Zaterdag 25/06/2022

InterviewAnnemie Struyf

Annemie Struyf: ‘Het was voor mij een revelatie dat je op je 58ste nog even verliefd kan worden als op je 18de’

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Waarom draagt iemand een kind voor een ander? Schrijfster en tv-maakster Annemie Struyf (60) gaat op zoek naar het antwoord in haar nieuwe programma Draagmoeders. ‘Het is groots als je dat vanuit een altruïstische visie kan. Tegelijk is het bijna onbegrijpelijk.’

Joanie De Rijke

Dat ze het zelf een heel heftige reeks vindt, zegt Annemie Struyf als we haar op de negende verdieping van het VRT-gebouw ontmoeten. Ze heeft het over haar nieuwe programma Draagmoeders dat vanaf 17 november te zien is op Eén. Drie jaar werkte ze eraan. Bewogen jaren, niet lang na haar scheiding van de man met wie ze 32 jaar gehuwd was en vijf kinderen heeft. Ze zat diep, klonk het in 2016.

Maar ze gaf zichzelf een jaar om het te verwerken. En dat lukte zowaar. In 2018 liep ze zelfs een nieuw lief tegen het lijf. En ging ze als vanouds onverdroten door met het maken van nieuwe tv-programma’s, zoals Het Hoge Noorden. Ook verscheen er een boek, Durf dromen, waarin ze haar levenslessen deelt. En nu is er dus de reeks Draagmoeders.

In 2018 nam een draagmoeder contact met haar op. De vrouw was veertien weken zwanger en merkte dat er zoveel misverstanden, taboes en vragen over draagmoederschap de ronde deden dat ze voorstelde er een reportage over te maken. “Ik heb niet getwijfeld. Omdat het zo’n intrigerend thema is: waarom draagt iemand een kind voor een ander? Zo ontstond het idee voor de reeks.”

Het moment waarop het kind overgedragen wordt aan de wensouders is ongelofelijk, zegt ze op een toon alsof ze nog altijd niet kan geloven dat ze er zelf getuige van was. “Maar ook de postnatale periode is niet te onderschatten want het is geen sprookje waarin ze nog lang en gelukkig leefden. De realiteit van de draagmoeder is dat ze haar kind weggeeft, dat is niet zomaar iets. Ook al is het biologisch gezien niet altijd haar eigen kind.”

Heel wat onderzoeken tonen aan dat het niet goed is om een kind na de geboorte bij de moeder weg te halen. In België moet een puppy volgens de wet minstens acht weken oud zijn als deze van de moeder wordt gescheiden. Voor baby’s is er kennelijk nergens een regeling. Wat zeggen de ouders in uw reeks hierover?

“Daar draait het eigenlijk allemaal om. Want op een dierlijk niveau gaat het over een moederdier dat haar jong onmiddellijk afstaat terwijl je hele biologie, en ook je psychologie, geprogrammeerd is om het jong bij je te houden en het te koesteren en te beschermen. Een draagmoeder doet het omgekeerde; ze baart het kind en geeft het na een paar uur of een paar dagen af. Het is groots als je dat vanuit een altruïstische visie kan, als je iemand een kind wil geven. Tegelijk is het bijna onbegrijpelijk.

“Ik heb in totaal vijf draagmoeders gevolgd. We waren bij twee bevallingen aanwezig, één keer waren ook de wensouders erbij. Een van de draagmoeders, Lies heet ze, ging bevallen in bad en de wensmoeder zat daarbij, ook in bad. Ik vond het ongelofelijk: Lies beviel en in één beweging gaf ze het kind aan de wensmoeder. Dat vraagt op psychologisch vlak een enorme stabiliteit en inzicht.”

Hoe ging het met de draagmoeders nadat ze hun baby hadden afgegeven?

“Alle mensen in de reeks waren zeer bewust bezig met draagmoederschap. Toch had bijna elke draagmoeder het heel moeilijk nadien. Ze waren een tijdlang totaal ontredderd. Lies heeft het goed verwoord: ‘Normaal gezien drijf je tijdens je zwangerschap op een roze wolk, je hormonen helpen je door de bevalling, de mensen komen je feliciteren, als jonge moeder word je op handen gedragen. Maar vanaf dat je de baby hebt afgegeven zit die roze wolk bij dat andere gezin. Je kúnt je die roze wolk dus niet permitteren, want er is geen.’”

‘Een van de draagmoeders beviel in bad en gaf in één beweging het kind door aan de wensmoeder, die mee in het water zat. Dat vraagt om een enorme psychologische stabiliteit.’ Beeld Damon De Backer
‘Een van de draagmoeders beviel in bad en gaf in één beweging het kind door aan de wensmoeder, die mee in het water zat. Dat vraagt om een enorme psychologische stabiliteit.’Beeld Damon De Backer

U heeft het over totale ontreddering. Was het zo erg?

“Toch wel, ik kan het niet anders uitdrukken. Maar de draagmoeders móéten er nu eenmaal door. Niemand heeft er ervaring mee, want de meeste mensen zijn maar één keer in hun leven draagmoeder.

“Het is trouwens heel belangrijk dat je eigen kinderwens is ingevuld vóór je draagmoeder wordt. Het is denk ik de allereerste voorwaarde van ziekenhuizen die bezig zijn met draagmoederschap. En dan nog. Zelfs degenen in de reeks die het tijdens de zwangerschap heel goed hadden gedaan, waren een tijdje ontredderd. Rouwen hoort erbij, daar kun je niet omheen. Je moet het absoluut niet onderschatten. Het kan een heel mooi verhaal zijn – en bij een aantal mensen is dat ook het geval – maar het is ook heel moeilijk en heel complex.”

Zou u het zelf kunnen, een kind dragen voor een ander?

“Nee, ik zou het niet kunnen. (stilte) Ik heb mijn eigen zwangerschappen en bevallingen heel intens beleefd. Maar dat houdt geen waardeoordeel in tegenover degenen die het wel kunnen.

“En toch, ik heb geleerd dat je nooit nooit mag zeggen. Kijk naar de situatie van Greet en Karl, een koppel uit de reeks. Ze hebben elk een zus. De ene was de draagmoeder van hun dochtertje Nova, de andere is bereid hun tweede kindje te dragen. Als de kinderwens van je zus zó groot is en dit is de enige oplossing, wie weet zou ik het dan ook overwegen.

“Eigenlijk ben ik dankbaar dat ik zo’n situatie nooit ben tegengekomen. Aan de andere kant, ik heb drie dochters en als een van hen het zou overwegen, zou ik toch een heel hartig woordje met haar spreken. Net omdat ik tijdens de drie jaar dat we met het programma bezig waren, inzag hoe moeilijk het is. Ik ben ervan overtuigd dat maar heel weinig mensen dit op een goeie manier aankunnen.

“Nu, er zijn verschillende vormen van draagmoederschap. Zo droeg Lies het biologische kind van haar vrienden Elke en Dries. De eicel en de zaadcel, en daarmee het embryo, kwam van de wensouders. Lies droeg de baby, maar biologisch en genetisch is het kind van de wensouders. Een andere draagmoeder in de reeks, Kimberly heet ze, werkte met haar eigen eicel. Ze werd zwanger via zelfinseminatie met zaadcellen van een van de twee mannen die wensouder waren. Bij Kimberly is het kind biologisch dus helemaal van haarzelf. Maar beide vormen van draagmoederschap gaan over het oprekken van grenzen, zowel op emotioneel, fysiek als juridisch vlak. En toch is het een realiteit: het gebeurt.”

Draagmoederschap, een boek over kinderen en palliatieve zorg, een boek over adoptiekinderen… U heeft iets met de maakbaarheid van de mens.

“Het thema interesseert me enorm. Op biologisch niveau is de mens tenslotte bestemd voor de voortplanting. Daarom hebben mensen seks en voelen vrouwen op zeker moment hun biologische klok tikken. We kunnen nog zo rationeel in de wereld staan, op elementair niveau zijn we op voortplanting gericht en is onvruchtbaarheid een traumatisch gegeven.

“Er is een koppel in de reeks dat al tien jaar probeert om kinderen te krijgen. Ik vroeg hen of er dan nergens een grens voor hen bestond, een punt waarop ze besluiten het los te laten en hun leven op een andere manier in te vullen. Dat ze die vraag dikwijls kregen, zei de vrouw. Maar altijd van mensen die zelf al kinderen hadden. Ik kon daar niets op zeggen, ik heb kinderen, dus voor mij is het makkelijk om een ander te zeggen dat hij de kinderwens los moet laten. Natuurlijk zijn er genoeg mensen die perfect gelukkig zijn en een zinvol leven leiden zonder kinderen, maar op grote schaal is de drang naar een nageslacht groot.”

Er hangt een taboe rond leeftijd en zwangerschap. Niet iedereen vindt dat het na je 45ste nog kan.

“Ik moet ineens denken aan een citaat van Khalil Gibran (Libanese filosoof en dichter, red.), tijdens het draaien van het programma kwam het ook een paar keer boven: ‘Uw kinderen zijn uw kinderen niet. Ze zijn de zonen en dochters van ’s levens hunkering naar zichzelf. Ze komen door u maar ze zijn niet van u.’ Dat vind ik een mooie; het leven hunkert naar zichzelf, het wil zich gewoon voortzetten. Wij hebben die drang nu eenmaal.

“En ook: hoe technologischer onze samenleving wordt, hoe meer middelen we hebben om onze vruchtbaarheid op te rekken. Door onze embryo’s in te vriezen en ze jaren later in te planten, om er een te noemen. Er zijn plaatsen waar je als vijftigplusser nog een kind kan krijgen. Maar de kinderwens schuurt tegen de grenzen aan, dat is een feit. Aan de andere kant gaat onze vruchtbaarheid alsmaar achteruit.”

Door de vele mogelijkheden op vlak van fertiliteit groeit ook de kritiek dat we steeds minder rekening houden met de rechten van het kind zelf. In de VS kun je embryo’s adopteren, in Engeland gaan koppels naar Slovenië om een commerciële deal te sluiten met een draagmoeder. Wat vindt u van die evolutie?

“Het klinkt hard, maar het is een feit dat ‘het recht op een kind’ niet bestaat. En ik weet dat ik makkelijk praten heb, want ik héb kinderen. Maar het is wel belangrijk om je dat te realiseren. In het programma Alleen Elvis blijft bestaan legde de kinderpsychiater Binu Singh onlangs nog eens de nadruk op het belang van de zwangerschap en de binding met de zorgende figuur die eerste duizend dagen daarna. Zij gaat heel erg uit van het standpunt van het kind en ik volg haar in de idee dat we daar al te gemakkelijk mee omgaan. We leven in een individualistische maatschappij waarin het heel belangrijk is dat we onze wensen kunnen vervullen.

“Maar nogmaals; ik heb gemakkelijk spreken. En ik moet ook zeggen dat alle kinderen in het programma bijzonder gewenst zijn, met een enorm gemotiveerde draagmoeder en wensouders die het allerbeste met het kind voorhebben. In die zin is de reeks wellicht een beetje een vertekening van de realiteit. Er zijn ook mensen die in een grijze, of zelfs zwarte zone gaan en een kind in Oekraïne of Armenië voor veel geld kopen van een draagmoeder en wellicht totaal andere ervaringen hebben. Er gaat echt nog veel mis. Vandaar de roep om een wettelijk kader.”

‘Ik durf bijna niets meer over onze adoptiedochter zeggen, de stemming rond dat thema is enorm veranderd. Tegenwoordig wordt adoptie als een postkoloniale, arrogante daad gezien.’ Beeld Damon De Backer
‘Ik durf bijna niets meer over onze adoptiedochter zeggen, de stemming rond dat thema is enorm veranderd. Tegenwoordig wordt adoptie als een postkoloniale, arrogante daad gezien.’Beeld Damon De Backer

Hoe zit dat nu eigenlijk? Want wensouders hebben juridisch gezien geen been om op te staan.

“Draagmoederschap is in België niet illegaal. In de zin dat het niet strafbaar is om draagmoeder te zijn of een kind via een draagmoeder te krijgen. Maar wettelijk gezien is de vrouw die van een kind bevalt de wettelijke moeder. Nadat het kind officieel is aangegeven, staat de draagmoeder het af aan de wensouders, die op dat moment als pleeggezin optreden. Zij moeten daarna een adoptieprocedure opstarten. In de praktijk duurt zo’n procedure heel lang. Maar onlangs heeft Vooruit laten weten dat ze een wetsvoorstel rond het thema willen indienen.”

Er is ook heel wat te doen geweest rond adoptie de afgelopen tijd. U heeft in 2004 zelf een meisje uit Kenia geadopteerd. Maar dat zou u nu niet meer durven, liet u in Humo weten.

“Na de adoptie hoorde ik heel wat verhalen van families waarbij het fout ging of heel moeilijk verliep. Godzijdank is het bij ons allemaal heel fijn verlopen. Maar intussen durf ik eigenlijk bijna niets meer over adoptie te zeggen omdat de stemming rond het thema enorm is veranderd. Adoptie wordt tegenwoordig als een postkoloniale, arrogante daad gezien. Dus hou ik me er stil over. Maar intussen gaat het wel over ons kind. En ik weet maar al te goed wat haar lot zou zijn geweest als zij daar gebleven was. Eigenlijk kun je het vergelijken met zelf kinderen krijgen. Ik heb er vier gebaard, plus mijn adoptiekind, maar moest ik nu 25 jaar zijn, dan zou ik niet meer aan zo’n groot gezin durven te beginnen, denk ik.

“Tegelijk ben ik dankbaar dat ik dit soort beslissingen zonder al die bedenkingen, oordelen en commentaren van de huidige maatschappij heb kunnen nemen. Tegenwoordig worden er zoveel eisen aan jonge mensen gesteld. Alles is een issue geworden. Soms denk ik: is er nog ruimte voor ‘gewoon’? Misschien word ik oud, maar ik besef meer en meer dat de tijd waarin ik opgroeide eigenlijk heel fijn en gemoedelijk was. Het leven was een stuk eenvoudiger, zonder sociale media en de constante druk van buitenaf. Het netwerk rond je was wat intuïtiever en spontaner, de maatschappij was minder individualistisch.”

De helft van de kinderen die nu geboren worden, zal de leeftijd van 100 jaar halen. En die generatie zal ongetwijfeld heel wat klimaatrampen over zich heen krijgen. Begrijpt u dat jonge mensen bang zijn om überhaupt aan kinderen te beginnen?

“Ik hoor jonge mensen dikwijls zeggen dat ze geen kind willen omdat de wereld geen veilige plek meer is. Dat vind ik heel erg. Omdat het individuele offer om kinderloos te blijven volgens mij niet de oplossing is om de klimaatproblematiek te bestrijden. Soms gaat het om mensen van wie ik denk dat een kind hen net deugd zou doen. Want een kind haalt je uit een bepaalde vorm van egoïsme. Door zelf kinderen te hebben, leerde ik mijn eigenbelang niet meer voorop te stellen of zelfs op te geven, het belang van mijn kind ging — en gaat — voor.

“De milieuproblematiek is uiteraard heel belangrijk, maar we worden zo hard om de oren geslagen met doemberichten dat het onmogelijk lijkt om nog hoop te hebben. Je kunt je kinderen toch niet grootbrengen met het idee dat de wereld ten onder zal gaan? Optimism is a moral duty, vind ik. Als je kinderen op de wereld zet, moet je daar ook hoop en optimisme in opnemen. Die doemscenario’s werken verlammend.”

Op welke leeftijd kreeg u uw eerste kind?

“Ik was 27. Maar ik herinner me dat ik rond mijn zestiende ook een soort klimaatdepressie had. Je had toen de rapporten van de Club van Rome waarin het onder andere over zure regen ging. Het waren zeer alarmerende rapporten. De boodschap was: als we niets ondernemen, gaan we nooit het jaar 2000 halen. Ik vond dat vreselijk, lag ervan wakker, erger nog, ik werd er ziek van. Uit die moeilijke periode heb ik geleerd dat je op je eigen manier kan bijdragen aan het klimaat, maar dat het zinloos is er depressief van te worden.

“En zie; we hebben het jaar 2000 gehaald. We zijn twintig jaar verder, maar nu is het op zo’n grote schaal aan het gebeuren dat iederéén zich ervan bewust is. En toch: ik wíl daar positief in blijven. Ik herinner me dat in de jaren zeventig ook met de wijzende vinger naar de oudere generatie werd gewezen. Maar dat is te makkelijk, vind ik. We zitten allemaal samen in dezelfde schuit en er zijn waardevolle mensen bij jong en oud, net als er crapuul is bij zowel jong als oud.”

U bent zestig geworden dit jaar. Betekent dat getal iets?

“Toch wel. Het was een confrontatie. Ik werd niet alleen zestig, ik heb ook een kleinkind gekregen dit jaar. Dat kleinkind maakt me heel gelukkig, maar het is ook confronterend omdat je beseft dat je zelf een generatie opschuift. Er is er niet alleen een na jou, maar ook dáárna. Ineens behoor ik tot de oudste generatie, mijn ouders zijn overleden. Intussen voel ik me nog altijd 38 of 42. Maar ik ben wel 60 dus ik kan mezelf niet wijsmaken dat ik niet tot de oudere generatie behoor.

“Aan de andere kant is de dankbaarheid op deze leeftijd groot omdat de illusie van onsterfelijkheid en het blijven gaan wordt doorbroken. En daar komt dankbaarheid voor in de plaats. Mijn lijf is nog gezond, wat een zegen. Ik denk vaak aan Afghanistan als het over leeftijd gaat. De gemiddelde levensduur van een vrouw ligt daar rond de 44 jaar. Dat was tien jaar geleden in elk geval zo. Bij ons wordt een vrouw gemiddeld 84. In Afghanistan ben je op 60 jaar stokoud, hier heb ik nog een perspectief van ettelijke jaren.

“Ook ben ik blij dat ik als 60-jarige vrouw nog altijd op het scherm kom. Dat is gelukkig al meer de norm dan vroeger, maar op de commerciële zenders kun je het vanaf je 40ste stilaan vergeten. Ik maak nog altijd programma’s die mij boeien, over intermenselijke relaties. Dankzij mijn leeftijd en ervaring ook kan ik een reeks als Draagmoeders maken, ik geloof nooit dat je dat als 30- of 40-jarige zomaar doet.”

Dus u blijft nog wel een tijdje doorgaan?

“Ik denk dat ik normaal gezien nog zes jaar kan blijven werken en dat wil ik graag doen. Zes jaar is nog best veel, en ook weer niet. Dat maakt dat de komende jaren kostbaar worden. Sta je midden in je carrière, dan lijkt je pensioen oneindig ver weg. Maar op je zestigste is zes jaar heel telbaar. Dus wil ik ervan genieten en hoop ik nog zinnige dingen te doen zoals Draagmoeders. Want dieper dan de eerste laag van de verhalen gaat het over wie we zijn, waarom we kinderen willen en waar de grenzen van ons mens-zijn liggen. Intussen ken ik mezelf en weet ik dat ik niet ga stilzitten straks. Ik voel mezelf in de eerste plaats een schrijver en geen tv-maker, hoewel ik al langer tv maak dan dat ik schrijf. Dat geeft een geruststellend gevoel – als het met tv gedaan is, ga ik weer schrijven.”

Zou u nog teruggaan naar landen als Afghanistan?

“Ik krijg de krop in de keel bij de vraag alleen al. Ik ben drie keer in Afghanistan geweest en alle keren focuste ik op de verhalen van meisjes en vrouwen. Die verhalen hebben mij nooit meer losgelaten. Ik heb in Afghanistan geleerd wat analfabetisme betekent, of een kindhuwelijk waarbij een meisje op 13 jaar wordt uitgehuwelijkt aan iemand die ze nog nooit gezien heeft. Ik heb met 18-jarige meisjes gesproken die moesten bevallen van hun vijfde kind. Dat heeft me volledig door elkaar geschud, net als de gruwelverhalen over het oude talibanregime (in de jaren 90, red.).

“Het zal me altijd blijven raken, voor mij gaat de grootste strijd op wereldniveau over meisjes en vrouwen. Omdat wij in een maatschappij leven waarin we onze vrijheid zo normaal vinden, terwijl dat in een land als Afghanistan totaal niet het geval is. Zeker nu de taliban terug is. Het raakt me enorm, maar als ik eerlijk ben, durf ik niet meer terug te gaan. Tijdens mijn vorige bezoeken ben ik telkens in een penibele situatie terechtgekomen waarin we op het nippertje konden ontsnappen. En ik wil het lot niet langer tarten, ik ben gewoon bang geworden.”

‘Het was voor mij een revelatie dat je op je 58ste nog even verliefd kan worden als op je 18de. Sommigen rollen met hun ogen als ik dat vertel, alsof dat naïef is op mijn leeftijd.’ Beeld Damon De Backer
‘Het was voor mij een revelatie dat je op je 58ste nog even verliefd kan worden als op je 18de. Sommigen rollen met hun ogen als ik dat vertel, alsof dat naïef is op mijn leeftijd.’Beeld Damon De Backer

En Kenia? Daar richtte u samen met fotografe Lieve Blancquaert een opvanghuis voor weeskinderen op.

“Ik zou nog wel terug willen naar Afrika om me verder met het thema van vrouwelijk genitale verminking bezig te houden. Want dat vind ik nog altijd niet te bevatten. Het gaat over meisjes vanaf 7 jaar bij wie de clitoris en de schaamlippen weggesneden worden, met gevaar voor eigen leven. Soms kan ik niet geloven dat de wereld dáár niet van wakker ligt.

“Ook vind ik het jammer dat een onderwerp als dit stilaan onbespreekbaar wordt. Omdat het weer geklasseerd wordt onder de noemer ‘neokoloniale bemoeienis’.”

Dat werd u ook in de schoenen geschoven.

“Waarom gaat een blanke zich daarmee bezighouden, werd me een aantal jaren geleden verweten. Maar het gaat niet over mijn rol; de vrouwen en kinderen die slachtoffer zijn, hebben geen enkel kanaal om dat aan te klagen. En toch mag je er niets meer over zeggen, want waar halen we het recht vandaan om kritiek te hebben op een andere cultuur, krijg je dan te horen. Ik vind dat daar een grens ligt, want als er niet meer over gecommuniceerd mag worden, aan wie kunnen de Afghaanse vrouwen dan straks nog hun verhaal vertellen? Of de Afrikaanse vrouwen in gebieden waar ze achterlijke praktijken bezigen als besnijdenis? Ook dat mogen we niet meer zeggen. Dat het achterlijk is. Dat vind ik erg.

“En dat is niet zozeer tekenend voor mijn generatie, ook mijn kinderen vinden dat de hele cancelcultuur veel te ver is doorgeslagen. Terwijl ze maatschappelijk heel betrokken zijn. Maar het gaat ver, vind ik. Gisteren zei iemand nog dat je geen homokoppel, en dus ook geen heterokoppel, meer mag zeggen. In plaats daarvan moet je het hebben over twee mannen of de voornamen noemen. Die constante alertheid om niets verkeerd te zeggen, is voor velen een enorme stressfactor geworden. Ik kan me dan ook goed voorstellen dat jonge mensen naar het Hoge Noorden vertrekken, omdat ze daar nog rust en ontspanning vinden.”

Overweegt u nooit zelf om weg te trekken uit de ratrace?

“Misschien naar Frankrijk, ooit. Het Franse platteland is zo puur. Ze lopen er vijftig jaar achter, een verademing.”

Als laatste: u heeft een nieuw lief. Zijn de vlinders op uw zestigste even hevig als veertig jaar geleden?

“Jawel en ik heb dat ook uitgeschreeuwd. Het was voor mezelf een revelatie dat je op je 58ste nog even verliefd kan worden als op je 18de. Ook dat is een boodschap van hoop. We zijn dit jaar gaan samenwonen en dat gaat heel goed. Sommigen rollen met hun ogen als ik dat vertel, alsof dat naïef is op mijn leeftijd. Maar het is fijn. Ook mijn kinderen vinden dat.

“Een echtscheiding is en blijft voor kinderen een zeer pijnlijk gegeven. Ik geloof niet in de mythe van de toffe echtscheiding. Ook heb ik geleerd dat het voor grote kinderen even moeilijk is als voor kleine kinderen. Maar als puntje bij paaltje komt, is de essentie dat kinderen blij zijn als ze hun ouders gelukkig zien. En dat is zo, mijn kinderen zijn blij voor mij.”

Draagmoeders, vanaf woensdag 17 november op Eén en via VRT NU

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234