Maandag 14/10/2019

Muziekrecensie

Bear’s Den in Koninklijk Circus: veel dreunen, (te) weinig vlinders ★★☆☆☆

Bear’s Den. Beeld Geert Braekers

De Londense folkrockers van Bear’s Den hebben een nieuwe plaat klaar. Een uitverkocht Koninklijk Circus kreeg al een pittig voorsmaakje van So That You Might Hear Me. Een triomftocht werd het helaas niet. Daarvoor bleken de zenuwen te strak gespannen en gooide een bonkende drummer roet in het eten.

“We verontschuldigen ons namens het Verenigd Koninkrijk, voor het boeltje dat we er momenteel van maken”, zuchtte Andrew Davie. “Wij zijn als groep overweldigd telkens we door Europa kunnen reizen, en vooral dat we deel mogen uitmaken van dit continent.” Nee, er blijkt écht geen ontkomen aan de brexit. Zelfs niet in het Koninklijk Circus gisteravond. Helaas kon je er ook niet ontsnappen aan de teringherrie die Julian Owen teweegbracht. De drummer van Bear’s Den was jarig. Als cadeau had de geluidscrew zijn instrument snoeihard in de mix gezet. De Brit leek wel met halve boomstammen op pauken te rammen. Boem! Tak! Kaboem boem tak! Je voelde het bonken tot in je staartbeentje. Mocht John Bonham nog leven, zou zelfs die gezegd hebben dat dat heus wat minder mocht.

Nochtans stonden er nog vijf andere muzikanten op het podium. Werd er mooi banjo en kundig klavecimbel gespeeld. En kreeg de uitverkochte zaal al een pak nummers van So That You Might Hear Me te horen, de derde plaat die de Londenaars eind deze maand uitbrengen. Beginnen deden ze gisteren meteen met het frisse ‘Fuel on the Fire’.

Zoeken naar balans

Bear’s Den staat aan de start van hun tour. Dit was nog maar het vijfde concert, en de band zocht duidelijk nog naar de juiste balans. Davie gniffelde plots dat hij zich bijna van song vergistte (“We proberen het niet te verkloten. Dat is nu onze voornaamste taak”). Vooral aan het begin stonden de zenuwen gespannen. Tussen de songs bleef het tijdens de lange pauzes donker, hoorde je enkel gitaren gestemd worden en was voor het overige alles stil. Te stil ook naar de zin van de frontman, die meer enthousiasme vroeg van zijn publiek. Het Koninklijk Circus wou graag, Andrew, maar de langste baard van je bende blies met zijn drumstel alles weg. Alsof hij gisteren een 70-koppig orkest begeleidde in plaats van een folk rock-band.

Beeld Geert Braekers

Toch ontbrak het niet aan mooie momenten. Die kwamen er vooral toen (spoiler alert) de drums zwegen, of wanneer Owen zijn voet even van die beukende basdrum haalde. Davie en bloedbroeder Kevin Jones zetten neus aan neus ‘Berlin’ in. Banjo, schuiftrombone en trompet vervoegden het duo, en de lente waaide de zaal in als een fladderende vlinder. ‘Crow’ was nog zo’n innig moment. Prachtige gitaarklanken, zachte stem, klavecimbel en verdwaalde trompet kruidden een warm bad. ‘Stubborn Beast’ toonde zich een hardnekkige stier. Het podium kleurde bloedrood, en Davie ontbond zijn duivels. De bebaarde frontman zingt graag over verloren liefdes, over weglopen van en tevergeefs grijpen naar schoonheid.

Van ‘Dew on the Vine’ onthouden we vooral de twee-eenheid met het publiek. Dat al klappend boven de drums trachtte uit te komen, en beloond werd met een a capella-einde. Dat het publiek naar mooie stemmen snakte, had Bear’s Den eindelijk door. Alle versterkers werden uitgeschakeld. Met zijn vijven gingen de groepsleden vooraan tegen de rand van het podium staan. Om met twee zachte gitaren, een banjo en twee blazers een wonderlijk ‘Sophie’ te brengen. Instant kippenvel bij het publiek, dat zachtjes mee zong en wiegde.

Beeld Geert Braekers

Een nieuwe dynamiek

‘Sophie’ gaf dit concert een nieuwe dynamiek. Plots ging Bear’s Den veel meer bevrijd spelen, begonnen hun voetjes te stampen en trokken de drie frontmannen gretig naar elkaar toe. Je zag hun glimlach telkens groter worden. Nog een vaststelling: de nieuwe songs zijn stukken elektronischer. Er klonken beatbanks en synths in door. Wat het geheel knisperend en ijl maakte. En op slechte momenten ook aan het meest bombastische van Editors deed denken. ‘Hiding Bottles’, met gitaren die een morsecode ratelden, meanderde tussen die twee gedachten in. Bij slotsong ‘Laurel Wreath’ werd het tempo een laatste keer teruggebracht. Helaas bleef het Duracell-konijntje Owen ook dan onvermoeibaar verder op zijn drums beuken.

Akoestisch in de mensenmassa

De bisronde maakte alsnog veel goed. ‘Above the Clouds of Pompeii’ blijft een prachtsong en gaf kleur aan alle zes de muzikanten. De blazers zorgden bovendien voor een feestelijke sfeer. Dan deed Bear’s Den zijn akoestische trucje nog eens over. Deze keer ging de band een cirkel vormen midden in de zaal, tussen de mensenmassa. Tijdens een ingetogen ‘Blankets of Sorrow’ kon je bijna een speld horen vallen in het Koninklijk Circus. Ultieme afsluiter ‘Agape’ werd luidkeels meegezongen door de hele zaal. “Tot snel”, riep Andrew Davie nog. Dan hopelijk wel met een meer uitgebalanceerde set én heel graag een betere geluidsmix.

Beeld Geert Braekers
Beeld Geert Braekers
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234