koninklijk Circus. Ik had de dag voordien een tête-à-tête met frontman Andrew Davie over zijn persoonlijkste werk tot dusver.

Ik ben geen psycholoog, maar op basis van de tien nummers op ‘So That You Might Hear Me’ concludeer ik dat je op zoek bent naar connectie.

“Ja, dat denk ik ook. Ik had een goede band met mijn moeder, maar die is de afgelopen jaren verslechterd. Ze worstelt met een alcoholverslaving. In plaats van aan haar zijde te staan, trok ik op wereldtournee met Bear’s Den. Ik heb veel telefoontjes van het ziekenhuis gemist. Dat vreet aan je.”

Gaat ‘Hiding Bottles’, de krachtige openingssong van de nieuwe plaat, daarover?

“Ja. Op tour greep ik zélf naar de fles, zodat ik niet steeds aan mijn moeder zou denken. Ik gebruikte alcohol om een probleem te verdringen dat werd veroorzaakt door alcohol. Ironisch, ik weet het. Ik schreef ‘Hiding Bottles’ om mezelf op mijn plaats te zetten: ik heb toen gezworen dat ik alleen nog maar zou drinken met vrienden, als ontspanning, en niet meer op mijn eentje.”

Worrying about something I regret / Is there anything I don’t regret?’ vraag je in single ‘Fuel on the Fire’.

“Dat was één van de eerste tekstregels die ik heb geschreven. Ik besefte dat ik meer waarde hechtte aan mijn mislukkingen dan aan mijn successen. Voor elk moment waar ik spijt van heb, zijn er tien keer zoveel gelukkige en mooie herinneringen. Toch focus ik op mijn fouten. Ik ben veel te hard voor mezelf.”

Jullie hoeven geen tekstboekjes te laten drukken voor ‘So That You Might Hear Me’: de lyrics staan in hun geheel op de voorkant van de hoes. Wat is het idee daarachter?

“Ik kan mijn emoties makkelijk delen in een song, maar klap snel dicht als een vriend een persoonlijk gesprek met me aangaat. Ik heb het gevoel dat ik me als man niet kwetsbaar hoor op te stellen. Door mijn woorden op de hoes te zetten, dwing ik mezelf om te praten over mijn zorgen én moedig ik iedereen aan om zich meer open te stellen. We dachten dat we de eersten waren die dat deden, maar onlangs vernam ik dat Alice Cooper in 1982 de lyrics van zijn plaat ‘Zipper Catches Skin’ op de hoes heeft gezet. Dat wisten we dus niet (lacht).”

Alice Cooper zelf ook niet: ‘Zipper Catches Skin’ is namelijk één van zijn blackout albums, een plaat waarvan hij zich door zijn overvloedige druggebruik in die periode niet herinnert dat hij ze heeft opgenomen. Hoe raakte je in de juiste mindset om zulke persoonlijke teksten neer te pennen?

“Ik heb me enkele weken teruggetrokken in Cornwall en Devon met mijn gitaar. Ik was als een wildeman: ik schreef van ’s ochtends tot ’s avonds en sprak met niemand. Ik speelde enkele akkoorden en begon gewoon te zingen. Ik heb veel nonsens uitgekraamd, maar af en toe zong ik een zin die veel leek te betekenen. Vroeger vertrok ik vanuit de muziek: ik wilde de lyrics vinden die pasten bij het gevoel dat de song opriep. Ditmaal liet ik me leidden door de woorden. Een lastige schrijfmethode, maar het werkt.

“Ik stelde mijn beste demo’s daarna voor aan Kevin (Jones, de andere helft van Bear’s Den, red.). Een eng moment, maar gelukkig kent Kevin me door en door en hoef ik hem zelden uit te leggen welke kant een song op moet. ‘Ik heb een idee voor de bas en de drums!’ zegt ie dan, waarna hij van een slordige demo een volwaardige song maakt.”

Je straalt terwijl je vertelt over jullie tijd in de studio.

“Ik heb er echt van genoten. Onze vorige plaat hebben we in drie weken geschreven en in zes weken opgenomen, want we hadden een strakke deadline. De druk was enorm: ‘Shit, deze studio kost stukken van mensen, we hebben geen seconde te verliezen!’ Dankzij het succes van ‘Red Earth & Pouring Rain’ konden we ditmaal wél de tijd nemen. We hebben een studio in Londen gehuurd waar we elke dag konden prutsen en verkennen.”

Herinner je je het moment waarop muziek een rol begon te spelen in je leven?

“Mijn vader was geobsedeerd door Bob Dylan en legde niets anders op in de auto. Na elke regel duwde hij dan op de pauzeknop en vroeg hij me naar de betekenis ervan. Zonder het te weten heeft hij mij zo songs leren schrijven. Mijn moeder hield van Carole King en James Taylor. ‘Fire and Rain’ van Taylor is in mijn ogen een perfecte song, die ontroert me elke keer opnieuw. Ik wilde op dezelfde manier gevoelens kunnen losmaken bij anderen.”

Wanneer ben je daar voor de eerste keer in geslaagd?

“In 2012 tourden we in Amerika, samen met Ben Howard en Nathaniel Rateliff, in een Volkswagen-busje. Ik had de tekst van ‘Above the Clouds of Pompeii’ laten horen aan Joey (Haynes, de gitarist die in 2016 de band verliet, red.). Hij nam een banjo, het enige instrument dat hij in het busje kon vinden, en samen werkten we de song af. We hebben het nummer diezelfde avond nog gespeeld. Ik merkte dat het publiek opeens zijn adem inhield, alsof ik iets had gezegd dat ik zelf niet had gehoord. Ik had nog nooit eerder een zaal muisstil gekregen. Ik herinner me dat zo levendig omdat ik toen ook voor het eerst dacht: ‘We hebben misschien echt een toekomst met Bear’s Den.’”

Bear’s Den was oorspronkelijk een trio, maar Joey Haynes verliet de band omdat het intensieve werkschema hem te veel werd. Is touren dan niet een aaneenschakeling van feestjes vol seks, drugs en rock-’n-roll?

“Niet voor ons, alleszins. Wij zijn quite lame. Elke keer als we de Amerikaanse grens over moeten, worden we aangehouden. De douaniers zien een tourbus en gaan er meteen van uit dat we drugs mee hebben. Eén keer hebben ze onze telefoons afgenomen en ons in aparte hokjes individueel geïnterviewd, in de hoop dat we zouden bekennen. Ze hebben toen alleen een paar lege bierblikjes gevonden, want wij dóén gewoon geen drugs. We hebben ook te veel werk om elke dag te feesten. Vandaag doen we interviews, morgen een optreden, en tussendoor moeten we twee muziekvideo’s opnemen en een cover instuderen voor een radioshow. Joey, nog steeds één van mijn beste vrienden, is met Bear’s Den gestopt omdat hij zijn familie te zeer miste. Ik heb daar alle begrip voor en heb óók mindere dagen tijdens een tournee. Maar uiteindelijk mag ik met mijn kameraden de wereld rondreizen om muziek te spelen. That’s a pretty good deal.”

In eerdere interviews liet je weten dat Guy Garvey van Elbow één van je grote idolen is. Je hebt hem eindelijk ontmoet in België, op Pukkelpop 2017.

(begint te blozen) “Ik had mijn pingpongballetje tot aan zijn voeten geslagen. Ik had al verschillende scenario’s over onze eerste ontmoeting bedacht, maar in geen enkel vroeg ik hem: ‘Can I have my ball back, please?’ Het was één van de gênantste momenten uit mijn leven (lacht). Ik heb zo’n respect voor Elbow. Zij zijn er als geen ander in geslaagd om de muziek te maken die zij willen en daar tóch een groot publiek mee te bereiken.”

Jullie verkochten in 2017 de Lotto Arena uit: het grootste zaaloptreden uit jullie zevenjarige carrière. België houdt duidelijk van jullie. Is die liefde wederzijds?

“Natuurlijk! We hebben zoveel aan jullie te danken. Jullie hebben ook een geweldige musiekscene. We zijn momenteel op zoek naar een cover om te spelen in België en het aanbod is overweldigend. Vooral Tamino heeft ons weggeblazen: hij is een tovenaar met een hemelse stem. No way dat ik zijn nummers kan zingen. De grootste kanshebber om in de setlist te belanden is ‘Nothing Really Ends’ van dEUS: een prachtige song met fenomenale lyrics.”

Dat belooft. Tot op Rock Werchter!

So That You Might Hear Me verschijnt op 26 april bij Caroline. Bear’s Den speelt op 29 juni op Rock Werchter.

Info & tickets: rockwerchter.be

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.