Zondag 08/12/2019
Ada en Souleiman staren naar de Atlantische Oceaan.

Film Atlantique

‘Atlantique’-regisseuse Mati Diop: ‘Ik kan niet meer naar de oceaan kijken zonder een massagraf te zien’

Ada en Souleiman staren naar de Atlantische Oceaan. Beeld Cinéart

Toen Mati Diop na een lange afwezigheid terugkeerde naar Dakar, zag ze hoe de Atlantische Oceaan de lokale jeugd met huid en haar verslond. Het inspireerde haar tot Atlantique, een spookachtig migratiedrama dat het mooie weer maakte in Cannes en binnenkort de eerste Senegalese film op de Oscars kan worden.

Mati Diop (37) is moe wanneer ze tegenover ons plaatsneemt in het immense festivalpaleis van Cannes. Een dag eerder ging Atlantique in wereldpremière, vandaag rent ze van het ene interview naar het andere. De aandacht voor haar regiedebuut is overrompelend. Dat Diop de eerste zwarte vrouw is die ooit de competitie van het Filmfestival van Cannes haalde, speelt zeker mee. Dat Atlantique een volstrekt unieke, bezwerende en relevante film is gebleken, heeft de buzz alleen maar versterkt.

Diop zoekt naar haar woorden en in de lange pauzes die ze af en toe laat vallen, horen we buiten de Middellandse Zee ruisen. Het is een vriendelijk geluid, heel anders dan het dreigende gegrom van de Atlantische Oceaan in Atlantique. Diop toont de zee als een hongerig monster, klaar om al wie zich erin waagt op te slokken. Die dreigende visie is het resultaat van een terugkeer naar haar Senegalese roots.

Wanhoop

Diop werd in 1982 geboren in Parijs, als dochter van een Franse moeder en een Senegalese vader. “Ik ben opgegroeid in Frankrijk”, vertelt Diop, “maar ik heb mijn band met Dakar wel altijd goed onderhouden.” 

Toch verwatert die tijdens haar tienerjaren: van haar 14de tot haar 24ste reist de Diop tien jaar lang niet meer naar Senegal. Wanneer ze uiteindelijk teruggaat, rond 2006, treft ze een land in een diepe crisis aan. “Enorm veel jonge mannen gingen in die tijd de zee op, in de hoop om de Canarische Eilanden te bereiken en asiel te kunnen aanvragen in Spanje. Plots leek de oceaan het enige mogelijke pad naar de toekomst. Dat sloeg me met verstomming, want ik ben zelf erg bang van de zee. Ik beschouw ze als een andere planeet, dus ik kon me absoluut niet inbeelden wat er in iemand moest omgaan vooraleer die in zo’n gammel bootje zou vertrekken.”

Ada (Mame Bineta Sane) is een van de hoofdpersonages in ‘Atlantique’. Beeld Cinéart

Het zegt veel over de wanhoop van de lokale jeugd, vindt Diop. “Als je bereid bent om de oceaan te trotseren, moet je heel diep zitten. In mijn ogen is het een vorm van zelfdoding. Dat thema is taboe in Senegal, en vooral in de islam. Daarom vind ik het lastig om erover te spreken. Maar als ik terugkijk op die periode is mijn gevoel wel dat er toen een collectieve zelfmoord heeft plaatsgevonden. Ik kan niet meer naar de oceaan kijken zonder een massagraf te zien.”

Op het moment van haar terugkeer naar Dakar is Diop in de voetsporen getreden van haar oom, de bekende Senegalese cineast Djibril Diop Mambéty; in Parijs heeft ze intussen haar eerste kortfilm gedraaid. Maar de confrontatie met de migratiecrisis in Senegal doet haar beseffen dat ze films wil maken in Dakar. “Mijn werk is heel nauw verbonden met mijn Afrikaanse roots”, zegt Diop daarover. “Bovendien stoorde ik me aan de anonieme, collectieve manier waarop de media migranten in beeld brachten. Daarom wou ik focussen op een individueel verhaal van één persoon.” 

In 2009 komt haar kortfilm Atlantiques uit, een soort voorstudie van wat tien jaar later haar langspeelfilmdebuut Atlantique zal worden.

Spoken in Dakar

In de film vertelt Diop het verhaal van Ada, een jonge vrouw wier geliefde Souleiman het ruime sop kiest, hopend op een betere toekomst in Europa. Wanneer zijn bootje op zee verdwijnt, begint het in Dakar te spoken. Souleiman en zijn compagnons keren terug als geesten. 

Dat bovennatuurlijke element was noodzakelijk, zegt Diop. “Als ik een film wilde maken over deze verloren generatie moest het een ghost story worden. Dat besefte ik door de gesprekken die ik had met jonge mannen uit Dakar: ze waren zo geobsedeerd, bezeten bijna, door de nood om naar Spanje te gaan dat ze eigenlijk al niet meer in Dakar waren. Dat was bijzonder verontrustend.”

Voor het spookelement liet Diop zich ook inspireren door de Senegalese cultuur. “Het onderscheid tussen het zichtbare en het onzichtbare is anders in Senegal. Mensen hebben er niet dezelfde verhouding tot realiteit en fantasie als in het Westen.” 

De geesten in Atlantique zien er dan ook niet uit als klassieke filmspoken: Diop zet djinns in, onzichtbare wezens uit de islamitische traditie die bezit kunnen nemen van de levenden. “Ik ben altijd gefascineerd geweest door djinns. Het idee dat ze bij zonsondergang ontwaken, vind ik heel filmisch en inspirerend. Ik heb ook elementen uit Bretoense legendes gebruikt, over vissers die op zee verdwijnen en hun vrouwen achtervolgen. Maar ik vond het toch vooral belangrijk dat Senegalezen hun eigen verbeelding in de film zouden herkennen.”

Enkele dagen na ons gesprek in Cannes schrijft Diop geschiedenis door met Atlantique de Grand Prix (de tweede prijs) te winnen. Daar hoeft haar recordtraject niet te eindigen: als Atlantique binnenkort genomineerd raakt voor de Oscar voor Beste Internationale Film – en die kans is groot – dan wordt het de eerste Senegalese film die ooit op dat niveau mag meespelen.

Atlantique speelt vanaf 4/12 in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234