Vrijdag 10/07/2020

InterviewMuziek

An Pierlé terug na kanker: ‘Mijn ziekte was een boeiende ervaring’

An PierléBeeld © Stefaan Temmerman

Straks begeleidt ze haar eerste jongerenopera en herneemt ze in de AB haar ­debuutalbum Mud Stories. An Pierlé (45) is terug nadat kanker haar leven lam legde. ‘Het litteken vind ik belangrijk. Dit is mijn oorlogswonde.’

“Maak er alsjeblieft geen stuk van waarin ik al te stoer voor de dag kom, hè”, vraagt An Pierlé bezorgd na het gesprek. “Ik wil geen heldenverhaal ophangen, maar zéker ook geen zielige tearjerker afsteken.”

Soms lijkt ze zelf verbaasd te staan van de ogenschijnlijke luchtigheid waarmee ze spreekt over de hufterige ziekte die ze pas overwon. Hormonale borstkanker en een verschroeiende chemokuur hielden nochtans een jaar lelijk huis in een lichaam dat altijd blaakte van kinderlijke levenslust. “Misschien val ik nog in een put,” geeft ze vandaag grif toe. “Maar dat denk ik eigenlijk niet. Op dit moment voel ik me als een soldaat die van het front komt. Ik heb mijn oorlogswonden, maar ik ben levend uit de strijd gekomen. Ik heb op veel terreinen gewonnen.”

Tot mei moet ze nog om de drie weken ‘vergif’ laten injecteren. Ze heeft het dan over de chemokuur die afgebouwd wordt, en de hormonen die ze moet nemen. “Die behandelingen zijn eigenlijk meer invasief dan de kanker zelf. Ik verloor mijn haar en wenkbrauwen. En floep: ineens word je in de menopauze geduwd. Dat is een taboe om over te spreken, merk ik nog vaak. En ik stond er zelf wellicht ook nooit echt bij stil. Kanker is een langer proces dan ik dacht, en daar heb ik me wat op verkeken. Maar goed: ik móést en moet er door. Dan kun je het beter als een positieve en leerzame ervaring proberen te bekijken.”

Dat merken we ook wanneer we bij haar thuis in Gent afspreken. An lacht graag. En véél tijdens het gesprek. Zelfs wanneer we haar wat schutterig vragen wanneer ze Het Nieuws op haar dak kreeg. “Het Verdict, bedoel je?” spot ze op even melodramatische toon. “Zo’n jaar geleden. Ik wachtte weer eens veel te lang om naar de dokter te gaan, terwijl ik al heel lang harde plekken voelde aan mijn borst. Maar ik heb mijn dochtertje Isadora (10) zo lang borstvoeding gegeven, dat ik overmoedig dacht: ik ben beschermd (het geven van 4 tot 12 maanden borstvoeding vermindert de kans op borstkanker. Het risico vermindert verder bij langere duur, GVA). Mij overkomt dat niet, geloofde ik. Bij borstkanker denk je ook meteen aan het spreekwoordelijke ‘harde erwtje’ dat je onder je borsten zou moeten voelen. Maar bij mij bleek het hormonale borstkanker te zijn, wat in cycli ging. Soms voelde ik niets, dan weer wel.

“Ik maakte me in eerste aanleg geen zorgen. Meer nog: ik was zelfs nog grapjes aan het maken toen de gynaecoloog me doorverwees naar de punctiedokter. Maar die laatste drukte me met de neus op de feiten: ‘Mevrouw, u moet dit wél heel ernstig nemen’, klonk het. Toen is de angst gekomen. Ziek zijn stond niet in mijn agenda. Maar drie biopsieën (waarbij kankercellen worden opgespoord; GVA doen je daar anders over denken. Al mijn okselklieren bleken aangetast.”

Nachtmerrie

Was het vijf voor twaalf? “Je weet dat eigenlijk niet, maar ik heb echt chance gehad. De week voor ik de uitslag zou krijgen, voelde dan ook aan als een nachtmerrie. Heel onwerkelijk. Je gaat door een rollercoaster van emoties, ongeloof en panische gedachten. Ik dacht meteen aan Isadora. De dood mag toch niet lonken als je zo’n jong kindje hebt? Pas toen ik hoorde dat de kanker niet was uitgezaaid naar mijn stem of longen, en ik terdege snapte wat er scheelde, kon ik opnieuw ademhalen. Dertig jaar geleden was ik ook dan nog van het hammeke geweest, maar vandaag staat de wetenschap gelukkig zo ver dat je een hormonale kanker goed kunt behandelen. Toen heb ik het pas aan Isadora verteld. Ik wilde eerst weten waar ik zelf voor stond. Maar een kind voelt natuurlijk veel aan. Ze zag een week voordien al de prikken in mijn arm, en liegen wilde ik niet. Toen ik haar die week van school ging halen, was dat pijnlijk. Ze was ontzettend vrolijk omdat ik haar ging oppikken, en dacht dat er iets spannends stond te gebeuren wanneer we thuis zouden komen. Het woord ‘kanker’ vloeide toen moeilijk over mijn lippen, maar ik deed het toch. Eerst schoot ze in een paniek, daarna reageerde ze met een vluchtreflex. Ze wilde thuis meteen tv kijken. Toen zei ik dat we met thee en koekjes in de zetel gingen praten. Gezellig over moeilijke dingen praten leek me een goeie manier. Wanneer je de problemen verzwijgt, beginnen kinderen zichzelf voorstellingen te maken, en die zijn altijd dramatischer. Mopjes maken, maar alles zonder taboe uitleggen, verlichtte de druk. Ze wilde het woord ‘kanker’ eerst niet zelf in de mond nemen, maar tegen het eind van de avond hadden we afgesproken dat we die term minstens tien keer zouden uitspreken. We speelden dan een spelletje: ze mocht alle vieze, vuile woorden gebruiken die anders verboden waren. Kut-kanker, hihihihi! Op die manier konden we de angel even uit de situatie halen. Ook het boekje voor kinderen dat we in het ziekenhuis kregen was een goede houvast. Ze heeft in de klas zelfs een prachtige spreekbeurt over mijn ziekte gegeven.

“Ik vond het belangrijk dat ze ook de minder fraaie dingen kon zien. Dan zaten we bijvoorbeeld samen in bad, en zag ze mijn afgezet borstje. Dat is in het begin eventjes confronterend voor iedereen, natuurlijk. Maar het is wat het is… Ik vergelijk het met een soldaat die van het front komt. Dat litteken vind ik belangrijk. Je kunt niet doen of de kanker er nooit is geweest. Dit is mijn oorlogswonde. Misschien laat ik die borst ooit nog reconstrueren, maar zelfs dat hoeft voor mij niet op dit ogenblik. Ik heb natuurlijk makkelijk spreken. Zó veel was er voordien ook niet. (lacht) Weet je: ik wil gewoon de tijd nemen om niets te moeten, maar te voélen wat ik wil.”

Mario-Bros

We bladeren door haar online fotobibliotheek. Het is even slikken wanneer we plots aanbelanden bij confronterende foto’s waar je de ravage die een chemokuur aanricht haarscherp aanschouwt. An lijkt zelf ook wat verrast om dat beeld terug voor haar netvlies te halen, maar lacht een heldere jongemeisjeslach, die we tijdens het gesprek gelukkig nog vaker zullen horen: “Hohoho! Deze is echt vies. Hier sta ik vol dikke puisten. Mijn huid brak letterlijk uit. Verschrikkelijk om er zo lelijk uit te zien! Dat is best wel choquerend op je nuchtere maag. Maar weet je: die ellende vergeet je heel snel. Of ik toch. Nu ik door de foto’s blader, kan ik me weer herinneren hoeveel kwaaltjes ik toen had. Mijn slijmvlies verdween, waardoor ik de godganse dag keelpijn had. Alsof ik vanbinnen, tot bovenaan mijn slokdarm, verbrand was. Niet de kanker, maar de chemo maakt je soms doodziek. Je wordt als het ware vergiftigd. Het is als een Mario Bros-spelletje: er komen telkens nieuwe kwaaltjes op je af waarvoor niemand je waarschuwt, maar tegen de volgende sessie heb je er al trucjes voor gevonden en kan je er beter mee om.”

De chemokuur werd begin maart vorig jaar ingezet. Na de eerste keer was ze drie dagen aan het bed gekluisterd. “Ik was heel misselijk, maar een lepeltje gember om het kwartier hielp echt. Ik at mijn misselijkheid weg, net als bij een zwangerschap. Het belang van voeding die je lichaam niet belast, maar energie geeft om het fysiek en mentaal aan te kunnen, heb ik aan den lijve ondervonden. De dagen dat ik zo ziek was, heb ik niet meer gedaan dan naar Tales from the Green Valley gekeken. Een zalige BBC-serie waarin mensen teruggaan in de tijd, om te leven zoals ze dat deden in de middeleeuwen. Dat paste perfect bij mijn ‘vertraging’. Ik kon verder niets aan: geen emotie, geen spanning, geen concentratie. Ik voelde zelfs niets meer voor muziek.

“Ik merkte gaandeweg dat je alléén op basis van wilskracht het niet haalt van de chemoaanval op je immuniteit. Je leven wordt letterlijk even op stop gezet. En tegelijk word je geleefd, want je raakt willens nillens in een routineus ritme van driewekelijkse chemokuur en verplichte rust. Maar week twee en vooral drie voelde ik me echt wel een pak beter – bijna als vanouds. Goed genoeg om weer een nieuwe aanval te doorstaan.

“Toch zie ik het als een overwegend positieve ervaring. Echt. Ik vind het daarom ook moeilijk om met dit verhaal naar buiten te komen. Aandacht wil ik niet, en die wilde ik ook niet toen ik ziek was. Ik vond het gepaster om heel persoonlijk en intiem mijn eigen grenzen af te tasten. Nu ben ik vooral benieuwd welke impact die noodstop zal hebben op mijn leven. Ik merk dat ik vandaag veel rustiger in het leven sta dan vroeger. En ik ben écht wel content.”

An PierléBeeld © Stefaan Temmerman

De laatste keer dat we bij An over de vloer kwamen, poseerden zij en haar man Koen Gisen – partner in crime en producer van elfendertig Belgische bands – nog schaterlachend op een schommel. Dat speelgoed is vandaag opgeborgen, maar een tros veelkleurige heliumballonnen tegen het plafond lijken meteen een goeie vervanger voor de nieuwe fotosessie. Opnieuw straalt ze ginnegappend en giechelend een kinderlijke onschuld uit, terwijl ze poseert voor onze fotograaf.

“Ik blijf hongerig naar het leven,” legt ze later uit. “Daarom zie ik er misschien ook nog behoorlijk jong uit. Koen is net zo jong van geest. Het innerlijke kind moet je koesteren, vinden we. Maar je moet dat natuurlijk niet doortrekken naar àlles in je leven. Dan wordt het wat treurig: de eeuwige jeugd kun je niet blijven afdwingen, maar de kunst is om het kind in jezelf in leven te houden.”

Nieuwe kappersschaar

Ze drukt me nadien een paar keer op het hart: “Dit is mijn verhaal. Ik kan en wil voor niemand anders spreken. Elk kankerverhaal is verschillend. Ook elke kanker is verschillend, zelfs hoe iemand met deze ziekte omgaat. Wat vooral meespeelt: ik heb het immense geluk gehad om niet met sterfelijkheid te hoeven dealen. Ik heb de dood niet in de ogen moeten kijken. Dat is een wezenlijk verschil. Een levensgroot verschil, zeg maar.”

Eerlijk vertellen we haar dat ze bijzonder goed met d’r korte koppie staat. De blonde haardos van weleer heeft weliswaar plaats geruimd voor een iets grijzer ogende snit, alsof er een klein en kwetsbaar vogeltje voor je zit. Maar wanneer je An hoort spreken, denk je geen moment aan kwetsbaar. Ze blaakt van levenslust, zelfs wanneer ze zich van haar fragiele kant toont. “Ik ben een gelukzak” geeft ze toe. “Eén op acht vrouwen krijgt borstkanker – je bent bijna geneigd om te zeggen dat het de griep is van deze tijd, al zijn de gevolgen vaak veel dramatischer. Maar mijn kanker was goed te behandelen, ik kon bovendien terugvallen op een bijzonder warme thuissituatie, en ben nooit tot de bedelstaf veroordeeld omdat het sociaal systeem zo goed is in België. Bovendien vond ik dat ik mijn spaarcenten nu best aan zelfzorg mocht uitgeven: accupunctuur, psychologische- en voedingsondersteuning en energiewerk om energetische blokkades in je lichaam los te maken. Ik ben ervan overtuigd dat dit de reden is waarom ik het allemaal zo goed kon bolwerken. Ik ben er gewoon volop ingedoken. Dit hele proces was… durf ik het te zeggen? Bóéiend.

“Mensen zeiden vaak: amai, ge ziet er goed uit! Tegen het einde van de chemokuur niet méér, natuurlijk. Je wordt van alles gestript: je haar, zelfs je wenkbrauwen en wimpers. Dat is géén godsgeschenk. Maar schoonheid is dan even bijzonder relatief, al bekwaamde ik me in de kunst van de camouflage met schmink. Je roeit met de riemen die je hebt. Ik had gelukkig veel aan Koen – die al jaren mijn haren knipt – en ik heb hem een peperdure, goeie kappersschaar gegeven. Je maakt het beste van het slechtste. Ik had in mijn leven ook nooit kort haar gehad, dus dat was ook weer eens iets nieuws. (lacht) Het gaat er ook om hóé je zo’n kaal hoofd hoog houdt. Wear it like a champ! Ik zag er als een zieke alien uit, doorschijnend en bleek. Maar ik straalde naar verluidt een enorme kracht uit.”

An Pierlé heeft al jaren een aura over zich van gezond, biologisch, ecologisch verantwoord eten en leven. We krijgen trouwens ook meteen het allerlekkerste, smeuïge hazelnotencakeje in jaren voorgeschoteld. Maar lachend stelt ze dat beeld van gezondheidsgoeroe bij: “Met eten ben ik inderdaad altijd bewust bezig geweest, dat klopt. Maar dat neemt niet weg dat ik ook een enorm feestvarken was. Ik rookte bovendien. Ik stopte wel als ik moest spelen, maar toch: roken was voor mij vakantie. Die sigaretten… Tja, ik was vroeger heel paranoïde over mijn stem. Dat perfectionisme triggerde in de beginjaren wel vaker sinusitis en keelontstekingen in stresssituaties. Ik maakte mezelf toen wijs dat als ik zou roken, ik die perfectiedrang en controle kon loslaten. Dat heeft trouwens écht een tijdje gewerkt voor mij. Feesten op tour kon toen ook ineens. (lacht) Een vrolijke vorm van zelfsabotage was het, inderdaad. Al moet ik nu toegeven dat het me uitputte. Drinken en roken worden sneller een gewoonte dan je denkt, als het in je keukencafé vol opnemende muzikanten zit. Gezellig, maar niet gezond. Je schuift er je moeheid mee op. Ik voelde me wel al een hele tijd moe, voor ik de diagnose kreeg. Maar ik dacht dat dat gewoon lag aan de combinatie van drie producties schrijven, optreden, feest, moederschap, werk, emotionele processen en nog een hoop andere redenen waarom een mens moe kan zijn.”

We denken aan een paar vriendinnen, die met dezelfde kanker moesten worstelen, en zichzelf een smiecht van een schuldcomplex hadden aangepraat. Roken, drinken, onregelmatig leven, erfelijke aandoeningen: de vier ruiters van de apocalyps. Wie een hond wil slaan, vindt in een plethora aan oorzaken gemakkelijk een stok. “Ik had gelukkig een goede psychologe, die ik al langer bezocht. In het eerste gesprek na mijn diagnose stelde ze voor om het eens over schuld te hebben. Daar stond ik toen niet zo bij stil, eerlijk waar. Maar je dénkt natuurlijk wel over wat die ziekte veroorzaakt kan hebben.”

“Het is niet omdat ik te veel rookte en dronk dat ik ziek ben geworden, het was een combinatie van allerhande factoren. Te zwaar leven, dat eist een tol. Zeker als je nooit de moeite deed om daar bij stil te staan. Veel doen, dat was voor mij als artiest de pasmunt om vrijheid te kunnen blijven hebben. Genoeg leek me nooit voldoende. Die interne commentaarstemmetjes in mijn hoofd heb ik intussen gelukkig het zwijgen opgelegd. Als je geen energiereserves hebt, kun je trouwens niet anders. Maar daar ga ik in de toekomst over moeten blijven waken. Ik wil mezelf niet langer saboteren.

“Ik heb ook een innerlijke strijd moeten leveren om hulp van buitenaf te aanvaarden. Ik wilde geen slachtoffer zijn. Dat bleek soms raar voor de buitenwereld, omdat ik zo vrolijk overkwam. Als je overduidelijk ziek oogt, zijn mensen sneller geneigd om voor je te zorgen. Ik maakte voortdurend grapjes, bleef overal vrolijk onder. Maar ik heb gaandeweg geleerd om hulp te vragen. Om te bellen naar een vriendin of zij alsjeblieft wilde koken, omdat ik het écht niet zag zitten om uit bed te komen. Dat is zo simpel. En bevrijdend bovendien: je eens niet sterker voordoen dan je wil zijn, authentiek en open over je emoties durven praten. Daar moest ik dus vorig jaar achter komen. Dat bleek ook belangrijk voor de mensen die me zo graag zagen: dat ze iets voor mij konden doen. Ik heb moeten leren om dat in dankbaarheid te aanvaarden.

“Anderzijds durfde ik ook om grenzen te stellen, als ik niet wilde dat iemand voor me zorgde. Ik wilde ook veel alleen zijn. Soms heb ik wenend in de keuken gezeten, en had ik nood aan het spreken over mijn toestand. Maar ik dacht toch vrijwel meteen: ‘Yes, rust. Eindelijk rust.’” Ze lacht. “Dat zegt vast wel veel over mij, niet? Ik gaf mezelf de toelating om ziek te zijn, te rusten en níéts te doen. Ik had ook geen keuze. Zelfs op een spannende tv-serie kon ik me niet concentreren. Je lichaam neemt het ineens over van je geest. Je hebt een automatische energiebegrenzing, merkte ik. Ik heb bijvoorbeeld bijna geen noot gezongen het voorbije jaar, terwijl ik anders voortdurend in huis loop te neuriën, zingen of fluiten. Zelfs met nagelbijten ben ik gestopt. Al mijn kicks verdwenen ook met de noorderzon: ik stopte met alcohol, suiker, koffie, optreden. Alle dopaminekicks waarvan ik zo lang van afhankelijk ben geweest… Wég.”

Begripvol

Dat bleek zowaar nog de grootste strijd die ze moest leveren. Het gevecht tegen haar eigen impulsen, om elke dag tot de laatste nisjes en kieren op te vullen. “Ik moest de kanker zien als een burn-out”, denkt ze. “Zo van: “Hèhè, ik kan er even tussenuit.” Ik zie ziek zijn dan ook als een belangrijke waarschuwing. Het was voor mij altijd ontzettend moeilijk om los te laten. Maar kanker krijgen dwong me wel om alle controle los te laten. Om zaken uit handen te geven, en om Casper en Hendrik (van het geniale SCHNTZL, GVA) en Koen van het An Pierlé Quartet de plaat van Sylvia (melancholisch muziektheater, gebaseerd op de dagboeken van Sylvia Plath, met een live soundtrack, GVA) te laten samenstellen omdat ik er de energie echt niet voor had.

“Mijn grootste geluk was dat iedereen zo begripvol bleek. In deze branche is het niet evident om àlles een jaar op te schuiven, maar ik verloor mijn werk niet. De concerten met het Quartet, de Jazzlabtournee, de jongerenopera A.L.I.C.E. en de Mud Stories-rewind in de AB zijn een jaar opgeschoven. In het begin voelde ik me wat schuldig om mensen in de steek te laten. Maar eens ik voelde dat iedereen begrip had en niet uitgerangeerd werd, kon ik mij met de situatie verzoenen. Ik was geroerd dat iedereen zoveel moeite voor mij wilde doen.”

Eerder in het gesprek zei An al dat ze geen noot heeft gezongen vorig jaar. Wanneer de muziek niet langer een lokroep heeft, lonkt de depressie dan niet? Een artiest ontzeggen van kicks op een podium, het lijkt als snoep pikken van een kleuter. Ze knikt begrijpend. Maar kennelijk was 2019 net daardoor het jaar van de waarheid voor haar. “Ik kon vroeger alleen maar Grote Gevoelens snappen: liefde, woede, veel succes … àlles. Er was zelden plaats voor nuance. Als iemand zijn gevoelens subtieler verwoordde, moest ik méér geven, vond ik. Ook om zelf iets te kunnen voelen. Waarom dat zo was? Misschien omdat ik van kleins af aan met wonden zat, waardoor ik dacht: ik ben niet genoeg. Ik ben nooit genoeg. Ik zat met een gat in mezelf, dat gevuld moest worden met alle mogelijke impulsen van buitenaf. Ik werd gepest op school. Omdat ik anders was, omdat ik de hele tijd zong en iedereen me een freak vond: dat hakt er wel in op zo’n leeftijd.

Beeld © Stefaan Temmerman

“Iedereen maakt in zijn leven natuurlijk grotere of kleine trauma’s mee. Dat is ook nodig om uit te leren. Maar wanneer je de gevoelens daarrond altijd wegduwt, omdat je denkt dat er een kanaal voor bestaat in de vorm van muziek, is dat op den duur letterlijk niet meer gezond. Dan vertalen die weggedrukte emoties zich in ziektes.”

Jong zijn was geen sinecure. Maar ook ouder worden in de muziekindustrie is nog steeds geen zegen voor vrouwen. De getormenteerde jonge prinses wordt tenminste nog op handen gedragen, maar die makkelijk afkrabbare patina is snel verdwenen. Wat dan? “Wel, je kan het niet meer halen op jong en mooi, talentvol , hip en vooral: nieuw zijn. Ofwel jaag je dat toch na en probeer je krampachtig jong te blijven, ofwel begin je te geloven dat je een ander soort aantrekkingskracht hebt. Een volwassener seksualiteit, gecombineerd met métier en hopelijk meer wijsheid.

“Natuurlijk ben ik soms licht jaloers op alle toffe, jonge, hippe artiesten die vandaag de plak zwaaien. Maar ik hoef er niet mee te concurreren. Ik kan er ook fan van zijn, en me door die frisse energie laten inspireren. Als ik nu terugkijk op de An van Mud Stories (1999) was ik trouwens ook zo. Maar intussen heb ik wel een carrière van bijna 25 jaar en daar ben ik fier op. De druk waar jonge vrouwelijke artiesten vandaag onder staan, is immens. Alleen al op sociale media. Zo blij dat die zaken me indertijd bespaard zijn gebleven. Of toch zo goed als: ik vind het vandaag verschrikkelijk om te kijken naar de jonge An Pierlé, die zich altijd iets te dik en niet goed genoeg vond. Terwijl ik nu kan zien dat ze echt wel goed was, en mooi… Vandaag wil ik mezelf die onmogelijke druk niet meer opleggen. Ik ben nog steeds ambitieus en zou natuurlijk geen nee zeggen tegen een wereldhit. Maar ik zie mezelf heel vervuld ­leven, en krijg de indruk dat, hoe artistiek eigenzinniger ik word, er des te toffere opdrachten binnenkomen. Ik ben misschien niet mega-commercieel, cool en hip, maar je kan ook veel betekenen voor een publiek dat misschien kleiner is dan vroeger, maar goed bij me past. Dat had me vroeger niet zoveel plezier en voldoening verschaft. Het moest Groot zijn. Nu is subtiel en kleiner ook al meer dan voldoende.” (lacht)

In maart en april gaat ze op tournee met haar nieuwe groep, het experimentele poppy en jazzy An Pierlé Quartet, en op 25 september speelt ze een Rewind jubileumconcert van Mud Stories in de AB. In augustus gaat ze zelfs een jongerenopera A.L.I.C.E. begeleiden en meeschrijven voor Muziektheater Transparant. “Nu ben ik ineens een coach van jong grut, tussen 15 en 25. Dat had ik mezelf vijf jaar geleden nooit zien doen. Je moet erop leren vertrouwen dat de jaren ervaring die je hebt ook écht iets betekenen. Dat je een metier onder de knie hebt, twintig jaar na je eigen begin. Dat is wat ik het voorbije jaar heb geleerd. En écht waar: dat doet me wreed deugd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234