Donderdag 22/08/2019

Arcade Fire: "Het ontbrak ons nog wel eens aan vrolijkheid"

Arcade Fire als The Reflektors Beeld Take Aim

Vorige week verscheen 'Reflektor', het nieuwe album van Arcade Fire, die, zoals verwacht, behoorlijk verrast. Ditmaal door onverwachte invloeden uit Haïti. We ontmoeten de band in Little Haiti in Miami.

Niet echt een plaats waar je één van de spraakmakendste rockbands van de laatste tien jaar verwacht: we staan op een donderdagavond, in de aanloop naar Halloween, in Miami, in de wijk Little Haiti, voor een klein podium, waarop drie partytenten de instrumenten beschermen tegen mogelijke regenbuien. De omringende palmbomen zijn versierd met kerstlampjes. Het is een merkwaardige, maar opgewekte sfeer, compleet met in Halloweenmaskers gehulde muziekliefhebbers.

Ietwat ongebruikelijk, maar dat is dan ook de essentie van de in Montreal gevestigde band Arcade Fire. Om het verschijnen van hun nieuwe, vierde album 'Reflektor' luister bij te zetten, doen ze een handvol van dit soort kleine optredens, onder de schuilnaam The Reflektors. De toegangskaarten werden verdeeld onder de fans die van tevoren voor het album hadden ingetekend op hun website.

Bij interviews met leden van Arcade Fire is het altijd tot op het laatste moment een verrassing wie je te spreken krijgt. Toch zit het meest ongebruikelijke uiteraard in hun muziek, want daarin tref je altijd combinaties van elementen die je nooit eerder hoorde.

Het is een originaliteit die inmiddels van een officieel goedkeuringsstempel is voorzien door twee andere grote visionairen uit de popgeschiedenis: David Byrne van de Talking Heads en 'meneer vernieuwing' himself, David Bowie. Beiden benaderden de band omdat ze, en dit zijn hun woorden, iets in Arcade Fire horen dat ze nergens anders terugvinden.

Welke kant ze nu weer opgingen, was sinds september goed te horen in het 7,5 minuten durende titelnummer die als single werd uitgebracht (en die vergezeld was met een licht vervreemdende video van Anton Corbijn: enorme maskers, discobollen en landschappen in invallende duisternis, allemaal in het typische zwart-wit van Corbijn).

Gitaren waren naar achteren gemixt en er kwam een meer dance-georiënteerde sound voor in de plaats. De elektronische ondertoon, in samenspel met Caribische percussie, zou model staan voor veel van de dertien lange stukken op 'Reflektor'.

De karakteristieke grote koppen van Arcade Fire Beeld Take Aim
 
Welke kant ze nu weer opgingen, was sinds september goed te horen in de single die vergezeld was met een licht vervreemdende video van Anton Corbijn: enorme maskers, discobollen en landschappen in vallende duisternis, allemaal in het typische zwart-wit van Corbijn.

Dubbel-cd
"Het is een dubbel-cd want je moet halverwege toch even bijkomen en bovendien is de stemming van de tweede helft toch anders, donkerder", zegt Régine Chassagne, zangeres en keyboardspeelster van Arcade Fire en echtgenote van frontman Win Butler.

Het is Chassagne die, samen met drummer Jeremy Gara, ons te woord staat in een Haïtiaans eethuisje in Miami Beach. Het is er een komen en gaan van journalisten en cameraploegen.

Even zien we Win Butler zijn half jaar oude baby, van hem en Régine, uit de handen van een meegereisde nanny pakken, maar de deur van dat vertrek gaat snel weer dicht. Zijn vrouw is vriendelijk, maar stellig. Over het nieuwe gezinsleven wil ze het niet hebben. "Sorry, ik ben nu aan het werk", lacht ze. "Laten we het over die andere baby hebben."

Het nummer 'Reflektor' noemt Chassagne het hart van de plaat, "of liever gezegd de zon waar alle andere nummers zich door aangetrokken voelen en omheen blijven draaien."

Feestelijk
Niet voor niets opent de band met 'Reflektor'. De band ziet er feestelijk, bontgekleurd uit. Nieuw, achter het zevental oorspronkelijke bandleden, zijn de twee Haïtiaanse percussionisten. Vanaf het eerste nummer zwepen zij de boel op en sporen band en publiek aan om te dansen. Ze geven de nummers meer dynamiek en laten Arcade Fire meer grooven dan voorheen.

Meer dan vroeger laten de negen nieuwe nummers de band van een een feestelijke kant zien. Dat feestje slaat over op het publiek, dat zich meteen laat meevoeren door de nieuwe ritmes van Arcade Fire. Er is, anders dan voorheen, ruimte voor wat lucht en een lolletje. Het disco-basloopje in 'We Exist', dat op de plaat al doet denken aan Michael Jacksons 'Billie Jean', wordt door het publiek herkend. Er verschijnen niet alleen grote grijnzen onder de maskertjes, 'Billie Jean' wordt ook nog even meegezongen.

Publiek dat bij een concert van Arcade Fire een hit van Michael Jackson zingt: opmerkelijk.

Régine Chassagne Beeld ANP
 
Aan luchtigheid en vrolijkheid ontbrak het nog wel eens, we liepen er te vaak in vast, dat het allemaal te ernstig werd
Régine Chassagne, zangeres en keyboardspeelster

Gara, de volgende dag: "Ja, daar sta je dan als geweten van de indie-rock of als behoeders van de goede smaak. Haha." Chassagne vult aan: "Aan luchtigheid en vrolijkheid ontbrak het nog wel eens, we liepen er te vaak in vast, dat het allemaal te ernstig werd. Kom op, er zitten grenzen aan het bereik van rockmuziek. We hadden het er thuis regelmatig over hoe we die zware kant van onze muziek wat konden verlichten."

Haïti
De oplossing werd gevonden in Haïti. Chassagnes ouders vluchtten er ooit vandaan toen Papa Doc er aan het bewind stond. Ze heeft altijd een drang naar het Caribische land gevoeld. In 2008 was ze er al eens geweest, maar ze raakte pas echt geobsedeerd door het land na de aardbeving in januari 2010.

"Ik schreef een paar dagen later een groot opiniestuk in The Observer, een oproep aan het Westen om het land niet opnieuw in de steek te laten. Mijn hart stond echt even stil en ik wilde doen wat ik kon om te helpen. Vanaf dat moment ging een deel van onze inkomsten naar hulporganisatie Partners In Health en zijn we er ook verscheidene keren geweest."

Om te helpen, maar ook om muziek te maken. "Voor mij was het een kantelpunt in de perceptie van wat muziek kan doen", zegt drummer Gara over het optreden van Arcade Fire in hoofdstad Port-au-Prince in 2011, een half jaar na het verschijnen van hun laatste plaat 'The Suburbs'.

"Het muzikale gevoel van de Haïtianen is heel groot", zegt Gara. "Vooral hun ritmische vaardigheden waren voor mij een eye-opener. We speelden daar met een paar leden van de band RAM die de lokale moderne muziek 'mizik rasin' maakt. Hun percussie deed me echt anders nadenken over de kracht van muziek." Chassagne: "Een paar maanden later ging ik met Win naar Louisiana en kregen we van diezelfde RAM-percussionisten een soort workshop Haïtiaanse dansmuziek. Toen was ik helemaal om."

Jeremy Gara Beeld ANP
 
Het muzikale gevoel van de Haïtianen is heel groot. Hun percussie deed me echt anders nadenken over de kracht van muziek
Drummer Jeremy Gara

Nadruk op ritme en gevoel
Daar was Arcade Fire-drummer Gara niet bij. Tegen Régine: "Ik weet nog dat je terugkwam met allerlei ideeën over hoe je Haïtiaanse muziek in die van ons kon implementeren. We moesten meer nadruk op ritme en gevoel in onze muziek brengen. Daar was ik inmiddels zelf na mijn bezoek aan dat land ook al achter. Na twintig jaar rock-drummen zag ik er ook een nieuwe uitdaging in."

Chassagne: "Ritme is de woordenschat die wij met de mensen daar delen. Daar wilde ik iets mee doen. Disco en Haïti."

De twee beamen volmondig wat Win Butler de avond ervoor tijdens het concert tegen het publiek riep: "Wat een eer om hier te staan in Little Haiti. Zonder dat land was deze plaat er nooit gekomen."

 
Ritme is de woordenschat die wij met de mensen daar delen. Daar wilde ik iets mee doen. Disco en Haïti
Régine Chassagne

LCD Soundsystem
Het idee van een muzikale mengeling van rock, voodoo-ritmes en disco is aardig, maar er moest ook iemand bijkomen die dat aardig kon produceren. Dat werd James Murphy, de man die met zijn LCD Soundsystem een tijd lang de hipste dancerockdiscoplaten van de jaren 2000 maakte en met zijn platenlabel DFA heel invloedrijk was in dat genre.

Met Murphy wilde met de band al voor de plaat 'Neon Bible' (2007) samenwerken. "We zijn fans van elkaars werk, maar hadden nooit tijd voor elkaar", zegt Chassagne. Nu wel en voor Chassagne was hij vooral "een meester in het ontwarren van een kluwen van ideetjes." Wat Gara bewonderde: Murphy kan elektronische dancebeats en echte drums en percussie elkaar laten versterken.

Geen danceplaat
Hoe dansbaar en opzwepend veel nummers op 'Reflektor' ook zijn, een danceplaat kun je het dan weer niet noemen. Door alles heen hoor je ook die gepassioneerde rockband met een zanger die nog altijd te getergd klinkt om langdurig de danslustige hedonist uit te hangen. Chassagne: "Win en ik zitten avonden aan een stuk samen te schrijven. Gewoon met de pen. Hij wat meer dan ik, maar dat stemmen we dan altijd op elkaar af. Dan is híj weer heel somber over de toekomst en dan denk ík weer dat de wereld uit egoïstische klootzakken bestaat. We zoeken een balans."

Gara: "Soms komen jij en Win meteen met een bruikbaar liedje, maar meestal gaan we daar als band met z'n allen mee aan de slag. Ik vroeg me altijd al af wie van jullie voor die donkere noot zorgt. Maar dat wisselt dus steeds."

Die donkere noot is ook op 'Reflektor' aanwezig. Chassagne: "We zijn nu eenmaal geen geboren lachebekjes, maar lachen en ernst kunnen ook best samengaan. Dat is wat Win en ik ons vorig jaar realiseerden toen we op Haïti carnaval meemaakten. Carnaval kende ik als een vrolijke boel, lekker verkleden, een beetje mal doen en aan het einde van de dag ben je allemaal dronken. Op Haïti staat carnaval daar zó hoog boven. Je kunt er zoveel uithalen. Het is een gelaagd feest, spiritueel en politiek tegelijk, grappig en angstaanjagend, simpel en complex. Het was te surrealistisch."

James Murphy Beeld ANP

Tegenstellingen combineren
Het lijkt wel alsof Chassagne met haar analyse van het carnaval ook de muziek van Arcade Fire beschrijft. "Dat is wel wat we willen. Veel tegenstellingen combineren. Zolang het allemaal maar niet te eenduidig is vind ik het interessant."

Gara: "'Reflektor' is geen plaat die je in één keer makkelijk behapt. We hebben het de luisteraar al makkelijk gemaakt door hem in tweeën te knippen. En ja, als je in de popmuziek iets maakt dat langer dan een uur duurt, dan heet je pretentieus. Als je iets maakt dat niet klinkt als je vorige plaat, word je daar ook op afgerekend. Iemand als David Bowie die zichzelf ieder jaar opnieuw uitvond, heeft de popmuziek nooit meer gekend."

Diezelfde Bowie stond eerder dit jaar ineens bij Arcade Fire in de studio toen ze in New York het nummer 'Reflektor' opnamen. Chassagne: "We hebben al een tijdje contact en wisselen elkaars muziek uit. We hebben een derde stem nodig, zei ik een keer. Even later belde hij aan. Ja, best bijzonder als je erover nadenkt. Horen we nu bij de groten? Mmm, van alle kleine bands zijn we de grootste, hoor ik vaak."

Gara: "David Bowie, David Byrne, James Murphy. De bewondering is wederzijds dus heb je snel een goed contact. Ik zie het als groot compliment dat wij nu worden vergeleken met David Byrnes Talking Heads die in 1980 van gitaarband naar grote funkgroep veranderde."

Albumhoes Reflektor Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden