Maandag 16/09/2019

Interview Huis van Hiele

Bart Schols verdween even uit ‘De afspraak’: ‘Als je zit waar ik gezeten heb, zoek dan hulp’

“Ik weet dat het een cliché is, maar voor een gebroken been heb je ook een arts nodig, waarom dan niet als er iets mis is met je kop?” Beeld Wouter Van Vooren

Vanaf maandag 2 september zal Bart Schols opnieuw aan zijn tafel van De afspraak zitten. Maar eerst praat hij bij Willem Hiele openhartig over zijn eigen hoofd en hart, en de moeilijke periode die hij heeft doorgemaakt. ‘Op een gegeven moment zei ik tegen mijn beste vriend: ‘Rij nu met mij naar de spoed, want dit gaat echt niet meer.’’

Dat het waarschijnlijk geen geweldige zonsondergang ging worden, had de fotograaf in het begin van de avond luidop gedacht. Enkele uren later zijn de trossen wolken alsnog uiteengedreven, en ligt het strand van Koksijde er met open armen bij. ‘Aan zee zingen de vogels niet, ze krijsen’, schrijft Karl-Heinz Ott in zijn roman Elke ochtend de zee. ‘Korte, scherpe kreten in de leegte van de hemel en tegen het eeuwige ruisen. Geen getsjilp, geen gekwinkeleer.’

De schreeuwende vogels deren Bart Schols niet. Liever kijkt hij naar de man op het strand die zijn dochter de beginselen van het kite­surfen probeert aan te leren.

Als we Schols begin augustus spreken, heeft hij net drie weken Sporza Tour op Radio 1 gepresenteerd. Omdat Gert Geens, sportjournalist bij VRT-radio, hem had gevraagd om diens sidekick te zijn en omdat de combinatie radiomaken-koers-muziek nu eenmaal onweerstaanbaar is voor Schols. “Ik heb me rot geamuseerd. Heerlijk om nog eens zoveel vrijheid te hebben. In De afspraak krijg ik van Greet Nagels, een van mijn eindredacteurs, weleens te horen: ‘Hou u wat in met uw mopjes, hè Schols.’ Greet is dan ook heel verstandig. (lacht) Maar dat hoefde nu dus niet. En blijkbaar vonden de mensen het fijn, want ik heb veel positieve commentaar gekregen van de luisteraars.”

Interviewen, plaatjes draaien, vrijheid krijgen, grapjes maken: wat is de drijfveer om dan toch te blijven kiezen voor tv?

Bart Schols: “In mijn ervaring is de impact van tv nog altijd groter. Als er in De afspraak iets gebeurt, blijft het langer hangen. Die aflevering met de rabbijn en de imam over homoseksualiteit, bijvoorbeeld, is nadien zelfs getoond in het Vlaams Parlement.

“Radio is vluchtiger. Toen ik het actuaprogramma Vandaag presenteerde op Radio 1 (dat nu ‘De wereld vandaag’ heet, SMU), kon ik zo hard interviewen als ik wilde, er werd amper over getoeterd. Een politicus op tv interviewen daarentegen staat per definitie gelijk aan kritiek krijgen. Nu ja, de kritiek komt meestal van links én rechts, wat ik graag opvat als een teken dat ik goed bezig ben. (lacht)

“Ik vermoed dat de spotlights van de tv ook wel belangrijk zijn voor mij, zoals voor de meeste schermgezichten. Waarom precies weet ik niet. Bevestiging zoeken? Betekenis? Daar zullen we het straks vast nog over hebben. (glimlacht) Maar als je me dus vraagt of ik soms de radio niet mis, is het antwoord volmondig ja.”

Ondertussen is je eigen sportieve carrière ook nog volop gaande?

“Een carrière zou ik het niet noemen. Maar sport is een heel goede manier om jezelf te verzorgen. Een programma als De afspraak presenteren hou je niet vol als je conditie niet in orde is. Het geeft gewoon ook een heel fijn gevoel om scherp te staan en in vorm te zijn. Vroeger kon ik me in de winter weleens een maand of twee laten gaan en kwam er vijf kilo bij, maar aangenaam vond ik dat toch niet. 

“Daarnaast word ik ook aangetrokken door het competitieve in de sport. Ik kan heel goed tegen mijn verlies, maar als ik aan een wedstrijd meedoe, wil ik wel zo goed mogelijk presteren en het maximale uit mezelf halen. En dus volg ik nog altijd de loop- en fiets­schema’s van sportcoach Paul Van Den Bosch. Sinds kort zijn daar ook zwemtrainingen bijgekomen, omdat ik de smaak van triatlon te pakken heb gekregen. Vorige maand werd ik zesde bij een wedstrijd in Aarschot in mijn leeftijdscategorie. Best confronterend, trouwens, als dat ineens de categorie tussen 40 en 50 jaar blijkt te zijn. (lacht) Maar volgend jaar zou ik daar graag het podium halen.

“Geef me een doel, en ik ben op mijn best. Liefst zou ik zelfs willen trainen als een prof. Dat lukt me in een werkweek natuurlijk niet, maar als ik in de paasvakantie met de Heidestoempers uit Kalmthout naar Mallorca ga om er tien dagen te fietsen, kom ik er wel dichtbij. Opstaan, ontbijten, een hele dag in de bergen fietsen, een terras doen achteraf, eten, slapen, en de volgende dag hetzelfde: dat is het paradijs voor mij.”

Beeld Wouter Van Vooren

Om prof te worden ben je nu te oud…

“O, dank u. Zal ik dan nu naar huis gaan?” (lacht)

Ik bedoelde: zou je wél kiezen voor die professionele sportcarrière mocht je weer in je tienerjaren zitten?

“Goh. (denkt na) Op mijn achtste ben ik begonnen met basketbal. Ik zat toen in een heel goede generatie, met gasten die het later allemaal tot in eerste of tweede klasse hebben geschopt. Tot mijn dertiende draaide ik daar vlot in mee, selecties en internationale toernooien incluis. Basket was mijn hele leven. Maar door miserie thuis ben ik dan gestopt en heb ik zes à zeven cruciale jaren gemist. Die achterstand heb ik nooit meer kunnen inhalen.

“Tennis had ook iets kunnen worden, denk ik. Met een stabielere thuissituatie had ik me dus waarschijnlijk wel helemaal gegooid voor een van die twee sporten, ja.”

Is dat een vaststelling of een frustratie?

“Gefrustreerd ben ik er niet door. Zolang ik mijn boekhouder, die dertien jaar jonger en een heel goeie sporter is, nog kan afdrogen met tennissen, kan ik ermee leven. (lacht)

“Weet je, mijn bewijs- en geldingsdrang hebben me ook prachtige ervaringen bezorgd. Op mijn 27ste begon ik met fietsen, en een jaar later deed ik al mee met de Crocodile Trophy in Australië, een van de zwaarste mountainbikewedstrijden ter wereld. Ik heb er een eeuwige verliefdheid op het land aan overgehouden. (glimlacht) Ik heb gemotorcrost tot ik kampioen van België was bij de nieuwelingen, ik doe aan parapente, en als ik de Cannibale rij (fietstocht op en over de Mont Ventoux, SMU) haal ik de top 20 als ik heel hard mijn best doe. Ik geniet daar allemaal heel hard van.”

Had je een wielerprof kunnen worden?

(denkt na) “Dat zou je aan Paul moeten vragen, maar eerlijk gezegd denk ik van niet. Tot meeloper bij de elite zonder contract had ik het waarschijnlijk wel kunnen schoppen. Onder de amateurs ben ik een deftige fietser. Een goeie zelfs. Maar wat mannen als een Thomas De Gendt, Remco Evenepoel, Wout van Aert en zeker Mathieu van der Poel kunnen, is toch nog van een compleet ander niveau. Je moet zelfs niet beginnen met die vergelijking te maken.”

Neem Schols zijn sport af, en hij zou gek worden. Maar eind vorig jaar bleef zijn fiets in de garage staan, en kwamen zijn loopschoenen niet meer uit de kast. Vlak nadat in november 2018 gecommuniceerd was dat Phara de Aguirre in januari en februari de presentatie van De afspraak van Schols zou overnemen, zodat hij even op adem kon komen, viel hij begin december onverwacht al uit. Of hij iets wil vertellen over hoe dat kwam? Dat wil hij. Misschien kan het iemand anders helpen, zegt hij.

“Er is vorig jaar heel wat gebeurd op persoonlijk vlak. Ik heb gekwetst, ben gekwetst, en heb nog eens harder gekwetst. Het uitvallen in december was het eindpunt van iets wat al langer aan de gang was. Ik denk dat mijn draagkracht best groot is, maar toen was de limiet bereikt van wat ik aankan. (zwijgt even)

“Het was heftig. Een paar goeie vrienden hebben mij toen beurtelings bij hen thuis opgevangen. Op een gegeven moment zei ik tegen een van hen: ‘Rij nu met mij naar de spoed, want dit gaat echt niet meer.’ Ik werd overmand door angst. We zijn uiteindelijk bij hem thuis gebleven, maar ik was heel blij dat hij dag en nacht dicht in mijn buurt was.”

Voel je je nu beter dan toen?

“Toch wel. Met dank aan de juiste medicatie en een schitterende psychiater en therapeut die ik bijna wekelijks zie. Ik ben met mezelf aan de slag gegaan. Niet voor het eerst, maar deze keer wel fundamenteel, denk ik.”

Je wilt daar bewust open over zijn, dat je hulp krijgt van medicatie en een psychiater?

“Absoluut. Het is de belangrijkste reden om dit interview te doen. Ik ben peter geweest van Te Gek!? (een organisatie die psychische problemen bespreekbaar maakt, SMU), en heb me ook altijd ingezet voor de Zelfmoordlijn 1813. Het stigma wordt kleiner, maar geestelijke gezondheidszorg zit nog altijd in de hoek van de schaamte. Terwijl ik tegen jouw bandopnemer zou willen roepen: als je zit waar ik gezeten heb, ga dan in behandeling.

“Ik weet dat het een cliché is, maar voor een gebroken been heb je ook een arts nodig, waarom dan niet als er iets mis is met je kop? Onze hersenen zijn een heel kwetsbaar orgaan en bepalen alles wat we doen. Als er iets misloopt met die huishouding, moet je dus professionele hulp zoeken. Wat voor alle duidelijkheid niet hetzelfde is als een doos kalmeringspillen aan je huisarts vragen.

“Met enkel medicatie kom je er niet, maar voor mij was het wel een onmisbaar deel van de oplossing. In februari waren er de eerste tekenen van beterschap. En toen ik begin maart opnieuw met de presentatie van De afspraak begon, voelde ik mij beter dan ooit op die stoel. Medicatie en therapie hebben mij de draagkracht gegeven om opnieuw te gaan sporten en functioneren. Het zwaarmoedige is verminderd. (geëmotioneerd) Mijn notie van geluk was helemaal weggeëbd. Ik wist niet meer wat dat was.”

Je volgt nu schematherapie, vertelde je me eerder al. Hoe helpt het jou?

“Schematherapie komt voort uit de cognitieve gedragstherapie en is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey E. Young. Ze legt de link tussen je gedrags- en relationele patronen vandaag, en wat er tussen je tweede en veertiende levensjaar met je gebeurd is: welke belangrijke gebeurtenissen hebben toen plaatsgevonden, hoe hebben je ouders zich toen tegenover jou verhouden, hoe hebben ze voldaan aan je basisbehoeften? Het gaat met andere woorden om diepgewortelde patronen die in je lijf zitten waardoor je altijd in dezelfde valkuilen trapt.

Beeld Wouter Van Vooren

“Als ik vroeger over mijn jeugd sprak, ging het meestal over mijn moeder (die zelfmoord pleegde toen Schols dertien jaar was, SMU), maar het gaat veel verder dan dat. Ik ben opgegroeid in een gezin waar de grootste onvoorspelbaarheid heerste. Zou er die dag gedronken worden? Zouden er klappen worden uitgedeeld? En aan wie deze keer? (zwijgt even) Waar zou ik dus geleerd hebben dat ik van betekenis ben voor iemand anders? Want dat is net wat ik altijd gedaan heb: betekenis gezocht. In mijn werk, in het sporten, in relaties.

“Pas op, betekenis zoeken is niet per definitie slecht. Die 180 kilometer van de Cannibale fietsen geeft me bijvoorbeeld enorm veel plezier. Zonder die gedrevenheid zou ik deze job waarschijnlijk ook niet doen. Ik ken trouwens nog wel wat mensen in mijn omgeving die maniakaal met de dingen bezig zijn. Het is fascinerend om te zien hoeveel getormenteerde zielen er in de tv- en media­wereld rondlopen.”

Je bent zelf psycholoog van opleiding, maar je hebt dus nog veel geleerd?

“Absoluut. Weet je wat straf is? Toen ik negentien jaar geleden vertrok op mijn toenmalige stageplek – ik was al 22 toen ik aan mijn studies psychologie begon – kreeg ik van mijn stagebegeleider een boek mee. Het was Leven in je leven van Jeffrey E. Young. Vorig jaar in december duwde mijn psychiater plots exact hetzelfde boek in mijn handen. Toen pas heb ik het grondig gelezen. Op mijn 26ste was ik er wellicht niet klaar voor.

“Een vriend van me zei: je zult eerst moeten leren om op jezelf gelukkig te zijn, en dat niet te laten afhangen van iemand anders. Iemand loslaten die je graag ziet, kan cruciaal zijn, ik besef dat. Maar het is ontzettend moeilijk voor onveilig gehechte mensen zoals ik. Met Rika Ponnet heb ik daar het afgelopen jaar trouwens ook heel goeie gesprekken over gehad.

“Door medicatie en therapie kan ik vandaag daadwerkelijk veel beter alleen zijn. Ik heb nu tenminste de kracht om te zeggen: ik ga voor mezelf zorgen, en daarna proberen om de betrouwbare mens te zijn die ik wil zijn.

“Wat ik ook geleerd heb: je moet altijd je zelfrespect bewaren. Zeg het als je grenzen overschreden worden. Als het blijft gebeuren, ga je beter weg. Hoe graag je iemand ook ziet. Anders dreig je zelf de pedalen te verliezen.”

Je zei daarstraks dat een aantal vrienden je hebben opgevangen in die periode begin dit jaar?

“Drie heel goede vrienden hebben mij maximaal ondersteund, ja. Een van hen is trouwens die stagebegeleider over wie ik daarnet sprak. Alle drie hebben zij me wekenlang in huis genomen, ook al hadden ze een partner of kinderen. Er zijn nog mensen die ik heel dankbaar ben, maar zij hebben mij toch een extra dimensie van vriendschap laten ontdekken. Ik heb bijna evenveel moeten wenen om de schoonheid van hun geste als om de miserie waar ik in zat. (valt even stil) Ik kan er nog emotioneel van worden als ik erover vertel.”

Kun je ondertussen weer momenten van geluk ervaren?

“Dat lukt. Mijn werk, mijn sport en mijn sociale contacten geven mij veel. Ik vind ook rust in het feit dat ik mezelf de tijd gun. Ik probeer zo goed mogelijk te respecteren wat mijn therapeut van mij vraagt. En ik ben er best trots op dat ik erin slaag om alleen thuis te komen en alleen te gaan slapen zonder dat ik in paniek schiet.

“Ik moet er wel voor blijven opletten om niet heel mijn dag vol te proppen. Ooit zei een collega dat hij een half uur niks doen verspilde tijd vindt. Ik herken dat, maar ik wil ertegen vechten. Ondertussen lig ik dus al eens in de zetel niks te doen en voel ik me daar zelfs niet schuldig over. (lacht)

“Als het over mijn pleegouders gaat, voel ik me wel nog altijd snel schuldig. Zij hebben hun ziel in mij gestopt. Alles voor mij gedaan. (Schols’ meter en haar echtgenoot vingen hem op na de zelfmoord van zijn moeder en hebben hem sindsdien opgevoed, SMU) Ik moet natuurlijk mijn eigen leven leiden, maar ik zou het vreselijk vinden om hun iets tekort te doen. Van andere ouders kun je zeggen dat ze gekozen hebben voor hun kinderen, maar voor hen geldt dat niet. En toch hebben ze meer gedaan dan veel ouders zouden doen.”

Heb je zin om aan het nieuwe seizoen van De afspraak te beginnen?

“Absoluut. Ik besef nog elke dag wat een voorrecht het is om dit te mogen doen. Achttien jaar geleden ben ik begonnen als losse medewerker op de sportredactie. Twee jaar later presenteerde ik de sport in het zeven­uur­journaal, en nog wat later Sporza op zondag en Sportweekend. Ik heb voor Terzake gewerkt als reporter, ben anker geweest voor Het journaal, heb een duidingsprogramma op de radio gepresenteerd, en begin nu aan mijn vijfde seizoen van De afspraak.

“Wie kan zeggen dat hij in vijftien jaar nog nooit het gevoel gehad heeft dat hij moest gaan werken? En dat hij elke dag mag rondzwemmen in een vijver van talent? Drie weken naast iemand als Gert Geens Sporza Tour presenteren, ik kan daar oprecht gelukkig van worden. Die kerel is wereldklasse. En zo zijn er veel op de VRT. Sammy Neyrinck, Karl Vannieuwkerke, Martine Tanghe, Pieterjan De Smedt, Kathleen Cools, om er maar een paar te noemen. En zo zijn er nog veel meer, voor én achter de schermen.”

In september 2017 miste je de eerste week van De afspraak. Ik kan me voorstellen dat ze bij de VRT not amused waren toen je eind vorig jaar voor een tweede keer onverwacht uitviel.

“Ik heb zeer veel begrip gekregen. Daar ben ik de VRT heel dankbaar voor. Vandaar ook dat ik met plezier een maand vakantie heb ingeruild voor Sporza Tour. Het is geven en nemen. Tegelijk denk ik niet dat ik een derde keer moet uitvallen. Logisch, de VRT is geen liefdadigheidsinstelling.”

Phara de Aguirre zal dit seizoen structureel afwisselend met je presenteren. Ben je daar blij mee?

“Absoluut. Voor alle duidelijkheid: niemand heeft me ooit iets opgelegd. Maar je vóélt dat je scherper en beter bent als je af en toe kunt ademen. Zoals ik zei: ik heb me nooit beter op mijn stoel gevoeld dan de afgelopen maanden. Tegelijkertijd is de keuze voor Phara voor iedereen een goeie zaak. Ik blijf vinden dat de kijker recht heeft op een interviewster als zij. En ik vermoed dat zij blij is dat ze het opnieuw kan doen. (lacht)

“Er zijn wel goede afspraken gemaakt. De afspraak blijft tenslotte mijn kind. Maar Phara is een gedroomde meter van dat kind. En ik weet uit ervaring hoe waardevol een meter kan zijn.” (lacht)

Vroeger op de radio stond je bekend als een bijter. Kun je in De afspraak genoeg doorvragen naar je eigen zin?

“Ik moet dat nu met mate doen, en ik begrijp dat. Tien keer dezelfde vraag stellen past niet bij De afspraak. Je zit met vier mensen aan tafel. Als je te ver gaat in een één-op-één­interview, isoleer je niet alleen die andere gasten, kijkers vinden dat ook niet prettig.”

Beeld Wouter Van Vooren

Is dat zo? Misschien zitten kijkers vandaag wel net te wachten op interviewers die tot op het bot gaan.

“Als ik de reacties van kijkers op social media mag geloven, hebben mensen toch het liefst dat ik mijn gasten laat uitspreken. (glimlacht) Al blijft het soms natuurlijk wel op de tanden bijten. Het moeilijkste vind ik als politici aan mijn tafel iets blijven beweren terwijl uit informatie die ik heb overduidelijk blijkt dat het niet klopt wat ze zeggen. Ik mag dat dan twee, drie keer vragen, maar daarna moet ik het laten varen. Het blijft soms lastig dat ik dan moet afsluiten met: ‘U wilt duidelijk niet antwoorden op mijn vraag.’

“Maar vergeet niet dat er een half uurtje vóór De afspraak nog Terzake is. Als het nodig is, gaan Kathleen Cools, Annelies Beck en Pieterjan De Smedt tot op het bot. Het betere fileerwerk, soms hebben ze zelfs een stukje bot mee. (lacht) Maar het gebeurt met respect, en heeft absoluut zijn plaats op de openbare omroep, dat ben ik met je eens.”

Hoe kijk jij naar de politiek van vandaag?

“Ik heb het vooral gehad met die eeuwige partijpolitiek. Het is cliché om te zeggen dat links en rechts passé zijn, maar het ís wel zo. Acceptabele standpunten kun je evengoed vinden bij PVDA, Vlaams Belang en alles daartussenin. En toch moet alles strategisch zijn. Iedereen heeft de laatste maanden veto’s gesteld: niet met de PS, niet met Ecolo, niet met N-VA, niet met Vlaams Belang. Waarom? Waar zit de winst in het voorafgaandelijk poneren dat je met bepaalde partijen sowieso niet aan tafel gaat?

“Weet je wat ik een mooi moment vond? Toen er eindelijk een consensus over Oosterweel was. Het heeft onnoemelijk lang geduurd, maar uiteindelijk is er door samenwerking tussen de Vlaamse overheid, de stad Antwerpen en een burgerplatform wel een oplossing uit de bus gekomen. Ik herinner me ook nog dat John Crombez (sp.a) en Zuhal Demir (N-VA) afgelopen seizoen in De afspraak zaten om samen te pleiten voor een betere opvang van slachtoffers van tienerpooiers. Dat kan eens deugd doen.”

Op de redactie sta je erom bekend geregeld uiting te geven aan je verontwaardiging over maatschappelijke of politieke wan­toestanden. Zijn er nu zaken die je van het hart moeten?

“Ja, veel. (lacht) Advocaat Christine Mussche haalde het onlangs nog aan: uit elk onderzoek blijkt dat deftige therapie en preventie veel effectiever en dus beter voor de maatschappij zijn dan louter een gevangenisstraf voor daders. Wel, ik zit te wachten op politici die daar beleidsmatig voluit mee aan de slag gaan, zonder bang te zijn voor eventuele electorale afstraffing.

“Je hoort politici ook weleens verkondigen dat er geen draagvlak is om een bepaalde maatregel te nemen. Dat begrijp ik niet. Als een politicus sterk genoeg is van persoonlijkheid en zijn idee goed weet uit te leggen, kan hij toch zélf een draagvlak creëren?

“Ander voorbeeld: in Nederland hebben politici het alcoholbeleid laten uittekenen door een aantal experts, wat er bijvoorbeeld toe geleid heeft dat je er in de tankstations aan de snelweg geen alcohol meer kunt krijgen. Dat blijkt in België niet mogelijk. Ik snak naar politici die wetenschappelijk onderzoek ter harte nemen en hun beleid daarop durven af te stemmen. En niet alleen op het gebied dat hun toevallig goed uitkomt. Maar ik stel vast dat het tegendeel meestal gebeurt. Dat vind ik ontzettend betreurenswaardig.”

Er gaapt een kloof tussen wetenschap en politiek, zeg je, maar hoe kijk je naar de befaamde kloof tussen de Wetstraat en de Dorpsstraat?

“Vandaag wordt voortdurend de vraag gesteld: hoe komt het toch dat zoveel mensen op Vlaams Belang hebben gestemd? Maar zou de vraag niet moeten zijn: hoe komt het dat zoveel mensen niet op ú hebben gestemd? Laat politici dáár eens op antwoorden.

“Ik heb soms de indruk dat politici niet altijd even goed beseffen in welk universum ze aan de slag zijn. De voorbije jaren zag ik de meest absurde campagnefilmpjes opduiken, zowel aan elk uiteinde als in het midden van het politieke spectrum. Op zo’n moment vraag ik me af: hoe ver sta je van de realiteit als je denkt dat zoiets werkt bij de burger?

(denkt na) “Met de inwoners van de straat waar ik woon hebben we een WhatsApp-groepje. We kennen elkaar niet ongelooflijk goed, maar we kunnen wel een beroep doen op elkaar. Zo heb ik onlangs een buur naar het station gebracht omdat ze er zelf niet geraakte. Enkele weken later mocht ik een gasfles gaan halen bij een andere buur omdat ik zonder zat tijdens een barbecue.

“Dat zijn kleine prullen, maar het geeft me nog hoop in deze maatschappij. Ondanks de individualisering, waar je niet omheen kunt. Ondanks wat er in de politiek gebeurt, want dat is intern een keiharde, soms misselijkmakende wereld waarin sommigen elkaar echt kapot willen maken. En toch zijn er dus nog goede kiemen te vinden. Op straat, maar ook in de politiek. Of misschien kan ik die kiemen gewoon weer beter zien. (valt even stil) Het is vaak nog moeilijk, en ik heb nog veel werk, maar het is wel fijn om vast te stellen dat er ook al veel lichtpunten zijn.”

Beeld Wouter Van Vooren

Heb je ergens spijt van?

“Spijt is weinig zinvol. Een mens maakt keuzes, soms zonder precies te weten waarom. Ik zou kunnen zeggen dat ik spijt heb dat mijn ouders niet in staat waren om mij een veilige omgeving te bieden, maar dat zijn zaken waar je geen controle over hebt.

(denkt na) “Als ik van iets spijt heb, is het van momenten waarop ik anderen gekwetst heb of respectloos heb behandeld. Als ik het vermogen had gehad om het anders aan te pakken, had ik dat zeker gedaan. Maar blijkbaar was ik er niet toe in staat. Ik weet wél dat ik het maximale wil doen om zulke scenario’s in de toekomst te vermijden.”

Wat verwacht je nog van een relatie?

“Dat de onrust voor het grootste deel verdwijnt. Dat je je zelfwaarde en betekenis haalt uit wat je hebt, en blij bent met het dagelijkse samenzijn in plaats van voortdurend op zoek te gaan naar nieuwe prikkels.

“Wat is er mooier dan elkaars interesses delen, of blij zijn voor de ander als het goed gaat op het werk? Weet je, we hebben het over politiek en mijn job gehad, maar het belangrijkste speelt zich uiteindelijk thuis af. Een mens wordt gelukkig als er voor hem wordt gezorgd én als hij voor een ander kan zorgen.

“Dat laatste heb ik zelf de laatste tijd ook ervaren. Omdat ik me beter voel, heb ik enkele goeie vrienden kunnen helpen die ook door een moeilijke periode gaan. Het zou me een half jaar geleden niet gelukt zijn.”

Je hebt ook nog een aantal maatschappelijke engagementen op het programma staan?

“Ook buiten mijn eigen intieme kring wil ik dat ‘zorgen’ nog meer een plaats geven in mijn leven. Zo fiets ik op 14 september met collega Rob Heirbaut naar Straatsburg. In één dag leggen we 430 kilometer af om geld in te zamelen voor vzw Bindkracht, waar de zoon van Rob wordt opgevangen, een jongen met een beperking. We zijn trouwens nog naarstig op zoek naar sponsors. Wie zich geroepen voelt: alle info via Bindkracht10 of mijn pagina op Facebook. (lacht)

“Voor Te Gek!?, dat dit jaar vijftien jaar bestaat, en Zelfmoord 1813 ga ik me ook blijven inzetten, net zoals we dat met onze VRT-nieuwsploeg doen voor Kom op tegen Kanker. En deze week heeft Pleegzorg Vlaanderen me gevraagd om een soort van peterschap op te nemen, iets wat ik met plezier en overtuiging zal doen. Wie weet komt daar nog wel een andere manier van zorgen uit voort.

(denkt na) “Ik ga nog een laatste cliché uit de kast halen, sorry daarvoor, maar het is wel waar: van geven kun je gelukkiger worden dan van krijgen. Omdat het je een reden van bestaan kan geven.”

En zo eindigt deze gastvrije zomer bij Willem Hiele en zijn Shannah. ‘Op een dag zal hier geen huis meer staan en geen strand meer zijn’, schrijft Karl-Heinz Ott nog. ‘Vroeger lag de zee veel dieper, zeggen de mensen. Ze stijgt onmerkbaar, uur na uur, tot ze het hele land opslokt. De zee zal alles overleven en onze tijd niet meer dan een intermezzo doen lijken.’

De afspraak, vanaf 2/9 van maandag tot en met donderdag om 20.30 uur op Canvas. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234