Vrijdag 09/12/2022

InterviewAnnelies Verbeke

Annelies Verbeke: ‘Als je een vrouw bent met enig intellectueel succes, dat werkt op sommigen als een rode lap’

Annelies Verbeke: ‘Vroeger stond ik heel onbewaakt in het leven; ik werkte voortdurend, en ik liet iedereen dichterbij komen. Maar met het ouder worden begrijp je dat je energie niet eindeloos is.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Annelies Verbeke: ‘Vroeger stond ik heel onbewaakt in het leven; ik werkte voortdurend, en ik liet iedereen dichterbij komen. Maar met het ouder worden begrijp je dat je energie niet eindeloos is.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Annelies Verbeke (46) leek even klaar met de boekenwereld, maar bevindt zich nu weer op kruissnelheid: eerder dit jaar kreeg ze de Ultima voor de Letteren, ze schreef September, en werkt ook aan een operette. ‘Ik moet mijn grenzen beter bewaken.’

Stijn De Wandeleer

Hoewel het eindelijk wat minder warm is, is de hitte van de voorbije weken nog altijd voelbaar in de schrijfkamer van Annelies Verbeke − een aparte ruimte aan de achterkant van haar woning, die uitkijkt op de door hoge temperaturen geteisterde tuin. Hier gebeurt al het schrijflabeur, vertelt Verbeke, terwijl we plaatsnemen aan een vierkante tafel en er straffe koffie en water worden uitgestald. Het resultaat van al dat schrijven − de gepubliceerde boeken − staan in stapeltjes om ons heen. Negentien jaar schrijverschap staat hier samengehokt, een literaire carrière die naast romans ook heel wat verhalenbundels en theaterstukken opleverde.

Annelies Verbeke is nog niet zolang terug van vakantie, zegt ze: een weekje Montpellier. Is het een vaste gewoonte om er, vlak voor de publicatie van een nieuw boek, even tussenuit te glippen? “Nee hoor”, glimlacht Verbeke, haar lippen gestift in dat typerende rood. “Eigenlijk ga ik bijna nooit op vakantie. Ik heb wel veel gereisd voor het werk, maar reizen voor mijn plezier: dat is nog niet zo vaak gebeurd.”

BIO

geboren in Dendermonde op 6 februari 1976 • schreef o.a. Slaap!, Dertig dagen, Halleluja, Voorbeelden van verdriet en Treinen en kamers • schreef daarnaast toneelstukken en filmscenario’s • won onder meer de Debuutprijs, de F. Bordewijkprijs, de Opzij Literatuurprijs, de J.M.A. Biesheuvelprijs, de Jana Beranováprijs en de Ultima voor de Letteren

Er is het voorbije anderhalf jaar vooral gewérkt, zegt ze. Soms wel tot zeventig uur per week, non-stop. Daar zat de pandemie ook voor iets tussen. “Ook in de kunstensector was corona uiteraard een hele akelige periode. Alles viel stil en er heerste een enorme onzekerheid.” In eerste instantie vond ze het niet zo’n ramp dat alle tumult en stoorzenders tot bedaren werden gebracht; ze had immers haar laatste verhalenbundel af te werken: Treinen en kamers. “Maar toen die klaar was, was er drie maanden niks. Geen inkomen, geen vooruitzichten. Wanneer alles dan terug op gang komt, voel je toch de neiging om de kansen die je richting uitkomen te grijpen.”

Een van die opdrachten was September, dat ze voor een nieuwe reeks van uitgeverij Das Mag op papier zette. Enerzijds omvat het bespiegelingen over wat de maand september voor de kunstwereld heeft betekend, anderzijds is het een bij momenten erg persoonlijke inkijk in het leven van Verbeke, aan de hand van agendafragmenten van de voorbije vijftien jaar. Wat opvalt: ook de voorbije jaren was het onophoudelijk druk, leken er altijd deadlines gehaald te moeten worden en lezingen gegeven.

Uw vader was advocaat, daarna vrederechter, uw moeder werkte als verpleegster. Hebt u de drang om zo hard te werken van thuis uit meegekregen?

“Ik denk dat er verschillende factoren meespelen in waarom ik uiteindelijk een behoorlijke workaholic ben geworden, en mijn opvoeding zal daar uiteraard toe hebben bijgedragen. Maar ik vind ook dat werk tegenwoordig in een overdreven negatief daglicht wordt bekeken, terwijl je als mens ook een enorme voldoening uit je werk kunt halen. In de kunsten in het bijzonder is het ook een manier om jezelf te ontplooien, om het onzichtbare zichtbaar te maken, om grondig na te denken en om jezelf, wat je leert en ervaart, beter te begrijpen. Het brengt je dus ook heel veel.

“Dat neemt niet weg dat ik uiteraard erken dat werk in onze samenleving erg problematische proporties aan het aannemen is. De grote hoeveelheid burn-outs die we vandaag zien, komt er omdat mensen het nut niet meer zien van het werk dat ze verrichten, of geen erkenning krijgen voor het werk dat ze doen. En soms is de hoeveelheid werk ook het probleem. Daar moeten we uiteraard iets aan veranderen. Maar ik vind dat werk ook verdedigd moet worden als iets wat een enorme zingeving kan bieden in het leven, en niet als iets wat we louter móéten doen.”

Bent u ooit zelf in de buurt van een burn-out gekomen?

“Ik heb het laatste anderhalf jaar bij momenten absoluut gevoeld dat ik over mijn limieten heen ging. Mijn lichaam stuurde ook signalen uit om aan te geven dat ik het wat kalmer aan moest doen. Ik heb uiteraard niet op álle aanvragen ja gezegd, maar het scheelde niet veel.

“Sommige opdrachten zou ik nu misschien niet opnieuw aannemen. Vorig jaar vroeg men mij bijvoorbeeld om een TEDx-lezing te geven, maar de hoeveelheid werk en stress die daarin gekropen is, vond ik achteraf toch wat buitenproportioneel. ‘Waarom heb ik dat eigenlijk gedaan?’, vroeg ik me nadien af. Alleen omdat het een streling voor het ego was om eens een TEDx-lezing te geven? Dat zijn grenzen die ik in de toekomst toch beter wil bewaken. Dat moet ik bijna plichtmatig doen, want het ligt niet in mijn aard.”

In opdracht van de uitgeverij Das Mag schreef u tijdens dat drukke jaar ook het boekje September. Wat heeft u precies met die maand?

“Eigenlijk is maart mijn favoriete maand − het begin van de lente − maar symbolisch vind ik dat september beter past bij de levensfase waarin ik inmiddels ben aanbeland. De tweede helft van je jaren als veertiger zie ik toch als de nazomer van het leven. Het is een periode van oogst: je hebt iets opgebouwd en plukt daar nu de vruchten van, wat natuurlijk erg fijn is. Maar het is ook een maand waarin de kleuren wat beginnen te vervagen van goud naar pasteltinten. Dat voel ik ook zo aan: er is een heftigheid in het leven die ik niet meer wil.”

Wat bedoelt u daarmee?

“Vroeger stond ik heel onbewaakt in het leven; ik werkte voortdurend, en ik liet iedereen dichterbij komen, ongeacht of die persoon het al dan niet goed met me voorhad. Maar met het ouder worden begrijp je dat je energie niet eindeloos is, en dat je een zekere mate van bescherming en rust moet inlassen. Dat betekent ook dat er mensen zijn die ik nu niet langer, of alleen in beperkte doseringen, toelaat, omdat de relatie te veel van me vroeg.

“Ik vind de snelheid waarmee het leven voorbijraast echt confronterend. Dat het ‘snel gaat’, hoor je je hele leven. Maar zodra je die septemberleeftijd bereikt heb, begrijp je veel beter wat daarmee bedoeld wordt dan wanneer je 20 bent.”

‘Ze maken niet in alle uithoeken van de wereld een kneusje van het genre van het korte verhaal. Niet in Japan, niet in Ierland, wel bij ons.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Ze maken niet in alle uithoeken van de wereld een kneusje van het genre van het korte verhaal. Niet in Japan, niet in Ierland, wel bij ons.’Beeld Thomas Sweertvaegher

In September beschrijft u ook hoe verlies uw leven binnengesijpeld kwam. Aan het einde van 2020 verloor u een goede vriend. Was dat een eerste confrontatie met de eindigheid van het leven?

“Ik ben al best wat mensen verloren, en ook in mijn familie worden de mensen duidelijk niet oud, over het algemeen. Maar die vriend die eind 2020 overleed, was maar twee jaar ouder dan ik. Dat heeft iets heel onjuists en onrechtvaardigs. Het is moeilijk om daar zin aan te geven. Ik denk nog elke dag aan hem, en dat verlies doet écht pijn. Het is een rouwproces dat ik doormaak, en dat op sommige momenten heftiger is dan op andere.

“Hij was iemand met demonen en ging heel zelfdestructief met zijn lichaam om, wat hem uiteindelijk ook fataal geworden is. Maar uiteindelijk wilde die man toch ook leven. Dat is dan het ongelooflijke: als de dood voor je neus staat, wil je toch plots leven. Ik heb veel begrip voor mensen die zelfmoord plegen, en ik kan zelf ook sombere periodes doormaken. Maar ergens heeft zelfmoord ook iets absurds, want de dood komt er toch, en zelfs behoorlijk snel. Haast is in die zin niet nodig. Al besef ik dat zelfdoding natuurlijk ook over angsten gaat, en een diepe pijn die een leven soms ondraaglijk kan maken.”

Hoe verwerkt u dat verlies? Helpt het om erover te praten?

“Onze vriendschap was uiteindelijk toch een eiland op zich, waardoor er niet erg veel mensen zijn met wie ik over hem kan praten. Dat geeft het verlies een extra eenzaam aspect. Na zijn dood bleef ik ook met schuldgevoelens achter. Had ik hem tijdens die laatste maanden vaker moeten opzoeken? Al wist ik toen natuurlijk nog niet dat het zijn laatste maanden waren.

“Het is natuurlijk ook wat het is: de dood gaat, met het ouder worden, steeds meer met je mee leven. Ik heb bijvoorbeeld verschillende vrienden die een of beide ouders hebben verloren. De mijne zijn er gelukkig nog allebei. Ik besef maar al te goed dat ik zeker geen unicum ben in het moeten voortleven met een verlies.”

We besluiten van onderwerp te veranderen. En als er een onderwerp is waarover Verbeke maar niet uitgepraat raakt, dan is het haar werk. Ze heeft naar eigen zeggen “haar ziel verkocht aan de literatuur”, en in September schrijft ze dat haar leven ‘door kunst en literatuur bij elkaar wordt gehouden’.

Toch leek het vorig jaar even alsof Verbeke de pen aan de wilgen zou hangen. Aanleiding voor dat getwijfel: haar verhalenbundel Treinen en kamers, waarin Verbeke 4.200 jaar aan wereldliteratuur tot spectaculaire korte verhalen verwerkt, die op geen enkele longlist terechtkwam. Haar teleurstelling balde de schrijfster samen in een veelbesproken Facebook-post. ‘Ik denk dat ik na twintig jaar nu eindelijk maar eens moet luisteren naar de roep (of de instructie) op zoek te gaan naar een handdoek en een ring’, stond er te lezen.

U leek erg ontgoocheld.

“Het feit dat Treinen en kamers op geen enkele longlist stond, vind ik nog altijd heel straf. Dat hangt in de eerste plaats natuurlijk samen met het feit dat verhalenbundels steeds minder op longlists terechtkomen. Bij de Libris Literatuurprijs worden verhalenbundels al een aantal jaren geweerd, nadat de prijs twee jaar op rij gewonnen werd door een verhalenbundel. Dat bracht kennelijk niet op.

“Maar gaan we dan echt beslissen dat, om commerciële redenen, het genre van Tsjechov, Ryunosuke Akutagawa en Katherine Mansfield, en zoveel andere grootheden uit het verleden, geen literatuur meer is? Dat is een klimaat waarin ik, tijdens zo’n inzinking, weleens denk: ik weet niet of ik hieraan nog wil meewerken.

“Het ging ook nooit om de kwaliteit van dat boek: ik heb nog nooit zo veel unaniem lovende recensies gekregen. Het gaat erom dat het niet werd gezien als een boek dat iets kon opbrengen. Dat vind ik een moeilijk klimaat om de moed erin te houden.

“Bovendien maken ze niet in alle uithoeken van de wereld een kneusje van het genre van het korte verhaal. In Japan gaan de grootste literaire prijzen naar verhalenbundels. Ook dichterbij, in Ierland bijvoorbeeld, schrijven bijna alle auteurs ook korte verhalen. Dat zal in verkoop misschien iets minder zijn, maar het is in ieder geval niet zo’n drastisch verschil als hier. En qua status wordt het genre soms zelfs meer gewaardeerd dan romans.”

Hoe waren de reacties op die Facebook-post?

“Er kwamen enorm veel reacties, ook negatieve. Het is frappant, hoor: ik heb jarenlang voornamelijk mijn dankbaarheid uitgedrukt, en dan heb je één keer iets aan te merken, en dan krijg je wat over je heen. ‘Annelies Verbeke dreigt te stoppen met schrijven omdat ze niet genoeg erkenning krijgt’, kwam er plots in een krant terecht, zonder dat ik daarover werd gecontacteerd. Ik heb in mijn carrière tien prijzen gewonnen, het gaat me er écht niet om dat ik over het algemeen te weinig erkenning krijg. Het gaat om commerciële tendenzen die ervoor zorgen dat een genre dat voor mij − en niet alleen voor mij − heel belangrijk is, steeds meer in de verdrukking komt.

“Pas op: ik kreeg ook wel wat bijval, en heel wat collega’s hebben me nadien ook laten weten dat ze het helemaal begrijpen. Ik krijg ook geregeld verhalenbundels toegestuurd van collega’s die me danken om te blijven opkomen voor het genre. Dat doet deugd. Maar het was voor sommige collega’s duidelijk leuker om in een kring rond een schrijvende vrouw te gaan staan en op haar hoofd te plassen, dan om het genre van het korte verhaal te verdedigen.”

Hebt u er echt aan gedacht om te stoppen met schrijven?

“Stoppen met schrijven was uiteraard nooit écht een optie. Maar het feit dat ik nu ook veel theateropdrachten heb aangenomen, komt ook wel deels omdat ik misschien even wat meer achter de schermen wil werken.”

Op het vlak van erkenning is 2022 voor Verbeke een gul jaar geweest. In het voorjaar mocht de schrijfster de prestigieuze Ultima voor de Letteren in ontvangst nemen, uitgereikt voor haar hele oeuvre. Ook de Jana Beranováprijs viel haar te beurt, eveneens een bekroning van haar omvangrijke oeuvre. Wat doet dat met een mens? “Dat is natuurlijk heel fijn, zeker omdat het oeuvreprijzen zijn. Ik zie mijn werk toch echt als een geheel, waarbinnen verschillende boeken naar elkaar verwijzen, en waarin rode draden te ontdekken vallen. Het is des te specialer omdat het werk van schrijvende vrouwen veel minder snel werd bekeken als een oeuvre.”

Over schrijvende vrouwen gesproken: twee jaar geleden voegde u zich bij het schrijverscollectief Fixdit, dat seksisme in de literatuur op de kaart wil zetten. Hoe prangend is dat probleem vandaag nog?

“De beste antwoorden staan in Optimistische woede, een manifest waarvoor alle auteurs uit ons collectief een stukje hebben geschreven. Ik heb het in het mijne gehad over de literaire canon, die nog steeds bijna uitsluitend uit mannen bestaat. Dat vind ik toch een inhaalbeweging waardig.

“Soms moet ik daarover uitputtende discussies voeren, met mensen die het onmiddellijk als een bedreiging zien dat je vrouwen uit het verleden wat meer aandacht geeft. Alsof dat betekent dat je mannen weg wil werken. Terwijl dat totaal niet aan de orde is. Het gaat over laten zien: dit is er ook, en dit was er al.

“Nog niet zo heel lang geleden werd ik zelfs uitgejouwd op een podium, gewoon omdat ik een podcast maak die klassiekers geschreven door vrouwen onder de aandacht wil brengen. ‘Onzin!’, werd er geroepen. En: ‘Het gaat om kwaliteit!’ – waarmee meteen gezegd is dat de boeken die we onder de aandacht brengen die kwaliteit volgens hen ontberen. Niet dat ze ze daarom gelezen moeten hebben. Heel heftig vond ik dat, zo’n bad van haat. Alsof ik een criminele daad stel door godbetert aandacht te besteden aan waardevol werk van vrouwen uit het verleden.”

Krijgt u zelf nog vaak met seksisme te maken?

“Absoluut. Als je een vrouw bent met enig succes op een intellectueel terrein, heb je er geregeld mee te maken, want dat op zich is voor sommigen al een rode lap. Er zijn ook twee maten en gewichten in hoe er over het werk van mannen en vrouwen wordt gepraat.

“Een goed voorbeeld is Karl Ove Knausgård: die man schrijft eindeloos over zijn eigen leven, zijn werk is autobiografisch tot in het kleinste detail. Ik ben ooit naar een interview met hem gaan kijken in de theaterzaal van de Vooruit, die tot de nok gevuld zat met dwepende fans. Als je dan leest hoe kleinerend er soms wordt geschreven wanneer vrouwen autobiografisch werk publiceren: dat is wel een heel groot verschil, ja. Ook grote literaire prijzen worden nog steeds vaker door mannen gewonnen.

“Al zijn er ook positieve geluiden: uitgeverijen hebben de voorbije jaren echt hun best gedaan om tegemoet te komen aan de vraag naar meer vrouwelijke stemmen. Dat juich ik alleen maar toe.”

‘Alsof ik een criminele daad stel door godbetert aandacht te besteden aan waardevol werk van vrouwen uit het verleden.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Alsof ik een criminele daad stel door godbetert aandacht te besteden aan waardevol werk van vrouwen uit het verleden.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Uw partner heeft Senegalese roots. Hij begrijpt die ongelijke machtsstructuren in de samenleving ongetwijfeld als geen ander. Is dat een veelvoorkomend gespreksonderwerp bij jullie thuis?

“Het is zeker zo dat, omdat mijn partner zwart is in een witte wereld, hij kromme machtsverhoudingen heel goed aanvoelt. Het is een grote steun dat ik binnen mijn relatie geen strijd moet voeren om gewoon al maar gelóófd te worden, want ik weet dat dat in sommige relaties wel het geval kan zijn. Daarom biedt ook het schrijverscollectief een element van troost. Als ik op een podium word uitgejouwd, gaan zij me niet zeggen dat ik het me allemaal maar heb ingebeeld. Dat doet mijn partner ook niet.”

Bent u door de relatie met uw partner anders naar racisme gaan kijken?

“O ja, natuurlijk. Mijn partner is iemand die een heel besloten leven leidt. Groepen gaat hij sowieso uit de weg. Enerzijds is dat een karaktertrek, maar anderzijds is het ook zeker omdat hij niet onnodig met racisme geconfronteerd wil worden. Want daar krijgt hij absoluut regelmatig mee te maken.

“Al besefte ik al lang voor ik een relatie met mijn vriend begon welke impact racisme kan hebben. Een groot inzicht kwam er toen ik op de eerste dag van het zesde studiejaar naar een nieuwe school ging, in Brussel. Een meisje van Marokkaanse origine en ik waren de twee enige nieuwe leerlingen in die school. We waren er nog maar net binnen, of er kwam al iemand naar haar gestoven met de boodschap: ‘Wij moeten hier geen zwarten hebben.’ Dat vond ik echt ontzettend heftig, en het voorval is me altijd bijgebleven. Puur omdat ik wit was en zij niet, kreeg zij die bagger over zich heen.

“Er zijn mensen die zeggen: ‘Ze moeten niet afkomen met hun racisme, want iedereen heeft wel iets heftigs meegemaakt, ik ben er niet minder erg aan toe.’ Wat me daaraan altijd verbaast, is dat mensen niet inzien dat je al die manieren waarop het leven je kan tegenwerken ook kunt ervaren als persoon van kleur, maar dat je daarbovenop nog eens met discriminatie moet afrekenen. Dat je leven dus extra moeilijk wordt gemaakt door die sociale constructen.

“Wat ik ook jammer vind, is dat sommige mensen hun eigen pijn dan als barrière gebruiken voor de pijn van een ander. Terwijl die pijn ook voor een connectie zou kunnen zorgen. Zo zie je maar hoe empathie soms werkt, en soms niet werkt.”

U rondde eerder dit jaar een schrijversresidentie bij de KU Leuven af, waar u onderzoek voerde naar wat artificiële intelligentie (AI) vandaag met taal en creativiteit kan. Wat had u precies in die digitale wereld te zoeken?

“Ik had lange tijd zekere angsten rond onze digitale evolutie, angsten die ten dele gegrond zijn en ten dele voortkomen uit onwetendheid. Op een bepaald moment heb ik besloten die angsten los te laten, en om gewoon eens te kijken wat er vandaag kan. En dat is heel dubbel: een bot kan, per toeval, een interessante passage schrijven of zelfs een grappig gedicht. Anderzijds merk je dat er eigenlijk nog niet zoveel mogelijk is, omdat een bot natuurlijk geen bewustzijn heeft. Je zou kunnen zeggen: als schrijver kun je inspiratie putten uit wat die bot fabriceert. Maar dat kun je ook uit het werk van andere schrijvers, uit het leven van alledag, en uit je herinneringen.”

Boeken worden in de toekomst dus niet geschreven door bots?

“Ik zie AI niet als bedreiging voor het schrijversvak. Wél een probleem is dat een orgaan als Biblion – een organisatie die mee bepaalt wat bibliotheken aankopen – plotsklaps al zijn recensenten ontslaat en vervangt door AI. Dat schrijft nu nietszeggende tekstjes bij boeken en moet met vier schuifjes aantonen hoe vermakelijk en makkelijk een boek is, en hoeveel seks en geweld erin voorkomt. Dat is dus gebeurd, en dat is te gek voor woorden. Maar we moeten goed begrijpen dat niet artificiële intelligentie het probleem is. Wij, de mensen, moeten technologie haar plaats geven in de wereld, en het niet gebruiken om onze hebzucht te botvieren.

“De wereld van de technologie wordt stilaan een wereld voor een steeds kleiner segment van mensen die er nog iets van begrijpen. We mogen niet een beperkt aantal mensen laten bepalen hoe die technologie in de toekomst zal worden ingezet. Daar moeten we ons bewust van zijn en ons mee bezighouden.”

null Beeld RV
Beeld RV

Nu die residentie erop zit, is het alweer tijd voor een nieuw project: samen met Gaea Schoeters schreef u de tekst voor de operette Boze bejaarden. Waarom wilde u zich in de wereld van ouderen verdiepen?

“Gaea en ik vonden de manier waarop er tijdens de coronatijd met ouderen en met de zorgsector werd omgegaan allebei erg frappant. Er was een enorme frictie: enerzijds wilden we ouderen lichamelijk beschermen, maar hun geestelijke gezondheid werd meer dan eens uit het oog verloren.

“Wat ik zelf het ergste vond, waren de mensen die geen afscheid hebben kunnen nemen van dierbaren die overleden. Ik ken een paar van zulke gevallen. Iemand alleen moeten laten sterven, dat is ontzettend traumatisch. Daar hebben we absoluut een cruciale fout gemaakt. En het inzicht dat we verplegend personeel beter moeten behandelen en betalen, lijkt me ook cruciaal.”

Legde de situatie tijdens de pandemie ook niet bloot hoe we op andere momenten met ouderen omgaan?

“Dat denk ik wel. In vergelijking met sommige andere culturen is er bij ons weinig respect voor ouderen en voor hun wijsheid. Ze worden hier toch vaak als kinderen behandeld, en dat is zeker niet overal op de wereld het geval. Dat zijn wel zaken die me toch ook beangstigen nu ik zelf ouder word. Mijn autonomie verliezen, en niets meer te zeggen hebben in de samenleving, dat lijkt me verschrikkelijk.

“Tijdens de pandemie noemde een Nederlandse columniste ouderen ‘dor hout’. Volgens haar moesten we ouderen gewoon laten sterven en hen niet meer beschermen. Ik vond dat heel straf. Want een leven gaat snel, hoor, en op een bepaald moment ben je zelf dat dorre hout. En misschien kijk je dan uit naar de dood. Of misschien wil je graag nog leven. Het blijft belangrijk dat je daar zelf over kunt beslissen.”

Annelies Verbeke, September, Das Mag, 112 p., 19,99 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234