Zaterdag 06/03/2021

Analyse

Angèle en Dua Lipa breken hitparaderecord: vijf regels voor een succesvol duet

Angèle en Dua Lipa: 'De song is de perfecte combinatie van ons beiden.' Beeld rv
Angèle en Dua Lipa: 'De song is de perfecte combinatie van ons beiden.'Beeld rv

Angèle en Dua Lipa hebben een record op zak. Al acht weken staan ze onafgebroken op één in de Ultratop met ‘Fever’. Nooit eerder deed een duet met twee zangeressen het beter in deze lijst. Als dat zo’n zeldzaamheid is, wat maakt een muzikaal duet dan succesvol?

Tot voor kort stond het record op naam van Baccara (vijf weken op één met ‘Yes Sir I Can Boogie’ in 1977) en Lady Gaga & Beyoncé (ook vijf weken in poleposition met ‘Telephone’ in 2010). Vandaag bivakkeren Dua Lipa en Angèle al drie weken langer op die begeerde eerste plaats. Het langst ooit voor een vrouwelijk duo in de Ultratop.

Dat is opmerkelijk want nooit eerder deelden zoveel popsterren, acts en dj’s de credits. Vandaag is ‘feat.’, kort voor ‘featuring’, zelfs het meest voorkomende woord in de charts. De hitlijsten rijgen weliswaar meer dan ooit collaboraties aan elkaar, maar er speelt een nuanceverschil tussen duet en feature. Bij de eerste krijg je het idee dat beide artiesten elkaar als gelijke beschouwen, bij het tweede kon je net zo goed een toevallige zwerver op straat aangeklampt hebben. 

Om een ouderwets duet te doen slagen, zijn bovendien nog andere parameters van tel. Hieronder vindt u geen tien geboden van het duet, maar vijf vuistregels. Want zo’n wet voor een duet, die telt natuurlijk mee voor twee.

1. Eet van beide walletjes

Het initiatief om samen te werken voor ‘Fever’ kwam van Dua Lipa zelf. “Ik ben een grote fan van Angèle en de song is de perfecte combinatie van ons beiden”, verklaarde ze onlangs. “We legden er allebei onze persoonlijkheid en onze stijl in.” Het tweetalige ‘Fever’ is daarmee een ambassadeur voor beide zangeressen. En dat heeft niet alleen met wederzijdse artistieke bewondering te maken. Dat Angèle vaste voet heeft op Frans grondgebied, en de Brits-Kosovaarse Dua Lipa een nieuwe afzetmarkt op het oog heeft om een van de grootste popsterren ter wereld te worden – deze maand prijkt ze ook op de cover van de rockbijbel Rolling Stone – helpt natuurlijk. En Angèle gaf in De Morgen op haar beurt te kennen dat zij niet vies is van terra britannia. Win-win.

Klinkt als plat opportunisme? Ach nee, joh! Samen sterk is de leuze, en dat is allerminst nieuws onder de zon in de muziekwereld. Aerosmith wist dat dertig jaar jaar geleden al, toen ze ‘Walk This Way’ met Run-DMC opnamen. Hiphoppers en hardrockers konden toen niet echt door eenzelfde deur, maar de groep rond Steven Tyler en Joe Perry besefte dat hun lichtjes tanende carrière een vers infuus behoefde. “Wij veroverden wat van hun fans, zij wat van de onze. Iederéén won.”

2. Een duet hoeft geen duel op leven en dood te zijn

“Ik zou nog eerder op een podium kruipen met een varken”, snoof Mariah Carey vol minachting toen een interviewer de euvele moed had om haar een duet aan te praten met Jennifer Lopez, op dat ogenblik nog een rijzende ster. Tussen de twee zangeressen zou er jarenlang een koude oorlog woeden. Door die snerende opmerking behoedde Carey beiden nochtans van grotere narigheid: een duet is immers geen diva’s-dubbel. De enige formule die universeel een gevoelige snaar raakt, is wanneer twee complementaire stemmen of persoonlijkheden elkaar vinden, en beiden elkaar tot grotere hoogtes stuwen. Een duet tussen man en vrouw is de gemakkelijkheidsoplossing, maar net zo goed kunnen een droog parlando en dramatische voordracht perfect in elkaar haken.

Een béétje geldingsdrang helpt een duet niettemin al eens vooruit, bewees David Bowie herhaaldelijk. In ‘Under Pressure’ dagen Freddie Mercury en hij elkaar voortdurend uit, tot een imposant en theatraal hoogstandje. Iets minder hartverheffend was dan weer de iconische stand-off met Mick Jagger in ‘Dancing in the Streets’. De tenenkrommende clip toonde al wat haantjesgedrag en coke vermogen met muzikale ego’s. “We banged the song out in just two takes”, pochte Jagger nochtans achteraf. “Geen van ons maakte zich al te druk over de aanpak.” Een regelrechte leugen, corrigeerde sessiedrummer Neil Conti later: “De opnames waren een gigantische egotrip voor Mick. Hij blééf maar proberen om David naar de kroon te steken. Er werd zelfs gebikkeld over het aantal songregels dat hij mocht zingen. Mick was er als de dood voor dat David hem zou overtroeven.”

De kortste tenen tref je wel vaker aan bij artiesten die op grote voet leven. Zo gaf Dolly Parton herhaaldelijk te kennen dat ze dolgraag een duet met Madonna zou willen opnemen. “Maar ze heeft het me nooit gevraagd”, voegde Parton daar fijntjes aan toe. Het duet als onmogelijk minnespel, waarbij twee ijdele geliefden het hof gemaakt willen worden. Ook tussen Michael Jackson en Prince speelde een te grote rivaliteit. Die laatste werd gepolst om in ‘Bad’ uit te komen tegenover Jacko, zowel in de song als de clip. Maar Prince struikelde al over de eerste zin: “Your butt is mine.” Want: wié zou die woorden zingen? Geen van beide opties leek hem aanvaardbaar.

3. Zorg voor chemie, maar zie af van lust

“Een chemische vonk moet in elk geslaagd duet overslaan”, stelde de Amerikaanse countryster Kenny Rogers vast. “Maar als je voorbij het punt van vriendschap en aantrekkingskracht gaat, dooft die vonk vreemd genoeg uit in een song.” Met andere woorden: hou die piemel maar veilig in je broek wanneer je een serenade verpakt als duet. En je enthousiasme kan soms ook beter op de pechstrook geparkeerd worden. Cher haatte naar eigen zeggen de zoetsappige tekst van ‘I Got You Babe’, en verklaarde dat haar zang om die reden wat verveeld klonk. En slaperig: Sonny wekte haar ’s nachts om de song in te zingen. Die onderkoelde voordracht gaf haar een onbereikbaar aura.

Serge Gainsbourg had dan weer zijn onbereikbare vlam Brigitte Bardot in gedachten toen hij ‘Je t’aime mon non plus’ inhijgde met Jane Birkin. En ook Frankie Miller moet je niets vertellen over vruchteloos verlangen. In een vorig leven nam Sam Bettens als Sarah Beth een duet op met deze Schot. Het zweterige ‘Why Don’t You Try Me’ werd opgenomen voor Eric Van Looys film Ad Fundum, maar leefde nadien nog een hele tijd verder op Studio Brussel. Chemie hoorde je zéker en vast in deze knappe cover: Miller zou tijdens de opnames zo opgewonden zijn geworden door Bettens’ warmhese stem dat hij in zijn ontbloot bovenlijf tegen haar begon aan te schuren. Niet verwonderlijk bleef het bij een eenmalige samenwerking.

Ben Harper hield het dan wel veiliger: hij maakte een plaat met zijn eigen moedertje. De artiest van hits als ‘Faded’ zag “de relatie moeder-zoon na een paar dagen weliswaar al veranderen in één tussen gelijkgestemde zielen.” Dat was ook nodig: “Je durft je ma voor geen geld op de vingers tikken bij een fout. Een andere zangeres wel.”

4. Gebruik de ander als pasmunt of breekijzer

“Als je belachelijk veel platen wilt verkopen, neem dan een duet op met mij. Als je iemand nodig hebt om je albumverkoop in te zegenen, dan ben ik jouw man.” Robbie Williams zat nooit verlegen om enige grootspraak, maar rond de eeuwwisseling had de Britse popster overschot van gelijk na megahits met Kylie Minogue en Nicole Kidman.

Toch lijkt het dat Elton John zich vaker als moneymaker aandiende in de popgeschiedenis. En als diplomatisch breekijzer. Eminem kon garen spinnen bij een liveduet van ‘Stan’, net zoals Axl Rose (‘November Rain’) dat een paar jaar eerder had voorgedaan. Zowel Axl als Em lagen op dat moment zwaar onder vuur door homofobe haatpraat in hun lyrics, waarop sir Elton John hen te hulp snelde als muzikale bemiddelaar. Zelf scoorde Rocket Man dan weer zijn eerste nummer één met een ander duet: de magische vrolijkheid tussen hem en Kiki Dee bombardeerde ‘Don’t Go Breaking My Heart’ tot een classic. Later zou hij die song keer op keer weer in de schijnwerpers kunnen wringen, door een duet aan te gaan met de snoepjes du jour, waaronder Miss Piggy en RuPaul. En zo is de cirkel rond. 

5. Sta aan de goede kant van de geschiedenis

“De muziekindustrie is om je te bescheuren”, blikte Seal ooit grimlachend terug op zijn hobbelige popparcours. “Wanneer je een hit hebt, kent iedereen je. Dan verdringen artiesten elkaar om een duet met je op te nemen. Maar wanneer je de bal een paar keer mis slaat, lijdt iedereen aan geheugenverlies.” Die woorden zijn maar al te waar, wisten The Bee Gees in 1983. Op dat ogenblik was disco zo dood als een pier, en oogden de broers Gibb als flikkerende fossielen. Zonde van hun geheide hit ‘Islands in the Stream’ die ze toen net uit hun mouw hadden geschud. Op een eigen album zou die single roemloos ten onder gaan. Daarom gaven ze de song uit handen aan Dolly Parton en Kenny Rogers. Een geslaagde gok: de song werd een monsterhit, en een fortuin stroomde richting bankrekening van de broers Gibb. Ook toen ‘Ghetto Supastar’ vijftien jaar later aan de haal ging met een melodie uit die song, trouwens.

Een duet tussen Bono en de avant-gardistische bluesrocker Captain Beefheart had ongetwijfeld goud kunnen opleveren. Maar toen de Ierse zanger zijn moed bij elkaar raapte voor een samenwerking, veroverde zijn groep net Amerika, terwijl de ander een notoire kluizenaar was. Volgens de legende schreef Beefheart zijn vragende duetpartner een hilarisch kattebelletje terug: “Dear Bongo, no.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234