Donderdag 04/03/2021

Reportage

Arthur Langerman (78) verzamelde duizenden jaren Jodenhaat: ‘Enkel mijn moeder en haar zus hebben de kampen overleefd’

De expo Fake Images in Kazerne Dossin is gebaseerd op de collectie antisemitische spotprenten van Arthur Langerman. Beeld Bas Bogaerts
De expo Fake Images in Kazerne Dossin is gebaseerd op de collectie antisemitische spotprenten van Arthur Langerman.Beeld Bas Bogaerts

Arthur Langerman (78) verloor bijna heel zijn familie in de Holocaust. Al meer dan 50 jaar verzamelt hij antisemitische spotprenten, die nu de basis vormen van een tentoonstelling in de Kazerne Dossin. ‘Ik wilde weten wat de Joden hadden misdaan om zo zwaar gestraft te worden.’ 

“Als je wilt, kan ik je de foto’s van mijn ouders laten zien”, zegt Arthur Langerman, een ranke zeventiger met kleine bril en blauwe jas,  terwijl hij in het museum Kazerne Dossin naar de muur loopt met foto’s van Joden die hier tijdens de oorlog hebben vastgezeten. 

Zijn ouders, Salomon Langerman en Zysla Blajwas, waren twee van de meer dan 25.000 mensen die van Dossin naar Auschwitz of andere kampen zijn gedeporteerd. De foto van Salomon is op de muur in matgrijs aangebracht. Hij is nooit van Auschwitz teruggekeerd. Zijn moeder wel. Haar afbeelding is daarom in het typische geelbruin van oude foto’s gekleurd. Tussen de vlakte van matgrijs op de muur zie je maar hier en daar zo’n geelbruine foto opduiken. 

“Van die 25.000 weggevoerden hebben er minder dan 1.400 de oorlog overleefd”, vertelt Langerman.  “Ik heb nooit mijn grootouders gekend, of de rest van mijn familie. Zij zijn allemaal in de kampen gestorven. Enkel mijn moeder en haar zus hebben het overleefd.”  

Fake images 

De muur met foto’s van weggevoerden is een project waar Kazerne Dossin enkele jaren geleden mee begonnen is. Het is een poging om de mensen achter de cijfers opnieuw een gezicht te geven. Die herdenkingsmuur kijkt uit over de twee verdiepingen in het museum waar de tentoonstelling Fake Images staat opgesteld.

De tentoonstelling, die vandaag online wordt geopend, gaat over stereotypen. Over hoe mensen een verkeerd beeld kunnen hebben van hun medemensen en hoe dat tot uiting wordt gebracht in karikaturen. De herdenkingsmuur toont aan waar dat uiteindelijk toe kan leiden. 

De basis voor de tentoonstelling is de collectie van antisemitische spotprenten waar Langerman meer dan vijftig jaar geleden mee is gestart. Omdat zijn moeder nooit over de Holocaust wou spreken – “ze geneerde zich bijna omdat ze het overleefd had”, zegt Langerman – heeft het tot 1961 geduurd voor hij begon te begrijpen wat er met zijn familie was gebeurd. In dat jaar begon in Israël het proces tegen Adolf Eichmann, een van de grote organisatoren van de Holocaust.

“Dat mijn moeder er niet over wou spreken, heb ik altijd gerespecteerd”, zegt Langerman. “Ik weet alleen dat toen ze in Auschwitz aangekomen is, er een Duitse officier was die haar eerst naar de rij links stuurde. Dan heeft hij haar bekeken en zei hij: ‘Ga maar naar rechts’’ Dat is het verschil geweest tussen leven en dood. 

“Maar ik wilde weten wat de Joden gedaan hadden om zo gestraft te worden. Op rommelmarkten kwam ik soms antisemitische prenten en schilderijen tegen, zo ben ik mijn verzameling gestart om op zoek te gaan naar een antwoord.”  

Wat begon bij enkele antisemitische tekeningen is uitgegroeid tot een collectie van meer dan negenduizend stuks, schat Langerman. Die objecten getuigen over duizenden jaren jodenhaat. “De centrale vraag van de tentoonstelling is natuurlijk deze: alles wat over Joden werd verteld, was dat wel de waarheid?”

Arthur Langerman toont enkele van de prenten uit zijn collectie. Beeld Bas Bogaerts
Arthur Langerman toont enkele van de prenten uit zijn collectie.Beeld Bas Bogaerts

Kerkvaders 

Natuurlijk denkt iedereen bij antisemitisme meteen aan de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog. Maar al sinds de oudheid worden Joden geviseerd. Toen door kerkvaders, die hen de schuld gaven van de kruisiging van Christus. In de middeleeuwen kregen Joden nog van allerlei zaken de schuld. Bij ons in Brussel werden Joden er in 1370 van beticht dat ze hosties hadden ontheiligd door ze met messen te doorboren. Er kwam zelfs bloed uit de hosties, zo luidt de overlevering. 

Als represaille werden zes Joodse families gefolterd en levend verbrand op het marktplein. “Een glasraam in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal toont nog steeds hoe Joden de hosties doorprikken”, zegt Langerman. “Zo zie je hoe die oude ideeën voortleven.” 

De stereotiepe beeldvorming van Joden is steeds dezelfde. Al eeuwen duiken de haakneuzen op, de lange baarden en lange mantels. Ook het cliché dat Joden op geld belust zijn; gaat al lang mee. Maar er is wel een evolutie in het anitsemitisme. Het begint bij religieuze afkeer, maar naar de negentiende eeuw toe, worden ze gewantrouwd vanwege hun vermeende macht, die hun rijkdom oplevert.  

Het meeste bekende geval van negentiende-eeuws antisemitisme is de zaak van Alfred Dreyfus. De Franse legerofficier van Joodse afkomst werd er valselijk van beschuldigd een spion te zijn voor Duitsland. Na een jarenlange juridische strijd werd Dreyfus vrijgesproken. Maar in die jaren namen katholieken hem en zijn achtergrond zwaar op de korrel. Daarvan getuigen enkele voorpagina's van kranten in een vitrinekast. 

Judas défendu par ses frères, staat er onder aan de voorpagina van La Libre Parole op 14 november 1898. De krant beeldt Joden met haakneuzen en lange mantels af. Ze delen een pamflet uit om uit te leggen dat het om een erreur judiciaire gaat, heel die Dreyfus-affaire. Daarmee insinueert de krant dat zijn Joodse vriendjes Dreyfus in bescherming nemen. “De krant werd uitgegeven door Edouard Drumont”, vertelt Langerman. “Hij heeft ook het boek La France juive geschreven. Zijn boodschap was onder meer dat de Joden alle touwtjes in handen hielden.” 

Op een tafel verderop liggen twee prenten naast elkaar. De ene toont kapitein Dreyfus als een zevenkoppige slang. De andere is een karikatuur van de schrijver Émile Zola, die hem met zijn beroemde open brief J’accuse...! heeft verdedigd. Zola staat afgebeeld als een koning van de varkens, die kak uitsmeert over de kaart van Frankrijk. Omdat hij het voor Dreyfus heeft opgenomen, is Zola een landverrader. 

Erg subtiel is het allemaal niet. En mocht u denken dat de Belgische pers eind negentiende eeuw vrijuit ging, enkele exemplaren van het blad Le Tirailleur bewijzen het tegendeel.  Een voorpagina toont een Jood die een zak met 100.000 frank vasthoudt. Hij strooit geld uit over kleine arbeiders, die hun armen naar boven uitstrekken. Ziedaar waarom de socialisten zoveel van Joden houden, staat er in het bijschrift. 

Protocollen van Sion

Wat de Langermancollectie bewijst, is dat de nazi’s zeker niet de uitvinders waren van de antisemitische propaganda. Er liggen cartoons uit Frankrijk, Roemenië, Rusland, Polen, Oostenrijk, Hongarije en Italië in de tentoonstelling. Ook naar de Protocollen van de wijzen van Sion wordt verwezen. Dat is een fictief verslag over een vergadering van Joodse leiders om de christelijke samenleving omver te werpen en plannen te smeden voor wereldoverheersing. Het verslag is compleet verzonnen, maar duikt ook vandaag nog op om antisemitisme te rechtvaardigen. 

Het idee dat de Joden uit zijn op wereldoverheersing komt ook terug in de nazipropaganda. Achter de tegenstanders van het nazisme gaat een grote Joodse samenzwering schuil. In hun karikaturen zijn de Joden soms Russische communisten, dan weer rijke kapitalisten, die de Amerikanen en Britten voor hen laten vechten. Op de onderste verdieping van de tentoonstelling hangen enkele originele tekeningen van Philipp Rupprecht alias Fips, de cartoonist van het naziblad Der Stürmer. Een ervan toont hoe een Jood, die tegelijk communist is en vrijmetselaar, mensen opeet. 

“De Joden willen iedereen kapotmaken, dat is wat de nazi’s vanaf de jaren 30 verkondigen”, zegt Langerman. De bedoeling van die tekeningen was uiteindelijk om Joden te ontmenselijken. Joden werden getoond als insecten of als ratten, die niet mochten leven. Van daar is het maar een kleine stap om ze ook te gaan uitroeien. Voor mij is Fips een van de grote schuldigen aan de Holocaust. Toch heeft hij na de oorlog maar vijf jaar gevangen gezeten.” 

Vlaams Parlement

In de tentoonstelling wil de Dossinkazerne ook de link leggen naar het heden. In enkele filmpjes praten mensen van de Afrikaanse, Aziatische of lhbt-gemeenschap over hoe ze vandaag nog steeds te maken krijgen met vooroordelen en discriminatie. Een Afrikaanse vrouw vertelt zelfs dat ze niet op een Joodse school werd toegelaten door haar zwarte huidskleur, terwijl ze wel Joods is. 

De ironie van de tentoonstelling is dat die antisemitische beelden nog steeds de kop opsteken. Het programma Pano vond ze in de memes van Schild & Vrienden. Maar ook op Aalst Carnaval is al twee keer met Joden de spot gedreven. De vraag is dan hoe we er vandaag mee moeten omgaan? 

“Toen Christoph D’Haese, de burgemeester van Aalst (N-VA), besloot om de stoet toch te laten doorgaan, heb ik hem een boek opgestuurd met karikaturen”, vertelt Langerman. “Dat boek was samengesteld voor  een tentoonstelling met mijn prenten in Caen. Maar ik heb van D’Haese nooit een antwoord gekregen.” 

Dat het Vlaams Parlement net nog een Newsweek heeft gepubliceerd waarin ook prominente collaborateurs als August Borms en Staf De Clercq staan beschreven (ook al wordt hun rol in de collaboratie goed geduid), kan er bij hem niet in. “Ik vind dat schandalig”, zegt Langerman. “Dat toont dat er van die periode toch nog altijd iets blijft hangen.” 

#FAKEIMAGES loopt nog tot 7 december in Kazerne Dossin. Meer info op fakeimages.be. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234