Vrijdag 24/09/2021

BoekeninterviewAuteur Max Porter

Auteur Max Porter: ‘Ik wilde zowel de rotzooi als de energie van Francis Bacon tonen’

Max Porter: 'In de periode vlak voor ik me aan het schrijven van een boek zet, voelt het alsof ik door een kwaadaardig beest word opgejaagd.' Beeld Jasper Fry
Max Porter: 'In de periode vlak voor ik me aan het schrijven van een boek zet, voelt het alsof ik door een kwaadaardig beest word opgejaagd.'Beeld Jasper Fry

In de novelle De dood van Francis Bacon sleurt Max Porter (40) ons mee in de chaotische laatste dagen van de beroemdste Britse figuratieve schilder. ‘De recensies gingen van ‘totale bullshit’ tot ‘meesterwerk’.’

“Net een uurtje gezwommen met mijn drie kinderen”, meldt Max Porter vanuit zijn woonplaats Bath, terwijl hij zijn haardos nog even doorwoelt en fatsoeneert. De Britse schrijver is bedreven in multitasking. Want amper een minuut later springt hij opnieuw in het diepe. Dit keer met zijn kwikzilveren, lenige geest. In een mum van tijd bevinden we ons in een grensgebied waar schilderkunst en literatuur elkaar treffen.

Mocht er een prijs voor meest innemende schrijver bestaan, dan heeft Porter veel kans die binnen te rijven. De auteur, die met zijn rouwparabel Verdriet is het ding met veren (2015) wereldwijd lezers verblufte én met opvolger Lanny (2019) meedong naar de Booker Prize, gooit zich totaal wanneer hij over zijn schrijfarbeid praat. Hij is charmant en bijdehand, bovendien gezegend met een hak-op-de-takkerige geest. Ontwapenende zenuwlachjes doorspekken af en toe zijn uitwaaierende exposés.

De voormalige boekverkoper én uitgever is al sinds zijn jeugd “tegen beter weten in” gefascineerd door Francis Bacon (1909-1992), woelwater en coryfee van de Britse kunst, expressionistische meester van het verwrongen lichaam, goed voor iconische doeken. “Bacon, als egomaniak met paranoïde trekjes, zou verrukt zijn om te merken dat zijn reputatie als grootste Britse figuratieve schilder nog steeds overeind staat”, denkt Porter. “Meer zelfs, ze staat in steen gebeiteld.”

“Schilderen met woorden”. Dat was Porters opzet in De dood van Francis Bacon, een novelle over de ijlende kunstenaar op zijn sterfbed. Tegen het advies van de artsen in was Bacon in 1992 naar Madrid gereisd, in de hoop er nog een laatste keer zijn geliefde José Capelo te zien. De tekst van Porter over zijn laatste zes dagen is zowel ontregelend als sprankelend en pasticherend. En pletwalst over je heen.

“Ik was tijdens de eerste lockdown bezig aan een roman waarin ik vastliep. Ik wilde even ontsnappen. En toen waren daar plots die eerste zinnen over Bacon. Zo ontstond dit een boek als een klein gebaar. Het proza moest reflecteren wat er door die jaren heen in mijn hoofd over Bacon was gaan broeien. Een soort stamppot, of een culturele snelkookpan.”

Bacon is zo’n schilder die je de eerste keer totaal overdondert maar waar je later ook afstand wil van nemen, ondervond ik, toen ik zijn werk voor het eerst onder ogen kreeg. Hoe ging dat bij u?

“Ik zag zijn werk voor het eerst als zestienjarige. In 1998 was er een schitterende retrospectieve over Bacon en het menselijk lichaam in de Londense Hayward Gallery, zes jaar na zijn dood. Dat was een fysieke ervaring van jewelste, een stomp in de maag. Een ervaring met kunst die je maar een paar keer in je leven hebt. Tegelijk was er ook het verlangen om dit werk nooit meer onder ogen te komen. Ja, daar heb je gelijk in: Bacon kan ook afstoten. Maar daarna wil je hem weer grijpen.

“Als schoolproject besloot ik te schilderen zoals Bacon, om te begrijpen hoe dat precies in zijn werk ging. Dat was…eh…nogal hoog gegrepen. (schiet in de lach) Via dit boek wilde ik dus ook mijn teenage self opnieuw onder de loep nemen.”

Ging het er u vooral om de mythe rondom Francis Bacon te ontmantelen of juist het mysterie te vergroten?

(twijfelt even) “Eerder het laatste, denk ik. Het ging mij ook niet om de naakte feiten: waar is hij gestorven? Hoe gebeurde dat? Hoe moet je zijn werk interpreteren? Maar wel: kon ik Bacon via fictie vastgrijpen? Je kunt bij Bacon niet omheen de mythe of de clichés. Hij citeert zichzelf voortdurend. Hij maakte zichzelf iconisch, via zijn interviews.

Schilder Francis Bacon in Parijs, september 1987. Max Porter: 'Hij was behoorlijk pretentieus.' Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Schilder Francis Bacon in Parijs, september 1987. Max Porter: 'Hij was behoorlijk pretentieus.'Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Francis Bacon, 'Zelfportret'. Beeld EPA
Francis Bacon, 'Zelfportret'.Beeld EPA

“In wezen was hij een repetitief kunstenaar met een beperkt vocabulaire, die vaak hetzelfde register bespeelde. Hij kopieerde zichzelf omdat hij wilde terugkeren naar wat in zijn ogen geslaagd was. Dus ja: de paus, Soho, de kruisiging, de homo-erotiek, Eadweard Muybridge (19de-eeuws Brits fotograaf die een belangrijke inspiratiebron was voor Bacon, red.)… dat moest er allemaal in. Velázquez, Rembrandt… zij moesten genoemd worden, dat waren zijn wapens.

“Het is verontrustend, schokkend, griezelig, nerveus en soms belachelijk. Ik wilde zowel die rotzooi als die energie tonen. Het is een hommage aan het kijken.”

Dat is gelukt. Maar het merkwaardige aan uw tekst is dat u met woorden nieuwe, fictieve Bacon-schilderijen creëert. Aanvankelijk denk je als lezer: hier ontbreekt iets. Waarom toont u geen Bacon-schilderijen?

“Zelfs mijn vertaalster trapte er bijna in en vroeg me waar de schilderijen bleven. (grinnikt) Maar mijn hamvraag was: is fictie een goed instrument om zoiets complex en tactiel als schilderen te vatten? Ik wilde elementen van zijn schilderijen in taal reanimeren, nadenken over pastiche, zijn invloeden, bij welke kunstenaars ging hij te rade? Daarom wilde ik de schilderijen er niet in. De lezer mag ze zelf verbeelden. Soms zagen zijn doeken eruit als een plagiaat van Picasso of als een pornografisch magazine en dan weer als iets nieuws. Maar ze zijn altijd weer meeslepend.”

Eind 2019 was er in het Centre Pompidou een expo over de literaire invloeden op het werk van Francis Bacon. Welke verbanden ziet u tussen zijn schilderijen en zijn leesgedrag?

“Bacon was een behoorlijk pretentieus persoon. ‘Ik hou van dit boek én die auteur’, zei hij soms in het openbaar. ‘En heb je het gelezen?’, vroeg men hem dan. ‘O, dat weet ik niet’, bromde hij dan. Soms beweerde hij dat er een link was tussen een boek en zijn werk, terwijl die helemaal niet bestond.

“Ik denk dat vooral de Griekse mythen heel belangrijk voor hem waren. Hij heeft ze zijn hele leven voor zijn kar gespannen en hergebruikt. Maar voorts zie je vooral hoe hij teruggreep naar Friedrich Nietzsche, James Joyce, de Franse filosofie, Georges Bataille, Michel Leiris, Bertrand Russell, de westerse kunstcanon. En uit zijn kindertijd was er altijd die existentiële terreur van het leven, dat opgroeien tijdens een oorlog, die beelden van de concentratiekampen.”

Waarom spitst u zich hier op die laatste dagen toe?

“Misschien omdat ik een door de dood geobsedeerd schrijver ben? (lacht) Ik hou van late style, ik verdiep me graag in boeken over kunstenaars op het einde van hun leven. Zoals On Late Style van Edward Said. Said onderzoekt het werk van kunstenaars in hun nadagen en ontdekt dat deze werken vaak eerder opstandig dan conservatief zijn, profetisch en creatief rusteloos. Je zag dat ook bij Paul Cézanne en Edgar Degas, schilders die in het reine zijn gekomen met hun leven. De hybris verdwijnt, de maskers vallen af, hun ego wordt ontbloot.”

De dood van Francis Bacon zit tjokvol referenties aan zijn turbulente leven. Heeft een lezer zonder voorkennis van belangrijke figuren als John Deakin, George Dyer, Peter Lacy of José Capelo daar wel iets aan?

“Mmm. Had je me dat zes maanden geleden gevraagd, dan zou ik zeggen, ja, misschien heb je die bagage wel nodig. Steeds meer ben ik ervan overtuigd dat je dit boek moet lezen en ondergaan als pure poëzie, als een taalexperiment. En daarbij: alle info over Bacon is simpel te vinden. Acht seconden rondsurfen op Wikipedia en je hebt ruimschoots voldoende informatie. Waarom zou ik dat dan nog moeten voorkauwen? Dat is als romancier niet mijn job. Er zijn biografieën en studies die dat veel beter hebben gedaan. Maar oké, mijn ideale lezer is wél iemand die aandachtig naar Bacon heeft gekeken, die getriggerd wordt.”

Toch waren de reacties nogal verdeeld in de Britse pers.

“Ze liepen uiteen van ‘totale bullshit’ tot ‘meesterwerk’. Ach, dat lijkt me goed zo. Wanneer iedereen zegt: ‘That’s fine’, dat is pas vervelend. Nee, er moet verschil van mening zijn. Ik maak me eerder zorgen over de tendens in de Britse cultuur om nauwelijks nog grondig naar een literaire tekst te kijken. We hebben steeds minder ruimte voor boeken in de kranten. Is een roman goed of slecht? Daar lijkt het om te gaan. Maar een boek in een bredere context plaatsen, hoho, dat lijkt te veel gevraagd.”

Max Porter valt met recht en reden een buitenbeentje in de Britse letteren te noemen. Hij experimenteert er driftig op los met ritme, mengvormen én vertelperspectieven. Evident is het niet dat hij met zijn weerbarstige, soms desoriënterende maar taalrijke proza een groot lezerspubliek bereikt. Toch is dat gebeurd. En net als in Verdriet is het ding met veren en Lanny gebruikt hij veel witruimtes. Alsof hij de lezer toch ook rustpunten wil aanreiken om te verwerken wat hij zojuist heeft beleefd.

“Rustpunten, dat omschrijf je goed, ja. Vergelijk het misschien met een bezoek aan een expositie of tentoonstelling. Hoe anders dat kan uitdraaien. In het Victoria & Albert Museum is elke ruimte bezet met schilderijen en kunst, je hebt geen ademruimte. In moderne galeries word je aangemoedigd om je blik te laten rusten, is er meer witruimte.

“De witregel is bij mij een fysieke invitatie naar de lezer om met mij mee te werken, te contempleren. Dat je een kunstwerk niet meteen vat, is helemaal niet erg. Maak liever – in je eenmanstheater terwijl je leest – jouw eigen Francis Bacon, met wat ik je aanreik.

“Ik wil dat mijn lezers genieten, ondanks de ontregelende en verwarrende taal. Het is gevaarlijk om je lezers te behandelen alsof ze dom zijn. Lezers zijn de meest intelligente soort mensen op deze aardbol (lacht); ze zijn empathisch en wonderwel in staat om mee te reizen in de wereld van een schrijver.”

Hoe weet u wanneer u de juiste vorm voor een boek te pakken hebt?

“Ik wacht gewoon af, meer kan ik niet doen, maar meestal is dat een proces van drie jaar notities nemen in kladschriften, van droedelen, van tekeningetjes maken, van verzamelen. Ik lig dan ‘s nachts veel wakker. Het voelt alsof ik de hele tijd door een kwaadaardig beest word opgejaagd. En dan heb je de aha-erlebnis, het echte schrijven.

“Ik kan niet anders dan wachten, het moet true to itself zijn. Ik wil ook niets schrijven onder dwang, omdat mijn uitgever het wil, bijvoorbeeld. Zo gooide ik vorig jaar nog een roman over een heilige in de vuilnismand, ondanks de lange research. Doodzonde, maar ik vond hem niet levensvatbaar. Nu ben ik wel aan een andere begonnen. Organisch schrijven, daar gaat het mij om.”

Herleest u soms uw boeken?

“Elke schrijver doet dat weleens, veronderstel ik. Toen ik onlangs Verdriet is het ding met veren herlas omdat ik het moest voordragen, was ik geschokt hoezeer het een portret van mijn geest was uit die periode en van mijn verhouding tot de kindertijd. Maar ik was ook beschaamd over de zwakheden. Dat is normaal. Ik heb intussen een zenrelatie met mijn eerdere boeken opgebouwd. Sommige schrijvers willen hun debuut gaan verbranden of zo. Maar je gaat toch niet je verleden ontkennen?”

Porter etaleert gretig zijn uitgesproken ideeën over het schrijversvak, maar zijn attitude is er ook een van collegiale aanmoediging. “Ik doe aan mentorship, in diverse stadia van het manuscript. Ik hou ervan om jong talent te stimuleren”, zegt hij. “En ik vind het ook productief om met anderen over je eigen werk te praten.”

Ik vraag hem of hij het uitgeversvak mist. Tot voor kort was Porter een gewaardeerd uitgever bij Granta Books en Portobello Books, bekend voor zijn fijne neus voor aanstormend talent, waar hij onder meer Koreaanse en Duitse literatuur opvolgde. “Editing is mijn eerste liefde”, vervolgt Porter, “maar sinds Lanny viel het niet meer te combineren; ik wilde toch echt wel in mijn eigen hoofd en in mijn eigen teksten zitten. Ik wil samenwerken met theatermakers, met kunstenaars, met andere schrijvers.”

Eerder hekelde hij al de “silomentaliteit” bij de bonzen in het uitgeversvak: het inzetten op de blockbusters. “Ook ik moest in mijn job regelmatig nee zeggen tegen veelbelovende auteurs. Omdat hun werk niet commercieel genoeg was. Ik gebruikte het apparaat en de instrumenten van de markt om hen af te schepen. Het gaf me een ongemakkelijk gevoel.”

Zelf mocht Porter natuurlijk absoluut niet klagen over zijn intrede in de uitgeverswereld. Verdriet is het ding met veren werd destijds een onverhoeds succes, en oversteeg al snel zijn cultstatus. En, zegt Porter, de vertaling in het Nederlands was een van de beste dingen die hem is overkomen. “Het was een uitstekende vertaling én ze won de Europese literatuurprijs. Nu wordt het ook een theaterstuk in Rotterdam.”

Porter is hoopvol over wat er in Engeland aan de literaire einder lonkt, ondanks het barre culturele klimaat. “We zijn eindelijk aan het diversifiëren, en ook de gatekeepers veranderen het geweer van schouder. In het Verenigd Koninkrijk zijn muziek en poëzie momenteel echt electrifying, soms vergezeld van een destructieve energie. Hoe destructiever en chaotischer onze politiek wordt en hoe alarmerender het er in onze democratie aan toegaat, hoe sterker onze literatuur zich redt.

“Wij Britten moeten ons schamen op het wereldforum maar we mogen erg trots zijn op onze jazz, onze hiphop, onze dance… Onze cultuur is oké. De jongere gooien allerlei stijlen door elkaar in de blender. Een boek is zowel een roman, maar ook een essay, poëzie en er worden ook kwesties over klasse aangeroerd. Ook bij jullie, in de Nederlandstalige literatuur, heb je een ongelooflijk nieuwe generatie die over hun identiteit schrijft, wat zich ook in de vorm reflecteert.”

Toch hekelt Porter het heersende “snobisme” in de Engelse letterenwereld. “Als we het over boeken hebben, worden die al te vaak gereduceerd tot literaire fictie. Terwijl de actieradius veel breder is. Niet alle romans kunnen grensverleggend zijn. Ikzelf lees ook kinderverhalen, comics en crime fiction, de meest uiteenlopende dingen, eigenlijk… En zolang dat elitaire aspect zo sterk benadrukt blijft, zul je ongeletterdheid niet kunnen bestrijden.”

Max Porter: 'Wij Britten moeten ons schamen op het wereldforum maar we mogen erg trots zijn op onze jazz, onze hiphop, onze dance.' Beeld Jasper Fry
Max Porter: 'Wij Britten moeten ons schamen op het wereldforum maar we mogen erg trots zijn op onze jazz, onze hiphop, onze dance.'Beeld Jasper Fry

Porter merkt ook bij lezingen dat lezers verouderen en dat vooral vrouwen van boven de vijftig de meest fervente boekenkopers zijn. Hij spant zich via charity-organisaties in om ook jongere lezers te kweken en te lokken. “Ik doe wat ik kan om toekomstige lezers te creëren”, vervolgt hij bevlogen. “We hebben een aantal organisaties die aan dat probleem werken, maar de kloof tussen arm en rijk groeit snel. En ongeletterdheid is daar een alarmsignaal van. Soms zie je dat in regio’s met veel sociale ongelijkheid en lage geletterdheid er al een tijdlang geen bibliotheken meer geopend zijn. Kinderen of jongeren krijgen gewoonweg geen instrumenten meer aangereikt om boeken te leren kennen. Vergeet niet dat we hier al tien jaar lang een conservatieve regering hebben die onze welvaartsstaat en onze cultuurmechanismen genadeloos heeft ontmanteld. Cultuur staat in Groot-Brittannië veel lager op de prioriteitenlijst dan de wapenindustrie en de financiële wereld.”

Porter wijst ook met de vinger naar de generatie auteurs voor hem: de babyboomers. “Die incasseerden grote voorschotten, hadden veel lezers, verkochten honderdduizenden exemplaren, zaten bij alle grote uitgeverijen en haalden alle literaire prijzen binnen. Maar ze hebben fucking nothing gedaan voor anderen. Ze hebben enkel aan zichzelf gedacht. Ze hebben geen zaadje geplant voor de toekomst of een ecosysteem waarbij ze andere auteurs stimuleerden. Als je nu een oudere schrijver bent, zou je automatisch het podium moeten delen met jonge auteurs. Het is ook de verantwoordelijkheid van mijn generatie om die ruimte te delen.”

Is het de plicht van een auteur om geëngageerd te zijn?

“We hebben het klimaatprobleem, we hebben tal van maatschappelijke catastrofes. Je moet af en toe iets doen. Maar dat kun je niet van elke schrijver vragen, dat besef ik wel. Ik beschouw het eerder als a basic civic duty, zoals iedereen zijn eigen buurt wat in de gaten moet houden. Of zoals bekende voetballers er moeten voor zorgen dat jonge spelers aangemoedigd worden of niet misbruikt worden.”

Max Porter, De dood van Francis Bacon, De Bezige Bij, 100 p., 17,99 euro. Vertaling Saskia van der Lingen. Beeld rv
Max Porter, De dood van Francis Bacon, De Bezige Bij, 100 p., 17,99 euro. Vertaling Saskia van der Lingen.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234