Woensdag 17/07/2019

Interview

Anne-Sophie Balsing, de vrouw van Roel Vanderstukken: ‘Mijn plan was: eerst ballerina worden, en daarna fotomodel en zakenvrouw. Allemaal gelukt.’

Anne-Sophie Balsing (40) wervelt op een bloedhete maandag met natte haren op me af. We zijn in Glabbeek, waar ze met haar man Roel Vanderstukken woont, Benny voor de hardcore Familie-kijker. Balsing komt net uit het zwembad, dat uitkijkt over velden vol fruitbomen. Ze is balletdanseres van opleiding en runt een balletstudio. Niets doet vermoeden dat de eega van de honkvaste, op zekerheid spelende Vanderstukken een bungeejumpend ex-topmodel is, ooit de lieveling van Karl Lagerfeld en John Galliano.

‘Toen ik Roel ontmoette, stond ik voorovergebogen mijn haar te föhnen. Het eerste wat hij van me zag, was mijn kont.’

Deze week kunnen we Balsing eindelijk zelf leren kennen, want dan nemen zij en Roel samen deel aan de zomers-culinaire reeks Grillmasters op VIER. Twee tegenpolen achter de barbecue: dat wordt spannend.

Balsing: “Roels ouders, grootouders en tantes wonen bijna allemaal praktisch om de hoek. Dat is bij mij wel anders. Mijn moeder is opgegroeid in Belgisch-Congo, maar omdat ze de balletopleiding in Antwerpen wilde volgen, is ze op haar twaalfde alleen naar België gekomen en bij haar tante in de kelder gaan wonen. Mijn vader is een Amsterdammer die als kind voor het import- en exportbedrijf van zijn ouders naar Antwerpen is verhuisd. Ik had oorspronkelijk de Nederlandse nationaliteit, ik heb als baby zes maanden in Afrika gewoond en ben opgegroeid in Berchem en Leuven. Ik woonde op mijn zestiende in Parijs, op mijn achttiende in Tokio en op mijn twintigste in New York.”

Je was toen topmodel, terwijl je zes jaar de klassieke dansopleiding aan de Koninklijke Balletschool Vlaanderen had gevolgd en hard op weg was om prima ballerina te worden.

“Ik ben heel jong beginnen te dansen in de dansschool van mijn moeder (Anouchka Balsing, ex-danseres bij het Ballet van Vlaanderen en gewezen jurylid van ‘Sterren op de dansvloer’, red.). Op mijn tiende heb ik toelatingsexamen gedaan voor de Koninklijke Balletschool Vlaanderen, en daar ben ik samen met nog twee andere meisjes geselecteerd uit driehonderd kandidates.”

Was het je droom om balletdanseres te worden?

“Ik had een heel plan: eerst zou ik ballerina worden, dan zou ik gaan werken als fotomodel, daarna wilde ik leren zakenvrouw te zijn. Uiteindelijk zou ik de balletschool van mijn moeder overnemen en mijn prins op het witte paard tegenkomen.”

En?

“Het is me allemaal gelukt. (lacht) Op mijn manier toch. Ik heb ook wel geluk gehad. Na een festival in Brussel heeft een vrouw die een modellenbureau leidde me haar kaartje gegeven: ‘Kom eens langs met je ouders.’ Een maand later was ik als model aan het werk. Gewoon na de schooluren. Nog een paar maanden later woonde ik in Parijs.”

Huh?

“Ford Models Paris had aan het bureau in Brussel gevraagd of ik voor hen een maand in Parijs kon komen werken, en ik ben niet meer teruggegaan.”

Je was zestien!

“Mijn ouders waren aan het scheiden, mijn moeder was aan het verhuizen. Toen ik haar vroeg of ik naar Parijs mocht – het schooljaar was nog niet gedaan – zei ze: ‘Doe maar.’ Ik heb geprofiteerd van die scheiding, toen mijn ouders even heel erg met zichzelf bezig waren. Als ze samen waren gebleven, hadden ze me niet zo makkelijk losgelaten, denk ik. Ze wisten ook wel dat ik het aankon. Ik heb een ander karakter dan mijn zus, die liever thuisbleef. Ik wou niets liever dan op avontuur trekken.”

Je moet op je zestiende wel uitzonderlijk zelfstandig zijn geweest.

“Zo ben ik opgevoed. Mijn moeder was geen thee-met-koekjesmoeder, meer één die zei: ‘Ik moet vanavond werken. Pak maar een diepvriesmaaltijd.’ (lacht) Ik vond dat zalig. Ik heb in Parijs ook zelf een appartement gezocht. De eerste maand woonde ik in een huis samen met andere modellen, maar ik ergerde me te veel aan die troelahoela’s. Zodra ik mijn rijbewijs had, reed ik in mijn eentje overal heen en ging ik in het weekend naar mijn vriend in Amsterdam.”

Liep je in Parijs shows?

“Ik deed vooral editorials, fotoshoots voor Vogue en Elle. Maar ik heb ook veel shows gelopen voor Dior, Chanel, Jean Paul Gaultier en Tom Ford. Ik ben het huismodel geweest van John Galliano toen hij voor Dior werkte. Voor een hautecoutureshow heeft hij zelfs een keer een balletoutfit voor mij gemaakt, omdat hij wilde dat ik op mijn pointes op de catwalk danste.”

Geweldig! Ik heb me goed voorbereid op dit gesprek, maar daarover heb ik helemaal niets gelezen.

“Niemand weet dat. Ook in het dorp hier niet. Ik ben nu de vrouw ván, de dochter ván en de moeder ván (zoontje Toots (8) speelt sinds kort ook mee in ‘Familie’, red.). Als iemand vraagt: ‘Vindt u het niet bijzonder om de vrouw van Roel Vanderstukken te zijn?’ denk ik weleens: ‘Jaja, je moest eens weten.’

“Na Parijs ben ik naar Milaan gegaan. Ik heb daarna nog in Griekenland gewerkt, en in Londen, en ben dan in Tokio gaan wonen. Het was de tijd van Cindy Crawford en Naomi Campbell, en Chanel had voor de markt in Tokio acht lookalikes nodig. Met hen trok ik een seizoen lang heel Japan rond om de nieuwe collectie te showen.”

Je kunt, zeker als jong meisje, in de wereld van de topmodellen makkelijk de weg kwijtraken.

“Ja, maar ik niet. Ik weet nog goed dat ik op mijn twintigste eens tegen mijn ouders heb gezegd: ‘Dankjewel voor mijn opvoeding.’ Ze keken me allebei aan met een blik van: ‘Wat krijgt zij nu?’ Ik was zo blij dat ze me zoveel nuchterheid en vertrouwen in mezelf hebben meegegeven, net omdat ik om me heen zag hoe andere meisjes veel te makkelijk beïnvloed werden door rijke oude mannen die zeiden: ‘Als jij... dan ik…’ Brrr. Ik heb heel weinig van die vunzige voorstellen gehad. Die kerels weten heel goed bij wie ze het moeten proberen en bij wie niet. De Belgische en Nederlandse meisjes vielen ze veel minder lastig dan die uit Rusland, Tsjechië of Brazilië.”

Heb je, bij wijze van avontuur, het ruime aanbod aan drugs uitgeprobeerd dat in die wereld circuleert?

“Ik heb de drugs wel zien rondgaan. Maar in de balletwereld zag ik dat ook, hoor. En ook daarvoor geldt dat ze weten aan wie ze die moeten aanbieden en aan wie niet. Ik heb altijd graag controle willen hebben. Ik ging wel uit, maar ik ging ook altijd op tijd naar huis en reed zelf of nam een taxi, ik ging nooit met anderen mee. Als model ben je afhankelijk van je uiterlijk. Als je drinkt, snuift en weinig slaapt, gooi je dus je eigen ramen in. Je moet in die stiel heel goed voor jezelf zorgen, en dát heb ik thuis zeker geleerd.”

Ben je ooit geplaagd door de eetobsessies waaraan dansers en modellen vaak ten prooi vallen?

“Ik ben altijd graatmager geweest. Ik kon eten wat ik wilde: mayonaise, slagroom… Nu niet meer: sinds de geboorte van Toots heb ik problemen met mijn schildklier. Maar ik heb wel twee prachtige kinderen. Ik zeg altijd: ‘Zolang ik slanker ben dan mijn man, is alles nog oké.’ (lacht)

Er komen geen kinderen meer, weet iedereen. Roel onderging uit liefde voor jou een vasectomie en kreeg daarvoor op sociale media veel applaus.

“Hij is daar echt zelf mee aangekomen. Zijn moeder heeft borstkanker gehad, en vrouwen die de pil gebruiken, hebben daarvoor een verhoogd risico. Hij vond dat mijn lichaam genoeg te verduren had gehad en wou niet dat ik de rest van mijn leven al die hormonen moest slikken. Ik heb twee kinderen, maar ik ben zes keer zwanger geweest.”

Je zegt dat heel nuchter.

“Kijk, je kunt na iedere miskraam gaan zitten huilen en het kind dat er nooit is gekomen een naam geven. Of je kunt zeggen: ‘De natuur heeft beslist dat dit kind niet sterk genoeg was. De baby had waarschijnlijk niet lang geleefd, dus het is beter dat hij er helemaal niet is gekomen. Ik denk ook altijd: ‘Zonder die vier miskramen was onze geweldige Ramses er niet geweest.’”

Dat is waarvoor Roel viel, zei hij al vaak: jouw onwaarschijnlijke hang naar het positieve.

“Ja, Roel en ik zijn compleet yin en yang. Roel is een enorme piekeraar, hij ziet de dingen veelal zwart, terwijl voor mij alles altijd roze is. Roel probeert zich voor te bereiden op alles wat fout kan gaan en houdt niet van reizen en avontuur. Ik doe niets liever. Ik krijg hem nu wel mee en hij heeft er zelf lol in, maar vroeger kreeg hij zware clusterhoofdpijn op de dag dat we op vakantie moesten vertrekken. Als de kinderen willen jetskiën, parasailen of zelfs nog maar in zee willen zwemmen, zal hij altijd zeggen: ‘Doe jij maar, schatje.’ Bungeejumpen en skydiven, ik heb het allemaal gedaan.”

Waarvoor ben jij eigenlijk gevallen? Ik weet dat jullie elkaar hebben ontmoet bij de kapper.

“Ja, bij een vriend van mij die na zijn uren mijn haar knipte. Voor Roel deed hij dat ook. Die dag was mijn haar net geknipt en ik stond het zelf voorovergebogen te föhnen. Het eerste wat Roel van mij zag, was mijn kont. Daar zijn al veel grappen over gemaakt. We hebben elkaar die avond maar even gesproken, maar later bleek dat we allebei naar onze vriend hadden gebeld om te vragen wie de ander was.”

Wat triggerde je interesse?

“Ik vond hem heel mannelijk. Hij zag er precies uit zoals ik me als kind een echte man voorstelde. Iedere keer als we elkaar tegenkwamen – we bleken gemeenschappelijke vrienden te hebben – gebéúrde er ook iets. Noem het chemie. Het was meant to be, onhoudbaar. Hij is zo’n gentleman: hij houdt de deur altijd voor me open, zegt ‘Gezondheid!’ als ik nies, komt vaak thuis met een boeketje bloemen. Zo zalig. We zijn ook nog steeds verliefd, zeggen nog elke dag tegen elkaar: ‘Ik zie u graag.’ Gisteren waren de kinderen niet thuis en hebben we de helft van de dag samen in de zetel gelegen en in elkaars ogen gekeken.”

‘Als kind had ik een plan: eerst ballerina, dan fotomodel, dan zaken­vrouw. En dan zou ik mijn prins op het witte paard tegen­komen. Het is allemaal gelukt.’

Kijk je niet naar Familie? Wist je daarom die eerste keer bij de kapper niet wie hij was?

“Ik was nog maar net terug in België. Mijn vader, die ondertussen is overleden, had ouderdomsdiabetes en zijn been was afgezet. Mijn moeder woonde samen met een nieuwe man, mijn zus en mijn vader kwamen niet zo goed overeen, ik wilde voor hem zorgen.”

Was je toen nog model?

“Neen. Ik zat in mijn businesswoman-fase. (lacht) Ik produceerde modeshows in Parijs en New York en had een yogastudio in Amsterdam.”

Had je genoeg van het modellenleven?

“Ik ben er zelf mee gestopt voordat ze mij de laan zouden uitsturen. Kwestie van de eer aan mezelf te houden. Het stoorde me ook meer en meer dat je zo van andere mensen afhing. Het was niet zoals in de danswereld dat je succes had omdat je hard werkte. Een ontwerper kiest een model omdat hij iets in je ziet, om wat voor reden dan ook. Het wereldje is op een gegeven moment ook erg veranderd. Toen ik begon, hadden de Claudia Schiffers en Cindy Crawfords een filmsterrenstatus. Ze hadden veel macht. De modeshows draaiden bijna meer om hen dan om de kleren. Daar waren de designers, die allemaal een enorm ego hebben, niet blij mee. Zij hebben de macht weer naar zich toe getrokken door een ander soort model te promoten: de kapstok, Kate Moss-types zonder veel vorm die niet meer mochten glimlachen en niet meer met hun heupen mochten wiegen. Op den duur zagen alle modellen er hetzelfde uit: even groot, even vormeloos en allemaal op dezelfde manier geschminkt. Met dat soort kapstokken als model kon alle aandacht naar de kleren gaan. 

“Ik voelde die omslag aankomen en ben in New York opleidingen gaan volgen om dans- en yoga-instructrice te worden, én ik ben naar de productiehuizen van modeshows gestapt om te vragen of ik niet achter de schermen kon werken. Dat ze me nog kenden van op de catwalk, speelde natuurlijk in mijn voordeel. Ik woonde in Amsterdam, waar ik mijn yogastudio had, en vloog over en weer naar Parijs en New York voor de shows.”

Waarom woonde je in Amsterdam?

“Ik heb me er altijd thuis gevoeld. Ik heb er twee liefdes gekend.”

Je houdt van Nederlanders.

“Surinamers. (schatert)

Dus het is waar dat je samen bent geweest met ex-profbokser Regilio Tuur.

“Neen, zot! Dat noem ik geen relatie. Ik kwam net uit een lange relatie en opeens was hij daar en begon hij me de liefde te verklaren. Hij schreef me romantische gedichten, gaf serenades en huurde zelfs een keer een heel restaurant voor me af dat hij vol bloemblaadjes had laten strooien. Dat was welkome aandacht in een moeilijke periode, maar niets wat ooit iets had kunnen worden.”

Wat is de overeenkomst tussen de Surinamers en Roel?

“De mannelijkheid, natuurlijk! Daarom vind ik het bij nader inzien toch goed dat Roel op Instagram over zijn sterilisatie heeft verteld. Eerst dacht ik: ‘Wat heeft de wereld daar nu mee te maken? Maar toen belde mijn zus om te zeggen: ‘Ik zou ook graag willen dat mijn man dat doet, maar mannen zijn zo bang dat hun mannelijkheid ervan afhangt.’ Als er nu één man echt man is, is Roel het wel. Dat hij zich door de ingreep niet in zijn mannelijkheid bedreigd voelt, kan dat rare idee misschien de wereld uit helpen.”

‘Je moet Toots niet zeggen dat hij op mij lijkt. Dat wil hij echt niet. Zijn vader is zijn grote idool. Ik begrijp dat. Hij is ook mijn idool.’

Er is nu wel geen weg meer terug.

“Die wil Roel ook helemaal niet. Hij heeft me rechtuit gezegd: ‘Als jij sterft, is de kans groot dat ik met iemand anders zal gaan samenleven, maar met een andere vrouw dan jij wil ik geen kinderen.’”

Roel houdt de touwtjes graag zelf in handen. Toen ik hem sprak, noemde hij zichzelf een controlefreak. Hij werkte vroeger zeventig uur per week – overdag opnames van Familie, ’s avonds optreden met zijn coverband. ‘Als acteur weet je dat het morgen gedaan kan zijn,’ zei hij, ‘dus probeer ik een voorraad aan te leggen.’ Juist die drang om de risico’s te beperken deed hem de das om. Twee jaar geleden kreeg Roel een hartinfarct.

“Het was ook een genetische kwestie. Zijn vader heeft vlak erna dezelfde operatie moeten ondergaan: zijn kransslagader was dichtgeslibd. De dood van zijn grootvader bleek achteraf óók te zijn veroorzaakt door een probleem aan zijn hart. We hebben onze zonen nu ook op die afwijking laten testen. Alles was oké, maar als ze vijftien zijn, moeten ze opnieuw binnen voor een check-up.”

Jij hebt zijn leven gered, zegt hij. Het klinkt heel dramatisch, maar het is wel waar, hè.

“Ja. Als het aan hem had gelegen, was hij die dag gewoon gaan werken en was het fataal afgelopen. Ik heb hem ’s ochtends gezegd dat hij niet mocht vertrekken vóór de dokter langs was geweest. Hij zag grijs en had de hele nacht lopen ijsberen van de pijn – op een gegeven moment was hij in bad gaan liggen in de hoop dat dat de pijn zou verzachten. Hij had al eens een maagzweer gehad en dacht dat het weer zijn maag was. De dokter dacht dat ook en heeft hem maagpillen en een pijnstiller gegeven. Ik stond erop dat hij ook bloed zou laten afnemen, en hij heeft dat gedaan om van mijn gezaag af te zijn. Hij is daarna toch gaan werken, maar ’s middags kreeg ik telefoon van de dokter. De uitslag van het bloedonderzoek was alarmerend, Roel moest onmiddellijk naar de cardioloog. In Gasthuisberg zeiden ze: ‘Meneer, u hebt nog steeds een hartinfarct.’ Vijf dagen later hebben ze hem geopereerd. Roel had voor de zekerheid afscheid genomen van Toots en Ramses.”

Dat meen je niet? Zelfs toen was hij aan het voorbereiden en vooruitzien.

“Natuurlijk. We hebben ook de boekhouder en de notaris gebeld om alles te regelen voor als het fout zou gaan.”

Werkt hij nu minder hard?

“Hij vindt zelf van wel. (lacht) Ach, je houdt hem toch niet tegen.”

Roel is een goede kok en won met Kurt Rogiers de VTM-reeks 2 Sterrenrestaurant. Nu staan jullie samen aan de barbecue in Grillmasters. Laat hij je doen in de keuken of staat hij te kijken of je de paprika wel fijn genoeg snijdt?

“Haha, toevallig dat je dat nu zegt. Eergisteren wilde ik het vlees bakken en zei hij opeens: ‘Nee! Niet zo! Je moet het aan twee kanten kruiden. En je moet de andere pan gebruiken.’ ‘Weet je wat,’ heb ik toen gezegd, ‘doe jij het maar.’ Roel kookt als er mensen komen eten. Hij begint een dag van tevoren aan de sauzen en is dan nergens anders meer mee bezig. Ik kan dat niet, uren met een saus in de weer zijn terwijl ik nog duizend andere dingen te doen heb. Ik kook in het dagelijks leven, eenvoudig en snel. Maar dan vraag ik hem wel altijd om het eten wat te pimpen. Hij is heel goed met kruiden. Ramses en Toots willen nu ook al constant helpen in de keuken.”

Toots heeft sinds kort ook een kleine rol in Familie.

“Hij doet dat goed, vind je niet? In de eerste scène komt hij met zijn televisievader op bezoek bij Benny, Roel dus. Ik was bang dat hij daardoor uit zijn rol zou vallen, maar nee, hoor. Je moet Toots niet zeggen dat hij op mij lijkt. Dat wil hij echt niet. Zijn vader is zijn grote idool. Ik begrijp dat. Hij is ook mijn idool.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden