Dinsdag 13/04/2021

InterviewDirk Van Saene

Antwerps ontwerper Dirk Van Saene exposeert: ‘Ik ben zot van mode, maar tegelijk haat ik de modewereld’

Dirk Van Saene: 'Iedereen blijft maar schrijven over die onnozele stoelendans in de mode, maar hoe relevant is dat?' Beeld © Stefaan Temmerman
Dirk Van Saene: 'Iedereen blijft maar schrijven over die onnozele stoelendans in de mode, maar hoe relevant is dat?'Beeld © Stefaan Temmerman

Nieuwe modecollecties moeten we dit jaar niet verwachten van Dirk Van Saene. Toch heeft de Antwerpse modemaker niet stilgezeten. Met zijn expo Stories of Hope and Despair trakteert hij ons op een andere artistieke uitlaatklep. ‘Al ben ik nooit echt wanhopig geweest’.

Fier. Het is een woord dat meteen valt, wanneer ik Dirk Van Saene tref aan de vooravond van de opening van zijn expo. Een adjectief dat hij doorgaans mondjesmaat gebruikt, al helemaal niet als het gaat over de vele modecollecties die hij de voorbije dertig jaar creëerde. “Mode is sowieso vluchtiger en commerciëler”, zegt hij. “Als een collectie af is, dan ben ik ze snel beu en wil ik meteen aan een volgende beginnen. Met dit werk heb ik dat veel minder. Hier kan ik blijven naar kijken. Het is een droom die uitkomt.”

De naam Dirk Van Saene doet allicht minder een belletje rinkelen dan die van de andere leden van de Antwerpse Zes. Anders dan bij Dries Van Noten, Ann Demeulemeester of Dirk Bikkembergs kan het grote publiek zich weinig voorstellen bij de creatieve vormentaal van de man die meestal in één adem genoemd wordt met zijn levensgezel Walter Van Beirendonck. En toch: de voorbije dertig jaar bouwde Van Saene gestaag aan een oeuvre dat zich steevast vertaalde in een elegante, vrouwelijke stijl, voorzien van mooie, vaak ouderwets aandoende kostuumstoffen, maar evengoed zachte zijdes met couture-allure. Geregeld pakte hij uit met unieke jurken of blouses die hij eigenhandig beschilderde. Wat weinigen weten: tot aan de poort van de academie twijfelde Van Saene over zijn studierichting. “Dat het uiteindelijk mode werd en geen schilderkunst, ik weet echt niet meer wat me toen deed beslissen.”

Van Saene speelde het modespel meestal in de schaduw. Op zijn manier. Begin jaren 90 nodigde hij nog weleens uit naar een defilé in Parijs, maar het kostenplaatje dwong hem tot een andere, kleinschaliger aanpak. Het was ook nooit zijn bedoeling om de wereld te veroveren. “Nadat ik in 1983 de Gouden Spoel won (toen een belangrijke modewedstrijd, red.) vroeg juryvoorzitter Jean Paul Gaultier of ik naar Parijs wou komen om bij hem te werken. Daar alleen op een kamertje in Parijs gaan zitten? Ik had dat er niet voor over. Ik had Walter. Ik had een hond. Misschien had ik het hier te goed.”

Keramiek

Toch wist Van Saene in de loop der jaren een trouwe schare fans rond zich te verzamelen. Zijn collecties verkochten in boetieks van Amsterdam tot Tokio, waar elk stuk zorgvuldig uitgekozen werd. Als was de boetiekhouder een verzamelaar of een curator. In 2009 vroegen de mensen achter de toonaangevende boetiek Song in Wenen of Van Saene zijn andere werk in de winkel wou exposeren. Insiders wisten dat de ontwerper een paar jaar daarvoor gestart was met avondschool keramiek, aan diezelfde Antwerpse academie waar hij in de jaren 70 mode had gestudeerd.

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

“Als kind was ik al wel met klei in de weer. Ik heb thuis nog een uiltje staan dat ik ooit zelf maakte. Maar de echte fascinatie voor keramiek ontstond veel later, tijdens een van onze vele reizen naar Boedapest. Een stad die we graag tussen Kerstmis en Nieuwjaar bezoeken. We verzamelen al jaren Hongaarse keramiek van begin 20ste eeuw. Heel eerlijk: ik wou dat ook kunnen maken. Niet om me te profileren als de grote artiest. Wel om dat maakproces te beleven en gewoonweg mooie dingen te maken.”

Sinds vijftien jaar lopen keramiek en mode als een rode draad door de carrière van Van Saene. Voeg daar een passie voor meubilair en muziek aan toe – hij maakte zelfs een playlist bij de expo – en je komt uit bij wat vandaag in de galerie van Sofie Van de Velde te zien is. Wie een eerste keer kijkt, ziet heel wat evidente referenties aan de modewereld. De kostuumstoffen die hij uit zijn archief haalde, de sjaal die hij zelf beschilderde, het opvallende werk in geel tricot, maar ook: knipoogjes naar figuren als Raf Simons (het werk heet niet voor niets Top of the World), Stephen Jones (Greetings from Lapland) en Martin Margiela. Margiela draagt zijn bekende Tabi-boots maar ook een boerka. De titel Ghost komt niet als verrassing. Wie Margiela’s verhaal kent, weet dat hij zich nooit laat fotograferen en als onzichtbare designer toch decennialang aan de top stond. “Martin vertrok na de academiejaren naar Parijs”, zegt Van Saene. “De laatste keer dat ik hem zag was op een show van mij in 1991. Nadien is er nooit meer contact geweest. Terwijl we goede vrienden waren.”

De expo is heel duidelijk schatplichtig aan het wereldbeeld van het surrealisme en de Dada-beweging die eraan voorafging Beeld © Stefaan Temmerman
De expo is heel duidelijk schatplichtig aan het wereldbeeld van het surrealisme en de Dada-beweging die eraan voorafgingBeeld © Stefaan Temmerman

Twee keer kijken loont. Dan valt op hoe Van Saene balanceert tussen humor en melodrama. Tussen lieflijkheid en agressie. Tussen erotiek en kinderlijkheid. Uitersten waar ook Van Beirendonck in zijn werk graag mee speelt. Een pak personages heeft zwaarden in de hand en vertelt verhalen over hartstocht en wanhoop, van Salomé en Johannes de Doper tot de Minotaurus van Picasso. De expo is heel duidelijk schatplichtig aan het wereldbeeld van het surrealisme en de Dada-beweging die eraan voorafging. Pablo Picasso en zijn Jacqueline Roque maar ook Jean Cocteau… ze zijn wel vaker een inspiratiebron voor Van Saene geweest, ook in zijn modelijn. Zo is Van Saene een grote fan van trompe-l’oeil. Van Saene: “Het surrealisme kreeg ik met de paplepel binnen via mijn oom Maurits, die schilderde. Het was niet hun esthetiek die me toen aansprak, wel hun gedachtegang. Ik ben een grotere fan van de objecten van Meret Oppenheim dan van de schilderijen van Dali of Magritte. Maar dat mag ik niet zeggen, zeker?”

Oneindige zwaarte

Zelfs lichtheid kan, bijvoorbeeld de Bambi-referentie in het zelfportret dat centraal staat in de tweede zaal van de expo. Maar even verder slaat weer een oneindige zwaarte toe, bij het werk I Don’t Wanna Be Your Friend, I Want to Kiss You. “Dat is toch eigen aan het leven?”, zegt Van Saene. “De grote gevoelens, de grote drama’s. Ik wilde dat hier wel naar buiten brengen. Dit werk is gemaakt tijdens het voorbije coronajaar, waar het voor heel wat mensen erg moeilijk is geweest. Alle emoties werden in de voorbije periode ook uitvergroot. De wereld stond even stil. Eerlijk? Het heeft me vrijer doen voelen. Mijn focus was duidelijker. Mijn stress een pak minder.”

Wie is Dirk Van Saene?

•Modeontwerper
•Lid van de Zes van Antwerpen
•Won in 1983 de Gouden Spoel
•2001: gast N°A Magazine én curator van Chanel-expo tijdens Mode 2001 Landed-Geland in Antwerpen
•Startte in 2005 keramiekopleiding
•Won in 2019 de juryprijs van de Belgian Fashion Awards
•Begeleidt masterstudenten van de modeafdeling aan de Antwerpse Academie
•Partner van Walter Van Beirendonck
•2021: expo bij Sofie Van de Velde in Antwerpen

Zelf heeft Van Saene nooit een vorm van wanhoop ervaren. Daar is hij een te grote optimist voor. Toch voelt de toeschouwer een onderliggend ongemak, een soort bruuske breuk met de elegantie en de puurheid van het werk. Alsof de kunstenaar ook komaf maakt met frustratie en deze objecten, nog meer dan zijn mode, gelezen kunnen worden als een aanklacht tegenover de modewereld. Vooral I Feel Perfectly Terrible, het eerste werk dat Van Saene voor deze expo afwerkte, hakt er stevig in.

“In zijn perfect gemaakte kostuum ziet de man er top uit, maar hij voelt zich superslecht”, weet Van Saene. “Dat zegt erg veel over de mens. Maar ook over de schijn in de mode. Ik geef het grif toe: ik heb een haat-liefdeverhouding met de mode. Het is altijd weer aantrekken en afstoten. Ik heb mode nodig. Wat zeg ik, ik ben zot van mode, maar tegelijk haat ik de modewereld. Vooral de lafheid van heel veel mensen kan ik niet plaatsen. Nauwelijks iemand zegt nog wat ie denkt. De pers al helemaal niet. Creativiteit en inventiviteit zijn nauwelijks nog van belang. De grote luxehuizen hebben onwaarschijnlijke budgetten die ervoor zorgen dat ze de modebladen kapen. Iedereen blijft maar schrijven over die onnozele stoelendans in de mode, maar hoe relevant is dat?”

“Toen wij begonnen, waren al die huizen oubollig en bestoft. Niemand wou er ook maar iets mee te maken hebben. Wat is er nog boeiend aan mode als alles betaald wordt door huizen met geld? Kijk naar wat Walter vorig jaar is overkomen. Zo’n lege doos uit Parijs met een pak volgers op Instagram die Walter zwart maakt en niemand die het voor hem opneemt… (Van Beirendonck werd van culturele appropriatie beschuldigd nadat hij eerst Virgil Abloh, die de mannenlijn van Louis Vuitton tekent, beschuldigd had van flagrant kopieergedrag, red.).”

Zijsprong

Kan dat een reden zijn waarom veel modemensen afhaken en uiteindelijk focussen op andere artistieke tools? Luidop denk ik aan Martin Margiela, die jaren terug zijn modehuis aan Diesel-topman Renzo Rosso verkocht en nu in stilte een eerste expo voorbereidt. Helmut Lang ging eerder eenzelfde artistieke weg op, terwijl talloze designers geregeld een zijsprongetje richting kunst, design, fotografie of muziek maken.

Van Saene: 'Soms heb ik de indruk dat de jonge generatie modeontwerpers de kracht mist. De passie.' Beeld © Stefaan Temmerman
Van Saene: 'Soms heb ik de indruk dat de jonge generatie modeontwerpers de kracht mist. De passie.'Beeld © Stefaan Temmerman

Van Saene twijfelt. “Vergeet niet dat wie in de mode zit, verplicht is om met de ratrace mee te doen. Die collectie moet er elk seizoen liggen. Ik ben daar weleens durven uit te stappen, maar niet iedereen kan of wil dat. Uiteindelijk is het proces dat aan zo’n expo voorafgaat erg gelijklopend met het werken aan een modelijn. Je start van een concept, tekent daarna wat krijtlijnen uit op papier en dan start het maakproces. Het grote verschil bij kunst is dat je veel zelf kan doen, terwijl je in de mode voortdurend afhankelijk bent van anderen. Pas op, ook nu waren er samenwerkingen: met Trois Quarts voor de patronen, met Hilde Frunt, voor dat ene werk in tricot, met Antoine Vandewoude voor sokkels. Maar toch voelde dit anders aan. Vrijer. Ik ben nu trouwens al bezig aan mijn concept voor een volgende expo. Tegelijk wil ik voor de zomer van 2022 weer een modelijn op de markt hebben.”

“Ik ga dus door. Maar makkelijk is het niet. Ik zeg dat ook aan mijn masterstudenten. Probeer iets kleinschaligs uit de grond te stampen. Ga niet allemaal naar die luxehuizen, maar volg je gevoel. Dat zal veel boeiender en verrassender resultaat opleveren. Je geluk hangt niet af van het grote geld. (denkt na) Ik kan dat natuurlijk blijven herhalen maar het is de jonge generatie die het moet doen. Soms heb ik de indruk dat ze de kracht missen. De passie. Goh, wat waren wij als studenten toch zot van mode.”

Stories of Hope and Despair, nog tot 21 februari in Galerie Sofie Van de Velde, Léon Stynenstraat 21, 2000 Antwerpen. www.sofievandevelde.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234