Dinsdag 07/04/2020

InterviewBoeken

Auteur Sandro Veronesi: ‘Ik heb niks meer te zeggen. De tank is helemaal leeg’

Sandro Veronesi: ‘Ik wilde de man worden die dingen aanraakt waarvan mensen niet eens weten dat ze er zijn.’Beeld Gianni Cipriano

Zijn nieuwe boek De kolibrie zou zomaar zijn laatste kunnen zijn, zegt de Italiaanse auteur Sandro Veronesi (60). Een gesprek over dromen, zijn schrijfproces en verborgen emoties. ‘Mijn verdriet moest iets levends worden.’

Sandro Veronesi grijpt in de lucht als om me dichterbij te trekken. “We kennen elkaar, ik zou dit niet vertellen aan een ander, ik weet dat jij het zult rapporteren zoals het is.”

Probleem: ik begrijp niet waar hij op doelt. Gaat het om zijn psychoanalyse? Bedoelt hij de schuldgevoelens die ik ontwaar in zijn nieuwe roman? Is het zijn falen als vader en man? Of slaat dit op de verzuchting dat hij al zijn verborgen schatten heeft opgebruikt? (“De goudreserves zijn aangesproken!” “Ik heb de bewaarde wijn opgedronken!”) Moet ik prudent omgaan met het drama dat dit zijn laatste roman kan zijn? Welke van Veronesi’s zorgen zou dat héél intieme betreffen en hoe moet ik zijn spraakwatervallen gaan structureren?

Hij veert op – misschien gaat het om wat hij nu begint te vertellen.

“Ik móét je over mijn droom vertellen, hij is práchtig: ik kreeg een uitnodiging voor een groot feest. Ik ging. Toen ik er was, bleek het om een viering te gaan van alle schrijvers die beter waren dan ik. Het feest was verrukkelijk en ik zag dat iedere schrijver die ik kende er was. Ik voelde me wel beschaamd, want ik was toch het object van hun geluk. Opeens klonk het getik van bestek tegen een glas. Stephen King. Hij hield een fantastische speech over hoe comfortabel het toch was om een betere schrijver te zijn dan ik. Hij sprak zó aardig, zó redelijk, zó eloquent, dat ik echt dacht dat ik het mooiste van de wereld miste.”

Sandro Veronesi ziet er in een keurige hotellobby minder rock-’n-roll uit dan de vorige keer dat ik hem sprak. De krullen zijn korter, het grijs overheerst, maar hij blijft een aantrekkelijke man met ondeugende ogen achter brillenglas. Jaren geleden vertelde ik hem waarom zijn boeken me zo raken: ze treffen gevoelens die gisten en rotten onder de dagelijkse beslommeringen. Gebukt onder de prikkels van de beeldschermen en de sleur van huis en werk, vergeet je zo vaak wat diep in je leeft, maar wat je, losgewoeld door hem, doet beseffen: dít is waar het echt om gaat, dit voelt er diep in mij en raakt aan wie ik werkelijk ben.

Veronesi trekt je ware ik los.

Zijn nieuwste is nog beter en dit keer wil ik zijn geheimen, ook de intiemste, ontbloten, ik wil dat hij de lezer vertelt hoe hij schrijft. Want dat proces is veel minder cerebraal dan hoe we het zo vaak horen van de stereotiepe schrijver, die in opperste concentratie achter een pompeus bureau zit terwijl partner en kinderen op kousenvoeten door het huis schuifelen.

Hoe is dit boek ontstaan?

“Het is raar. Deze roman is raar. Ik weet niet wanneer hij begon te groeien. Het is alsof hij altijd al in mijn hoofd zat en ik hem slechts moest ontdekken. Zoals de getallen zijn uitgevonden, maar de priemgetallen zijn ontdekt.”

Het proces begon anders dan anders?

“Ik heb nooit een duidelijk idee van wat ik ga schrijven, maar wel een reden: een beeld, iets dat de energie van de roman in me stopte. Deze keer… ik voelde veel verdriet, het was niet alleen mijn pijn, er was veel droefheid en ik moest werken om al dat leed te transformeren. Het verdriet was te zwaar, ik moest het in iets vitaals veranderen, in iets levends.”

Veel concreter gaan de antwoorden niet worden, lezer, maar blijf er even bij: Veronesi’s woorden dringen anders binnen, ze bereiken de verwaarloosde plekken van het bewustzijn, andere denkplekken dan waar het wakkere krantenlezen doorgaans naar leidt.

De nieuwe roman, De kolibrie, omvat het levensverhaal van de Romeinse oogarts Marco Carrera. We lezen over zijn onvervulde liefde, het gezin waar hij uitkomt, zijn eigen kind en kleinkind. Een mensenleven, eindeloos uniek en herkenbaar tegelijk. Het bevat veel van wat in Veronesi’s vorige boeken zat: een liefdeloze relatie, een onbereikbare liefde, de zucht naar mysterie, betekenis, bedoeling, de band tussen vader en dochter, een huis aan zee…

U begon dus zonder precies te weten waarover u ging schrijven?

“Ja. De grote, pijnlijke momenten zijn niet van tevoren bedacht, ze gebeurden écht.”

Echt? Nu begrijp ik u niet.

“Nu, ik cover bijvoorbeeld een prachtig verhaal van Beppe Fenoglio, dat ‘Il gorgo’ heet. Daarin vecht een zoon in de oorlog, waarschijnlijk is hij dood. De moeder is ziek, de vader is wanhopig en zegt: ik ga naar de rivier. Maar hun jongste kind weet zeker dat zijn vader zich in de rivier gaat verdrinken. Hij gaat zijn vader achterna om zijn leven te redden. Ik schreef hetzelfde verhaal, waarbij ik die vader verwisselde met Marco Carrera’s zus. Marco volgt haar in een storm naar het strand omdat hij denkt dat zij zelfmoord gaat plegen. Op het ogenblik van schrijven kwam het idee op dat de zus later écht zelfmoord pleegt in de roman. Ik had het niet eerder bedacht. Het was niet van tevoren besloten.”

‘Deze roman is raar. Het is alsof hij altijd al in mijn hoofd zat en ik hem slechts moest ontdekken.’Beeld Gianni Cipriano

De kolibrie is doordrenkt van verdriet. Voorzichtig werp ik op dat dit leed misschien te maken heeft met gevoelens van schuld over wat ouders hun kinderen aandoen en andersom: van kinderen die zich losscheuren uit hun gezin. “Yeah, dat zijn mogelijke bronnen. Er zijn ook veel verborgen bronnen. Dingen die ik niet in mezelf kan zien. Ik doe daarom ook aan psychoanalyse. Wekelijks open ik een kanaal naar mijn onzichtbare en onbewuste motivaties.”

Gaat dat samen met het schrijven aan een roman?

“Ja, ik ben al jaren in psychoanalyse.”

U kunt de ene ochtend in psychoanalyse zijn en de volgende ochtend schrijven?

“Dezélfde morgen nog. Bij de psychoanalyse focus ik op mezelf, tijdens het schrijven niet – maar natuurlijk gebruik ik wel dingen van mezelf.”

Schrijft u beter door de psychoanalyse?

“Het is een voordeel, ik betaal er graag voor. Het kanaal naar mijn onderbewuste is donker, maar vanuit dat onbewuste komen een hoop dingen op. Tijdens het schrijven wil ik niet weten waarom en wat het betekent vanuit psychoanalytisch oogmerk. Het is al belangrijk dat iets dat ik me niet herinnerde, of waarvan ik niet wist dat het in me zat, omhoogkwam. Het is een gift van mijn onbewuste, die belangrijk kan zijn voor wat ik schrijf.

“Maar mijn onderbewuste is niet wild: het wordt wekelijks geëvalueerd en loopt een beetje in de pas met wat ik doe als schrijver.”

Gaat de psychoanalyse ook beter door het schrijven?

“Nee. Ik betaal met sommige van de voordelen die ik zou krijgen uit de therapie. Ik transformeer soms in literair materiaal en probeer dan niet te begrijpen wat de reden is dat iets uit mijn diepe onbewuste komt. Ik prefereer dan dat mensen het bewonderen als een literaire inventie.”

Bij dit boek was er nog meer aan de hand dan anders. Tijdens het schrijven bleek dat Veronesi prostaatkanker had. “Opeens vielen alle zekerheden weg: ik wist niet meer of ik de roman zou afschrijven, ik wist niet meer of ik nog zou blijven bestaan. Ik werd bestraald en kreeg vrouwelijke hormonen. Ik onderbrak de roman, want ik wist: er zal een hoop dood en kanker in komen. Maar ik herstelde en ging verder. Toch was niets hetzelfde! Ik had nu ook de herinnering aan dit perspectief.”

Dat van de dood?

“Nee! Ik had alleen maar gedacht: als ik doodga, kan ik mijn boek niet afmaken. Als ik doodga, kan ik niet bij mijn vrouw blijven. Dat is niet denken aan de dood, óver de dood. Het ging me slechts om de onderbreking van mijn plichten en mijn plezier.”

Ik begrijp u, geloof ik, niet helemaal.

“Ik dacht over de dingen waarvan ik genoot in de trant van: wanneer ik sterf, zal dat verdwijnen. Mijn vrouw zou verdwijnen, mijn plezier en mijn schrijven zouden verdwijnen, álles zou verdwijnen als ik stierf. Dat was enorm egoïstisch. Ik dacht er niet aan dat mijn arme kinderen geen vader meer zouden hebben, ik dacht slechts aan mezélf zonder hen. Pijnlijk, dat was echt verachtelijk.”

Eenmaal hersteld schreef Veronesi verder aan dit ultieme boek. Hij zegt nog eens dat het voelt als zijn laatste roman. (“Ik heb niks meer te zeggen!” “De tank is helemaal leeg!”)

Waarom bent u eigenlijk schrijver?

“Ik heb een ander beroep: ik ben afgestudeerd als architect. Ik weet wat de regels en protocollen zijn om gebouwen en bruggen te bouwen. Schrijven is alleen maar iets dat ik wilde sinds ik 14 was. Ik herinner me levendig dat ik Dostojevski las. Ik was geschokt, ik droomde direct dat ik een schrijver was en die emoties doorgaf aan mijn vrienden.”

Was het de ervaring van schoonheid?

“Het was meer: het schokte. Ik dacht dat ik wist wat emotie was: angst, verliefdheid, maar bij het lezen van De gebroeders Karamazov begreep ik dat er nog onvermoede gevoelens in mij waren. Ze werden aangeraakt door het lezen van die roman. Ik dacht: als het bij mij zo werkt, dan werkt het bij iedereen zo. Ik wilde de man worden die dingen aanraakt waarvan mensen niet eens weten dat ze er zijn.”

Mooi.

“Nu vertel ik het helder. Maar het was natuurlijk verwarrend.”

Hoe werd u schrijver?

“Na mijn afstuderen vertrok ik vanuit Toscane naar Rome en kwam via een erfgename terecht in een flat met alle spullen van Pier Paolo Pasolini: zijn bed, schilderijen, boeken, de Canterbury Tales met zijn notities, platen van Maria Callas met opdracht, een Olivetti Lettera 22, waarop ik later mijn eerste roman heb geschreven – de toetsen zagen eruit als de trappen van de Notre-Dame in Parijs: afgesleten, geconsumeerd door… you know?”

Ja: de vingers van Pier Paolo Pasolini.

“Ik bleef er negen maanden. Ik sliep ’s nachts niet, ik las alles van Pasolini, wat mensen aan hem hadden geschreven, de opdrachten, ik leefde in een museum. Het gaf me het teken dat er ergens een literair karma voor me was. Het is de moeilijkste periode: je publiceert niet, je verdient geen geld, maar ik was er. Dat compenseerde elke opoffering, alles.”

Als ik vraag om zijn uiteindelijk gevonden schrijfmethode uit te leggen, probeert hij het antwoord te geven met behulp van zijn telefoon. Een YouTube-filmpje.

Hij vindt het niet.

“Dan zal ik je het antwoord vertellen! Het is wat Martin Sheen tegen Marlon Brando zegt op het einde van Apocalypse Now: ‘Method? I do not see any method at all.

“Dat is mijn methode: I do not see any method.”

Notitie- en andere boeken in de studio van Veronesi in Rome. ‘Ik app ook veel naar mezelf.’Beeld Gianni Cipriano

Hoe ziet uw schrijfdag er dan uit?

“Ik moet voor mijn kinderen zorgen. Ik woon in Rome met mijn vrouw en twee jongsten, de drie oudsten wonen verspreid over Europa. Als ik met mijn kinderen ben, denk ik niet aan de roman die ik schrijf, dan ben ik bij hen, want ik wil niemand achterlaten en zelf voorwaarts gaan – dit heb ik geleerd van mijn eerste huwelijk.”

Hij vertelt over zijn standaarddag: kinderen naar school brengen, wat afspraken, e-mails, klussen, kinderen weer opvangen, enzovoort. Tussendoor wordt er wat geschreven. Liefst in de woonkamer, op de bank tussen de kinderen.

“Ik ben er vrij goed in me te concentreren te midden van chaos.”

Zo moet er meer van buiten uw boeken binnendringen.

“Ja! Daaróm! Ik ben bang dat ik dat zal missen als ik naar mijn studeerkamer ga. Niemand zal me daar nog storen en storen wordt heel vaak: inspiratie. Of een woord uit de mond van een kind of van de tv blijkt precies het woord dat ik zocht en belandt op mijn pagina.”

Maakt u notities?

“Ja, meestal elektronisch. Ik app ook veel naar mezelf. Ik hoor of zie iets wat ik niet wil vergeten en ik whats-app mezelf.”

En dan categoriseert u alles in bestanden op uw computer?

“Nee. Method? No method.”

Ook geen post-its of schema aan de wand?

“Nee. Geen methode. Chaos leidt tot associaties die een methode nooit kan creëren.”

Moet er dan later veel worden geëdit en veranderd?

“Nee, ik weet alleen dat ik aan het begin wat zal schrappen. Dat is het procedé van al mijn boeken. Ik denk dat het iets te maken heeft met mijn grootvader. Hij was een 20ste-eeuwse man die brieven schreef aan zonen en geliefden verspreid over heel Italië. Hij had een elegant handschrift en ik herinner me dat ik als kind toekeek hoe hij brieven schreef en in de lucht begon te schrijven.”

Met een denkbeeldige pen doet Veronesi na hoe zijn grootvader in de lucht schreef, naar beneden boog en na enkele luchtregels uitkwam op een vel papier.

“Het begin was gereserveerd voor de lucht. Net als een vliegtuig landde hij op het papier. Lieve zoon, stond er dan, maar iets anders was al geschreven in de lucht. Ik begin ook zo: iets schrijven voor de lucht.”

En het einde? De ene schrijver wil het einde weten en ernaartoe werken, de andere juist niet om het een avontuur te houden. Wat is uw weg?

“De tweede. Ik weet het niet. Het einde is een deur. Als ik de uitgang niet vind, dan blijf ik schrijven.”

U zoekt een uitgang?

“Een roman is een wonder. Voor mij is het een wonder om een roman te schrijven. Het gebeurt, maar ik begrijp niet hoe het mogelijk is dat een structuur werkt, dat een emotie werkt. Het is echt een wonder en het is moeilijk om uit een wonder te komen. Het is erg belangrijk dat ik niet stop met schrijven omdat ik zou denken dat het verhaal ergens eindigt, want het verhaal eindigt nooit, ik moet alleen maar úít het verhaal komen.”

Sandro Veronesi, De kolibriePrometheus, 332 p., 22,99 euro. Uit het Italiaans vertaald door Welmoet Hillen.

BIO • geboren in 1959 in het Toscaanse Prato (Ita) • behaalde een graad in de architectuur aan de universiteit van Firenze • debuteerde op z’n 25ste met de dichtbundel Il resto del cielo • boeken, o.a. Waar gaat die vrolijke trein naar toe (1988; vert. 2002), Kalme chaos (2005; vert. 2006; bekroond met Premio Strega en verfilmd) • zijn nieuwste roman De kolibrie wordt algemeen geprezen en is favoriet voor de Premio Strega 2020 • waagde zich in 2019 aan een pamflet over de bootvluchtelingen (Blaffende honden) • is een gezworen vijand van conservatief Italië

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234