Dinsdag 24/11/2020

InterviewFamilieklap

Bart Chabot en zoon Splinter: ‘Slaapliedjes? Nee, Nijntje in een rapversie!’

Splinter en Bart Chabot.Beeld Bob Van Mol

De oudste is schrijver, performer, Herman Brood-biograaf en tv-figuur. In Mijn vaders hand spit hij de getroebleerde verhouding met zijn vader uit. De jongste is programmamaker, ‘best geklede man van Nederland’ en ex-tafelheer in De wereld draait door. Bart (65) en Splinter (24) Chabot, vader en zoon.

Bart

“Ik wilde heel graag kinderen, maar mijn vrouw ­Yolanda, die arts is, had geen kinderwens. Ze wilde ook niet trouwen. Wat zegt het over mij dat ze toch met me in zee ging én dat we vier kinderen kregen? Blijk ik toch enige overredingskracht te bezitten. (lacht) Onze vier zonen kwamen in ‘koppeltjes’: eerst Sebastiaan en Maurits kort na elkaar, dan vier jaar later Splinter en Storm. Ik had al een hele goeie naam voor een vijfde zoon. Top! Top Chabot, de kroon op het werk! Toen we na de bevalling het ziekenhuis verlieten, zwaaide ik naar de gynaecoloog: ‘Tot gauw!’

“Maar die riep me tot de orde. ‘Ik wil je hier nooit meer zien. Je vrouw overleeft een volgende bevalling niet. Als je haar nog één keer zwanger maakt, dan klaag ik je aan voor moord met voorbedachten rade.’

“De jongens waren heel fysiek. Gooien, smijten, hollen, elkaar achternazitten. Vooral Splinter is altijd – laten we zeggen – energiek en enthousiast, net als ik. Druktemakers met ADHD, zeggen sommigen smalend. Splinter sliep altijd in één kamer met de een jaar jongere Storm. Voor het slapengaan bracht ik Nijntje in een rapversie of als punksong zoals The Ramones. Stuiterden ze vervolgens door de kamer en zaten rechtop in bed.

“Bij mijn ouders zag ik hoe het niet moest. Het kon alleen maar beter. Als je besluit om kinderen te krijgen, moet je beseffen dat je die verantwoordelijkheid tot aan het graf meedraagt. We maken allemaal fouten. Maar cruciaal is dat je je kind altijd het gevoel geeft dat je van hem of haar houdt.

“Ik was destijds de enige vader die zijn kinderen elke dag naar school bracht. Dat ik schrijver was én overdag niks leek te doen, wekte soms verbazing. Wat doet je papa eigenlijk?, kreeg Splinter te horen. Is hij werkloos of zo? Dat zat me hoog. Er circuleerden ook verhalen over mijn omgang met Herman Brood: ‘Er zullen daar thuis wel overal spuiten rondslingeren.’ Nou, pleur op, zeg! Er is nog wat anders mogelijk dan een nine-to-five-leven, toch?

“Op een bepaald moment had Splinter een flinke leerachterstand op school omdat hij voortdurend op de gang werd gezet. Té druk. Een leraar zei: ‘Misschien moet hij wel naar het bijzonder onderwijs.’ Ik zei: ‘Hoezo?’ Moest hij getest worden op ADHD én of hij wel slim genoeg was. Na de tests bleek dat Splinter onderbelast was. Hij verveelde zich te pletter!

“Via mijn optredens in Barend & Van Dorp en De wereld draait door was Splinter al vroeg vertrouwd met de tv-wereld. Het scheelt dat je dat wereldje kunt relativeren. De enige raad die ik hem meegaf was: ‘Rustig praten, rustig praten.’ Helaas!

“Toen Splinter de politiek in ging (hij was twee jaar lang voorzitter van de jongerenafdeling van de liberale VVD, red.), hield ik wel mijn hart vast. Want het vak is meedogenloos. Er zijn mensen die heel aardig zijn, maar je daarna een mes in de rug steken en het nog drie keer draaien ook. Splinter beschouw ik als een relatief kwetsbare jongen. Ik had altijd twijfels of hij die wereld zou doorstaan. Al die modder en drek, wil je daar je kind aan blootstellen? Die sociale media zijn een open riool. Nu druk ik hem op het hart: je moet ’s avonds in de spiegel kijken en zorgen dat je nooit je ogen moet neerslaan. Als hij zijn integriteit bewaart, heeft hij mijn zegen.”

Splinter: ‘Pas toen mijn vader na de bestraling thuiskwam, besefte ik: dit is méér dan een spannend verhaal.’Beeld Bob Van Mol

Splinter

“Van mijn vader leerde ik hoe je elke dag weer de werkelijkheid schaakmat kunt zetten. Nieuwsgierigheid en fantasie werden bij ons voortdurend gevoed. We gingen al vroeg naar toneel, musea of naar schrijveroptredens, maar ook naar Walibi of pretparken, of mee naar de Troonrede van Beatrix. In alles mag plezier schuilen. Waarom zou je je beperken tot een snoepje als je verschillende lolly’s kunt proeven?

“We hoefden vooral nooit volwassen te worden. Als vader ’s ochtends onze broodjes smeerde aan de keukentafel – bij ons was dat een professionele pingpongtafel – maakte hij daar een complete show van.

En we zijn blijven spelen én huppelen. Elk jaar trek ik met mijn ouders en mijn drie broers samen op vakantie naar Zweden. Dan doen we tikkertje, slapen in stapelbedden, nemen waterpistolen mee en spelen spionnetje in de bossen. Dat nemen we heel serieus. Ook Sinterklaas vieren we nog. Het gezin blijft het gezin, wat er ook gebeurt. We zijn zeer hecht.

“Bij ons thuis kwamen niet zoveel mensen over de vloer. Privacy was belangrijk, ook voor vaders geconcentreerde schrijfwerk. Andere kinderen wezen me erop dat ik een bekende papa had: ‘Oh, ik zag hem op televisie’. Voor ons was dat doodnormaal. Onze slaapkamer grensde aan de gang van zijn werkkamer. Een typerend beeld uit onze jeugd: gordijnen dicht, geen afleiding van buiten. Zoals Atlas de wereld droeg, zat mijn vader daar met zijn fantasie. De liefde voor taal kreeg ik natuurlijk van hem mee.

“Later mochten we ook mee naar de televisiestudio’s. Zo raakte ik vertrouwd met het medium televisie. Toen ik zelf op tv kwam, was hij wel bezorgd. Toch kregen we alle vrijheid. Als voorzitter van de jonge liberalen cultiveerde ik ook dat unieke, dat buiten de lijntjes kleuren, dat optimisme. Papa bezweerde ons dat je vooral niet naast je schoenen moet gaan lopen. Hecht er geen waarde aan dat je herkend wordt op straat.

“De titel van vaders nieuwe roman, Mijn vaders hand, is voor mij heel dubbelzinnig. In zijn geval is het een hand die slaat, de klappen die hij van zijn vader kreeg. Ik zie het als de veilige warme vingers die me naar school brachten. De hand die op mijn hoofd kon landen. Die zei ‘ik hou van je’. Ik weet dat die hand er altijd is. Bewonderenswaardig hoe hij die spiraal van zijn gewelddadige jeugd doorbrak en zo zorgzaam met ons omging.

“Toen ik de derde klas van het middelbaar zat, nam papa me na school plots apart in een portiek. ‘Ik heb een tumor in mijn hoofd. Maak je geen zorgen, we gaan het behandelen’, zei hij. Als kind denk je dat je ouders altijd gelijk hebben én dat ze niks zal overkomen. Ik had er vertrouwen in. Ik had niet in de gaten dat het levensgevaarlijk was. Pas toen hij na de bestraling thuiskwam, voelde ik de barstjes, besefte ik dat het méér was dan het zoveelste ­spannende verhaal. Toen begreep ik dat mijn vader niet van onverwoestbaar marmer was. Maar er was ook de overtuiging: alles komt altijd goed.”

Bart Chabot, Mijn vaders hand,De Bezige Bij, 416 p., 23,99 euro.

Splinter Chabot, ConfettiregenSpectrum, 144 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234