Dinsdag 22/10/2019
Ginger Baker.

In memoriam

‘Angstaanjagend, bedreigend en moeilijk’, maar Ginger Baker was een van de beste drummers uit de rockgeschiedenis

Ginger Baker. Beeld Alex Vanhee

Als de briljant eigenzinnige drummer van het legendarische trio Cream schreef hij rockgeschiedenis. Maar als mens was hij opvliegend, onberekenbaar, zelfs onuitstaanbaar. Met Ginger Baker, die op 80-jarige leeftijd overleed, verdwijnt een van de meest kleurrijke figuren uit de rockgeschiedenis.

“Ginger is deze ochtend vredig overleden in het ziekenhuis.”

Dat statement postte de familie van Peter Edward Baker, beter bekend als ‘Ginger’ Baker, zondag op Twitter. Vooral het woordje ‘vredig’ viel daarbij op. Want als er iets is dat Ginger Baker niet was, is het een vredig man.

“I’m not easy to get on with”, zei hij in 1970 in een interview met het Britse magazine Disc and Music Echo, en dat interview is waarschijnlijk het vriendelijkste dat hij ooit heeft gegeven. Want in elk nieuwsbericht over Bakers overlijden komen twee zaken terug: “briljante drummer” en “onuitstaanbare man”. Een furie achter de drums, maar ook ernaast.

Bakers beroemdste band heette Cream: een supergroep die hij in 1966 vormde, met Eric Clapton op gitaar en Jack Bruce op bas. In nauwelijks anderhalf jaar verlegde Cream, niet het minst dankzij de inventieve, grensoverschrijdende drumpartijen van Baker, de grenzen van de rockmuziek, gevat in vier succesalbums. Maar in die korte periode kwam het ook geregeld tot verbale en fysieke aanvaringen tussen Baker en Bruce. Toen de band bijna veertig jaar later terug samenkwam, boterde het nog steeds niet tussen de twee. Tijdens een optreden in New York gingen ze andermaal met elkaar op de vuist. Zelfs toen Baker zich terugtrok in Zuid-Afrika, vond de Britse bassist nog dat hij “te dichtbij” woonde.

Geschenk van God

Baker en Bruce hadden, voor hun carrière bij Cream, al samengespeeld in de band Graham Bond Organisation. Daar eindigde hun samenwerking toen Baker zijn bandmaat bedreigde met een mes. Tot het einde van zijn leven zou de roodharige drummer een enfant terrible blijven. Zelfs toen zijn gezondheid zo slecht werd dat hij een wandelstok nodig had, gebruikte hij dat instrument om Jay Bulger, regisseur van de toepasselijk getitelde documentaire Beware of Mr. Baker, een gebroken neus te slaan. “Als je een probleem met me hebt,” zegt Baker in die film, “kom me dan opzoeken en sla op mijn neus. Ik zal je niet voor de rechter slepen. Ik sla gewoon terug.”

Zijn vader overleed op het slagveld van de Tweede Wereldoorlog toen Baker nauwelijks vier jaar oud was, maar gaf hem één advies mee: “Gebruik je vuisten. Dat zijn meestal je vrienden.” In zijn tienerjaren nam Baker die ‘goede raad’ ter harte door zich aan te sluiten bij een straatbende, een korte loopbaan die uitmondde in een vechtpartij waarbij zijn maats hem aanvielen met een scheermes, weet de BBC.

Baker vond zijn roeping pas, zo herinnerde hij zich tien jaar geleden in een interview met The Independent, toen hij een feestje bijwoonde waar een bandje optrad. “Ik had nog nooit achter een drumstel gezeten, maar ik ging zitten – en ik kon spelen! Een van de muzikanten draaide zich om en zei: ‘Bloody hell, we hebben een drummer’, en ik dacht: ‘Bloody hell, ik ben een drummer.’” Hij beschouwde zijn talent als “een geschenk van God”. Zijn autobiografie uit 2009 voorzag hij van de titel Hellraiser: The Autobiography of the World’s Greatest Drummer.

Straf van God

Baker was dan ook niet zomaar een drummer. Hij had les gevolgd bij de invloedrijke jazzdrummer Phil Seamen, en zijn voorliefde voor atypische ritmes, ongewone technieken en exotische invloeden kleurden zijn niet te evenaren drumstijl. Na het einde van Cream speelde Baker kort bij Blind Faith (opnieuw met Clapton) en richtte hij Ginger Baker’s Air Force op, waarmee hij zijn liefde voor jazzritmes en Afrikaanse klanken botvierde. In 1971 trok hij naar de Nigeriaanse hoofdstad Lagos, waar hij zijn eigen studio had, tot financiële problemen hem aan de grond brachten. Het klikte met de Nigeriaanse muzikant Fela Kuti: Baker drumde op diens album Why Black Man Dey Suffer, terwijl Kuti bijdroeg aan Bakers soloplaat Stratavarious.

Toch reikte Bakers invloed het verst in de rockmuziek, tot zijn eigen eeuwige ergernis. Het Cream-nummer ‘Toad’, min of meer een vijf minuten durende drumsolo, geldt als een ijkpunt in de geschiedenis van rockdrums, maar, zo stelde hij in 2013 op de blog JazzWax, “ik heb nooit rock gespeeld. Cream waren twee jazzmuzikanten en een bluesgitarist die geïmproviseerde muziek speelden”. Van vergelijkingen met behoorlijk legendarische collega’s als John Bonham (Led Zeppelin) en Keith Moon (The Who) moest hij niets weten. Dat hij, die als een van de eerste een dubbele basdrum gebruikte, een grote invloed had op heavymetalbands als Black Sabbath, was evenmin een bron van trots: het genre “had geaborteerd moeten worden”, vertelde hij in Beware of Mr. Baker.

Die documentaire schetst geen flatterend beeld van Ginger Baker, die voor een groot deel van zijn carrière met een heroïneverslaving kampte en beweerde vijftig sigaretten per dag te roken. Hij sukkelde al lang met zijn gezondheid. “God straft me voor mijn slechtheid door me op een zo pijnlijk mogelijke manier in leven te houden”, vertelde hij aan Rolling Stone. Baker trouwde vier keer en had drie kinderen, maar zijn opvliegende karakter maakte het moeilijk om vrienden te houden. Hij beschouwde Eric Clapton als “zijn beste vriend ter wereld”, maar of die vriendschap wederzijds was, is hoogst twijfelachtig. Clapton beweerde hem “niet echt te kennen” en vatte de drummer in Beware of Mr Baker in drie woorden samen: “angstaanjagend, bedreigend... en moeilijk”.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234