Woensdag 10/08/2022

InterviewBoeken

Argentijns schrijfster Ariana Harwicz: ‘Ik maak de kwellingen van moeders zichtbaar’

Ariana Harwicz: 'Alles wat pervers kan zijn aan het moederschap en binnen het huwelijk, heb ik in de absolute normaliteit geplaatst.' Beeld Alamy Stock Photo
Ariana Harwicz: 'Alles wat pervers kan zijn aan het moederschap en binnen het huwelijk, heb ik in de absolute normaliteit geplaatst.'Beeld Alamy Stock Photo

In Sterf, liefste slaat de Argentijnse schrijfster Ariana Harwicz (44) elk (ideaal)beeld dat we van moeders en vrouwen hebben aan diggelen. De Morgen-columniste Julie Cafmeyer wilde absoluut met haar praten. ‘Een masturberende vrouw is subversief.’

Julie Cafmeyer

We ontmoeten Ariana Harwicz in een Parijse bistrot. Tien jaar geleden kwam de Argentijnse in Frankrijk wonen, op zoek naar een andere taal. “Het is een geweldige ervaring om een nieuwe taal te leren”, zegt ze. “Als moeder, in het schrijven, in het observeren van de wereld. Als vreemdeling krijg je een nieuw leven.”

Harwicz schreef Sterf, liefste op haar 33ste, tien jaar later is het boek wereldwijd vertaald. Het verhaal gaat als volgt: een jonge moeder belandt op het Franse platteland. Haar huwelijk en haar kind maken haar gek. In de openingsscène ligt ze in de tuin, kijkend naar haar man en zoon die poedelnaakt in een plastic badje spelen. ‘Hoe kon het dat ik, een zwakke, ziekelijke vrouw, die droomde van een mes in haar hand, de moeder en echtgenote van die twee mensen was?’

Het hoofdpersonage heeft geen zin om verjaardagsfeestjes voor haar zoon te organiseren, en slagroomtaarten te staan bakken. Ze ligt liever in het gras waar ze vuurvliegjes telt en haar hand naar haar onderbroek laat glijden. Ook haar huwelijk is uitgeblust, over haar man schrijft ze: ‘We omhelzen elkaar al maanden niet meer. We lopen ook niet meer hand in hand, we duwen de buggy of dragen de baby.’ Toch doet ze haar uiterste best om als standaardmoeder aan het tuinhek te staan glimlachen.

In een muzikale taal schrijft Harwicz zonder te moraliseren over de demonen van een vrouw, een echtgenote en een moeder. Tussen het verschijnen van het boek en de vertalingen is ze twee keer moeder geworden en bleef het feminisme verder evolueren. Of niet?

Harwicz: “Wel, dit boek heeft me problemen gebracht. Het is een politiek boek, zonder dat ik het per se wilde. Voor dit boek reisde ik naar landen als Polen, Georgië, Brazilië, Israël en Turkije. Ik zag dat er wereldwijd nog steeds een hardnekkig idee over het moederschap heerst, namelijk dat het perfect hoort te zijn. Het boek stelt dat in vraag.”

Uw boek is dus politiek, zonder dat u die bedoeling had?

“Ik heb mijn intieme drama neergeschreven. Enfin, intiem. Het is geen autobiografie, geen realistisch boek. Maar toch zit er iets van mijn leven in. Dat is altijd zo. Ik wilde niet rebelleren, maar toch wordt het boek zo gelezen. Dat maakt het een politiek boek. De vrouw in Sterf, liefste heeft een sterk verlangen en is heel vitaal. Een sterk verlangen wordt vaak met het mannelijke geassocieerd: het is voor mannen die naar de oorlog trekken, een gewelddadig verlangen, want elk verlangen is gewelddadig. Deze vrouw accepteert niet dat elk intens verlangen mannelijk is.

“Ze accepteert het niet om in louter vrouwelijke categorieën gevangen te zitten. Oké, het is een vrouwelijk boek, maar ook dat was niet mijn bedoeling.”

Ik moet denken aan een scène waarin de vrouw masturbeert. De vrouw zit in een masturbatiemarathon terwijl haar man naast haar ligt.

“Op het eerste gezicht lijkt dat inderdaad de omgekeerde wereld: masturbatie, een verlangen dat op zichzelf gericht is, wordt ook vaak met het mannelijke geassocieerd. Bij mannen wordt masturbatie vaak voorgesteld als iets mechanisch, iets krachtigs. Bij een vrouw wordt het verlangen meer naar binnen gekeerd. We weten niet wat het juist is, wat ze juist doet. Een masturberende vrouw is subversief, rebelleert.”

In een eerder interview vertelde u dat er tijdens het schrijven beelden binnenkomen die u volgt en beschrijft. Het schrijven wordt daardoor een soort van trip, een trance?

“Ja, het is een trance! Maar dan niet in de karikaturale zin. Het is niet zo dat ik met gesloten ogen aan het opstijgen ben terwijl ik schrijf. (lacht) De trip, je zou het een reis kunnen noemen, is niet helemaal irrationeel. Langs de ene kant is er de trance, de opwinding, het dionysische, de koorts. Maar langs de andere kant zit er ook iets mathematisch in de trip, iets rationeels omdat je de taal probeert te controleren.

“Vanwaar de beelden voor deze roman kwamen? Een roman bereidt zichzelf altijd voor. Het is niet zo dat als ik begin te schrijven, ik het gevoel heb dat ik voor een leeg, wit blad zit. Ik zit ook niet met een concept in mijn hoofd. Ik had niet het idee van: ‘Nu ga ik eens een vrije, moderne vrouw beschrijven’. Dat zou bullshit zijn. Nee, de beelden komen door de kleine momenten in het leven goed te observeren. Dingen die je pijn doen, dingen die je onderzoekt. Je slaat die dingen op, dat is de voorbereiding. Je kunt het vergelijken met naar de oorlog trekken, dan bereid je je ook voor.”

Wat was uw voorbereiding dan?

“Net zoals het hoofdpersonage, heb ik zelf ook een tijdje op het Franse platteland gewoond. Daar heb ik als een schilder de natuur geobserveerd. Ik was me ook heel bewust van mijn dromen, mijn nachtmerries en mijn relaties. Tien jaar lang heb ik die roman in mijn hoofd voorbereid. Af en toe nam ik notities, maar het schrijven gebeurde vooral in mijn hoofd.”

De rol van de dieren is ook interessant in het boek. De vrouw in Sterf, liefste voelt een verlangen om bij de dieren te zijn. Het geeft haar troost. ‘Wat me redt is het gouden oog van het hert, dat me nog steeds aankijkt’, zegt ze bijvoorbeeld.

“Ik heb altijd in de stad gewoond, in Buenos Aires. Mijn leven lang probeerde ik te schrijven maar het lukte niet; er was altijd iets dat ontbrak. Toen ik op het Franse platteland aankwam, lukte het me plots wel. De dieren waren daarbij fundamenteel. Constant observeerde ik het gedrag van de dieren. Overdag, ’s nachts, als het regende, als het droog bleef, als het vroor. Het werd een obsessie.

“Hoe rent een paard? Hoe staart een geit me aan? Hoe bewegen de vliegen als ze zoemen? Hoe kruipen de mieren over de grond? Hoe gedraagt een slang zich? En dan zijn er nog de geluiden. Nachtkreten, gehuil, gegrom. Het gedrag van de dieren is een metafoor voor het menselijk verlangen. Er zit iets wilds in.”

Het personage voelt ook een weerzin tegen de dieren, soms voelt ze een drang om het ongedierte in het huis te verdelgen.

“Ja, dieren zijn ook vreemd. Ze zijn een absoluut mysterie. Soms maken ze ons bang. Toen ik op het platteland woonde, hadden we bijvoorbeeld last van muizen. Het waren er niet één of twee, heel dat huis zat vol met muizen. Ik was bang voor die beesten, ze hadden iets onheilspellends. Op den duur beheersen die beesten je leven. We moesten erop letten hoe we de deur opendeden of sloten, hoe ze te vangen, hoe ze te doden. In die zin werden de dieren de vijand, de pest, een ziekte. De rol van de dieren is dus ambigu.”

Het doet me denken aan een zin in het boek: ‘Ze leefde in haar lichaam als iemand die een huis vol ongedierte binnenkomt.’ Ook de rol tegenover haar lichaam is dubbel: de ene keer houdt ze van zichzelf, de andere keer haat ze zichzelf.

“Net zoals het verlangen ambigu is? Ja, in het verlangen zit ook een haat om te leven.”

Voor mij kwam het personage tot leven omdat haar verlangens zo tegenstrijdig zijn. De ene keer haat ze haar man, de andere keer houdt ze van hem. De ene keer wil ze haar baby vermoorden, de andere keer wiegt ze haar baby.

“De vrouw in de roman is niet ontstaan vanuit een concept. Dat zou fout aanvoelen, vals zelfs. Als er te veel gedachten en concepten achter een verhaal of een personage schuilen, wordt het te cerebraal. Je maakt het dood. Met een concept kun je de geest niet vangen.

'Je kunt niemand sparen in je werk: je mag je familie of relaties niet proberen te redden, want dan val je de kunst aan.' Beeld Alamy Stock Photo
'Je kunt niemand sparen in je werk: je mag je familie of relaties niet proberen te redden, want dan val je de kunst aan.'Beeld Alamy Stock Photo

“Ik heb geprobeerd een wereld te scheppen. Zodra je de juiste sfeer hebt, kan de waarheid zich ontvouwen. Je vindt de juiste taal, het juiste ritme. Je taal wordt muziek. Als alles begint te stromen, ontwikkelt het verhaal zich als vanzelf. Om die reden kan ik niet zonder pianomuziek schrijven. Net zoals er ritme in muziek zit, zit er ritme in de tekst. Het ritme van de pianomuziek helpt me de vorm van de roman te vinden. Als je de muziek, het ritme vindt in je tekst, heb je alles. De muziek dicteert de tekst.”

U lijkt geen moraal te verdedigen, geen mening over haar leven. In een wereld waarin er constant wordt uitgelegd hoe een vrouw moet leven, is dat een statement.

“Nee, ik wilde geen politieke boodschap brengen. Ik wilde er geen feministisch boek van maken, geen boek dat vrouwen helpt om zich te bevrijden. Maar door te vertellen over een absoluut drama dat zich binnen een familie in de huiskamer afspeelt, worden de kwellingen die een moeder kan doorstaan zichtbaar. In zoveel landen en in zoveel religies wordt een vaste rol omschreven voor de vrouw. De vrouw is diegene die haar familie beschermt. Dat beeld kwelt ons. We leven zogenaamd in de hoogdagen van het feminisme, maar we zijn er nog niet eens in geslaagd om ons van dat beeld te bevrijden!”

Ik las ook dat u vanuit verschillende hoeken kritiek hebt gekregen omdat u het moederschap zo negatief afbeeldt?

“Ja, er waren kritieken die vonden dat ik had overdreven. Ik voer zogezegd een vrouw op die extreem is, radicaal en gek. Maar eigenlijk heb ik gewoon alles wat pervers kan zijn aan het moederschap en binnen een huwelijk in de normaliteit geplaatst. In de absolute normaliteit! Het gaat niet om een vrouw die haar kinderen vermoordt of die haar man geweld aandoet. Dat had ik kunnen doen, maar daar gaat het boek niet over.

“Het zit niet in de het grote verhaal, het zit in de kleine details. Een buitenlandse vrouw bevindt zich in haar huis, in haar tuin. En toch vinden velen dat ik een excentrieke, afwijkende vrouw heb neergezet. Dat komt omdat er veel theater in het moederschap zit. Het moederschap is een dictaat van wat wel moet, niet moet, wel mag, niet mag. Deze vrouw voelt niets bij haar baby. Ook als ze hem in haar armen draagt, voelt ze niets. Het boek is een aanval op alles wat van een moeder of een vrouw verwacht wordt.”

Ook de gevoelens voor haar man ontbreken. Op een gegeven moment zegt ze: ‘verbijsterd over zijn eindeloze lafheid keek ik hoe hij lag te slapen.’

“Ja, ook de rol van haar man is ambigu. Gelukkig maar. Hij is geen typische macho, hij is ook niet iemand die haar slaat. Dat zou te makkelijk zijn, hun relatie is veel complexer dan dat. Langs de andere kant is hij zeker ook geen heilige.”

Het lijkt alsof de verlangens van de vrouw te krachtig zijn voor de man. Hij ziet haar verlangens als een soort van gekte.

“Ja, en dat is het gevaar: dat het vrouwelijk verlangen soms met gekte wordt verward. Dat is wat haar bang maakt. Ze voelt zich afgewezen, ze voelt zich aan de rand van de maatschappij gezet door haar wilde verlangen. Dit terwijl er zo veel kracht en karakter in haar verlangen zit.”

U gaf het verlangen van een vrouw een plaats in uw boek. Waar zit uw persoonlijke verlangen?

“Ik voel een verlangen als ik schrijf. Ik heb er dertig jaar op gewacht, en toen lukt het me om met een radicaliteit te schrijven, mezelf geen limieten meer op te leggen. Schrijven is voor mij als verliefd worden: het extreme, de overvloed. Als ik werk, is er niets anders meer dan mijn tekst waarnaar ik elke keer weer wil terugkeren. Dat is voor mij het absolute geluk. Kunst is de directe verbinding met het verlangen. Als het verlangen weg is, is er geen kunst meer.

“Je ziet dat bij sommige kunstenaars die bourgeois zijn geworden. Met bourgeois bedoel ik niet per se dat ze veel geld hebben, maar dat hun vlam weg is. Oké, ze spelen nog hun deuntje, of ze repeteren hun tekst, maar als het verlangen er niet meer is, is hun kunst dood. De dag dat ik - ik hoop natuurlijk van niet - geen verbinding meer voel met mijn verlangen, zal mijn werk al zijn kracht verliezen.”

Wat kunnen we doen om dicht bij ons verlangen blijven?

“Het leven is tragisch: soms verdwijnt het verlangen, soms niet.”

En dat kunnen we niet controleren?

“Dat is een goede vraag. Ik heb het antwoord niet. Op dit moment heb ik mijn verlangen nog niet verloren. Maar ik sluit niet uit dat het ooit zal gebeuren. Je verliest je verlangen als je moe wordt, als je niets meer van het leven verwacht. Je hebt geen zin meer om risico’s te nemen. Je hebt geen zin meer om de wereld te veranderen.”

Waar zat voor u het risico bij het schrijven van dit boek?

“Een boek schrijven is nooit een onschuldige daad. Alleen als je een politiek correct boek schrijft natuurlijk. Dan schrijf je iets dat niets zegt. Ik heb risico’s genomen voor mijn familie en vrienden. Als mensen je willen zien als het personage van je boek, kunnen ze je daarop aanvallen.”

Lezers denken dus dat als je een fictief boek schrijft, het toch autobiografisch is?

“Exact.”

Maar dat is problematisch, niet?

“Natuurlijk is er een link tussen de kunst en het leven, maar de kunst is de sublimatie. Voor mij is de kunst echter dan het leven. De waarheid zit in de kunst, nooit in het leven. Ik gebruik nooit echte namen, en transformeer mijn ervaringen. In mijn werk onderwerp ik de realiteit aan een metamorfose. En toch kun je niemand sparen in je werk: je mag je familie of je relaties niet proberen te redden, want dan val je de kunst aan. Daarin mag je geen enkel compromis maken, vind ik. Je gaat op zoek naar de kunst, en dus naar de waarheid.”

Ariana Harwicz, Sterf, liefste, Uitgeverij Vleugels, 128 p., 23,95 euro. Vertaling Eugenie Schoolderman.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234