Zaterdag 25/05/2019

Interview

André Hazes, de zoon: “Nu denk ik: mijn vader had gewoon vaak een kater”

Beeld Malou van Breevoort

André Hazes treedt uit de schaduw van zijn illustere vader. Ook in Vlaanderen, dat hem vreemd genoeg eerder omarmde dan de Nederlanders.  Zet u schrap voor een reeks Belgische concerten, een realitysoap op VIJF en dit interview, waarin André (25) veel meer vertelt dan hij eigenlijk van plan was.

Geen ontsnappen aan – de liedjes van zijn legendarische vader. “Zit ik op café: hup, hoor je hem weer. Haal ik een kebab: komt hij ook voorbij.”

Hoe is het, om nog zo vaak met hem te worden geconfronteerd?

“Als je het ziet als confronteren wordt het een ding. Alleen: ik heb het altijd als iets moois ervaren.”

Dus als je in een café zit en zijn muziek hoort dan…

(onderbreekt) “Ik zal het je sterker vertellen. Ik weet nog goed: Wesley Sneijder (voormalig Nederlands topvoetballer, red.) had me uitgenodigd voor een wedstrijd in Milaan, met daarna een avondje nachtclub. Alles erop en eraan. Hartstikke tof natuurlijk. Alleen: ik hoorde alleen maar discomuziek. Ik werd gek. En als ik dan een drankje op heb… Dus ik ging achter de bar staan en begon Hazes te draaien. Ineens klonk daar Hazes in de Armani-club in Milaan. Toen ben ik eruit gegooid. Ja, dat is gewoon iets van mij. Ik zet overal de muziek van mijn vader op. Altijd.”

Ook wel vrij brutaal, in zo’n nachtclub.

“Heel erg. Maar zo ben ik. Ik heb een stamcafé in Rotterdam. Ik kom daar om acht uur ’s avonds binnen en ga om een uur ’s nachts weg en in de tussentijd is er geen andere muziek gedraaid dan Hazes. Ik zoek het op.”

Is dat wel helemaal gezond?

“Ik luister niet op een manier van: ik luister naar mijn vader. Ik leef nu langer zonder hem dan met hem. Als ik terugdenk aan mijn jeugd besef ik: hij was mijn vader. Maar tegenwoordig voel ik me meer fan dan zoon. Ik ben de allergrootste Hazes-fan die er is. Alles wat uit zijn pen kwam was volks. Was híj. Was écht.”

André Hazes – sinds de geboorte van zijn eigen zoontje Dré in 2016 wil hij geen ‘junior’ meer heten – zit vrolijk achter de enorme tafel in het Amsterdamse kantoor van zijn manager. Even daarvoor is hij binnen geflitst. Met grote, springerige passen, energiek, uitbundig: “Ha schat”.

Waar Hazes is, is leven.

Niet alleen privé gaat het weer goed, na een korte maar hevige crisis tussen hem en zijn vriendin Monique. Zijn carrière lijkt ontploft, als een van de meest geboekte jonge artiesten in Nederland. Vorige week won hij nog een Edison (Nederlandse muziekprijs) in de categorie Hollands, voor zijn laatste album Anders. Het kantoor is behangen met gouden platen, naast een platina exemplaar. In Vlaanderen klom de single ‘Leef’ eind vorig jaar op tot nummer 1 – voor de eerste keer bereikte hij in België de hoogste plek op de hitlijsten. Komende week begint zijn realitysoap Ik haal alles uit het leven op VIJF; dit najaar geeft André Hazes een reeks concerten in Vlaanderen.

België bood jou eerder dan Nederland een echte kans op een groot podium, op het Schlagerfestival in Hasselt, vertel je in de reallifesoap.

“In Nederland werd ik in mijn beginjaren eigenlijk meer geboekt als een soort lachertje. Ook niet zo raar, als je een vader hebt met zo’n status. Ik werd altijd met hem verge­leken.”

Dat moet moeilijk zijn geweest.

“Verschrikkelijk. Ik moest oppassen dat ik geen hard feelings tegen hem ging ontwikkelen. Als je altijd maar wordt vergeleken en het is nooit goed genoeg – dat doet wat met een mens. Ik voelde dat in Nederland altijd. Terwijl het in België voelde alsof ik meer een eigen iemand was. Nu begint Nederland dat langzamerhand in te zien, maar in het begin van mijn carrière was het de hel.”

Je vader was altijd vreselijk gespannen voor een optreden, een van de dingen die je van hem geërfd hebt. Hoe uiten die zenuwen zich bij jou?

“Kort lontje. Niet veel kunnen hebben. Ik word dan heel lelijk. Ik moet thuis met rust gelaten worden. Gelukkig heb ik een vrouw die dat begrijpt. We zaten vorig jaar midden in een verhuizing, vlak voor mijn grote optredens in Ahoy. Ik heb geen doos aangeraakt. Had ik van tevoren gezegd: ‘Ik wil best verhuizen rond die tijd, maar ik ga niks doen. Want ik word gek.’ Ik kan het er niet bij hebben. Een piepende vrachtwagen enne…”

Een piepende vrachtwagen al niet?

“En mensen die zomaar binnenkomen en vragen: ‘Hey, hoe gaat het?’ Nee. Dat is een nuk die ik helaas van mijn vader heb. Moon (Monique Westenberg, zijn vriendin, red.) heeft me ontzien. Ze is wat ouder, dus ze snapt het leven beter.”

Jij hebt ook iemand nodig met overwicht, heb je weleens gezegd.

“Ja. Omdat ik… Ik ben niet de makkelijkste. Ik trek snel mijn eigen plan, kan heel egoïstisch zijn. Ik heb een vrouw nodig die af en toe aan mijn haren trekt en zegt: ‘Waar ben jij nu mee bezig?’

“Ik hou ervan om met een grote groep te gaan eten. Een lange tafel en losgaan. En als ik een drankje op heb, kan ik best gaan dirigeren, om het zo maar te noemen. Dan is het mijn avond. Dan moeten de mensen ook weten dat ik er ben. En Moon kan dan zeggen: ‘Ga effe zitten. Al is het maar vijf minuten. Effe rustig’.”

Waarom wil je zo graag dirigeren?

“Ik vind het leuk als mensen om me lachen en naar me kijken. Voor de afterparty van Ahoy ben ik met 70 man gaan eten. Ik geniet daarvan. Dan vind ik het nog steeds heerlijk om de microfoon te pakken, terwijl ik die net al drie avonden in mijn handen heb gehad.”

Je wilt aandacht.

(zonder omhaal) “Ja. Ja.”

Monique is 16 jaar ouder. Hoe vond je het dat daar zoveel commentaar op werd gegeven?

“Het was ergens wel te verwachten, hè. Toen we net bij elkaar waren hebben we ook gezegd: ‘Laten we nu maar niet verliefd worden, want het gaat ons niks opleveren. Dit leeftijdsverschil gaat niet werken.’ Tot het moment dat ik zei: ‘Ik kan niet níét verliefd zijn. Ik ben het, tot over mijn oren.’ Dat had zij ook.

“Ik vond het eigenlijk nog meevallen, hoeveel mensen zich daar druk over maakten. En als we elkaars levenspatronen naast elkaar leggen, denk ik dat we uiterlijk steeds meer naar elkaar toegroeien. Zij is heel gezond, doet niet gek, heeft geen uitspattingen. Ik wel. Ik heb acht jaar gerookt, ik drink. Als we naast elkaar lopen, is zij geen oud wijf, of zo. Ik kan naar haar kijken en haar echt een lekker wijf vinden. Serieus. Een plaatje. En ze is wel 41.”

Pas 41.

(lachend) “Ook Patricia Paay (Nederlandse zangeres, 69, red.) vind ik nog steeds een heel mooie vrouw. En hoe oud is die? Als ik Monique niet had en ik zou dronken zijn en ik kwam Patricia Paay tegen, dan zou ik euh...” (kijkt uitdagend naar zijn manager)

Maak die zin maar niet af.

(schiet weer in de lach) “Ik vind oudere vrouwen mooi. En over tien jaar heb ik gewoon een ouwe kop.”

Een medewerkster van de platenmaatschappij loopt langs de grote glazen wand. “Ha schat!” wuift Hazes opgeruimd. Tegen een medewerker: “Hey pik!”

Hij zegt: “Ik ben een flapuit. Ik hoef nooit poppenkast te spelen, want ik sta achter wat ik zeg en doe. Ik draai nergens omheen. Ik kan zo moe worden van interviews met van die politiek correcte antwoorden. Je moet zijn wie je bent. Ik ben aardig voor anderen, ik toon respect, en nou ja, ik vloek af en toe een beetje. Stel dat jij mij vragen stelt en ik helemaal moet gaan nadenken welk antwoord ik moet gaan geven. Dat werkt niet. Nee. Natuurlijk zeg ik ook weleens wat waar de mensen over vallen, maar na twee dagen is die ophef ook weer klaar.”

Beeld Malou van Breevoort

Als jongen vertelde je eens voor de televisie dat je al heel veel meisjes had gehad en naar de hoeren was geweest.

(vrolijk) “Dat is nou het enige geweest waarvan ik achteraf dacht: dat was niet zo slim.”

Hoe kwam je erbij om dat te vertellen?

“Omdat het waar is.”

Goed antwoord.

“Ik vertel altijd de waarheid. Dat is soms ook wel een probleem. Dan zeggen de mensen om me heen: ‘Dat was niet zo handig’. Dan antwoord ik: ‘Maar het was wel waar’. Als ze me over tien jaar dezelfde vraag stellen, heb ik nog steeds hetzelfde antwoord. Want het was waar. Ja, ik was een losbol in die tijd en heb vaak genoeg betaald voor die dingen.”

Waarom bezocht je prostituees?

“Ik vond het fantastisch. Dat was het.”

Maar waarom? Een jongen die zo allerlei meisjes kon krijgen?

“Ik vond dat het meest relaxte in die tijd. Van mijn vijftiende tot mijn achttiende. Gewoon naar binnen, geen hoofdpijn, hup, klaar.

“Het was niet zo dat ik er zeven dagen per week zat. Ook geen drie dagen per week. Maar ik was het zo beu: iemand tegenkomen in de stad, meenemen en daarna die stress: gaat ze wel naar huis? Daar heb ik nooit wat aan gevonden. Daarom kan ik ook zo trouw zijn in mijn relatie. Ik ben geen jongen die het leuk vindt iemand te ontmoeten, snel een wip te maken, en dan is het weer voorbij. Ik zie het mensen om me heen doen en oooh ik zou er niet tegen kunnen. Tuurlijk, ik ben jong, dus ik hou van bepaalde dingen. Maar ik vind de liefde veel belangrijker dan effe alles op het spel te zetten. Ik heb dat nooit begrepen. Nooit.”

Vorig jaar gingen de zanger en zijn vriendin tijdelijk uit elkaar. De druk op het jonge gezin werd te groot, ook door het plotse succes. De time-out was van korte duur: binnen een paar weken waren ze weer samen. Hazes nam een adempauze van zijn werk. “Ik pakte het daarvoor niet zo goed aan. Het moest vooral om mij draaien. Soms was ik maar een dag in de week vrij en ging ik stappen met de jongens. Nou, dan ben je natuurlijk niet goed bij je hoofd. Toen ben ik een maand thuis geweest, echt vader geweest en besefte ik: als je vrij bent, focus dan hierop.”

Beeld Malou van Breevoort

Heb je nog steeds een mental coach?

“Ik praat nog steeds met iemand. Maar die mental coach was een ander. De gesprekken met hem zijn afgerond. Hij heeft mij goed geholpen met mijn angsten op het podium. Ik had altijd een ritueel: drie biertjes drinken voor ik het podium opging. Maar als ik zes optredens in een weekend had: reken maar uit. Tegenwoordig heb ik een fles water staan. Vroeger was mijn hele avond om zeep als van de duizend mensen in de zaal één zijn wijsvinger in de lucht stak. Ik keek alleen maar naar die man en deed er alles aan die te vermaken. Nu zoek ik als ik het podium oploop meteen naar drie enthousiaste mensen in het publiek en richt ik me daarop. Dat soort dingetjes heb ik geleerd. Eigenlijk erg simpel, maar het heeft wel iets van een ommekeer gebracht.

“Als ik nu ergens met mijn band speel en we moeten lang wachten, vind ik het gezellig om een biertje te drinken. Maar dat is puur voor de gezelligheid. Niet omdat ik anders het podium niet op durf.”

Wat vond je dan zo eng?

“Ik heb nog steeds in mijn achterhoofd hoe moeilijk het allemaal begonnen is. Gelukkig begint dat steeds minder te worden. Maar ik leg voor mezelf de lat heel hoog. Omdat ik lang nooit goed genoeg ben gevonden. En ik wás in het begin ook niet goed genoeg. Die eerste acht jaar was echt een kuttijd. Maar ik wist van mezelf dat ik ooit iets zou bereiken. Ik wist dat ik de drive had. Ik heb alles ingeschakeld wat je maar kon verzinnen: een mental coach, een vocal coach, een vocal massage. Maar het heeft dus iets langer geduurd dan ik had gehoopt.”

Is zo’n beroemde vader achteraf gezien nu een voordeel of een nadeel?

“Natuurlijk een voordeel omdat zijn naam deuren opende die normaal niet zo snel voor je open staan. Maar als je eenmaal binnen bent, staat er wel meteen zeven man op je te wachten: laat jij maar eens wat zien. Dus je wordt ook zeven keer zo hard bekritiseerd.

“Maar ik heb veel aan hem te danken hè, dat vergeet ik nooit. Hij heeft voor mij een legacy achtergelaten waar een ander een moord voor zou doen. Ik had geen betere leerschool kunnen hebben dan zijn liedjes. Al zingt André Pronk – misschien wel de slechtste zanger van Nederland – Hazes, dan nog werkt het.”

Waarin verschil je wezenlijk van je vader?

(denkt na) “Ik kan eerder de overeenkomsten dan de verschillen noemen. Maar als ik zie hoe ik nu met mijn kind omga: dat is echt wel een verschil. De momenten dat ik niet aan het werk ben, ben ik ook echt thuis. Dan gedraag ik me niet afwezig, of duik ik nog even snel de kroeg in. Ik doe alles voor die kleine. Wat wil een kind? Dat is gewoon aandacht.”

Hij schuift snel iets onder zijn bovenlip. Een klein nicotine-zakje, een Zweedse manier om van het roken af te komen. Hazes is sinds een jaar gestopt.

Is jouw vader ook een schrikbeeld voor je, gezien zijn ongezonde levensstijl?

“Helaas niet. Dat was hij voor mijn zus wel. Die dronk vroeger echt nooit. Als ik denk aan mijn jeugd, bepaalde dingen… Ik volg nu Judas, die serie over Willem Holleeder (bekende Nederlandse crimineel, red.) en zijn vader en…”

Een vreselijke man.

“Zo was het bij ons absoluut niet, hoor. Maar mijn vader kon wel omslaan als een blad aan de boom. ‘That’s Amore’ van Dean Martin zingen als hij binnenkwam, helemaal leuk, en ineens, boem, totaal veranderen. Maar dan ook echt zó snel. Ik kan bijna niet kijken naar de thuisscènes, in die serie. Dan zit ik naast Moon en zeg ik alleen maar: ‘Jezus. Jezus.’

“Mijn zus en ik wisten: papa komt straks thuis, afwachten hoe zijn bui is. Dat is een van de weinige dingen waarvan ik zeker weet: dat gaat mij nooit gebeuren. Mijn kind mag mij nooit dronken zien. Ik heb bijvoorbeeld geen alcohol in huis, dat is gewoon een regel. Dus in dat opzicht heeft die ouwe mij wel wakker geschud. Maar aan de andere kant: ik hou echt van een drankje.

“Ik mocht ook nooit vriendjes mee naar huis nemen. Omdat hij niet tegen allerlei stemmen door elkaar kon. Ook Telekids (Nederlands kinderprogramma, red.) kon hij niet handelen, die stemmetjes van SpongeBob en zo. Ik snapte dat toen niet, maar nu denk ik dat de man gewoon vaak een kater had. Ik reken hem nergens op af. Dankzij hem hebben we ook een fijne jeugd gehad. We hadden centjes en mijn moeder kon daar leuke dingen mee doen. Dus ik ben hem ook dankbaar.”

Hoe herinner je je hem?

“Erg dubbel. Aan de ene kant was het de leukste man die er bestond. Je kon ontzettend met hem lachen. Voor mij was het grootste bewijs van zijn liefde dat ik als klein kind een klap kreeg van een andere passagier in het vliegtuig en mijn vader die man vervolgens halfdood sloeg. Dat was zijn manier van vader zijn: je moest niet aan de mensen komen van wie hij hield.

“En aan de andere kant was hij natuurlijk een plaag. Ik kan het wel allemaal heel mooi gaan maken, maar dat was gewoon zo. Hij was een mix van hoe een vader moet zijn en hoe een vader níét moet zijn. Maar ik heb hem er nooit op aangekeken, van: wat ben je toch een lul. Hij wist niet beter. Ik zou zelf een lul zijn als ik er niks mee zou doen. Als ik hetzelfde patroon zou volgen.”

De hechte drie-eenheid André, moeder Rachel en zus Roxeanne viel vier jaar geleden uit elkaar. Sinds de kerst van 2017 is het contact tussen de zanger en zijn moeder weer voorzichtig hersteld, maar hij spreekt nog steeds niet met zijn zus. Voorafgaand aan het interview is verzocht ook geen vragen over Roxeanne te stellen.

Maar toch: bij de massale afscheidsceremonie voor je vader hield je een ontroerende speech, waarbij je hem een belofte deed. ‘Mama, Rox en ik blijven altijd sterk met z’n drieën. Dat beloof ik je.’

(kort) “Ja.”

Het is niet zo gelopen.

“Nee.”

Is dat pijnlijk?

“Ik stond als kind helemaal achter die woorden. Toen hij overleed, was ik de enige man in huis. Het voelde alsof ik mijn zus en moeder moest beschermen, al was ik pas tien. Ik plande elk weekend met mijn zus: ga jij stappen of ga ik stappen? Zodat mijn moeder niet alleen zat. Maar je wordt ouder, krijgt een eigen leven, en bent het op een gegeven moment niet meer eens over bepaalde dingen. Dat kun je je wel aan je belofte willen houden, maar als het er niet meer in zit, zit het er niet meer in.”

Waarin verschillen jullie dan?

“We zijn andere personen. We botsen. Ik kan niet slecht over mijn moeder en zus praten, het is mijn bloed, ik hou van ze. Als Rox morgen belt: ik heb je nier nodig, lig ik overmorgen op de operatietafel. Maar het is goed dat we niet in elkaars leven zijn. Ik volg haar leven liever langs de zijlijn. Het is goed zoals het nu is. En pijnlijk? Nee, dat is voor mij niet pijnlijk.”

Ik kan me dat niet voorstellen: ze is je zus.

“Dat snap ik. Mensen projecteren het op zichzelf. Ik heb ook een vriend die zegt: ‘Verschrikkelijk, als ik mijn broer of zus niet meer zou spreken’. Maar die zitten vier keer per week bij elkaar op de koffie, zijn elkaars beste vrienden. Dat heb ik met Djarno, mijn neef. Hij is mijn tourmanager en rechterhand. Die doet alles voor mij. Als ik bel: ‘Ik heb een neusspray nodig’, staat hij nu op de stoep. Dus als ik hetzelfde met hem zou meemaken, hang ik misschien wel onder een brug. Daar zou ik ook kapot aan gaan. Je hebt mensen met wie je dat hebt, en mensen met wie je dat niet hebt.”

Beeld Malou van Breevoort

Maar jullie leken zo close met z’n drietjes, na het overlijden van je vader.

“Te close misschien, te close.”

Om zo jong zoveel rekening te houden met je moeder moet een grote verantwoordelijkheid zijn geweest voor een kind.

“Zeker. Toen voelde dat niet zo, maar nu besef ik dat wel. Ik merk dat ik dingen heb gemist, dat ik te veel heb nagedacht, dat ik eigenlijk nooit echt kind heb kunnen zijn. Ook niet toen mijn vader nog leefde. Dat is de raad die ik mijn zoontje later wil geven: jongen, blijf zo lang mogelijk kind. Het leven kan zo kort zijn. Ik zit zoveel op de weg. Bij elke boom die ik zie denk ik: daar zou ik tegen kunnen rijden.”

Maar juist omdat het leven zo kort kan zijn, zou ik denken: ik zorg dat het goed is, tussen mijn moeder, Roxeanne en mij.

“Weet je wel hoeveel energie het kost om het iedereen naar de zin te maken? Als je merkt dat dat ten koste gaat van jezelf, vind ik dat je voor jezelf moet kiezen.”

Hoop je dat het nog een keer normaal wordt?

“Hoeft van mij niet. Nee. Mijn leven is goed zo. Ik heb mensen om me heen van wie ik weet dat ze oprecht van me houden, en ik hou van hen. Mijn keukentafel zit vol, daar hoeft niemand meer bij.

“Ik ben ook niet het type dat zit te wachten op mensen die de deur platlopen. Afgelopen kerst werd bij ons gevierd: nou, dan zet ik gewoon een hele grote tent in de tuin. Het huis is mijn rust. Dat is de enige plek waar ik rust heb.”

Jullie hebben een tijdje in het woonwagenkamp gewoond, bij de familie van Monique. Daar zat je helemáál bovenop elkaar.

“Zeker. Dan deed ik de deur op slot en dacht ik: dat zullen ze wel begrijpen. Maar dan ging het van (bonkt op de tafel): ‘De deur is op slot!!’ Ik heb nu een groot hek om mijn huis. En geen bel op dat hek. Visite moet telefoneren om naar binnen te mogen. Vind ik een fijn idee.

“Kijk, ik ben natuurlijk voor de buitenwereld altijd de stuiterbal en de happy-de-peppy, maar thuis ben ik best wel saai. Dan zit ik het liefst op de bank met mijn linkerhand in mijn broekzak en mijn rechterhand om de afstandsbediening. Moet ik bijkomen. Opladen. Moon voelt mij het beste aan; zij ziet aan mijn ogen als het niet goed gaat.”

Uitbundig wuivend, naar het grote raam: “Ha schat!” En nog een keer: “Hey pik!”

Wat verwacht je van de komende optredens in Vlaanderen?

“Het is de eerste keer dat ik dat soort zalen ga doen. Het zijn theaters. Dat maakt het voor mij ook wel nieuw. Iedereen zit. (in één adem door) En ik wil natuurlijk dat die stoelen letterlijk uit de vloer getrokken worden. Dat we het jaar daarop gewoon niet meer terug mogen komen.”

Ik vraag me af of Belgen zo snel stoelen uit de vloer trekken.

“Nee, maar ik ga het proberen. Ik ga het proberen. Ik heb zin om van die theaters een heel groot café te maken.”

Hij veert op, hup, naar de volgende afspraak, met die energieke passen. “Dankjewel schat!”

Even daarvoor vertelde hij over de afgelopen nacht, vertedering in zijn stem. “Dré was ziek en mocht bij ons in bed. Ik lag aan de linkerkant, Moon rechts, Dré in het midden, en onder aan zijn voeten lag de hond. Aan de ene kant dacht ik: ik word gek, ik heb geen ruimte. Aan de andere kant dacht ik: kijk ons nou liggen, dit is toch heerlijk?”

Ik haal alles uit het leven, vanaf dinsdag 19 februari (20u35) op VIJF. Optredens: 26/10 in AB Brussel, 8/11 in Capitole Gent, 9/11 Ethias Theater Hasselt en 10/11 in Casino Oostende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.