Maandag 27/01/2020

Interview Boeken

Arnon Grunberg zoekt het gevaar op: ‘Soms moet je in de nok van het circus gaan hangen’

Arnon Grunberg: ‘De maatschappelijke obsessie met morele reinheid is het begin van totalitarisme.’ Beeld linda stulic

Leer Arnon Grunberg (48) niet wat multitasken is. Onze man trof de schrijver aan in een circustent, waar hij ‘embedded’ aan een reportagereeks werkte. Grunberg zoekt het gevaar ook op in zijn nieuwe boek Bezette gebieden, dat veel heikele onderwerpen aanraakt, zoals #MeToo, de omgang met ouderen, religieus fanatisme... ‘Ik laat zien hoe makkelijk de lach kan omslaan in pijn.’

Onderduiken in een heus circus, het stond al langer op het verlanglijstje van Arnon Grunberg. “Ik ging voor het eerst embedded in 2006, met het Nederlandse leger in Afghanistan. Sindsdien ben ik het regelmatig blijven doen, ja. En het circus fascineert me al jaren, omdat het een subcultuur is die aan het uitsterven is én een zekere theatraliteit bezit.”

Een kleine twee weken lang dompelde Grunberg zich helemaal onder in het circusleven. Hij deed er eind december dagelijks verslag van in NRC Handelsblad. Op zijn laatste avond stal hij de show met een Braziliaanse dans-act, in een nietsverhullend glitterpak!

 BIO geboren op 22 fe­bru­ari 1971 in Amsterdam • moeder overleeft in WO II Auschwitz, vader zit onder­gedoken • debuteert in 1994 met Blauwe maandagen • volgen nog o.a. Fantoompijn, De asielzoeker en Tirza • krijgt in 2010 de Frans Kellendonkprijs voor hele oeuvre • columns in NRC, de Volkskrant, Vrij Nederland, Humo • schrijft ook essays, toneelstukken, scripts, reisverhalen

Zo komt het dus dat ik op een zaterdagavond vlak voor kerst rondbanjer op een drassig, donker terrein aan het Amsterdamse Westerpark, op expeditie naar Nederlands bekendste én meest productieve levende schrijver. Niet in de eerste plaats om hem als acrobaat aan het werk te zien, wél om met hem te praten over zijn nieuwe roman Bezette gebieden.

Circus Zanzara oogt ingeslapen. Toch vrees ik dat er elk moment een leeuw of tijger aan mijn broekspijpen kan komen hangen. Het is een redeloze angst: dit blijkt een ‘verhalend ethisch circus’, zonder dieren.

Aarzelend klop ik aan bij een woonwagen waar ik door een smoezelig vensterraam Grunberg zie gesticuleren. Onder luid gedruis word ik warm verwelkomd door de voltallige tableau de la troupe van het circus, terwijl de auteur een fles limoncello opent en dozen vol tiramisu in hoog tempo de tafel rondgaan.

“Ik wilde heel graag meespelen en deel uitmaken van deze familie”, vertelt Grunberg later, wanneer we ons hebben afgezonderd in een nabije horecagelegenheid. “Je voelt je snel een van hen, je versmelt langzaam met de groep. En dan ga je weer weg. Maar bij de beste embedded-projecten bouw je iets op waarnaar je teruggrijpt.

“Ook dit bleek een hele leuke bende. En zoals Maika, de baas van het circus, zei: ‘Of je nu twee of vier ballen in de lucht kunt houden, dat maakt niet uit. Het gaat erom hoe je aan onze keukentafel bent, waar we samen eten.’”

In het circus wilde u eerst met acrobatie aan de slag. Ontdekte u parallellen met het schrijven?

“Ik praatte erover met de dochter van de circusdirecteur die ook acrobate is. Bij het eerste gesprek zei ze dat ik wel acrobaat kon worden. Ik weet niet of dat echt gelukt is, ik ben eerder een ‘fysieke clown’. Maar haar visie op acrobatiek sloot heel erg aan bij hoe ik over het schrijven denk. Het is een manier van leven. Je kunt elke dag beter worden, maar er kan ook iets misgaan, tijdens de voorstelling. Er schuilt een zekere feilbaarheid in. Ik hou wel van die spanning.

“Een deadline halen zou je ook kunnen vergelijken met een publiek dat zit te wachten tot het fout loopt. Of het circusleven veeleisend is? Dat zijn embedded-projecten altijd. Soms hadden we twee voorstellingen per dag. Maar in het leger is het toch nog een stuk zwaarder, moet ik toegeven.” (lacht)

Grunberg toont zich zeer bedreven in de kunst van het allerlei dingen tegelijk doen. In een mum van tijd – en niet afgeleid door het opdringerige omgevingsrumoer – schakelt hij over op een breed palet aan brandbare, actuele onderwerpen die zijn nieuwe boek Bezette gebieden oproept. De roman zit boordevol ethische en andere prangende kwesties, geserveerd op de wrang-komische wijze die we van Grunberg gewend zijn.

Sleutelfiguur in het boek is Otto Kadoke, de problematische held uit Grunbergs ‘moederroman’ Moedervlekken. De ‘grensoverschrijdende psychiater’, ‘iemand die voor zichzelf kuilen graaft om andere problemen te voorkomen’, raakt nog meer in de rats, wanneer hij alweer ongepaste toenaderingen doet, en een bekende auteur hem en zijn alternatieve therapie aan de schandpaal nagelt.

En intussen moet hij zijn in ‘vader’ veranderde moeder beredderen en wordt zijn beroepssituatie onhoudbaar. Het is zijn plots opgedoken verre achternicht Anat, wiskundige en religieuze scherslijpster, die Kadoke een springplank lijkt te bieden naar de liefde én naar een nieuw – nog ingewikkelder? – leven in de door Israël bezette gebieden.

Maar Kadoke blijft een hoogst ongrijpbaar personage. Hij laat Grunberg toe om te schaken met thema’s als #MeToo, religie en verlossing, ouderdom, schuld, de ruilhandel van de liefde en trial by media.

Bezette gebieden is opgezet als een vervolg op Moedervlekken. Is het niet riskant, zo’n sequel? Bent u niet bang om in herhaling te vallen?

“Ach, elk boek is riskant. Ik heb ervoor gezorgd dat je deze roman ook prima zonder voorkennis van Moedervlekken kunt lezen. Als schrijver moet je voortdurend bedenken welke info je al dan niet prijsgeeft. Soms doe ik hier al eens een recap, ja.”

Kadoke lijkt een erg ambigu personage. Hij heeft veel blinde vlekken. Toch spreidt hij ook wel zelfinzicht tentoon over zijn ‘deerniswekkende toestand’.

“In beide boeken schuilt dat geworstel met zijn beroep, tot hij beseft dat hij er niet meer mee kan doorgaan, dat de maatschappij hem van zich afduwt. Voorts denk ik dat iedereen – op wat heiligen na – blinde vlekken heeft. Ik zou willen pleiten voor Kadokes onschuld, maar hij heeft binnen zijn vakgebied wél dingen uitgespookt die hij beter niet had gedaan. Want als je in dit tijdsgewricht een misstap doet, dan beland je in een grijze zone waar je nog moeilijk uitraakt. Dat fascineerde me.

‘Onze behoefte aan vijanden komt voort uit een diepe culturele onzekerheid.’ Beeld linda stulic

“De manier waarop hij ten val komt – door een schrijver die met zijn levensverhaal aan de haal gaat – is ook ambigu en merkwaardig. Zo hoort dat in een roman. Wanneer een roman een heel duidelijke, eenzijdige morele les wordt en het goede recht tegenover het slechte wordt geplaatst, dan is het boek niet meer interessant.”

Kadoke werkt zich inderdaad flink in de nesten. Tegelijk gedraagt hij zich als een soort ‘survivor’, met weinig schuldbesef. Hij laat Nederland achter zich en zoekt zijn heil in de door Israël bezette gebieden.

“Hij past zich aan, ja, hij beschikt over een vermogen tot assimilatie en over de flexibiliteit om te overleven. Al beseft hij ook dat je, als je star aan je eigen ideeën vasthoudt, snel in conflict komt met je omgeving. In zijn achter-achternicht Anat, die plots in Nederland opduikt, ziet hij een reddingsboei, zeker wanneer hij beseft dat hij in Nederland is uitgerangeerd. En kijk, als je verliefd wordt op iemand die helemaal anders is dan jij, ben je toch bereid tot concessies. Kadoke verhuist voor de liefde; liefde is een smeulend vlammetje dat omslaat in een groter vuur.

“Kadoke is dan wel bezig te gronde te gaan, maar hij vecht ook stug door. Zijn zelfdestructiviteit is een stuk geringer dan bij mijn andere hoofdpersonages. En veel schuldigen zijn ook slachtoffer, daar is weer die ambiguïteit. Hij heeft gegronde redenen zichzelf ook als slachtoffer te zien. De vraag is hoe je daarmee omgaat.”

Een thema dat voortdurend rondspookt in zowel Moedervlekken als Bezette gebieden is hoe we met ouderdom omspringen. Want Kadoke moet instaan voor de zorg voor zijn vader, in feite zijn ex-moeder.

“Ouderenzorg wordt een steeds urgentere kwestie. Aan je lot overgelaten worden als je oud bent is vreselijk, maar een bepaalde betutteling is minstens even erg. Ik begrijp het prima als je niet verder betutteld wilt worden. Toen ik een tijd geleden embedded was in een Belgisch bejaardentehuis, zag ik hoe belangrijk het is hoe je zo’n oudere benadert. Vermijd het mechanische. Leg eens een hand op iemands schouder, zo bewaar je de menselijkheid.

“Ik zie je als mens, ik sta niet boven jou: het is belangrijk dat een patiënt dat voelt. En dat gaat heel vaak verloren, door een tekort aan personeel, of door slecht personeel. En dat heeft dan weer te maken met onder meer de lage salarissen. Hoewel het gemakzuchtig is te denken dat geld alles oplost.”

Kadoke lijkt zijn vader op te offeren en degradeert hem tot een willoze pop.

“Of je laat een bejaarde ouder achter, of je neemt hem mee. Beide keuzes zijn moreel aanvechtbaar, maar misschien is meenemen toch wel beter dan hem alleen achter te laten? Vroeg of laat eindigen we bijna allemaal als een willoze pop. Een baby kan huilen, bij wijze van tegenpruttelen, maar een bejaarde kan soms zelfs dat niet meer.

“De vader protesteert door nee te zeggen, door soms dood te willen en dan weer niet. Zo bewaar je je waardigheid denk ik, door te saboteren. De patiënt die saboteert doet dat dikwijls met een gegronde reden: de sabotage is zijn laatste vorm van verzet.”

Er lijkt in deze roman ook een strijd gaande te zijn tussen reinheid en smerigheid. U zet bijvoorbeeld de viezigheid van de woning van Anats moeder sterk in de verf, naast het symbolische reinheidsstreven van Kadoke?

“De angst voor smerigheid en verval zit diep in onze cultuur. Maar we moeten beseffen dat we lichamen meeslepen die smerig zijn. Zie maar daarnet, toen we samen aan tafel in de woonwagen tiramisu zaten te eten. Erg hygiënisch lijkt het niet, zo’n bak dessert doorgeven aan elkaar. Toch doet iedereen mee, ook omdat in woonwagens andere mores gelden; hygiëne komt daar op losse schroeven te staan. En je gaat er ook niet aan dood.

“Kadoke beseft dat hij een soort smetvrees heeft. Maar in die angst voor viezigheid zit een ontkenning van diepe menselijkheid. De ontkenning van andermans lichamelijkheid is in feite de ontkenning van andermans menselijkheid. Ook daar komen we weer bij zorg uit. Wat zijn de psychische gevolgen van bijvoorbeeld incontinentie, van niet meer zelf naar de wc te kunnen?

“Daarnaast is de maatschappelijke obsessie met morele reinheid het begin van totalitarisme. Tot op zekere hoogte betekent samenleven ook het moreel falen van de ander verdragen. Erkennen dat de ander morele keuzes maakt die ons misschien niet bevallen, maar waarmee we moeten leven. Als we ons voortdurend opstellen als straffende instantie die de ander morele zindelijkheid wenst bij te brengen, gaat de samenleving langzaam kapot, vrees ik.”

Dit boek is natuurlijk ook een uitgesproken #MeToo-verhaal: Kadoke wordt door een tuchtcollege uit zijn beroep ontzet. Toch baadt dit boek in een grote meerduidigheid. U lijkt de polarisering rondom het onderwerp op de korrel te nemen.

“Meestal wordt er over #MeToo te eenzijdig in kampen gedacht. Natuurlijk heb je heel duidelijke gevallen, zoals bij Harvey Weinstein. Maar er zijn ook veel grijze zones. Bovendien geloof ik niet dat het publiekelijk vernederen en bestraffen van daders de juiste weg is om een samenleving vooruit te helpen.”

Leg dat eens nader uit?

“Academisch onderzoek heeft uitgewezen dat zwaardere straffen voor misdadigers de criminaliteit niet zomaar terugdringen. Feministe Germaine Greer pleitte er al voor om straffen voor verkrachters te beperken. Ze is daar ferm op aangevallen, maar toch heeft ze een punt. Zaken die nog buiten het strafrecht vallen, beslechten via wraak of een soort trial by social media – zeker bij vermeende daders – is gevaarlijk. Dan plaats je je aan de uiterst conservatieve kant van het politieke spectrum. Ik vind het bizar dat mensen die zich links en progressief noemen zulke reactionaire impulsen vertonen. Het publiekelijk vernederen van daders is geen antwoord op een wandaad. En daders moeten toch ook de mogelijkheid hebben om terug te keren in de maatschappij? Dat hebben we altijd voor ogen gehouden in een rechtsstaat. Nu wordt dat steeds moeilijker.”

In België was de voorbije weken veel te doen over Michel Lelièvre, de kompaan van Dutroux, die is vrijgelaten onder voorwaarden. Een Facebook-groep maakte jacht op hem en hij werd aangevallen in zijn appartement. Wat denkt u van dergelijke ontwikkelingen?

“Dat kan natuurlijk niet. Op het moment dat je de rechtsstaat gaat ondermijnen, sla je de fundamenten van een democratie aan diggelen. De rechter moet een neutrale instantie blijven. Je hoeft het niet met hem eens te zijn, maar je erkent wél zijn beslissing. Als mensen het heft in eigen handen gaan nemen, is dat zonder meer een gevaarlijke ontwikkeling.”

Denkt u nog aan concrete gevallen in de media of culturele wereld?

“Neem nu de zaak-Woody Allen. Dat is een heel grijs gebied. En in naam van de gerechtigheid wilde niemand zijn laatste film in de VS uitbrengen. Dat is toch uiterst dubieus?”

Is de zaak-Roman Polanski in uw ogen duidelijker?

“Het ligt in ieder geval ingewikkelder. En hij heeft ook zelf aangegeven de zaak te willen afronden. Maar wat mij hierbij stoort, is dat moraal en kunst op een hoopje wordt gegooid. Kijk, de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline was een verschrikkelijke antisemiet. Met zijn pamflet Bagatelles pour un massacre konden de nazi’s hem bijna niet overtreffen. Maar wil dat zeggen dat we zijn Reis naar het einde van de nacht niet meer mogen lezen? Natuurlijk niet.

“Dat een schrijver die moreel bezwaard is geraakt, in een verdomhoekje terechtkomt, vind ik een stalinistische tendens. Het doet denken aan de jaren 1920 en 1930, toen auteurs die als ‘vijanden van de arbeidersklasse’ te boek stonden, niet meer gelezen mochten worden. Ik dacht dat we zulke dingen achter ons hadden gelaten.”

Hoe verklaart u dat die slinger nu zo ver is doorgeslagen? Er wordt vaak met de vinger gewezen naar de millennials, zoals onder meer Bret Easton Ellis deed in White.

“Ik zie er niet zozeer een generatieding in.

Het komt voort uit een diepe culturele onzekerheid. Ik schreef onlangs een boekje over nazi-jurist Carl Schmitt en vriend- en vijandbeelden (‘Vriend & vijand’, uitgeverij Prometheus, red.). Zo ontdekte ik hoe sterk die behoefte aan een vijand in ons wezen zit verankerd, ook in de politiek. Zodra je een vijandbeeld hebt gecultiveerd, hoef je je minder druk te maken over je eigen standpunten. Je bent immers gesterkt door je vijandschap: je weet wie de ‘slechten’ zijn en uiteraard beschouw je jezelf als een van de ‘weldenkende goeden’.

‘Aan je lot overgelaten worden als je oud bent is vreselijk, maar betutteld worden is minstens even erg.’ Beeld linda stulic

“Ik zie het bijna als een diepreligieuze reflex. De troost van de meeste religies is dat ze zekerheid bieden, ze vertellen je wat goed en kwaad is, welke rituelen je moet volbrengen… Onder het mom van secularisatie en progressiviteit keren we dus terug naar het verleden. Religieuze twisten zijn ideologische twisten geworden, maar het principe blijft hetzelfde. Terwijl begrip kunnen opbrengen voor een misstap toch ook mooi is. Begrip en medeleven voor het slachtoffer, zeker, maar ook sommige daders verdienen mededogen. Vrijwel niemand is alleen dader of alleen slachtoffer, ook dat mag niet uit het oog worden verloren.”

U vindt dat er over veel kwesties te snel geoordeeld wordt?

“Ja, veel te snel. Want om een goed oordeel te kunnen vellen, heb je veel informatie nodig. Er wordt ook veel te veel gelabeld. Neem nu het begrip ‘witte mannen’. Hoe beperkend is dat niet? Want weten we eigenlijk wel wat een ‘witte man’ denkt? Zo scheer je toch iedereen over dezelfde kam?”

Welke rol spelen Facebook en sociale media in de toenemende polarisatie, denkt u?

“Mja. Ik vind het al te gemakkelijk om technologie de schuld te geven van bepaalde tendensen. Over de opkomst van de nazi’s zei men ook: ‘Zonder de radio was het nooit gelukt.’ Nu lachen we om de radio en geven we de sociale media de schuld. Veel mensen hebben natuurlijk wel een platform gekregen dat ze voorheen niet hadden. Wat vroeger aan de toog van het café bleef, heeft nu een megafoon.”

Onderschat u niet het gebruik dat politieke partijen van sociale media maken?

“Ik denk dat mensen altijd makkelijk misleid kunnen worden, maar de manieren waarop zijn inderdaad vernuftiger geworden, dat klopt. Daarom zijn de effecten ervan verregaander en kunnen ze minder gecorrigeerd worden.”

In een column in de Volkskrant wees u ook op de gevaren van laaggeletterdheid. ‘Die laaggeletterdheid is minstens zo’n bedreiging als de opwarming van de aarde, al was het maar omdat laaggeletterdheid en democratie slecht samengaan’, schreef u.

“Ik vond de resultaten van het laatste PISA-onderzoek (internationaal vergelijkend onderzoek onder scholieren, red.) verontrustend. Het gaat mij niet om het stigma van laaggeletterdheid. Maar als mensen niet meer op een normale, goede manier een tekst kunnen lezen en geen informatie tot zich kunnen nemen, brengt dat de democratie in gevaar. Zo lever je mensen uit aan misleiders. Vaardigheid om te lezen en te schrijven is essentieel om mee te doen in deze samenleving. Zo niet wordt een hele traditie onbegrijpelijk.

“Toen ik onlangs op de Vrije Universiteit Amsterdam lesgaf over een verhaal van Isaak Babel, vonden veel studenten dat te ingewikkeld. Zo kenden ze het woord ‘bolsjewiek’ niet. Als je studeert, mag je dat toch wel weten? Of moet je dat kunnen opzoeken? In laaggeletterdheid schuilt vaak een fundamentele vorm van luiheid.”

Laten we nog even verder praten over uw roman. In Bezette gebieden wordt af en toe gezinspeeld op een ‘terugkeer naar de 19de-eeuwse waarden’ én natuurlijk is er ook dat idee van messianisme. Kadoke wordt op een bepaald moment in Israël onthaald als een echte geluksbrenger.

“Die nederzettingen zijn een combinatie van ideologie, religie en messianisme, zoveel is zeker. En dat hele idee van een natiestaat en homogeniteit – bij welk volk wil je horen? – is een 19de-eeuws idee. Toch is dat verlossingsdenken voor een romanschrijver buitengewoon interessant. Om de ander werkelijk te accepteren, om te kunnen samenleven, moet je het idee van verlossing opgeven. ‘Verlossing’ staat haaks op het idee van menselijkheid.

“En ook het idee van de homogene staat, zoals gepropageerd door Le Pen, Wilders en Baudet, is een gedoemde fantasie. We kunnen er niet meer naar terug. Het bestond toen al niet en nu hélemaal niet meer. In die zin zijn die bezette gebieden een opmaat naar etnische zuiveringen of naar een volledige scheiding. Feitelijk is elke hang naar homogeniteit, een stokpaardje van de populisten, een opmaat naar etnische zuivering, maar dat beseffen ze zelf niet.”

Wie ons hier zo bezig hoort, zou kunnen vermoeden dat Bezette gebieden een loodzware roman is. Niets is minder waar. Er valt ook veel en smakelijk te lachen, weliswaar het meest met een paar nietsontziende scènes, onder andere wanneer de hardhandige Russische verpleegster, mevrouw Gitl, de vader met zinkzalf zwaar toetakelt.

“Voor mij is dit vooral een tragisch boek”, vervolgt Grunberg. “Ik wil laten zien hoe grotesk een tragedie kan zijn. Om het voorspel van het tragische kan flink gelachen worden. Ik toon hoe makkelijk de lach omslaat in de pijn. Trump is grotesk maar ook het tragische is onlosmakelijk met hem verbonden, toch?”

‘Met het publiekelijk vernederen en bestraffen van daders help je een samenleving niet vooruit.’ Beeld linda stulic

En er is absurdisme, natuurlijk. Zoals Kadoke die tijdens een literaire prijsuitreiking in zijn eentje gaat demonstreren, tegen het boek dat hem in diskrediet brengt.

“Het is voor hem een kwestie van waardigheid. Op het moment dat hij echt ten val komt, zegt hij: dit accepteer ik niet. De pijn van Kadoke is dat iedereen zijn handen van hem aftrekt. Hij wordt een bewuste paria. Vroeger was hij een stiekeme paria en schaamde hij zich. ‘Maar nu hoef ik me niet meer te schamen’, vindt hij. En bovendien kun je je honger niet stillen met waardigheid.”

U werd vroeger vaak gecatalogeerd als een cynisch en afstandelijk schrijver. Maar er schuilt de laatste tijd opvallend meer mededogen in uw boeken en teksten.

Bezette gebieden is alleszins een van mijn romans met het meeste mededogen, ik leg het zelfs aan de dag voor Anats moeder – nochtans niet mijn meest sympathieke personage. Ik construeerde dit boek heel erg rondom de personages. Zij zijn de stuwende kracht. Op het moment dat ik de Israëlische Anat bedacht, kwam er zo een hele wereld mee. En kijk ook naar Fahed, de man met wie Kadoke een relatie krijgt. Met dat element wil ik aantonen hoe je jezelf steeds weer kunt verrassen. We overzien niet altijd de consequenties van wat we doen, we worden voortgedreven door de context, de nieuwsgierigheid of de behoeftes van het moment.”

Van nationaliteit gesproken: u wilt binnenkort Amerikaans staatsburger worden.

“Ik ben daar inderdaad al een poosje mee bezig. Ik heb al een aantal jaar een Green Card. Daarmee heb je alle lasten van het Amerikaanse staatsburgerschap, helaas zonder de voorrechten. Het leek me dus logisch om de Amerikaanse nationaliteit aan te vragen. Ik woon ook al zo lang in New York en wil daar ook blijven, dus op een gegeven moment moest ik die stap zetten. Al zou ik in Nederland mijn nationaliteit kunnen verliezen, omdat ze daar niet zo houden van dubbele papieren. Maar goed, ik kan nog altijd Europeaan of Duitser worden.

“Amerika fascineert me meer dan ooit. Omdat het bij uitstek het land is waar de negentiende eeuw, de religie en de kolonisatie buiten de steden nog zo’n doorslaggevende rol spelen. Je kunt het Amerika van Trump onmogelijk begrijpen als je die geschiedenis niet kent.”

Hoe groot is de kans dat Trump wordt herverkozen?

“Eerst en vooral: ik hoop dat het niet gebeurt. Maar ik denk dat de impeachmentprocedure die nu in het Congres is ingezet, hem zelfs voordeel oplevert. Zo kan hij zich opnieuw in de slachtofferrol wentelen.

“Ik denk dat er heel veel afhangt van wie uiteindelijk zijn tegenkandidaat wordt. Dat zag je ook in Groot-Brittannië. Een beetje fatsoenlijke kandidaat had van Boris Johnson kunnen winnen, na dat brexit-debacle. Maar Jeremy Corbyn toonde zich onthutsend zwak in zijn stellingname over Europa. Het gebrek aan strategie en leiderschap is Labour fataal geworden.”

Ten slotte: als schrijver bent u nog steeds op heel veel fronten actief. Vanwaar die onstuitbare, niet te milderen drang? Nog geen plannen om gas terug te nemen?

“Ik ben in de eerste plaats toch romanschrijver. Mag ik nog één keer de vergelijking met het circus maken? Als acrobaat heb je een hoofdact. En daarnaast doe je een aantal nevenacts. Zo zie ik het ook in mijn literaire wereld. De romans als hoofdact en daarnaast mijn columns en essays als nevenacts. Maar ik schrijf die wél met evenveel inzet. Dat is mijn manier om in het leven te staan. Mijn schrijven leunt heel dicht tegen mijn identiteit aan.

“Zoals een acrobate me zei: ‘Ik moet dagelijks oefenen. En ik wil beter worden. Want als ik niet oefen, word ik chagrijnig.’ Wel, zo is het bij mij ook. Schrijven gaat om zorgvuldigheid, maar ook om het opzoeken van het gevaar, in de nok van het circus. Er moet altijd iets op het spel staan. Denk ik. Al was het maar voor jezelf.”

Treedt er bij het lezerspubliek niet stilaan een zekere Grunberg-gewenning op, om het oneerbiedig uit te drukken? Uw boeken worden minder genomineerd en literaire prijzen, die u vroeger bij bosjes toevielen, blijven vaker uit.

(lacht cryptisch) “Daar laat ik me liever niet over uit. Maar wat een journalist of jurylid hier ook over mag denken, naar mijn idee word ik als romanschrijver alleen maar beter. Mijn ambacht is groter geworden. Ik slaag er beter in om mijn sympathie over verschillende personages te spreiden. Ik ben bereid om het fundamenteel tragische van het leven te accepteren en dát te laten zien, zonder meteen de noodzaak te voelen om een oordeel te vellen.”

Zit het romangenre ook niet in de hoek waar de klappen vallen?

“Ik maak me geen zorgen over het voortbestaan van de roman. En als schrijver moet je het geloof koesteren dat je je publiek overstijgt. Iedere schrijver wil waardering en erkenning. Maar op het moment dat die erkenning de enige voorwaarde blijft om door te gaan, dan wordt het wel erg belabberd. Je autonoom opstellen als schrijver is daarom belangrijk. En nieuwsgierig in het leven staan is essentieel. Gaan kijken in nieuwe milieus. Ja, dat is mijn journalistieke trekje.” (lacht)

Dat is niet altijd zonder risico’s, zo bleek na een reportagereeks van uw hand in De Standaard over uw zoektocht naar liefde en seks in de VS. Die serie kwam bijna als een boemerang in uw gezicht terug.

“Het klopt dat ik bepaalde dingen toen heb onderschat. In 2018 maakte ik met mijn toenmalige vriendin Roos van Ees een reis naar de bronnen van religie in de VS, we zouden alle vijftig staten van Amerika bezoeken. En vervolgens gingen we een roadtrip maken, op zoek naar liefde en seks in Amerika. Maar vlak voor die reis werd ik verliefd op iemand anders. Toch besloten we samen te vertrekken en die reis alsnog te maken. Kort daarna bleek Roos zwanger te zijn en kreeg ze een miskraam.

“Ja, ik weet het, zoiets kan enkel een slechte romanschrijver bedenken. Maar Roos heeft alle teksten van me gelezen en ook dingen waarmee ze het niet eens was, kunnen wijzigen. Ze maakte ook heel intieme foto’s. Het mondde uit in een heel waardevol project.

“Dat dit in de publieke opinie later is getaxeerd als een ‘gevecht’, is een zoveelste voorbeeld van die behoefte aan vijanddenken. Ik hou nog steeds veel van Roos, het afscheid was ontzettend pijnlijk. Dat meen ik: de beëindiging van deze relatie viel me moeilijker dan de dood van mijn moeder. En dan lees je in de publieke opinie dat zij ‘het slachtoffer is van de schoft Grunberg’.

“Oké, het past in deze tijd waarin een zogenaamd slachtoffer meteen een hoge status krijgt en pijn wordt ingezet als een betaalmiddel. Maar het is toch vooral een voorbeeld van makkelijk lezen en lichtzinnig conclusies trekken. Die stukken waren genuanceerd. En vooral: die stukken waren niet tegen Roos maar mét Roos geschreven.

“Ik hoopte en hoop nog steeds dat door die stukken Roos en ik in elkaars leven konden blijven, ook na beëindiging van de liefdesrelatie. Er zijn zoveel rollen die je in elkaars levens kunt vervullen.”

Arnon Grunberg, Bezette gebieden, Lebowski, 432 p., 24,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234