Vrijdag 24/05/2019

Boeken

Arctische romantiek en kwetsbaarheid door de ogen van twee poolreizigers

Bernice Notenboom. Beeld Martin Hartley

Christiane Ritter en Bernice Notenboom willen ons elk op hun manier overtuigen van het belang en de schoonheid van de Noordpool. Ritter voert ons mee naar de tijd toen ze er woonde midden jaren 1930, Notenboom trekt aan de alarmbel.

Het ligt in onze natuur om de wereld te onderzoeken en naar het onbekende te reiken”, zei Ernest Shackleton ooit, en hij wist waarover hij het had. Tussen 1901 en zijn vroegtijdige dood in 1922 leefde deze Anglo-Ierse ontdekkingsreiziger van de ene poolexpeditie naar de volgende. Hij diende daarbij meermaals te overwinteren op Antarctica, zag schepen en mannen verloren gaan, maar twijfelde nooit aan zijn missie. Hij wou die onbekende Zuidpool bereiken, gewoon omdat hij er was. En omdat het hem een plaats in de geschiedenisboeken zou opleveren natuurlijk.

Ook die andere en veel nabijere Noordpool heeft altijd tot de verbeelding van de mens gesproken. Rond 330 v. Chr., de tijd toen Aristoteles nog al wandelend les gaf in zijn peripatetische school, zette Pytheas bijvoorbeeld vanuit Massalia, het huidige Marseille, koers naar het verre noorden. Waar hij precies belandde, de Faeröer, IJsland of Groenland, weten we niet, maar het moet alleszins boven de poolcirkel geweest zijn want hij beschreef hoe de zon er nooit onderging. Het land dat hij vond, noemde hij Ultima Thule.

Pytheas wakkerde de Europese nieuwsgierigheid aan en van dan af was het hek van de dam zou je denken, maar de interesse bleef toch vooral intellectueel. Toen Mercator in 1569 een kaart tekende van de Noordpool, had die bijvoorbeeld weinig met de realiteit te maken. Hij tekende vier stukken land, van elkaar gescheiden door water en met in het midden een rots. En later kwam daar maar moeizaam verandering in. Mary Shelley liet haar monster met zijn dokter Frankenstein afrekenen op Arctica en zowel Jules Verne als Edgar Allen Poe situeerden er een paar van hun verhalen, maar tot op de dag van vandaag zijn er meer mensen in de ruimte geweest dan er voet gezet hebben op de Noordpool.

Altijd honger

Dat schrijft althans de Nederlandse journaliste en klimaatactiviste Bernice Notenboom in Arctica, Mijn biografie van de Noordpool, een boek dat de nieuwste wetenschappelijke inzichten koppelt aan de persoonlijke bekommernis dat als we verder doen zoals we bezig zijn Arctica vanaf 2030 tijdens de zomer compleet ijsvrij zal zijn. “Ik weet nog goed hoe ik in 2007 voor het eerst op je kruin heb mogen staan”, begint Notenboom haar rechtstreeks aan de Noordpool gerichte relaas. “Ik wil jou helpen je te beschermen tegen ons, de mens”, lezen we niet veel verder, maar gelukkig ruilt ze daarna het sentiment in voor de wetenschap.

Arctica bestaat uit twee delen. In het eerste komt de natuur zelf aan bod. Je leest over de drie bewegingen van de aarde die maken dat de zonne-instraling niet altijd even sterk is, over de 170 verschillende beschrijvingen van zee-ijs die de Wereld Meteorologische Organisatie hanteert en wat brine is, het geconcentreerde extreem zoute water dat tussen het bevroren zeewater stroomt.

Beeld RV

Je krijgt heel veel cijfers te lezen, over de snelheid waarmee gletsjers verdwijnen bijvoorbeeld, of over de manier waarop het menselijk lichaam op kou reageert. Onder de min 35 stopt je honger bijvoorbeeld niet meer omdat je 7.500 kilocalorieën per dag verbrandt en onder de min 40 wil je alleen nog maar vertragen en stilletjes in een hoekje liggen doodvriezen. En je leert ook hoe fragiel het ecosysteem in het Hoge Noorden wel is. Het steeds snellere smelten van het poolijs maakt dat plankton en krill meer licht krijgen dan weleer. Dat verandert het leven van de vissen die dit eten, van de zeehonden die de vissen verorberen en van de ijsberen die een zeehond af en toe een niet te versmaden lekkernij vinden. En daarmee zit je aan de top van de voedselpiramide.

In een tweede deel heeft Notenboom het over de relatie tussen pool en mens, over de mannen die er het leven lieten, over de moeilijkheid van het bereiken van de pool aangezien het ijs constant in beweging is en je hele dagen kunt wandelen zonder een meter vooruit te komen, en over hedendaagse expedities die jarenlang voorbereid worden. Er mag immers niets mis gaan. Checklists voor materiaal, voeding, kleding, communicatiemiddelen en sociale media moeten afgelopen worden en verzekeringen, vergunningen en sponsorcontracten moeten in orde worden gebracht. En dan is er ook nog de afspraak met de helikopterfirma natuurlijk, want niemand vaart nog naar de pool. Je wordt er gedropt en zodra je op het ijs zit, word je regelmatig via een luchtbrug bevoorraad.

Het ultieme doel van de hedendaagse mens is de Noordpool vrijwaren van iedere menselijke inmenging, aldus Notenboom, maar door deze plek te onderwerpen aan de wetenschap, gebeurt net het tegenovergestelde. Als er een ding werkelijk ontbreekt in Notenbooms boek, en in onze aanpak van de Noordpool tout court, is het werkelijk contact. Alles wordt gemeten en niets wordt ondergaan.

Bloedpannenkoek

Maar ooit was het anders, blijkt uit Christiane Ritters uit 1938 daterende en nu opnieuw uitgegeven Een vrouw in de poolnacht, waarin ze vertelt over het jaar dat ze samen met haar man Hermann doorbracht in een hut aan de noordkust van Spitsbergen. “Je overleeft hier alleen als je naar de natuur luistert en je aanpast”, schrijft ze, en dat levert meteen een heel ander soort getuigenis op.

Ritter, een Duitse uit een welgestelde familie die met een scheepsofficier trouwde die het in zijn kop stak dat hij jager wilde worden op Spitsbergen, was, zoals de Noorse kranten in 1934 schreven, de eerste Europese vrouw die overwinterde op Spitsbergen. Het was een ideetje van haar Hermann die haar een boudoir met uitzicht op de poolzee beloofde. Toen ze er aankwam bleek het er te regenen, en bleef het er regenen, tot het begon te sneeuwen. En dat boudoir? O ja, reageerde Hermann wat verbaasd, dat moet ik nog bouwen, ik wacht tot er een paar planken aanspoelen op de kust. Maar dat zal heus niet zo lang meer duren.

Christiane vond het aanvankelijk allemaal maar niets, de berenpaal niet die diende om ijs­beren te lokken waarna deze afgeschoten konden worden, de vossenklemmen niet waar Hermann en zijn maat Karl haar witte ‘huisvos’ Mikkl in zouden vangen om zijn pels, en de bloedpannenkoeken die het stel bakte van het bloed van een vers omgelegde rob van 600 kilo nog minder. Tot ze in de ban raakte van het land en zich overgaf aan zijn invloed. Wat zijn wij Europeanen toch softies geworden, besefte ze, met al onze cultuur en beschaving, en hoe ver zijn we van de natuur afgedreven.

Maar ook zij had het daar moeilijk mee. Toen de zon op 16 oktober definitief onderging en Hermann haar zei dat het 132 dagen donker zou blijven, tot op 25 februari, moest ze even slikken. Toen hij haar vervolgens zei dat de winter die 25ste februari pas echt begon en het kwik makkelijk tot min 50 kon dalen, waarbij de fjorden helemaal dicht zouden vriezen, begon ze licht te wanhopen. Opeens begreep ze waar plekken als Jammerbukta, Sorgfjord en Bangenhuk hun naam vandaan haalden. Maar Christiane zette door, liet het allemaal over zich heen komen en wilde uiteindelijk niet meer weg van Spitsbergen.

Een dergelijke ervaring is voor ons niet meer weggelegd. We kunnen niet meer terug naar die tijd van de poolromantiek, net zoals we niet meer terug kunnen naar de tijd dat we nog in een God geloofden. Die luxe is ons niet meer gegund. Vandaag zijn we teruggeworpen op onszelf, de ontnuchterende cijfers en het knagende gevoel dat het wellicht door ons komt dat in twintig jaar tijd 40 procent van het Noordpoolijs is verdwenen.

Hermann en Christiane Ritter in hun Noordpool-hut, tijdens de zomer van 1935. Beeld RV

Christiane Ritter, Een vrouw in de poolnacht, Querido Fosfor, 220 p., 20,00 euro. Vertaling: Elly Schippers

Bernice Notenboom, Arctica, Mijn biografie van de Noordpool, Prometheus, 342 p., 24,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.