Dinsdag 18/06/2019

Recensie

An evening with Bruce Dickinson: een nipt onderhoudende avond

Beeld Gonzales Photo/Avalon

Een man die zingend moeiteloos diverse Sportpaleizen zou vullen kreeg in de Arenberg amper 600 fans bij elkaar die hem meer dan drie uur zouden horen uitweiden over alles en niets, van zijn ongelukkige jeugd en zijn favoriete bier (Grimbergen, Leffe, Tripel) tot hoe hij ontbijt. Nu is het natuurlijk een ongewone en tot falen gedoemde schnabbel: betalen om een metalster die hoort te zingen horen praten is toch een beetje als een hoer zien schaken of een toptennisser horen dichten. Anderzijds is, getuige zijn boeiende autobiografie What does this button do? en zijn even rijkgevulde als excentrieke cv, geen enkele andere metalster meer geschikt voor een goed gesprek.

Toch was zijn passage in Antwerpen geen onverdeelde triomftocht. Na de pompeuze intro op film, waarin de zingende Bruce die mensenzeeën temt in al zijn glorie was te zien, bleek de pratende Bruce een lichte anti-climax. Dacht Bruce dat wij amper Engels verstonden? Was hij moe? Zweette hij een verkoudheid uit? Of was hij het stiekem beu om zestig avonden na elkaar min of meer hetzelfde te vertellen? Feit was dat tal van middelmatige anekdotes uitleggerig werden gedebiteerd, en bovendien molk hij ze uit.

Het eerste applaus kwam pas na twintig minuten, na een middelmatige anekdote over voedselvergiftiging. Bruce scoorde ook met grapjes die hij geleend had – zo is ‘If it flies, floats or fucks: rent it!’ een hele oude one-liner.

Ook raar en een tikje kinderachtig was dat minstens de helft van de avond een anti-establishment tirade was tegen autoriteiten – de vader, de rechter, de belastingen, de werkgever, de manager, de schoolmeester in wiens eten de non-conformistische Bruce had gepist –, terwijl hij anderzijds blijk gaf van een gênante bewondering voor de Britse koningin. Is het koningshuis niet de belichaming van de ultieme autoriteit en het ultieme conformisme en het ultieme establishment, de koninklijke familie als een stel vadsige, megalomane profiteurs die de antithese vormen van Bruce’s eigen meritocratische status?

Dat een superster ooit in het eten van de directeur piste schept ook een vals beeld, want het is geen garantie voor succes: voor elke zanger van topgroep Iron Maiden die dat ooit deed zijn er tienduizend studentikoze practical jokers die nu in het riool werken. Het is ook wat makkelijk om te scoren door een overleden schoolmeester die zich niet meer kan verdedigen een ‘amateur-pedofiel’ te noemen. Bruce scoorde ook met een anekdote over de twee ton varkensmest die hij voor de deur van de headmaster uit liet kappen. Maar het is de vraag of Bruce erom zou kunnen lachen als iemand in zijn eten piste of tweeduizend ton mest voor zijn deur zou uitkappen.

Op de beste momenten deed Bruce Dickinson me qua humor en lichaamstaal denken aan Terry Gilliam van Monty Python. Zijn beste grappen waren even silly als laconiek. Over een gitaar in de vorm van een halve maan zei hij langs z’n neus weg: ‘Zo arm waren we toen, we konden ons slechts een hàlve gitaar veroorloven’. Bruce deelde ook steken uit naar concullega’s als Rush en Manowar (‘…a twelve inch cock… Oh, no, that’s Manowar’). Ook wij kregen een liefdevolle plagerige terzijde: ‘I know you Belgians are fond of sexual deviancy’.

Dickinson was ook niet vies van product placement: naast hem op een tafeltje stond de hele avond een flesje van z’n eigen Trooper bier, waarvan hij zelf niét dronk, wel van een ondoorzichtige mok waarin een onbekende substantie zat.

De vragen uit het publiek waren even divers als verrassend, over William Blake, Eden Hazard en zijn dochter (‘Is mijn dochter nog vrij, wil iemand hier weten. ‘Don’t fucking push your luck. I brought my shotgun’). Het hoogtepunt van het tweede deel was zijn uiteenzetting over astronauten (‘Ik sprak met Michael Massimino die de langste space walk ooit deed en toen ik het universum in zijn ogen zag, dacht ik: ‘you never really came down, mate’), en hoe zij en hij de aarde zien vanuit de ruimte (‘Soms schakelen we de lichten in de cockpit uit, wat eigenlijk niet mag, en dan wordt onze huid blauw door het sterrenlicht’). Bruce sloot af met een relaas over uitwerpselen en zijn anus na deze vraag: ‘In je boek vermeld je dat je ooit bruine citroenen scheet. Hoe kwam dat en kan je vanavond op het podium even demonstreren hoe het in zijn werk ging?’ Er volgde geen demonstratie maar wel een lange uiteenzetting die je kon archiveren onder too much information.

 Nee, dit was een slechts nipt onderhoudende avond – ik hoorde Bruce al eerder spreken en fans in andere steden kregen een spitantere, alertere Bruce.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden