Dinsdag 19/01/2021

Interview

Arnout Hauben en Martin Heylen: ‘Mensen aan de praat krijgen is maar vijf procent van de job’

Arnout Hauben (l) en Martin Heylen: 'Op het moment dat je met drie man voor hun deur staat, moeten mensen toch altijd eerst even adem pakken.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Waar Arnout Hauben (44) en Martin Heylen (64) passeren, zwaaien voordeuren open en worden harten uitgestort. Het sprokkelen van goede verhalen lijkt wel kinderspel. Maar dat is het natuurlijk niet: ‘Ik heb een allergie voor deurbellen ontwikkeld.’

Ze zijn de koningen van de onverwachte ontmoeting. Martin Heylen en Arnout Hauben hebben van spontane babbels met toevallige passanten hun beroep gemaakt. Een specialisatie die hen in tijden van corona tot technische werkloosheid veroordeelt.

Waarom dat zo is, demonstreren beide heren zelf wanneer ze arriveren op de plek van afspraak. Eerst volgt een wat ongemakkelijke begroeting. Handen geven – laat staan een stevige knuffel – is er al een tijd niet meer bij. Het blijft bij een klungelig elleboogje. Daarna is het puzzelen geblazen. De cafétafeltjes blijken niet bemeten op een ontmoeting op anderhalve meter, dus is het even zoeken naar een compositie waarbij iedereen voldoende afstand kan bewaren.

ARNOUT HAUBEN • geboren in Leuven in 1976 • werkte jarenlang voor Woestijnvis * • richtte in 2011 zijn eigen productiehuis De chinezen op * • bekend van tv-reeksen als Ten oorlog, Rond de Noordzee, De helden van Arnout en Dwars door België

MARTIN HEYLEN • geboren in Oosteeklo in 1956 • bekend van tv-programma’s als Man bijt hond, Terug naar Siberië, God en klein Pierke, Heylen en de herkomst, Terug naar eigen land en Zelfde deur, 20 jaar later • broer van zanger en tv-maker Ivan Heylen

Een ongemakkelijke choreografie die Hauben de voorbije weken geregeld mocht aanschouwen. Voor zijn nieuwste programma Dwars door de Middellandse Zee trok hij in volle coronacrisis door Malta en tal van Griekse eilanden. “Dan merk je dat het hele mechanisme van zo’n ontmoeting veranderd is”, vertelt hij. “Het is nu een soort omgekeerd magnetisme. Je bent nog wel tot elkaar aangetrokken maar zodra je te dichtbij komt, volgt er een soort afstoting.”

Op straat lukte het nog wel om mensen aan de praat te krijgen. Maar thuis bij hen binnengaan op zoek naar een extra laag in het verhaal was veel moeilijker. “Je staat al snel verstijfd in het midden van de living, als een olifant in een porseleinwinkel, bang om iets verkeerd te doen.”

Dodelijk voor een televisiemaker die zich graag door het toeval laat leiden.

De voorliefde voor het onverwachte is iets wat Hauben met Heylen deelt. “Wij zijn allebei geen journalisten in de pure zin van het woord”, vindt Hauben. “Wij komen meestal vrolijk fluitend vanuit de achtertuin binnengewandeld. Om gewoon eens te komen luisteren. Journalisten trekken ergens naartoe voor dat ene verhaal, de rest is ballast. Terwijl bij ons juist die ballast meestal het verhaal is.”

Jullie delen een visie, maar hebben jullie ooit samengewerkt?

Arnout Hauben: “We hebben allebei voor Man bijt hond gewerkt en hebben dus hetzelfde DNA, maar echt samenwerken was dat niet. Toen ik daar, vers van de schoolbanken, arriveerde, was Martin al een gevestigde reporter. Hij had zijn stem al gevonden, terwijl ik nog moest zoeken naar waar ik goed in was.”

Still uit 'Zelfde deur, 20 jaar later'. Martin Heylen: ‘Wanneer je afscheid neemt, is het moment weg. Heel vreemd.’Beeld VRT

Martin Heylen: “Ik herinner me wel nog dat Arnout op gegeven moment een rubriek had die aan mijn aanpak deed denken. Hij legde een valies op straat en liet die koffer met toevallige passanten praten.”

Hauben: “Eigenlijk heb ik alles van Martin gepikt. (lacht) Het belangrijkste wat ik van hem heb geleerd, is wachten. Martin kan ergens binnenkomen en niks zeggen. Hij durft geduld te hebben. Dan komen de dingen vanzelf. Hij straalt ongelooflijk veel rust en vertrouwen uit.”

Heylen: “Niet overdrijven, Arnout. Dat afwachten gebeurt meestal uit noodzaak. De dingen dringen bij mij soms wat trager door. Dan zie ik mezelf in beeld en weet ik dat ik op dat moment zat te denken: wat zegt die nu, waar gaat dit ineens over of wat moet ik hiermee? Maar op de een of andere manier blijf ik ondertussen ook geïnteresseerd luisteren.”

Is mensen aan het praten krijgen een talent?

Heylen: “Het is zeker een talent. Daar begint het mee. Dat talent is goed voor ongeveer vijf procent van het werk. De rest is hard werken, zweten, afzien en geregeld met je kop tegen de muur lopen.”

Hauben: “Heel veel hangt af van het eerste moment. Tijdens het eerste oogcontact maak je samen de beslissing om met die ontmoeting door te gaan. Dat is magisch. En het werkt van Oostende tot in Mongolië. Dat contact leggen is iets wat je moet kunnen. Al wat daarna volgt is – zoals Martin het zegt – heel hard werken.”

Zijn jullie ook zonder camera altijd op zoek naar dat contact?

Hauben: “Wat je op tv ziet, is hoe ik ook in het echte leven ben. Ik blijf op vakantie dus wel eens aan de plaatselijke bakker of beenhouwer plakken. Tot irritatie van mijn kinderen.”

Heylen: “Ik herken dat. Al hangt het ook af van het moment. Wanneer ik net een programma heb gedraaid, is die reflex soms maandenlang weg. Ik moet de verhalen die ik onderweg oppik kunnen absorberen. Eerst haal ik ze door mijn persoonlijke filter, pas daarna kan ik ze op het scherm brengen. Mentaal weegt dat zwaar. Het is als een spons die zichzelf telkens volzuigt en die je dan weer moet uitwringen.

“Wanneer een programma af is, moeten ze me een paar maanden met rust laten. Een krant en een koffie, meer heb ik dan niet nodig.

“Maar ik herken de vakantiegesprekken van Arnout wel. Ik spreek dertig woorden Italiaans en een klein mondje Spaans maar ik kan het toch niet laten om de locals aan te spreken. Waarna die meestal met een verhaal komen waar ik amper iets van begrijp. ‘Het is een afwijking’, zegt mijn vrouw altijd.”

Hauben: “Wanneer wij voor het werk naar het buitenland trekken, probeer ik altijd eerst mijn talen wat op te frissen. Al is het maar om zelf dat eerste contact te kunnen leggen, voor de tolk me te hulp komt schieten. Soms laat ik me daardoor meeslepen. Onderweg naar Compostela heb ik hele interviews in het Spaans gedaan waarbij, zo bleek toen we ze lieten vertalen, ik toch niet helemaal begrepen had waarover het ging. Een boer die me – dacht ik – van alles over zijn dochter vertelde, bleek het uiteindelijk over zijn geit te hebben. Dat soort dingen.” (lacht)

Heylen: “Voor mijn reis door China heb ik een paar zinnetjes gememoriseerd. (in het Chinees) ‘Goeiedag. Hoe is het met u? Ik ben Martin van de Belgische televisie.’ Dat was net genoeg om het eerste ijs te breken en me daarna achter mijn tolk te verschuilen.”

Is het vinden van een goed verhaal ook een kwestie van voorbereiding?

Hauben: “Ik ben altijd hypervoorbereid. Wanneer ik op pad ga, maakt mijn redactie voor elke etappe een soort gepersonaliseerde Lonely Planet. Ik weet van elk dorp dat we passeren wat daar gebeurd is.

“Maar wie we aanspreken, wordt volledig door het toeval bepaald. Wanneer je getuigen op voorhand zou inseinen, krijg je een stel houten klazen in beeld. Dan pakken mensen een pilletje tegen de zenuwen omdat de tv zal langskomen, of zijn ze teleurgesteld omdat de camera in het echt veel kleiner is dan in hun verbeelding. Dan wordt het een heel gedoe om dat toch een beetje naturel te krijgen. Dan speel je beter op de verrassing.”

Laat je zo geen fantastische verhalen liggen?

Hauben: “Dat kan. Maar het is een misvatting dat een verhaal extreem of bijzonder moet zijn om te boeien. Dat is juist wat Martin zo goed doet: hij helpt de gewone man om zijn verhaal te vertellen.”

Arnout Hauben: ‘Een Spaanse boer die me – dacht ik – van alles over zijn dochter vertelde, bleek het de hele tijd over zijn geit te hebben gehad.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Heylen: “Dat vind ik heel belangrijk. Ik ben een dienaar van het verhaal. Het is niet makkelijk om een verhaal gestructureerd en met alle nuances die belangrijk zijn te vertellen. Je moet als televisiemaker mee denken met de mensen die je aan het woord laat. Erbij stilstaan wat de kinderen of de buren gaan denken.

“Soms vertellen mensen me dingen waarvan ik denk: als we dat uitzenden, breekt hier in de straat een burgeroorlog uit. Je moet mensen op zo’n moment in hun waardigheid laten. Bij Man bijt hond was het doel altijd: zorgen dat mensen de dag na de uitzending met opgeheven hoofd naar de bakker en de slager konden. Die vuistregel hanteer ik nog altijd.

“Ik wil geen lijken achterlaten. Lukt dat altijd? Waarschijnlijk niet. Het blijft een van de moeilijkste aspecten van onze job. Je wilt een morele grens bewaken en tegelijk een aantrekkelijk, vaak emotioneel diepgaand, verhaal vertellen. Dat is een wankel evenwicht.”

Het cliché wil dat elk mens een verhaal heeft. Klopt dat?

Heylen: “Ik vind van wel. Toen ik voor Man bijt hond werkte, maakte ik er een erezaak van om overal waar we binnenkwamen een verhaal te sprokkelen. Je belt aan bij een willekeurig huis, het maakt niet uit wie opendoet, je gaat naar binnen en luistert. Soms duurde dat heel lang. Kreeg je verhalen over de kleinkinderen te horen. Of over een kantoorjob die eigenlijk niet zo veel voorstelde. Het ene cliché na het andere. Tot er plots dan toch iets boven komt waarvan je weet: dit is het.

“Elk mens heeft een verhaal. Maar hij moet het willen vertellen, natuurlijk. Ik heb ook heel straffe verhalen in me zitten. Maar die wil ik nu nog niet kwijt. Laat er nog maar wat tijd overheen gaan.”

Hauben: “Dat is voor mij juist de sterkte van Zelfde deur, 20 jaar later. Er zit in de reeks een hilarisch fragment waarbij Martin bij het binnenkomen bijna opgevreten wordt door een gigantische hond. De chaos die dat beest creëert maakt het moeilijk om het over andere dingen te hebben.

“Twintig jaar later is dat helemaal anders. Van de hond is geen sprake meer en de vrouw des huizes neemt nu wel haar tijd om haar verhaal te doen. Ze vertelt over haar huwelijk, haar man die zich uiteindelijk outte als transgender en de scheiding die daarop volgde. Bij zijn eerste bezoek was het nog absoluut not done om daarover te vertellen. Het heeft echt een toegevoegde waarde om twintig jaar na datum nog eens bij bepaalde mensen langs te gaan.”

Zou u zelf ook ooit zoiets willen doen? Een tweede bezoek aan de mensen die u in uw programma’s aan het woord laat?

Hauben: “Ik vind wat Martin doet heel moedig. Omdat het niet simpel is. Ik heb tijdens mijn reizen vaak heel intense ontmoetingen. Soms zijn dat magische momenten, omdat je elkaar op het juiste moment in het leven treft. Teruggaan is dan niet altijd een goed idee.

“Ik ben op een gegeven moment op bezoek geweest bij iemand die ik onderweg naar Compostela had ontmoet. Maar toen ik daar arriveerde, was alle magie weg. Het voelde heel ongemakkelijk en na afloop had ik het idee dat ik iets kapot had gemaakt.”

Heylen: “Je bouwt tijdens zo’n interview iets op. Je komt samen in een soort aura terecht. (op dreef) Mensen beginnen te praten, alles wordt vloeibaar, je wordt zelf heel ontvankelijk, absorbeert alles wat er gebeurt. Maar wanneer je afscheid neemt, is dat moment weg. Heel vreemd. Als je daar opnieuw binnenstapt, ook al is het maar twee uur later, is alles anders.

Martin Heylen: Soms vertellen mensen me dingen waarvan ik denk: als we dat uitzenden, breekt hier in de straat een burgeroorlog uit.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik heb het ooit meegemaakt tijdens het draaien van Terug naar Siberië. We gingen langs bij een vrouw die me echt pakte met haar verhaal. Een dag later ben ik haar opnieuw gaan opzoeken. Ik wilde haar wat geld geven want het leven is daar keihard. Maar de klik die er de dag eerder was, bleek helemaal verdwenen. Ze wilde dat geld helemaal niet hebben en voelde zich beledigd.

“Maar dat gebeurt op professioneel vlak heel zelden. Op privévlak heb ik daar meer last van.”

Hoezo?

Heylen: “Ik noem dat het reünie-effect. Ik heb geleerd dat het geen goed idee is om mensen op te zoeken met wie je jaren geleden een fantastische tijd hebt beleefd. Mensen veranderen en veel meer dan ‘dat waren nog eens tijden’ is er meestal niet te vertellen. Ik koester liever het beeld van toen.

“Ons geheugen is ook heel selectief. Ik was onlangs te gast bij Radio 2 en daar hadden ze twee van mijn jeugdvrienden opgebeld om herinneringen op te halen. Ik heb daar met open mond naar geluisterd. Bij de helft van wat ze vertelden dacht ik: dat klopt helemaal niet. Ze omschreven me bijvoorbeeld als een gast die graag in het zwart gekleed liep. Zwarte broek, zwart hemd, zwarte schoenen.

“Ik wilde dat het waar was. Ik zag me ineens als de plaatselijke Johnny Cash, terwijl ik dat helemaal niet was.”

Tegenwoordig heeft iedereen een camera op zak. Verandert dat de manier waarop mensen reageren als jullie met een cameraploeg op de dorpel staan?

Hauben: “Ik merk daar eigenlijk weinig verandering in. Op het moment dat je met drie man voor hun deur staat, moeten mensen toch altijd eerst even adem pakken.”

Heylen: “Het blijft een bezoek van drie vreemden, gewapend met indrukwekkend filmmateriaal die met bijzonder veel aandacht naar jouw verhaal komen luisteren. Dat is toch nog iets anders dan een nonkel die op een familiefeest zijn iPhone bovenhaalt.”

Hauben: “Mensen zijn wel mondiger geworden. En ze stellen zich kwetsbaarder op. Er zijn weinig dingen die niet bespreekbaar zijn. Je kunt eigenlijk zowat alles vragen, binnen de grenzen van het fatsoen, natuurlijk. Dingen die vroeger slechts schoorvoetend ter sprake zouden komen, worden nu veel makkelijker onder woorden gebracht.”

Heylen: “Veel hangt af van de manier waarop je dingen vraagt. Je moet de juiste woorden vinden.”

Hauben: “In de flow van zo’n gesprek kan en mag heel veel. Maar je moet ook de juiste manier vinden om dat op het scherm te brengen. Het publiek kan soms heel gevoelig zijn. Ik heb ooit een Franse boer geïnterviewd. Die man vertelde over zijn homoseksuele zoon die kapper bleek te zijn. Terwijl ik naar woorden zocht om een – beleefde – vraag te stellen, maakte ik onbewust een verwijfd gebaar met mijn ene hand. Niemand die daar op het moment zelf aanstoot aan nam, maar achteraf bekeken had ik die passage toch beter weggeknipt.

“Toen dat fragment op tv kwam, regende het verontwaardigde reacties. Uiteindelijk heeft toenmalig televisiedirecteur Jean Philip De Tender officieel zijn excuses aangeboden om de gemoederen te bedaren. Sindsdien let ik op wat ik met mijn handen doe.” (lacht)

Jullie hebben allebei een heel eigen, herkenbare stijl. Kriebelt het nooit om eens iets totaal anders te doen?

Heylen: “Ik probeer in alles wat ik doe heel dicht bij mezelf te blijven. Hoe langer ik dit werk doe, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat dat het beste resultaat oplevert.”

Hauben: “Wat moet ik dan gaan doen? Een quiz presenteren? Dat zou nooit werken. Mensen voelen het meteen wanneer een programmamaker zichzelf niet is.”

Still uit ‘Dwars door België’. Arnout Hauben: 'Wat moet ik dan gaan doen? Een quiz presenteren? Dat zou nooit werken.'Beeld VRT

Heylen: “Je moet oprecht zijn in wat je doet. Dat is het toverwoord. Arnout is gepassioneerd door geschiedenis. Dat voel je als kijker. Ik kan nooit over de geschiedenis vertellen zoals hij dat doet.”

Dreig je op die manier niet een onetrickpony te worden?

Hauben: “Je hebt als mens maar een paar stemmen waarmee je kunt spreken. Ik kan variëren in de vorm van mijn programma’s, maar ik kan niet plots een andere Arnout worden. Ik zal het moeten doen met wat er is.

(denkt na) “Het komt er vooral op aan nieuwsgierig te blijven. Niet denken ‘dit verhaal is al eens verteld’. Gelukkig heb ik weinig aanleg voor cynisme. En als ik ooit uitverteld ben, dan word ik leraar geschiedenis.”

Heylen: “Ik heb in de loop van de jaren wel af en toe met die gewenning geworsteld. We reisden in China door de meest fantastische landschappen, en het enige wat ik kon denken was: eigenlijk zien bergen er toch overal hetzelfde uit. Dan is het tijd om iets anders te gaan doen.

“Na Man bijt hond heb ik trouwens een allergie voor deurbellen ontwikkeld. Nooit wilde ik toen nog mensen verrassen. Dus maakte ik goed voorbereide reeksen als God en klein Pierke, Heylen en de toekomst en Terug naar eigen land.

“Twintig jaar later is dat een ander verhaal. Nu sta ik voor diezelfde deur met alle bagage die ik de voorbije jaren heb meegenomen. Dat zorgt wel weer voor de frisheid die je bij het maken van zo’n programma nodig hebt.”

Hauben: “De coronacrisis zorgt bij mij voor eenzelfde gevoel. Na al die maanden thuis deed het ongelooflijk deugd om nog eens op reis te kunnen gaan. We voelden dat ook bij sommige mensen die we onderweg tegen het lijf liepen. Als corona dan toch één goed effect heeft, zal het dat zijn. Dat we opnieuw dankbaar zullen zijn voor het simpele feit dat we elkaar weer mogen besnuffelen.”

Zelfde deur, 20 jaar laterelke maandagavond om 20.40 uur op Eén

Dwars door de Middellandse Zee wordt begin 2021 op Eén uitgezonden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234