Woensdag 23/10/2019

Portret

Altijd controverse: niet de eerste keer dat Jan Fabre voor ophef zorgt

Beeld BELGA

Het is niet de eerste keer dat rond Jan Fabre een sfeer van controverse ontstaat. Alleen ging het in het verleden eerder over zijn werk dan over zijn persoon.

Hij is de man van de hamzuilen en de kevers, en o ja, van het – al dan niet functioneel – bloot op de bühne. Nogal wat landgenoten zullen Jan Fabre (°1958, Antwerpen) vooral associëren met zulke anekdotes – in België zijn kunstenaars zelden sant in eigen land. Maar de versimpeling is grotesk. Love him or hate him: Jan Fabre is als beeldend kunstenaar, auteur, choreograaf en theatermaker een zwaargewicht, al decennialang niet meer weg te denken uit het nationale en internationale kunstenveld. Het parcours dat hij sinds de jaren 1980 aflegde leidde hem langs alle biënnales, Documenta’s, kunst-, opera- en theaterfestivals die er wereldwijd toe doen. Ondanks, of misschien dankzij, de controverse.

Het opzoeken en overschrijden van grenzen loopt als een leidraad door zijn carrière. Eind de jaren 1970 steekt de jonge Fabre tijdens zijn money performances geld van het publiek in brand. Begin de jaren 1980 maakt hij deel uit van wat in het collectieve geheugen is gestold als de ‘Vlaamse Golf’: de periode waarin punkers-artiesten zoals Anne Teresa de Keersmaeker en Jan Decorte furore maken met hun fysieke performances. Fabre laat zich opmerken met marathonvoorstellingen die de lichamen van zijn performers tot uitputting drijven. De macht der theaterlijke dwaasheden (1984, 4,5 uur) wordt een internationaal succes en pas daarna omarmt ook de heimat de young gangster. Die blijft op zijn beurt geregeld de goegemeente schokken – of het nu is door de zuilen van een universiteitsaula met ham te bekleden (Over the Edges, 2000) of door katten van de trappen van 't Schoon verdiep naar beneden te gooien (De schoonheid van de krijger, 2012).

Rond de generatie van de Vlaamse Golf ontstaat een bijna mythisch scheppingsverhaal maar ook rond zijn eigen persoon zet Fabre van bij het begin een weldoordacht narratief op. Het eenvoudige gezin waarin hij opgroeit, de kleine criminaliteit waarin hij als jongen verzeilt, zijn redding dankzij de openbaring van de schone kunsten… het zijn autobiografische elementen die al vroeg gaan deel uitmaken van de persona Fabre. De metamorfose is sowieso een basisthema in Fabres werk, maar af en toe kruipt hij ook letterlijk in de huid van een personage, zoals voor een performance in het Louvre (2008) waarin hij verschijnt als de Franse gangster-vermommer Jacques Mesrine. Het M HKA toont later de beelden onder de titel Art kept me out of jail – leven en oeuvre smelten hier naadloos samen.

Meester en slaaf

Het lichaam is altijd al de bron geweest van Fabres artistieke onderzoek: het gepijnigde, sublieme, vrije of geknechte lichaam. Denk aan de met 22 flessen olijfolie overgoten Lisbeth Gruwez in de danssolo Quando l’uomo principale è una donna (2004) of aan Hilde Van Mieghems hoestende, kettingrokende personage uit I am a mistake (2007). In zijn compagnie Troubleyn verzamelt Fabre een groep performers rond zich die hij ‘krijgers van de schoonheid’ noemt en waarvoor hij een specifieke werkmethodiek ontwikkelt, gericht op extreme fysieke uitdaging. In een interview met dramaturg Luk van den Dries spreekt Fabre zelfs van een ‘meester-slaaf’-verhouding, in beide richtingen weliswaar: regisseur en performer zijn meester en slaaf van elkaar.

Tot die krijgers van de schoonheid behoren nogal wat vrouwen en sommige danseressen of actrices verwerven de status van ‘muze’ of: voor onder meer Els Deceukelier, Ivana Jozic en Lisbeth Gruwez maakt Fabre bejubelde solo’s. Nog maar net liep in het Brusselse KMSKB de tentoonstelling My Queens af, waarvoor Fabre negen belangrijke vrouwen in zijn leven in marmer liet beitelen. Een deel van deze longtime companions was overigens samen te zien in Mount Olympus (2015), het 24-uur durende epos dat in de pers onder meer werd geprezen omwille van de ‘sterke vrouwenrollen’.

In het licht van de open brief krijgt dat alles nu een wrange bijklank. Kunst en leven toonden zich bij Fabre moeilijk te scheiden, maar voor een aantal performers blijkt er wel degelijk een grens te bestaan. De god van Mount Olympus tuimelt daardoor nu pijnlijk van zijn bergtop naar beneden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234