Donderdag 22/08/2019

Interview

Balthazar, terug van weggeweest: “We waren te Duits geworden”

Maarten Devoldere en Jinte Deprez: ‘De machine begon té geolied te lopen. Het werd allemaal wat te voorspelbaar voor ons.’ Beeld Jef Boes

Wie zegt dat buitenechtelijke affaires gedoemd zijn om een huwelijk te doen stranden? De spitsbroeders Maarten Devoldere en Jinte Deprez maakten de voorbije twee jaar grote sier met hun soloprojecten, maar 2019 wordt opnieuw het jaar van Balthazar.

In januari verschijnt Fever, de nieuwe van Balthazar, luttele weken nadat we hebben gevierd hoe die andere twee Wijzen de weg naar de kribbe vonden. Ook Maarten Devoldere en Jinte Deprez maakten persoonlijke omzwervingen voor ze terugkeerden naar hun belangrijkste kindje. Devoldere deed dat met Warhaus en songs die smeulden van hartstocht en wellust. Jinte Deprez vervelde op zijn beurt tot J. Bernardt, dat elektronisch minimalisme en dansbenen in de aanbieding had. Buitenlandse tours volgden, net als drie soloplaten die er zowaar voor zorgden dat de tijdelijke breuk met Balthazar niet eens zo onoverkomelijk leek. Het slechtste nieuws? Dit jaar raakte ook bekend dat Patricia Vanneste haar viool aan de wilgen hangt bij de groep.

Patricia is wel nog te horen op de nieuwe plaat. Hoe vreemd voelde dat afscheid aan?

Jinte Deprez: “Het verhaal doet nu de ronde dat dit de ‘laatste plaat met Patricia’ zou zijn. Maar dat is bullshit. We hebben haar strijkkwartet uitgenodigd in de studio, omdat die zo goed is. Maar dat betekent niet dat ze nog een deel van de groep uitmaakte, bij de opnames. Haar beslissing lag al langer vast.”

‘Ik probeerde een reden te verzinnen om te blijven, maar vond er geen’, wist Patricia kennelijk al na de opnames van jullie vorige plaat. Dat klinkt cru.

Deprez: “De balans zat scheef voor haar. Ik begreep dat wel: ze wilde zich ook met andere projecten bezighouden, en dat werd steeds moeilijker. Of haar vertrek als verraad aanvoelde? Nee. Het laatste wat ik wil, is dat we iemand op sleeptouw nemen die er niet met zijn volledige hart bij is.

“Spijtig is het natuurlijk wel. Patricia heeft twaalf jaar met ons gespeeld, en op het podium ving ze veel licht. Ze is zelfs een van de oprichters van de groep. Dan komt het zwaar aan, als zo iemand zegt ermee te willen stoppen. Balthazar heeft iets van een clan, hè. Maar ik kan het nu pragmatischer bekijken: mensen komen, mensen gaan. En we konden de boel daarmee ook even opschudden: we vervangen Patricia trouwens niet, we hebben de groep gewoon veranderd.”

Tijs Delbeke is de nieuwe kracht, die eerder dit jaar ook al kon warmdraaien met Warhaus op het podium. Ik had eigenlijk wel kunnen raden dat hij of Jasper Maekelberg van Faces on TV jullie nieuwe groepslid zou worden.

Maarten Devoldere: “Belangrijk was: Delbeke speelt ook viool. Jasper is sowieso zijn eigen verhaal aan het schrijven met Faces on TV. Dat valt niet te combineren. We moeten daar eerlijk in zijn: Balthazar legt twee jaar een monopolie op je leven. Je moet dan écht naar zo’n leven on the road kunnen uitkijken, anders is het om zeep. Dat de groep twee jaar stil lag, zorgt er voor mij trouwens ook voor dat ik opnieuw enthousiast kan zijn.”

Had Balthazar kunnen doodbloeden?

Devoldere: “Vanuit creatief standpunt? Absoluut. We hadden onszelf met gemak kunnen herhalen. En er misschien zelfs mee wegkomen. Maar dan is het einde in zicht.”

De laatste keer dat we elkaar zagen, deed ik nogal kneuterig over de polygame relatie die je hebt met Sylvie Kreusch.

Devoldere: “Dat herinner ik me. (trekt zijn wenkbrauw op) En ik kwam over alsof ik een pamflet pro polyamorie hield.”

Je zei toen: ‘Als mijn lief met iemand anders heeft geslapen, en daarna terug naar huis komt, maakt dat haar alleen aantrekkelijker voor mij. Het houdt ons ook scherp in deze relatie.’ Geldt dat ook voor de solo-uitstapjes naast Balthazar?

Devoldere: “Wat de buitenechtelijke zaken binnen Balthazar betreft: volgens mij was het Thom Yorke van Radiohead die zei dat overspel niet noodzakelijk slecht is voor een relatie binnen een groep. Wij voelden het alleszins ook zo aan. Als zuurstof die we binnenhaalden. Balthazar was een eilandje geworden. Een fijn eiland, maar het werd hoog tijd om op eigen kracht andere continenten te verkennen. Ik herinner me een van de laatste liverecensies van Balthazar, waarin we met de Duitsers werden vergeleken: even efficiënt… en op het einde winnen we (lacht). Dat was de nagel op de kop. Maar niet wat we wilden zijn. We waren té Duits geworden.”

Deprez: “Ik voelde ook de nood om weer een rambling collective te worden. We willen niet meer de afgemeten shows van toen spelen. In 2016 zijn we daarom even op de rem moeten gaan staan. De machine begon té geolied te lopen, en we liepen het risico om onze voeling met de groep te verliezen. Het werd allemaal te voorspelbaar voor ons.”

Devoldere: “Die soloprojecten waren dan weer zo’n egotrip dat we nu even genoeg hebben van onszelf (lacht). Met de groep is het vandaag nog veel makkelijker samenwerken dan vroeger. We hebben even geproefd van wat we zelf konden, maar nu ben ik blij dat ik alles opnieuw kan aftoetsen bij de persoon die ik het meest vertrouw. En dat is Jinte. We kunnen elkaar weer helemaal uitbuiten (grinnikt).”

Deprez: “Om even bijzonder klef te klinken: we waren oprecht onder de indruk van elkaars soloprojecten. Dat maakte ons gretiger om terug samen te spelen. De kaarten zouden misschien anders gelegen hebben als een van beiden vond dat de andere groep suckte (lacht). We hadden die solotrip echt wel nodig. We konden elkaar niet meer verbazen, en dat respect hebben we herwonnen.”

(lees verder onder de foto)

Tijdens de laatste repetitie in 2018. ‘De nieuwe plaat zal lichtvoetiger klinken.’ Beeld Jef Boes

Devoldere: ”Ik begon Jinte na dertien jaar samen spelen inderdaad voor lief te nemen. Je raakt ook niet meer zo snel onder de indruk van elkaar. Maar toen ik hem als J. Bernardt voor het eerst op een podium zag, werd ik terug door de bliksem getroffen. You talented motherfucker, dacht ik (lacht). En ook: zo blij dat we straks weer samen in dezelfde band spelen.”

Op Pukkelpop stonden jullie ook niet als solo-kneusjes. J. Bernardt speelde op de Main Stage waar ook Kendrick Lamar optrad, en Warhaus was de headliner op het Castello-podium.

Devoldere: “Een soloplaat klinkt vaak als een vanity project, hè. (droog) Maar ik wist dat ik de rest van de wereld ongelijk zou geven. We waren overtuigd dat we een goede plaat hadden gemaakt. En gelukkig volgden de fans ook. Béter nog: met Balthazar hebben we nooit echt een grote radiohit in het buitenland gekend. Maar J. Bernardt scoorde een hit in Roemenië, en ik deed het met Warhaus ook verrassend goed in Griekenland en Denemarken. Landen die voordien nooit iets met Balthazar hadden.”

Deprez: “Een song als ‘Wicked Streets’ werd in Boekarest gewoon in winkelcentra gespeeld. Dat was zot. Radiopresentatoren waren gek op die song. Die genster heb je nodig om ergens voet aan wal te krijgen. Dat zorgde er grappig genoeg ook voor dat Balthazar groter werd in Europa terwijl die groep net aan zijn winterslaap bezig was. In Boekarest is Balthazar nu de groep van die kerel uit J. Bernardt. En in Denemarken is het de band van Maarten (lacht). Dat is wel wat vreemd. Maar het maakt eigenlijk niet uit.”

Jullie speelden ook in Turkije, waar het publiek kennelijk dol is op Belgische pop. Max Colombie kan er zelfs niet langer ongehinderd over straat lopen.

Devoldere: “Hoe verder je uit België wegtrekt, en hoe exotischer de locatie is, des te meer word je als rockster behandeld. We hebben ook al Beatles-toestanden meegemaakt. In Oost-Europa en Turkije staan mensen je na de show echt op te wachten.”

Deprez: “Ze trekken je arm nét niet van je lijf. Iedereen wil wel iets. In Frankrijk ligt dat weer anders. Daar kun je na de show in het publiek staan, en trakteren ze je als ‘sympathieke Belg’ een pint. Maar ze verwachten ook wel een terug nadien (lacht). In landen waar westerse artiesten moeilijker de weg vinden, word je dan weer op handen gedragen.”

Zijn jullie ooit jaloers geweest op elkaars songs? Uiteindelijk werden jullie van kameraden plots concurrenten.

Deprez: “Ik weet dat Maarten wel iets zag in ‘The Other Man’ van mij. Maar jaloezie voelden we nooit. Ik merkte ook al langer in Balthazar dat Maarten met zijn eigen liedjes bezig was. Songs die binnen onze groep onvermijdelijk afgevlakt zouden worden. Dan is het goed als je ook je eigen pad kunt bewandelen. Wat bij mij vooral meespeelde, was dat ik weg wilde blijven van wat hij met Warhaus deed. Ik probeerde om niet in zijn vaarwater te komen. Als we met zijn twee werken, zijn we ook complementair. Al speelt bij ons nooit mee: wie zorgt voor de dansbenen, en wie voor de rouwrand? We zitten veel wisselvalliger in elkaar.”

Ik dacht nochtans altijd dat Maarten de gekwelde ziel was binnen Balthazar. Maar J. Bernardt floreerde ook in een bijzonder donkere ondergrond.

Deprez: “De laatste twee songs die ik schreef voor J. Bernardt gingen over een liefdesbreuk (met Elke De Mey van Love Like Birds), en de rest van die plaat was eigenlijk een anticipatie op dat einde.”

Devoldere: “Verloren liefde is een dankbaar vaatje om uit te tappen.”

Deprez: “Klopt. Het doet er ook niet toe of je het al verwerkt hebt. Het blijft inspirerend. Je kunt er ook over blijven schrijven tot het helemaal uit je lijf is. (wijst naar ons) De laatste keer dat we elkaar zagen en mijn plaat moest uitkomen, zat ik inderdaad in een diepe put. Maar nu ben ik terug, gelukkig: ik heb een nieuw lief. High five!

“Op zich kijk ik zonder al teveel verdriet terug op die periode. Het was gewoon véél. Ik was net dertig geworden, mijn lief was weg en ik bracht een soloplaat uit. Nu zie ik dat als een mooie mijlpaal. Het is alsof ik nu met een schone lei kan herbeginnen. Daarom gaat de volgende plaat van Balthazar ook lichtvoetiger en extraverter klinken. Iets koppiger ook. Elke plaat is trouwens een reactie op de vorige. De laatste was nogal melancholisch, nu klinken we weer iets speelser.”

Dat merkten we ook tijdens het interview. Als de vragen wat zwaarder op de hand dreigen te worden, speelt een steels monkellachje om de lippen van Devoldere. De twee spitsbroeders binnen Balthazar hebben lak aan overdreven sérieux. En eigenlijk ook wel aan interviews over Grote Gevoelens. “We spreken daar wel eens over met elkaar, maar eigenlijk communiceren Jinte en ik vooral via muziek”, zegt Devoldere. “Daar vind je onze emoties als je zoekt.”

Jullie zijn allebei dertig geworden. Is dat een kantelmoment voor een groep die volgend jaar al vijftien jaar bestaat?

Devoldere: “Ik kan me geen ander leven voorstellen dan in deze groep te spelen en te toeren. Dit is wat ik dóé. Ik zou echt geen blijf weten met me-zelf als ik ’s avonds gewoon thuis zou zitten.”

Deprez: “Ik ook niet. Muziek maken en optreden… Dat geeft mijn leven zin. Het is ook verslavend. Ik begon zonder ambities aan J. Bernardt, maar uiteindelijk heb ik ook met die groep non-stop getoerd.”

Devoldere: “We zijn wel veranderd als mens. Toen we achttien waren, waren we het soort slimme jongens, die dachten dat ze alles konden
(lacht). Maar op de nieuwe plaat zing ik: ‘I stopped being coherent on my graduation date.’ Als muzikant zit ik natuurlijk in een bevoorrechte positie om eeuwig kinderlijk te blijven.”

Deprez: “We waren veel serieuzer als twintigers: we hadden dan ook nog zoveel te bewijzen. Maar dat pretentieuze raak je kwijt met de jaren. Gelukkig maar. Ik heb ook rust gevonden in het idee dat ik rusteloos blijf. Ik ben mijn eigen paradox, maar dat stoort niet: ik ben niet op zoek naar de absolute waarheid over mezelf. Ik ben inconsequent, en dat is juist een troef voor een muzikant.”

Lakser is hij ook geworden, zegt Deprez met enige trots. Devoldere knikt instemmend. “Jinte miste vroeger geen enkele deadline. Nu trekt hij zich er niks meer van aan. Dat nieuwe je-m’en-foutisme bevalt me eigenlijk wel.” Deprez betwijfelt of het niet eerder te wijten is aan luiheid. “Ik heb absurde deadlines nodig. Anders voer ik geen klop uit. Ik moet de druk voelen, om de laatste puzzelstukken bij elkaar te willen krijgen.”

Iets anders nog: hoe zien jullie kerstdagen er dit jaar uit?

Deprez: “Ik vertrek naar Thailand. Met een cocktail in de oceaan staan, en tussendoor nog een massage proberen te krijgen. Heel simpel (lacht).”

Devoldere: “In tegenstelling tot Jinte ga ik het hart van mijn moeder níét breken (grinnikt). Ik vier gewoon thuis. En daarna ga ik even naar Marokko. Dat verlof is erg belangrijk. Nadien is het alle hens aan dek voor Balthazar.”

Deprez: “Dat ontzegden we ons vroeger te vaak: vakantie. We hebben dus bijgeleerd. Als je jaren aan zo’n verschroeiend tempo meedraait, mag dat ook wel.”

Devoldere: (haalt de schouders op) “Het had nochtans ook zijn pseudocharme om tot het naadje te gaan. Die extremen trokken me altijd wel aan.”

Deprez: “Mij ook, hoor. Ik wilde vroeger zelfs nooit naar huis gaan. Alle kruimels moesten worden opgeraapt. Maar die gulzigheid is verdwenen, toen ik op het eind van de rit geen sociaal leven meer leek te hebben. Ik voelde me niet ineens eenzaam, maar merkte wel dat ik mensen te lang verwaarloosd had. Onderweg kon ik mezelf echt helemaal verliezen in het drukke tourleven. Je kunt jezelf effectief dood toeren, hè. Zonder dat het een barst uithaalt. Nu denken we efficiënter. We spelen binnenkort veel grotere shows, maar minder in aantal. Vakantie hoeft niet in de weg van ambitie te staan. En omgekeerd.”

De cd Fever verschijnt op 25/1 bij PIAS.
Balthazar speelt op 8/3 in de Lotto Arena, Antwerpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden