Vrijdag 22/11/2019

Concertrecensie

Arcade Fire in Het Sportpaleis: met de uppercut van Muhammad Ali

Arcade Fire. Beeld Wouter Van Vooren

Arcade Fire toonde zich een stadionrockgroep van wereldniveau met een haast vlekkeloos Sportpaleisconcert.

Ergens halverwege dit bij momenten manische concert, toen wij met een krop in de keel naar gouden popsongs als ‘The Suburbs’ en ‘Ready To Start’ stonden te luisteren, daagde het ons dat Arcade Fire ons live nog nooit écht heeft teleurgesteld. Hoe vaak voelden we op festivals, in clubs en stadia bij het horen van diezelfde songs de rillingen van enkel tot kruin lopen? 

Ook nu weer zetten de Canadezen ons systeem onder stroom met een show die hun vakmanschap en aandoenlijke excentriciteit beklemtoonde. In 2005 zagen we hen als een geflipte fanfare door het Koninklijk Circus marcheren. We waren er vijf jaar geleden bij toen ze een knusse show in de Hallen Van Schaarbeek speelden voor een piekfijn uitgedost publiek. We lieten ons vorig jaar ook van onze sokken blazen door hun adembenemende festivalshow, op Best Kept Secret en Rock Werchter. Immer intens, nooit een sof.

Opgelost in MS-DOS

In Antwerpen oogde het kader van deze show alvast impressionant. Het podium - een boksring met touwen errond - stond ongeveer centraal in de zaal. De groepsleden speelden met de ruggen naar elkaar zodat ze allemaal naar het publiek keken. Spilfiguren Win Butler, Régine Chassagne en Will Butler stuiterden een concert lang het podium over, van links naar rechts, van voor naar achter, zodat iedereen in de zaal een blik op hen kon werpen. 

Erg vermakelijk: de leden werden aangekondigd als boksers en baanden zich huppelend een weg door het publiek naar de ring: ready to rumble. Klaar om ons op een uppercut als die van Muhammad Ali te trakteren. De speakers braakten ‘A Fifth Of Beethoven’ uit, de kitschklassieker van Walter Murphy. Links en rechts van het podium hing een enorme discobol. Op de schermen boven de groepsleden flitsten de cartooneske maatschappijkritische reclamebeelden die werden gebruikt in de campagne voor de laatste plaat Everything Now.

Beeld Wouter Van Vooren

Het titelnummer van dat album joeg meteen de vlam in de pan. “Alles Nu”, schreeuwden de videoschermen want die van Arcade Fire zijn in hun geinige marketing al eens kwistig met een vreemde taal. Uit laatstgenoemde album plukten de Canadezen veelal de beste songs, zoals ‘Electric Blue’, waar de kosmisch verantwoorde zangeres-instrumentaliste Chassagne op het beeldscherm met blauwe halo’s werd omkranst. The woman who fell to earth, zeg maar. Een gifgroene waas omzwachtelde dan weer ‘Put Your Money On Me’: op de schermen werden de groepsleden door kringelende cijfertjes verzwolgen tot ze leken op te lossen in MS-DOS. 

Hippiesekte

‘Creature Comfort’ zoemde met zijn gespierde synths als een venijnige horzel om onze oren. In de bissen hoorden we ook een lome, haast transcendente versie van ‘Everything Now’, waarin Arcade Fire werd bijgestaan door de Preservation Hall Jazz Band uit New Orleans die ook het voorprogramma verzorgde. Dat diens luidruchtige koperblazers in de slotmomenten bijna ‘Wake Up’ aan flarden bliezen, vonden wij komisch. We vragen ons af of Butler en co. zich bewust waren van de chaos waarin het liedje verzandde.

Wij gingen overstag bij veel oude nummers, die geen last hadden van de verkrampte, campy ironie waaronder het Everything Now-werk soms gebukt gaat. Een woest ‘Rebellion (Lies)’ fungeerde als een stroomstoot en niet alleen bij het publiek. We zagen bandleden elkaar bespringen, we zagen hen over het podium hossen terwijl ze dreigend met een microfoonstatief zwaaiden of elkaar innig knuffelden. Er is een hippiesekte verloren gegaan aan Arcade Fire. We zijn blij dat we dat niet erg vinden.

Beeld Wouter Van Vooren

Straffe toeren? Het naarstig door de kuip ploegende ‘No Cars Go’, dat uitdeinde met de euforische voetbalzang van de grootste fans. Of een broeierig, haast geruisloos ‘Neon Bible’ dat dobberde in een zee van gsm-lichtjes. En ‘Rococo’, een song die hongerig aan de leiband snokte en haast uit zijn voegen barstte van ongebreideld verlangen. In de laatste seconden smokkelde Win Butler er een paar lijntjes uit Nirvana’s 'Smells Like Teen Spirit’ in. Het Springsteen-achtige ‘Suburban War’ eerde met finesse de americana uit de seventies. Niet slecht voor een kransje Canadezen.

Wijze verlossers

Was er disco? Natuurlijk was er disco. De glitterbollen aan het plafond flikkerden het felst tijdens ‘Reflektor’ en ‘Sprawl II’, waar Chassagne mocht koketteren met een oogverblindende glitteroutfit. Létterlijk oogverblindend dan: onze pupillen schoten er spontaan van in de fik. Wij vonden dat Win en Régine iets te gretig hun innige band met het publiek kracht wilden bijzetten door om de haverklap door de mensenzee te waden, als wijze Verlossers die hun kudde schapen wel even de weg naar de verlichting zouden tonen. Leuk dat Arcade Fire de illusie van bereikbaarheid in de verf zet, maar ze moeten niet overdrijven.

Beeld Wouter Van Vooren

‘We Don’t Deserve Love’, klonk het plots weifelend aan de eindmeet, maar dat was onzin. Die hartverwarmende ballad deed ons hopen dat Arcade Fire straks de postmoderne kolder van Everything Now naar de kelder verbant en opnieuw zijn gedeukte ziel onversneden in zijn liedjes huisvest. Ja, ze verdienen alle liefde, die gekke Canucks. Omdat ze ons nog nooit hebben teleurgesteld. En omdat hun hartstocht zo lekker smaakt. Succulent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234