Zondag 14/08/2022

InterviewBart Cannaerts

Bart Cannaerts maakt zijn comeback als quizmaster: ‘Het wordt bloedlink, televisionele zelfmoord’

‘Technisch gezien wordt 'De dag van vandaag' bloedlink, een quiz die live gaat is televisionele zelfmoord.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Technisch gezien wordt 'De dag van vandaag' bloedlink, een quiz die live gaat is televisionele zelfmoord.’Beeld Thomas Sweertvaegher

In De dag van vandaag, de nieuwe Eén-quiz die voortaan van maandag tot donderderdag uw avonden opkalefatert, zigzagt Bart Cannaerts (41) door de actualiteit van de dag. Dat doet hij zoals hij in het leven staat: humoristisch, speels en luid lachend. ‘Ik heb mijn schaduwkant nog altijd niet gevonden.’

Tom Pardoen

De proef­uitzending van De dag van vandaag is alvast niet op een fiasco uitgedraaid, zo blijkt in de keuken van productie­huis Panenka. Een redacteur heeft er een stapeltje evaluatie­formulieren verloren gelegd, mooi in het blikveld van een reporter zonder scrupules. ‘Hard gelachen’ staat er, en ‘spannende finale!’ In de nieuwe quiz op Eén nemen drie bekende koppen het niet tegen elkaar op, maar bundelen ze hun krachten om zoveel mogelijk poen binnen te rijven. Dat prijzengeld vloeit niet naar de bankrekening van ­betreffende BV’s, maar naar een door het lot aangeduide kijker die tijdens de finale­ronde het gezelschap krijgt van een cameraploeg en Studio Brussel-­presentatrice Fien Germijns, die na een rubriek in Iedereen beroemd haar volwaardige televisiedebuut maakt.

We treffen een schijnbaar uitgeslapen Bart Cannaerts op de zevende verdieping van de Watt Toren in Antwerpen, waar de ramen in hun kozijn rammelen als hij weer eens zijn kenmerkende bulderlach, die het midden houdt tussen het burlen van een rendier en het geraas van een opstijgende Boeing 747, ten gehore brengt.

‘Spannend’ en ‘hard gelachen’: dan kan een quizmaster op beide oren slapen.

“Als je wilt weten of ik het zelf goed vond, dan vraag je dat aan de verkeerde. Ik zal niet snel ‘ja’ zeggen, omdat ik altijd zie wat beter kan. In die zin helpen die evaluaties om alsnog een soort van vertrouwen op te bouwen. Niet dat ik zelfvertrouwen tekortkom, ik heb er zelfs bovengemiddeld veel van, maar dat betekent niet dat ik zeker ben dat dit een succes wordt. Dus is het fijn om te lezen dat mensen het ‘grappig’ en ‘spannend’ vonden: ik vind dat twee goede woorden voor een latenightquiz.”

Die bovendien in een recordtempo is gemaakt.

“We hebben het concept in de kerstvakantie bedacht, en in februari hebben we een go gekregen van de VRT. ‘Komt voor de bakker’, zeiden wij, waarop de boys van het decor bleek wegtrokken: ‘Ja maar, het hout!?’ ‘Wat nu, het hout?’ vroegen wij. Blijkt dat er sinds de pandemie een wereldwijd tekort aan hout is, een cruciaal materiaal voor wie televisie­decors in elkaar steekt. Die gasten hebben hun teentjes mogen uitkuisen.

“Het moet altijd snel gaan bij tv, maar dit keer ging het uitzonder­lijk snel. Maar laten we daar niet te stoer over doen, misschien zeggen de mensen maandag: ‘Het is eraan te zien, Cannaerts.’ (lacht) Er is wel één groot verschil met de andere quizzen waaraan ik gewerkt heb: inhoudelijk kunnen we sowieso pas ’s morgens beginnen. Bij Switch en Kalmte kan u redden heb je vijf maanden tijd om te twijfelen, nu hebben een duidelijk keurslijf: vandaag móét je een vraag stellen over de trouwerij van de kleine Beckham. Dat korset maakt het ons makkelijker: ‘In der Beschanking siegt der die das den Meister’, of hoe zeggen ze dat?”

Klopt het dat Eén eigenlijk een talkshow had besteld?

“De VRT had laten vallen: ‘We willen ooit, misschien, weer zo’n dagelijkse afspraak met de kijker, over de actualiteit.’ Concreet was dat niet, maar als de VRT iets vraagt, dan luisteren wij, en al snel maakten we de bedenking: ‘Dan kunnen we toch evengoed een quiz maken?’ Een talkshow is best gezellig, maar mijn baas heeft er ooit een gemaakt (Tom ­Lenaerts presenteerde in het najaar van 2012 De ­kruitfabriek op de toen nieuwe zender VIER, red.): hij weet hoe moeilijk het is om elke dag vier goeie gasten te strikken. Wij ­kunnen er 25 items doorjassen zonder dat we die lui moeten ­spreken.”

‘Werkelijk alles zit mee in mijn leven, dat is waanzinnig. En ik heb daar geen enkele verdienste aan.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Werkelijk alles zit mee in mijn leven, dat is waanzinnig. En ik heb daar geen enkele verdienste aan.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Jij bent een veteraan van het quizcircuit, als deelnemer én als organisator. Een collega vertelde me dat je een crack bent in het bedenken van spelmechaniekjes.

“Als ik bij de scouts het bosspel organiseerde, was dat altijd veel te ingewikkeld en had ik een halfuur nodig om alles uit te leggen. Doe ik het graag omdat ik het goed kan of is het andersom? Het heeft iets wiskundigs; ik ben ingenieur van opleiding.”

Dat doet me eraan denken: volgens ingewijden ben je een haast obsessief gebruiker van Excel.

(lacht luid) “Ik kan er maar beter voor uitkomen: dat klopt. Ik maak mijn to-dolijstjes in Excel, ik hou er zelfs mijn ideeën voor mijn comedyshows in bij.”

Je zou ook gewoon een tekst­verwerker kunnen gebruiken, of de Notities-app op je iPhone.

“Ik weet het, maar ik vind die vakjes zo ordentelijk en overzichtelijk. Veel mensen krijgen het Spaans benauwd van Excel, maar ik vind dat zo on-ge-lo-fe-lijk tof. We hebben nu een systeem in Excel gemaakt voor de BV’s die we bellen: als je op de ene plek iets invult, wordt een ander vakje rood of groen. (dolenthousiast) Ik vind dat echt waar keitof.”

Leuke vondst: de quiz wordt gespeeld door een trio BV’s, maar het zijn ‘gewone’ mensen die met het geld aan de haal gaan.

“Een uur voor de quiz begint, kunnen kijkers zich inschrijven. Fien Germijns bevindt zich dan al ergens te velde. Alleen wij weten waar, maar dat kan dus ook bij jou om de hoek zijn. Als de inschrijvingen zijn afgesloten, kijken we wie in de buurt woont, en dan beslist het lot over de deur waar Fien en haar cameraploeg gaan aankloppen. Ze volgt de finale van de quiz bij de mensen thuis, in de living. Live.”

What could possibly go wrong?

“Op papier klinkt het leuk en de testopnames die wel gelukt zijn, waren ook leuk. Maar het is technisch gezien bloedlink, een quiz die live gaat, is televisionele zelfmoord.”

Pak de poen was de vorige, zeker?

(lacht luid) “Ik neem aan dat de recensenten al een paar ­zinnen klaar hebben zitten voor als het fout loopt, maar hey: ik kom uit het dorp van Manu en René Verreth. Het zou een prachtige samenloop van omstandigheden zijn.”

Die riposte over die recensenten zat ook al klaar: ben je nerveus?

“De vergelijking met Pak de poen is hier ook al gemaakt, en dan wordt gezegd: dat is gef… gefunde… gefundesness fressnes­nes. Waarom probeer ik eigenlijk altijd Duits te spreken?

“Het is natuurlijk wel spannend, want je wilt én veel kijkers én een blije zender én – daar moeten we ook niet stoer over doen – critici die het programma goed vinden. Sommige recensies kan je makkelijk plaatsen – smaken verschillen, niet waar? – maar andere raken ook terechte pijnpunten aan en dat is dan slikken. Sommige critici spelen ook op de man. Dat is niet tof en niet nodig, maar het staat er dan wel.”

Jij hebt De slimste mens ter wereld én De pappenheimers gepresenteerd, enkel Erik Van Looy kan hetzelfde zeggen. En toch heeft Tom Lenaerts blijkbaar hard moeten aandringen bij jou om je opnieuw te laten presenteren.

“Ik heb gewoon geen brandende ambitie om tv-programma’s te presenteren. Sinds De pappenheimers zijn er wel een aantal voorstellen gepasseerd, maar ik heb altijd de boot afgehouden.”

Waarom heb je nu wel ja gezegd?

“Dat is een heel goeie vraag.” (lacht)

Iemand maakte een interessante analyse van je presentatiewerk bij De pappenheimers: tijdens de opnames had je het publiek altijd op je hand, het dak ging eraf, maar in de montagekamer bleek dat er van die ambiance niet altijd evenveel overbleef op het scherm. En je bent ook niet genoeg Luc Appermont als de autocue draait.

(lacht luid) “Dat is zeker niet mijn fort. Ik heb de neiging om te snel te praten als ik enthousiast ben en dan struilekik weleens over mijn woorden. Dat is iets waar ik op moet letten. Gelukkig is Tom een heel straffe coach. Ik geloof dat hij bij De pappenheimers tijdens de autocuemomenten zelfs naast de camera stond (maakt met twee armen het universeel gebaar voor ‘trager praten’). Dat zijn rustmomenten, ook voor de kijker. Maar dat is het metier: sommigen kunnen dat van nature, voor mij is dat werkendag. Het andere deel van de job – enthousiast animeren – gaat me beter af.”

Ik sloeg gisteren je cv er eens op na: de lijst legendarische programma’s die jouw vingerafdrukken dragen, is erg lang: Benidorm Bastards, Wat als?, De pappenheimers, De slimste mens, Taboe... Je krijgt te weinig erkenning.

“Aan De pappenheimers en De slimste mens heb ik inhoudelijk natuurlijk niets bijgedragen, maar euh… (aarzelt) Dank u, denk ik? Ik ben slecht met complimenten. De mensen die het moeten weten, weten het wel, denk ik dan. Mijn ouders. (lacht) En de collega’s. En ik heb voor Taboe ook alleen maar het idee bedacht: Kat Steppe en Philippe Geubels hebben er fantastische dingen mee gedaan, met een andere presentator en regisseur was dat voor hetzelfde geld een schijt­programma geworden.”

Zit er een zondagskind voor mij?

(onmiddellijk) “O ja, loeihard. Werkelijk alles zit mee in mijn leven, dat is eigenlijk waanzinnig. En ik heb daar voor alle duidelijkheid geen enkele verdienste aan. Ik zoek dat niet op, er komt gewoon veel goeds uit de lucht vallen. Ineens belt de redactie van De slimste mens: ‘Wil je twee afleveringen presenteren?’ Of The Masked Singer: ‘Geen goesting om mee te doen?’ Natuurlijk heb ik goesting om mee te doen, ik vind het geestig om in zo’n pak te kruipen. En dan blijken kinderen ineens fan van mij te zijn.”

Je bent opgegroeid in Sint-Katelijne-Waver. Was het daar prettig toeven voor een tiener?

“Ja, maar vindt niet iedereen de plek waar hij opgroeit oké? Ik woon er niet meer, maar dat is toeval: ik heb nooit de behoefte gevoeld om te ontsnappen aan het dorp. Ik zat er op school, ging er naar de scouts en heb er basket gespeeld: niks dan goeie herinneringen.”

‘Toen ze in het tweede middelbaar vroegen wat ik wilde worden, was pastoor een van de opties. Tot mijn zeventiende was ik misdienaar.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Toen ze in het tweede middelbaar vroegen wat ik wilde worden, was pastoor een van de opties. Tot mijn zeventiende was ik misdienaar.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Je was er ook misdienaar.

“Tot mijn zeventiende.”

Excuseer?

“Mijn vader was – wat zeg ik: ís op zijn 88 nog altijd – dirigent van het plaatselijke kerkkoor. Da’s een lang verhaal. Voor hij mijn moeder had leren kennen, was hij pater-­jezuïet en dus behoorlijk katholiek van inborst. Wij moesten elke week mee naar de mis, en dan had je twee opties: stilzitten op een bankje of vooraan de show stelen, want dat was het in mijn kop wel een beetje. En dan kies je toch voor de show, ook al moet je dan een wit kleedje dragen?

“Eerst mag je alleen het water en de wijn aanvoeren, maar wie volhoudt, mag al eens met het belletje rinkelen en op den duur mag je met het wierrookvat zwieren. Eén keer per maand kwamen de gidsen van Katelijne naar de mis, en ik dacht: die vinden mij de man. Terwijl ze gewoon zagen wie ik was: de grootste seut van allemaal. Tot mijn vijftiende heb ik ook echt geloofd. Toen ze in het tweede middelbaar vroegen wat ik wilde worden, was pastoor een van de ­opties. Had het te maken met de geschiedenis van mijn vader? Ik weet het niet.”

Kan je iets meer vertellen over die geschiedenis?

“Hij heeft twaalf jaar de opleiding tot jezuïet gevolgd. We spreken over de jaren vijftig: in die tijd werden ze nog geacht om op gezette tijden de riem boven te halen en zichzelf te geselen. Mijn vader vertelt met veel liefde over die periode: er was ook veel camaraderie, tussen twee flagellaties door. (lacht) Vlak voor zijn inwijding was er een laatste retraite naar Lourdes, en daar zag hij in een grote zaal een verpleegster dekens opplooien: mijn moeder. Coup de ­foudre, pats, en vijftien jaar later ben ik geboren.

“Dat zal dus meegespeeld hebben toen ik als veertien­jarige ambities koesterde om priester te worden. Maar ook: ik vond de onze niet goed (lacht). Hij was altijd negatief als hij preekte: ‘De wereld gaat eraan, jullie zijn allemaal slecht bezig.’ Ik zat daar en dacht: enfin, gij zoudt de mensen toch juist hoop moeten geven, zodat ze de werkweek doorkomen? Ik heb altijd gedacht dat ik dat beter zou doen, dat ik wel vreugde zou schenken. Misschien ligt daar de kiem van wat ik nu doe. Maar natuurlijk ook omdat ik het tof vind als mensen met mijn moppen lachen. I live to give! Jazeker, because I loving it that it give me something back. Mijn Engels is al even slecht als mijn Duits, maar natuurlijk doe ik het omdat ik de aandacht en het applaus cool vind.”

Je hebt een jaar je broek gesleten op Studio Herman Teirlinck. Daar vonden ze je naar verluidt te zonnig, ze spoorden je aan om naar je schaduwkant te graven, die bij nader inzien niet bleek te bestaan.

“Heb ik dat zo gezegd? Voor alle duidelijkheid: ik heb woordkunst gedaan, geen toneel – ik zat bij de seuten. Maar als ik gedichten van Pablo Neruda voordroeg, kreeg ik inderdaad te horen dat het te vlot ging: ‘We geloven u niet.’ Ik dacht toen: wat!? Ik heb geen donkere kant.”

Heb je die intussen wel ontdekt?

“Dat is een goede vraag, ik weet het eigenlijk nog altijd niet. Wat wil dat ook zeggen, een schaduwkant?”

‘Ik ben ook ooit weleens ongelukkig geweest,’ zei je ooit, ‘drie dagen.’ Dan heb je het goede lot getrokken.

“Maar wat zeg ik toch allemaal? Natuurlijk ben ik al meer dan drie dagen ongelukkig geweest – (snel) alles bij elkaar. Ik kan ook kwaad en slechtgezind zijn. Als ik mijn dochter in bed steek, en dat gaat minder vlot dan ik wil omdat we alle twee wat bozig zijn, en ga ik kwaad naar beneden. Kwaad op mezélf: ‘Was dat nu nodig?’ Het leven geeft me geen citroenen, maar zelfs in dat leven zonder citroenen ben ik soms gefrustreerd en kwaad. Ik wil dat gewoon niet te hard benadrukken, omdat ik zoveel chance heb.”

‘Ik zoek de dingen nooit op’, beweerde je daarnet. Maar je hebt jezelf wel ooit ingeschreven voor Blokken. En aan De pappenheimers wilde je ook deelnemen. Volgens de geruchten heeft niemand minder dan de echtgenote van Tom Lenaerts, die de kandidaten selecteerde, daar toen een stokje voor gestoken.

“Ik heb me een paar keer ingeschreven met een maat van de scouts, maar de stapel kandidaturen van mannelijke vriendenduo’s was de hoogste van allemaal: ik snap dat wij niet opvielen. We zijn zelfs nooit op gesprek mogen gaan, ik ben puur op basis van de foto gedumpt (lacht). Maar ik heb me nooit ingeschreven omdat ik met mijn kop op tv wilde komen: De pappenheimers was gewoon een ongelofelijk grave quiz. En Blokken – dat klinkt waarschijnlijk ook weer ongeloofwaardig – heb ik puur voor het geld gedaan. Iedereen denkt toch: Blokken, supermakkelijk. Ik win sowieso drie finales, was mijn redenering. Goed voor 3.000 euro en een tv die ik kan verkopen. Daar kon ik een jaar van leven.”

Hoe is dat alweer afgelopen?

“Dat weet jij goed genoeg: ik heb de finale gehaald, maar heb het woord niet geraden. De opgave was ‘Niet dicht’, en ik heb de letters P, O, N, D en G gekregen.”

‘Geopend’, makkie.

“Ik was echt zo’n geval waarbij heel Vlaanderen naar zijn tv zit te roepen: ‘Het is ‘GEOPEND’, gast!’”

Op je website staat nog altijd een aankondiging voor je laatste comedyshow, We moeten nog eens afspreken: ‘Bart staat weer waar hij het liefst staat.’ Antwoord je dan ook ‘comedian’ als mensen je langs het zwembad in Mallorca vragen wat je doet in het leven?

“Als ze mij dwingen om te kiezen tussen tv en comedy, kies ik sowieso voor comedy, maar aan het zwembad zou ik toch zeggen: ‘I work in television.’ Want mijn Spaans is nog slechter dan mijn Engels en mijn Duits. ‘Comedian’ zou ik niet over de lippen krijgen, en al zeker niet in het Engels, want ik ben totaal niet grappig in het Engels. En als mensen horen dat je een comedian bent, denken ze: (wrijft zich in de handen) yes, nu gaan we lachen. Als ik dan niet verder kom dan ‘Yes, yes’, wordt dat gênant.

“Maar zelfs als mensen in België niet weten vanwaar ze mij kennen, zeg ik niet: ‘Ik kom op tv!’, maar wel: ‘Ik woon in Antwerpen, en gij?’ Als ik na veel vijven en zessen dan toch zeg dat ik soms op tv kom, antwoorden ze altijd: ‘Nee, dat is het niet!’” (lacht)

Een slotvraag: een collega vertelde me dat jullie hier geregeld laat werken en daarom weleens een beroep doen op Uber Eats, en dat jij – je bezorgdheid om het klimaat is bekend – dan altijd voor het vegetarische alternatief kiest. En daar dan onmiddellijk weer spijt van hebt.

(lacht luid) “Dat is helemaal niet waar. Zo liegen, smeerlappen. Maar het klopt dat ik probeer om niet te veel vlees te eten. Ik vind dat heel moeilijk, want ik vind vlees keilekker. Maar ik probeer het toch, omdat er veel dingen niet goed aan zijn. De impact op het klimaat is voor mij het belangrijkste motief, maar ik zit ook in met het dierenleed, en ik bewonder mensen die alleen daarom vlees kunnen laten: ze zijn moreel superieur aan mij.”

'Natuurlijk doe ik wat ik doe omdat ik de aandacht en het applaus cool vind.' Beeld Thomas Sweertvaegher
'Natuurlijk doe ik wat ik doe omdat ik de aandacht en het applaus cool vind.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Kijk eens aan.

“Natuurlijk. Andere wezens doden voor mijn plezier is niet oké. Als je daarnaar leeft, ben je moreel superieur. Ik ben fan van die moraal, maar ik krijg het niet georganiseerd. Als ik optreed, vragen mijn technicus en ik altijd een vegetarische maaltijd. Dan eten we ten minste drie dagen per week geen vlees. Op restaurant eet ik ook geen vlees, want als restaurants zien dat meer mensen de vegetarische schotels bestellen, doen ze misschien meer hun best. Dan maak ik meer het verschil, en dan kan het geen kwaad dat ik thuis nog eens een stuk kip in mijn eten smokkel.”

De dag van vandaag, vanaf maandag 18 april, Eén, 21.30 uur

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234