Dinsdag 15/10/2019

Interview

"Als uitgever ben je een bewaker van de cultuur"

Beeld Joris Casaer

Ze is jong, blond, slim, en vanaf 15 april de machtigste vrouw van het Vlaams boekbedrijf. Maak kennis met Katrijn Van Hauwermeiren.

Achtentwintig jaar. Het is een leeftijd waarop een gemiddeld mens misschien stilaan eens begint na te denken over het uitbouwen van een carrière. Maar Katrijn Van Hauwermeiren is op dit punt geen gemiddeld mens. Ze kan vandaag al terugblikken op een carrière.

Zoals sommige jonge vrouwen ervan dromen om "iets in de media" te gaan doen, zo droomde Van Hauwermeiren ervan om ooit "iets in de literatuur" te doen. Met dat doel voor ogen koos ze tien jaar geleden voor een opleiding letterkunde aan de Universiteit Gent. Ze zwaaide er af na een scriptie over het debuut van Jeroen Brouwers - "ik was en ben nog altijd grote fan" - waarna ze verkaste naar Amsterdam voor een opleiding tot redacteur.

Na een stage bij De Bezige Bij kon ze vanaf 2012 aan de slag bij Prometheus. Ze werd er de vaste redacteur van, onder veel anderen, Tom Lanoye, Herman Brusselmans, Peter Verhelst en Griet Op de Beeck.

Verhollandst

Veel samenwerking met prominente Vlamingen dus, en toch is Katrijn Van Hauwermeiren, geboren en getogen in Roeselare, de afgelopen jaren onmiskenbaar verhollandst.

Zo is er die tongval, waarvoor ze zich bij het begin van ons gesprek uitgebreid excuseert. "Vlamingen hebben het daar lastig mee", zegt ze, "en ik begrijp het ook wel. Het wekt de indruk dat ik mijn eigen identiteit wil verloochenen. Het heeft me ook lang zelf geïrriteerd, in die mate zelfs dat ik ben gaan opzoeken of het misschien ook iets positiefs kon betekenen. (lacht) Tot mijn grote opluchting bleek het inderdaad niet per se iets negatiefs. Mensen die hun tongval snel aanpassen blijken muzikale mensen te zijn. Naar het schijnt wijst het ook op een groot empathisch vermogen. Een tongval overnemen is blijkbaar ook een vorm van vereenzelviging met je gesprekspartner."

Met die tongval komt het straks trouwens vast wel weer goed. Op 15 april verhuist Van Hauwermeiren naar een appartement in Antwerpen. Als hoofdredactrice van De Bezige Bij Vlaanderen krijgt ze dan de hoede over alle Vlaamse schrijvers uit de stal, een stal die ze straks ook wil verrijken met vers Vlaams schrijftalent.

Een droomjob, noemt Van Hauwermeiren het. Al moet er eerst nog wat puin worden geruimd.

De Bezige Bij heeft immers brokken gemaakt in Vlaanderen. Tot voor kort had de uitgeverij nog een eigen, onafhankelijke Vlaamse poot. Onder de bezielde leiding van uitgever Harold Polis was de Bezige Bij Antwerpen uitgegroeid tot kwaliteitsmerk én huis van vertrouwen voor zo diverse auteurs als Jeroen Olyslaegers, Bart Van Loo en Joost Vandecasteele. Maar een grote geldmachine was De Bezige Bij Antwerpen niet. Om niet te zeggen dat er verlies werd gemaakt.

Toen Amsterdam vorig jaar besloot om onder meer daarom de stekker eruit te trekken, zorgde dat voor een golf van verontwaardiging bij de auteurs. Een aantal zocht en vond meteen onderdak bij een andere uitgeverij, anderen besloten Harold Polis te volgen naar een nieuwe, toen nog onbekende stal. Wat restte was het beeld van een grote, gierige Nederlandse uitgeverij die haar Vlaamse pendant op hooghartige wijze de rug had toegekeerd. Een eerste vraag dringt zich hier op.

Katrijn Van Hauwermeiren. Beeld Joris Casaer

Hoe gaat u het vertrouwen van de Vlamingen weer winnen?
Katrijn Van Hauwermeiren: "De afgelopen maanden heeft het team van De Bezige Bij keihard gewerkt aan het verbeteren van de relaties met de auteurs. Verder is het belangrijk om aan te geven hoe de vork werkelijk aan de steel zit. Door een vroegtijdig gelekt bericht in oktober vorig jaar is het idee ontstaan dat De Bezige Bij de Vlamingen wilde afstoten, en niet meer wilde investeren in haar Vlaamse identiteit. Ik begrijp dat sommigen het zo begrepen hebben, maar het klopt niet. In werkelijkheid wil De Bezige Bij alleen maar naar een andere, meer logische constellatie gaan."

"De Bezige Bij Antwerpen is er gekomen door Robbert Ammerlaan, voormalig directeur van De Bezige Bij. Om de Vlaamse identiteit van de uitgeverij te versterken heeft hij vijf jaar geleden de Vlaamse uitgeverij Meulenhoff/Manteau overgenomen en omgedoopt tot De Bezige Bij Antwerpen. Achteraf bekeken was het niet de handigste zet. De twee afdelingen opereerden compleet los van elkaar, en stonden soms zelfs als concurrenten tegenover elkaar. Zo is het wel eens gebeurd dat ze beide aan het bieden waren op dezelfde buitenlandse titels, waardoor ze de voorschotten voor elkaar de hoogte in joegen."

De nieuwe constellatie houdt hoe dan ook in dat de Vlaamse autonomie binnen De Bezige Bij niet meer bestaat.
"Volledig autonoom is het niet meer, nee. Ze hebben mij wel eens de opvolger van Harold Polis genoemd, maar dat ben ik niet. Vanaf nu is er nog maar één uitgeverij: De Bezige Bij Amsterdam/Antwerpen. Je kunt daarover jammeren, maar het is een veel logischer constructie. Waarom werd een Vlaamse schrijver als David Van Reybrouck uitgegeven door De Bezige Bij Amsterdam, en werden andere Vlaamse schrijvers door De Bezige Bij Antwerpen uitgegeven? Daar bestaat toch geen enkele zinnige uitleg voor?"

Het opdoeken van De Bezige Bij Antwerpen is wel eens geduid als Amsterdamse desinteresse voor literaire kwaliteit uit Vlaanderen.
"Als dat zou kloppen, hadden ze mij toch niet gevraagd om vanuit Antwerpen een compleet Vlaams team te gaan leiden? Dat ze een hoofdredacteur Vlaanderen hebben aangeduid, wijst net op het besef dat je voor het uitgeven van Vlaamse literatuur best met mensen werkt die vol in het Vlaamse leven staan. Met alleen Nederlanders zou het niet werken. Je hebt mensen nodig die voelen wat hier leeft. Mensen die weten wat er in De Morgen staat, weten wie er in Café Corsari zat, de finesses van de Belgische politiek begrijpen en weten wat het betekent om in West-Vlaanderen op te groeien."

Katrijn Van Hauwermeiren. Beeld Joris Casaer

Hebt u al auteurs van De Bezige Bij Antwerpen kunnen overtuigen om te blijven?
"Een groot aantal van de auteurs is in gesprek gebleven met De Bezige Bij en heeft in het geheel niet overwogen om weg te gaan. Verder heb ik inderdaad al wat gesprekken gevoerd, maar het is nu nog te vroeg om te kunnen zeggen wie blijft en wie vertrekt. Een aantal auteurs twijfelt nog, een aantal heeft maanden geleden al verklaard dat ze Harold Polis zullen volgen. Dat is hun volste recht, en ik kan het ook heel goed begrijpen. Als je als auteur tien jaar goed hebt samengewerkt met een uitgever, zorgt dat voor een sterke vertrouwensband, en is het logisch dat je het liefst bij die uitgever wilt blijven."

Uw job is zeer vergelijkbaar met die van Jeroen Brouwers, eind jaren zestig bij uitgeverij Manteau. Brouwers moest daar het literair werk van Vlamingen 'ontvlooien', zodat het ook aan een Nederlands publiek kon worden gesleten.
"Ik denk dat er op dat vlak veel veranderd is. Een schrijfster als Griet Op de Beeck bedient zich graag en vaak van Vlaamse uitdrukkingen en woorden, maar ik voel maar heel zelden de nood om die te schrappen. Als Griet een uitdrukking gebruikt waarvan ik weet dat de Nederlander die niet zal snappen, zal ik haar daar hoogstens attent op maken. Maar ik ga echt niet alle Belgische woorden naar het Nederlands vertalen. Soms heeft dat ook totaal geen zin. Een dom voorbeeld misschien: een croque-monsieur is in Nederland een tosti. Als je dat verandert wordt het, behalve onnatuurlijk, op zijn beurt onbegrijpelijk voor een Vlaming."

Nederlandse belangstelling

"Een schrijver als Herman Brusselmans heeft nooit één concessie op zijn Vlaams gedaan. Ik heb hem ook nooit gepusht om dat te doen. Waarom zou ik? De Nederlanders vinden het fantastisch, ook al begrijpen ze zeker niet elk woord."

De Vlaamse schrijver blijft met andere woorden vooral die schattige exoot. Zie bijvoorbeeld Dimitri Verhulst, en hoe die tijdens de Boekenweek als een soort knuffelbeer door het land werd gedragen.
"De Nederlandse belangstelling gaat echt wel breder, hoor. Behalve Verhulst vallen bijvoorbeeld ook Tom Lanoye, Griet Op de Beeck, Yves Petry, Erwin Mortier en Stefan Hertmans hier duidelijk in de smaak."

"Ik heb echt niet de indruk dat er vandaag nog op een meewarige manier naar de Vlamingen wordt gekeken. Als er al een probleem van foute beeldvorming bestaat, bestaat het misschien eerder in Vlaanderen. Het beeld van de wat hooghartige, arrogante Nederlander is er best hardnekkig. En de Vlaamse belangstelling voor Nederlandse literatuur is zeker niet groter dan de Nederlandse belangstelling voor de Vlaamse. Om een voorbeeld te noemen: een geweldige schrijver als Adriaan van Dis wordt in Vlaanderen nauwelijks gelezen."

U bent wel eens de 'ontdekster' van Griet Op de Beeck genoemd.
"Dat is misschien wat te veel eer. Griet is bij Prometheus gekomen via Tom Lanoye. Ze had hem het manuscript van haar debuut 'Vele hemels boven de zevende' toegestuurd, met de vraag of hij het wilde doorsturen naar de uitgeverij. Zo is het terechtgekomen bij Mai Spijkers, de directeur van Prometheus, die zelf nooit leest en het meteen doorstuurde naar mij, de Vlaamse redacteur."

"Ik ben het dan gaan lezen, en was na tachtig pagina's al helemaal verkocht. Zo origineel, bloedeerlijk en puur... Ik heb Mai onmiddellijk gemaild, en gezegd dat we hier absoluut achteraan moesten gaan. De week daarna ben ik met Griet gaan lunchen. Bleek dat - oh ironie - ook De Bezige Bij Antwerpen in haar boek was geïnteresseerd. Niet veel later heeft ze bij ons getekend."

Van haar tweede boek, Kom hier dat ik u kus, zijn inmiddels al meer dan honderdduizend exemplaren verkocht. Hoe verklaart u dat monstersucces?
"Het succes van haar boeken is eigenlijk een zeer atypisch verhaal, in die zin dat het er heel geleidelijk, en voornamelijk door mond-tot- mondreclame, is gekomen. Haar eerste boek was in Nederland aanvankelijk maar een bescheiden succes, al zag je het ook hier wel langzaam groeien. Zo waren er boekhandels die het aanbevolen aan hun klanten, met een niet-tevreden-geld-teruggarantie."

"Haar tweede boek nam in Vlaanderen een vliegende start. Nederland is vooral gevolgd na een lovende bespreking in 'De wereld draait door'. Ik schat dat dat programma voor een kleine verdubbeling van het aantal verkochte exemplaren heeft gezorgd."

Kunt u intussen voorspellen of een boek al dan niet een bestseller wordt?
"Niet echt, nee. Het boekenvak is een heel grillig vak. Vaak heb ik het gevoel dat het erin zit, maar minstens even vaak komt het er niet uit. Als uitgever kun je de promomachine zo hard laten draaien als je wilt, het biedt geen garantie op succes. Het probleem is vaak dat de verschillende actoren die je mee moet krijgen naar elkaar liggen te loeren. De boekhandels wachten vaak met inkopen omdat de media niets doen, omgekeerd wachten de media vaak af tot het in de boekhandel begint te lopen."

Hebt u enig idee hoe het komt dat een boek met een zo on-Hollands thema als 'Oorlog en terpentijn' van Hertmans ook in Nederland zo'n succes is geworden?
"Dat boek gaat natuurlijk niet alleen over de Eerste Wereldoorlog. Het is ook een familieroman, die voor een belangrijk deel vertrekt van de dagboeken van zijn opa. Dat gegeven spreekt ook in Nederland tot de verbeelding."

"Los daarvan denk ik dat dit gigantische succes voor iedereen een verrassing was. Uiteraard speelt mee dat het een fantastisch boek is. Helaas biedt ook grote kwaliteit geen garantie op succes. Je wilt niet weten hoeveel fantastische boeken er al na een half jaar in de ramsj liggen."

De toekomst van de literatuur ziet er niet zo rooskleurig uit. Zowel in Nederland als in Vlaanderen dalen de verkoopcijfers. Doe er wat aan!
(lacht) "Ik kan alleen maar proberen om heel mooie boeken uit te brengen, en daar zoveel mogelijk mensen attent op maken. Ik ben ook geen grote doemdenker. Er wordt veel over ontlezing gesproken, maar ik zie ook dat er, met name binnen mijn generatie, een grote behoefte bestaat aan verstilling en verdieping."

"Natuurlijk moeten we in dit vak op onze hoede zijn. Het boek staat onder druk, steeds meer mensen gaan digitaal lezen. Maar die evolutie schept ook kansen. Je ziet nu al dat mensen het object boek meer en meer gaan waarderen. Ik heb geen glazen bol, maar ik vermoed dat de goedkope pocket binnen afzienbare tijd zal verdwijnen, en plaats zal maken voor nog goedkopere digitale edities. Tegelijk zal het papieren boek wellicht nog veel mooier worden, en dus ook wat duurder."

De Bezige Bij heeft al aangekondigd dat ze minder boeken wil uitgeven. Wil dat zeggen dat de risico's voortaan worden geschuwd?
"Nee. Wij blijven bijvoorbeeld poëzie uitgeven. Wat niet per se lucratief is. Maar het is het hart van ons bedrijf. Als uitgever ben je, behalve een commercieel bedrijf, toch ook een soort bewaker van de cultuur. Soms levert je dat niks op, maar dat hoeft niet altijd, en soms word je ook voor je volharding beloond. Kijk naar Stefan Hertmans. Als De Bezige Bij geredeneerd had als een doorsnee commercieel bedrijf, had ze 'Oorlog en terpentijn' misschien niet meer uitgegeven."

Tot slot nog één vraagje in de België-versus-Nederlandsfeer. In samenspraak met Brusselmans en het literaire blad Das Magazin hebt u vorig jaar 'De Tien' samengesteld. Het boekje pretendeert de tien beste jonge schrijvers te verenigen. Aan Vlaamse kant zijn alleen Christophe Van Gerrewey en Yannick Dangre van de partij.
(zucht) "Ik wist dat die vraag nog zou komen. De tien zijn natuurlijk het resultaat van een compromis. Als het alleen aan mij lag, had de lijst er anders uitgezien. Ik had bijvoorbeeld Maarten Inghels er graag bij gehad. Of Roderik Six, die gesneuveld is omdat hij volgens het reglement net één jaartje te oud was. Maar ik was dus niet de enige die mocht beslissen. En natuurlijk heeft het ook gewoon te maken met statistiek. Vlaanderen is gewoon veel kleiner dan Nederland."

Ja, maar niet vijf keer kleiner.
(lacht) "Oké. Volgende keer zal ik er 3,5 Vlamingen inzetten. Goed?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234