Zaterdag 23/10/2021

InterviewAndrej Kontsjalovski

Andrej Kontsjalovski verfilmde geheim bloedbad in de Sovjet-Unie: ‘Stakende arbeiders, in het arbeidersmekka? Zoiets kon niet’

Het bloedbad in ‘Dear Comrades!’, gefilmd in zorgvuldig gecomponeerd zwart-wit. Beeld
Het bloedbad in ‘Dear Comrades!’, gefilmd in zorgvuldig gecomponeerd zwart-wit.

Ontevredenheid bestond officieel niet in de Sovjet-Unie, dus was het onmogelijk dat op 2 juni 1962 duizenden Russische arbeiders in opstand kwamen tegen loonsverlaging en voedseltekorten. Andrej Kontsjalovski (84) verfilmde een geheimgehouden bloedbad, toen de Sovjettop een opstand met geweld onderdrukte.

“Niemand sprak over Novotsjerkassk”, zegt Andrej Kontsjalovski. “Het was een staatsgeheim.”

De 84-jarige Russische filmmaker rakelt met zijn drama Dear Comrades! een pijnlijke geschiedenis op uit het Sovjetverleden: het bloedbad van Novotsjerskassk. Op 2 juni 1962, tijdens een opstand van fabriekspersoneel tegen de door Sovjetleider Chroesjtsjov verhoogde voedselprijzen, openden scherpschutters het vuur op de demonstranten. Er vielen minimaal 25 doden en tientallen gewonden – de officiële cijfers worden betwist, het waren er waarschijnlijk meer.

Totale paniek, zo legt Kontsjalovski, een van Ruslands bekendste film- en theaterregisseurs, het gruwelijke Sovjetingrijpen uit. “De regering was als de dood dat de demonstratie bekend zou worden. Een staking in de socialistische staat, het arbeidersmekka? Dat was zoiets als complete nonsens, een idee waar ze niets mee konden. Als het uit zou komen, zou dat de almacht van de staat ondermijnen.”

Surrealistische nasleep

Het indrukwekkende Dear Comrades!, vorig jaar bekroond met de Speciale Juryprijs op het filmfestival van Venetië, laat niet alleen de aanloop naar het bloedbad zien, maar ook de haast surrealistische nasleep. Geen woord mag er over het voorval en de slachtoffers naar buiten komen. De lijken worden onmiddellijk afgevoerd naar een onbekende bestemming en schoonmakers krijgen de opdracht het bloed van het plein te schrobben. Wanneer dat niet lukt, komt er een nieuwe laag asfalt overheen.

Ondertussen moet de lokale bestuurder Ljoedmila (gespeeld door Julia Visotskaja, Kontsjalovski’s echtgenote) op zoek naar haar tienerdochter, die meedeed aan de demonstratie en sindsdien niet meer thuiskwam. Het is een duizelingwekkende botsing van twee werkelijkheden: de officiële, waarin überhaupt geen opstand of schietpartij plaatsvond, en haar persoonlijke nachtmerrie.

Andrej Kontsjalovski op het filmfestival van Venetië, 7 september 2020.   Beeld Getty Images
Andrej Kontsjalovski op het filmfestival van Venetië, 7 september 2020.Beeld Getty Images

“Het was een volledige doofpot”, zegt Kontsjalovski, die tijdens het Zoom-interview in februari een vitale en goedgemutste indruk maakt, vanaf een gebloemde sofa in Moskou. “De KGB omcirkelde de stad, niemand mocht erin of eruit. Iedere inwoner moest een geheimhoudingscontract ondertekenen. Op spreken stond de doodstraf. Er werd zo veel angst verspreid dat niemand het er nog over had. De bevolking probeerde het uit alle macht te vergeten – een zeer Freudiaanse verdringing. Toen de gebeurtenissen uiteindelijk naar buiten werden gebracht, zo’n dertig jaar later pas, vond ik het een bizarre ontdekking. Een grote Sovjettragedie.”

Kontsjalovski maakte de bijzondere keuze om het verhaal niet vanuit het perspectief van een demonstrant te vertellen, maar juist door de ogen van een geharde communist. Ljoedmila volgt blind de partijlijn en pleit tijdens de opstand nog voor een keihard optreden. Dat ze daarmee haar dochter in levensgevaar brengt, dringt nauwelijks tot haar door. De ontmanteling van haar wereldbeeld vindt stukje bij beetje plaats, koeltjes maar met compassie vastgelegd in zorgvuldig gecomponeerde zwart-witbeelden.

Hardnekkig blijven vasthouden aan een ideologie tot je eraan onderdoor gaat, Kontsjalovski kan er wel begrip voor opbrengen. “Als mensen in iets geloven, is dat zowel beperkend als bevrijdend”, legt hij uit. “Het kan werken als een therapie: je slaat een bepaalde richting in en hoeft daarna tot je opluchting niet meer na te denken. Hoe fanatieker de toewijding aan het idee, hoe beter het voelt, totdat de realiteit je om de oren slaat. Dan wordt het een verschrikkelijke tweespalt. Daarin schuilt de tragedie. Wat Ljoedmila overkomt, is eigenlijk een vorm van geestelijk geweld. Het breekt haar hart.”

Parallellen

Het is moeilijk om het bijtende Dear Comrades! niet als politiek commentaar te beschouwen. De film laat er geen twijfel over bestaan waar de schuld van het bloedbad van Novotsjerskassk ligt: in het Kremlin, bij de communistische partijtop. Daarnaast is het verleidelijk parallellen te trekken met het heden, van de manier waarop president Poetin de Russische oppositie het zwijgen oplegt tot aan, om maar een zijweg te noemen, het geloof in complottheorieën.

Maar Kontsjalovski, die zijn politieke opvattingen zelden laat doorschemeren (anders dan zijn Poetin-gezinde broer Nikita Michalkov, ook een vermaard filmregisseur), moet daar niets van weten. Of liever: hij vindt het prima als mensen een boodschap uit zijn film halen, zolang hij er niet over hoeft te praten. “Ik maak kunst”, zegt hij geroutineerd. “Geen politieke pamfletten. Kunst heeft als doel je te laten huilen, lachen, je bang te maken, je stil te maken en te laten nadenken. Het gaat, uiteindelijk, over niets minder dan de zin van het bestaan. Over je leven, je vrienden, of je in God gelooft – is dat politiek? Nee.”

Het kan gebeuren, voegt de regisseur eraan toe, dat kunst een politiek middel wordt. “Mijn film over een grote staking, een protest tegen de regering, is nu behoorlijk actueel. Maar ik heb liever dat hij de politieke verwijzingen overleeft, net zoals de toneelstukken van Bertolt Brecht nog altijd gewaardeerd worden vanwege hun kwaliteit, terwijl zijn openlijk politieke boodschap er nu minder toe doet. Ik heb liever dat je huilt en van mijn personages houdt, zelfs als ze het verkeerde doen. Mijn werk gaat niet over ideologie, maar over het individu met zijn overtuigingen, idealen en angsten.”

Julia Visotskaja in ‘Dear Comrades!’. Beeld
Julia Visotskaja in ‘Dear Comrades!’.

Dat deze angsten in dit geval sterk verbonden zijn aan een onderdrukkend regime, wil hij wel toegeven. “Natuurlijk, ik maakte een film over mijn land, over een tijd waarin ik zelf ook leefde. Ik heb zelf die angst doorgemaakt.” Lachend: “Ik ben een Sovjetman, en als een Sovjetman over het Sovjetleven begint te praten, kan dat kritisch uitpakken.”

Hollywood

Als Sovjetman wist hij wel over de grens te kijken. Kontsjalovski heeft een wonderlijke, internationale carrière achter de rug. Op de filmschool raakte hij bevriend met Andrej Tarkovski, met wie hij onder meer het scenario voor Andrej Roebljev (1969) schreef. Als regisseur zag hij een van zijn eerste films verboden worden door het Sovjetregime, waarna hij zijn naam vestigde met gedegen literatuurverfilmingen: Het adelsnest (1969) naar Toergenjev, Oom Vanja (1970) naar Tsjechov. In 1979 volgde het historische epos Siberiade, dat hem op het filmfestival in Cannes de Grote Juryprijs opleverde.

Na dat oer-Russische drama over een Siberisch dorp waar de verre staatspolitiek steeds weer aan de deur klopt, vertrok Kontsjalovski plotseling naar Hollywood. Hij maakte er serieuze films als Maria’s Lovers (1984) en Shy People (1989), maar ook de volbloed actiefilm Runaway Train (goed voor drie Oscarnominaties in 1986) en de politie-buddykomedie Tango & Cash (1989), met Sylvester Stallone en Kurt Russell.

Een still uit ‘Dear Comrades!’. Beeld
Een still uit ‘Dear Comrades!’.

Sinds de jaren negentig is Kontsjalovski terug in Rusland, waar hij zijn oude interesses – geschiedenis en literatuur – weer naar film vertaalt. Daarnaast is hij succesvol als theaterregisseur. Gevraagd naar de verschillen tussen werken in Hollywood, de Sovjet-Unie en het moderne Rusland, barst hij geamuseerd los in een betoog over verschillende vormen van bemoeienis.

“In de Sovjet-Unie was de censuur politiek: je scenario moest goedgekeurd worden”, zegt hij. “Maar als dat eenmaal was gelukt, kreeg je gewoon je geld en kwam er verder niemand op je vingers kijken. Je kon dus in feite in vrijheid filmen en er iets heel anders van maken dan in het scenario stond. Als de film dan klaar was, kon hij wel verboden worden, zoals mij ook is overkomen. Maar hij was wel gemaakt!”

Censuur in Hollywood

Nee, dan Hollywood. “Daar was iedereen gefixeerd op geld en hoe dat terug te verdienen. Ook een vorm van censuur, zou ik zeggen, en een weinig verfijnde. In de Sovjet-Unie was het simpel: je was voor of tegen de Partij. In Amerika moest je nadenken over wat commercieel is, wat mensen willen. En geloof me, de producenten zaten er de hele tijd bovenop. Ze bemoeiden zich overal mee, je kon nooit iets doen dat niet was goedgekeurd.

“In eerste instantie had ik nog een onafhankelijke producent die me de kans gaf iets vrijer te zijn. Maar toen ik bij een grote filmstudio terechtkwam, was het een hel. Ik kreeg een producent die me ging vertellen hoe ik de camera moest bewegen. Dat was bij de film Tango & Cash. Nog nooit in mijn leven had iemand me dat gezegd. Uiteindelijk kregen we zo’n relatie dat mijn producent zei: ‘Je zult nooit meer in deze stad, in Hollywood, werken.’ Ik zei: ‘Fuck you en je stad!’”

Terug naar Rusland dus, waar er eerst helemaal geen geld was. “Toen dat er wel kwam, stonden er producenten op die nog erger waren dan hun Amerikaanse collega’s. Gelukkig heb ik uiteindelijk geldschieters gevonden die mij mijn werk wilden laten doen. Ik wil niet over geld nadenken, ik wil nadenken over het bewegende beeld. We denken soms dat we alles weten van de filmtaal, de manier waarop beelden werken, maar er valt nog zoveel te ontdekken. Voor mij is het nog altijd een prachtig mysterie.”

Dear Comrades! is nu te zien in de cinema.

Aristocratie

Andrej Kontsjalovski (84) behoort tot een roemruchte aristocratische familie. Zijn grootvader Pjotr Kontsjalovski was een bekende kunstschilder. Andrejs vader, een vermaard kinderboekenauteur, schreef de teksten van het volkslied – zowel de Sovjetversie als het latere Russische volkslied. Zijn moeder was dichter en zijn jongere broer Nikita Michalkov is de regisseur van Russische filmklassiekers als Oblomov (1980), Urga (1991) en het met een Oscar bekroonde Burnt by the Sun (1992).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234