Dinsdag 18/02/2020

DE WEI, DE WERELD

Arcade Fire: een motherfucker van een concert

Régine Chassagne liet er zich op geen enkel moment van weerhouden om wild op en neer te huppen.Beeld Bas Bogaerts

“Ergens wordt een baby geboren met de geest van David Bowie, en de wereld wordt op slag een betere fuckin’ plaats,” drukte frontman Win Butler hardop zijn wens uit voor hij ‘The Suburbs’ inzette. Anderhalf uur lang maakte ook Arcade Fire van Rock Werchter een betere plaats. Toch wel een straffe geest, die Bowie.

“Hey Werchter, we geven je 50.000 keer terug wat je ons geeft!” Butler klonk zowaar geërgerd, terwijl hij de Heilige Wei overschouwde. Toegegeven: de eerste vier songs was u écht een beetje aan het suffen. Lag het aan dat onverwacht rondje middagzon, dat voor verbrande kruinen en slaperige festivalgangers zorgde? Of was de drank in de man? 

Wat er ook van aan ware, na zijn pleidooi werd het feest wel degelijk op gang getrokken. Vanaf ‘No Cars Go’ ging iedereen in de voorste publieksvakken over de rooie, en ook de groep zette zich schijnbaar schrapper, niet het minst mevrouw Butler: Régine Chassagne liet nu eens een accordeon rusten op haar buik, en dan weer maakte ze zich dienstbaar aan percussie, maar dat weerhield haar nooit van wild op en neer huppen.

Diezelfde springerige vibe werd een concert lang aangehouden. Hoewel de groep slechts sporadisch nieuw werk liet horen - de nieuwe plaat verschijnt nochtans eind volgende maand - hield ze je bij de les met Haïtiaanse percussiegeweld, een soort muzikaal carnaval in Rio de Janeiro en verbeten hooligan-zang. Of hoe moesten we al die dronken oe-oe-oe en ho-ho-ho-gezangen anders interpreteren?

Hoewel de sfeer er pas in sloop na een dik kwartier, was de aanvang van de show eigenlijk ook onovertroffen. Tijdens ’Rebellion (Lies)’ liep Will Butler zich létterlijk een inzinking tegemoet over het podium, en in ‘Here Comes the Night Time’ sloten electro, calypso en symfonische grandeur een eigenzinnig pact. Verder hoorden we ABBA. We hoorden LCD Soundsystem. Talking Heads. Zelfs Happy Mondays kwamen in esprit voorbij. 

In ‘Ready to Start’ klonk de groep dan weer nooit rauwer en heftiger, met dank aan Chassagne die zich achter een van de drie drumstellen had opgesteld. Maar tegelijk bond de groep zich aan je met trieste disco in ‘Reflektor’. De Canadese rockers wisten David Bowie indertijd te strikken om mee te zingen op die single, maar the Man who sold the World dreigde er ooit mee de song in te pikken omdat hij hem zo goed vond. Op Rock Werchter begreep je heel goed waarom.

Beeld Bas Bogaerts

“We fuckin’ miss him,” gaf Butler enkele songs eerder nog aan in ‘The Suburbs’, dat hij ter ere van Bowie aan de buffetpiano inzette. Niet dat we zulke brave begijntjes zijn, maar het was lang niet de enige keer dat de frontman zich van zijn meest grofgebekte kant liet zien. “Fuck Trump for a thousand years”, vingen we ergens op. En toen Butler aan het einde van het optreden zijn tamboerijn wilde weggeven aan “that little girl who sat on the shoulders of her dad for the whole fuckin’ concert”, gaf hij ook een “motherfucker” er van langs die het kleinood kennelijk voor zichzelf wilde houden.

Maar eind goed, al goed: dochtertje blij, ontroerd applaus verzekerd. En de verwachtingen? Helemaal ingelost. Wat een motherfucker van een concert. Kings of Leon mochten meteen troonsafstand doen.

DE SET 

Everything Now

Rebellion (Lies)

Here Comes the Night Time

Signs of Life

No Cars Go

The Suburbs

Ready to Start

Month of May

Neighborhood #1 (Tunnels)

Reflektor

Afterlife

Creature Comfort

Neighborhood #3 (Power Out)

Sprawl II (Mountains Beyond Mountains)

Wake Up

Beeld Bas Bogaerts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234