Donderdag 29/10/2020

InterviewAnne Teresa De Keersmaeker

‘Als mensen straks niet meer samen in een zaal durven te zitten, volgt er een bloedbad’

‘Als mensen straks niet meer samen in een zaal durven te zitten, volgt er een bloedbad’Beeld Johan Jacobs

Veertig jaar na haar eerste solo wervelt Anne Teresa De Keersmaeker in de Goldbergvariaties BWV 988 weer alleen over het podium. Je kunt moeilijk geloven dat ze net 60 is geworden. De bloedmooie aria die haar voortstuwt, werd door Bach geschreven op het einde van zijn leven. ‘Ik besef nu dat het precies vijftig jaar geleden is dat ik ben beginnen te dansen: het is mijn gouden jubileum.’

Je was 10 toen je begon te dansen. Was het iets dat je per se wilde?

Anne Teresa De Keersmaeker: “Het verhaal gaat dat ik als kind soms verdween. Ik bleek dan vaak voor de spiegel te staan bewegen, verkleed met dingen die ik had gevonden in de verkleedkoffer. Met mijn zussen stak ik ook de toneeltjes in elkaar die we met Kerstmis opvoerden.

“Ik herinner me ook dat ik op de lagere school in de krant las dat Maurice Béjart met zijn Ballet van de XXste Eeuw Vorst Nationaal vulde. Ik denk dat ik eigenlijk heel simpel, zoals zoveel kleine meisjes, ervan droomde voor volle zalen rondjes te draaien in een rokje en op mijn tippen te lopen.”

En je moeder heeft dat opgepikt.

De Keersmaeker: “Nou, ik denk dat ik dat gewoon zelf heb geëist: ik wil dansen.”

Je moeder heeft dan een barre, een houten vloer en een spiegel gekocht, en een balletschooltje gesticht.

De Keersmaeker: “Mijn eerste lessen heb ik gevolgd aan een school in Grimbergen. Maar mijn moeder was het beu om elke week naar daar te moeten rijden. Ze heeft toen gevraagd of ze in de parochiezaal van de Sint-Jozefsschool in Wemmel een dansschooltje mocht beginnen, en heeft een supergeïnspireerde jonge vrouw gevonden die er les kwam geven: Lieve Curias. Ze was net afgestudeerd, gaf klassiek en modern ballet, maar liet ons ook improviseren en nam ons mee naar gedurfde dansstukken zoals die van Félix Blaska.

“Educatie is zó belangrijk. Het is niet voor niets dat ik na mijn gezelschap Rosas ook de school P.A.R.T.S. heb opgericht.”

Heeft je gouden jubileum je doen terugkijken? In Goldbergvariaties BWV 988 knipoog je naar vroeger werk.

De Keersmaeker: “Er zitten inderdaad citaten in van Fase, Rosas danst Rosas, Bartók, Small Hands en andere stukken die ik zelf gedanst heb, of waarvoor ik het vocabulaire heb geschreven.”

Je hebt toch het dansvocabulaire van alle Rosas-stukken geschreven?

De Keersmaeker: “Ja en nee, want ik heb veel stukken niet zelf gedanst. Als ik zelf meedans, is het dansvocabulaire helemaal op mijn lichaam geënt. Als ik een stuk maak voor andere dansers, geef ik hun de principes en het framework, en ontstaat de woordenschat in samenwerking met hén, omdat ik wil dat zij hetzelfde doen als ik, en de bewegingen op hún lichaam enten.”

Jij bent dat beginnen te doen toen je na je opleiding aan Mudra, de school van Maurice Béjart, wist dat je lichaam niet gemaakt was voor de klassieke danstaal. Je werd afgewezen op audities en wilde niet afhankelijk zijn van het oordeel van anderen. Nieuwe danstechnieken zijn vaak naar choreografen vernoemd: de Cunningham-techniek, de Martha Graham-techniek. Bestaat er een De Keersmaeker-techniek?

De Keersmaeker: “Ik zou het geen techniek noemen, want dan zouden er een stijl en bewegingen zijn die iedereen kan leren. Ik werk niet met gecodificeerde bewegingen zoals in het klassiek ballet, waar iedereen weet wat een plié en een battement tendu is. Wat ik doe, heeft meer te maken met een visie over hoe een lichaam van nature beweegt. Als je aan een kind vraagt om te dansen, wat doet het dan?”

Draaien.

De Keersmaeker: “En wat nog?”

Springen.

De Keersmaeker: “Ja. En met de handen wuiven. Dat is een mogelijke definitie van dans.”

Maar in jouw werk wordt er nooit weelderig gedraaid en gewuifd. Jouw dans is strak, bijna wiskundig.

De Keersmaeker: “Mensen noemen mijn werk abstract. Dat klopt. Mijn dans is geen Rodin, het is meer Brâncusi. Die zei: ‘Er zijn idioten die mijn werk als abstract definiëren, maar wat zij abstract noemen, is juist het meest realistisch.’ Hij wilde de dingen herleiden tot de essentie. Een essentie van dans is de zwaartekracht willen uitdagen, willen vliegen.”

Jij zoekt in jouw werk toch juist vaak de grond op?

De Keersmaeker: “Wat ik opzoek, is de spanning tussen horizontaal en verticaal. Een klein kind probeert steeds te staan. Zodra zijn ruggengraat dat toelaat, is dat wat hij doet: staan, reiken naar de hemel én stappen. Stappen is ook een mogelijk vertrekpunt.”

Nu moet ik denken aan de openingsscène van The Six Brandenburg Concertos, waarin je alle dansers op een rij – mannen in pak, vrouwen op hoge hakken, allemaal in het zwart – ritmisch en met veel vaart naar voren laat stappen. Dat was echt overweldigend.

De Keersmaeker: “My walking is my dancing. Met stappen kom ik dichter bij jou, of ik ga van je weg. Ik kom snel naar je toe, of ik benader je langzaam. Vóór we roltrappen, liften en auto’s hadden, bepaalden onze stappen het ritme waarmee we toenadering zochten tot elkaar.”

Eigenlijk heb jij voor een grotere revolutie in de Belgische danswereld gezorgd dan Maurice Béjart.

De Keersmaeker: “Maar wij verkopen Vorst Nationaal niet vijf keer uit. Béjart heeft wel het grote publiek naar dans doen kijken, maar het is waar dat hij werkte met de klassieke danstaal. En het klopt dat hij fundamenteel geen pionierswerk heeft verricht, zoals bijvoorbeeld Lea Daan dat wel heeft gedaan bij Studio Herman Teirlinck, en na haar Jeanne en Jos Brabants. Het zijn vooral vrouwen geweest die hun stempel op de danstaal hebben gedrukt: Isadora Duncan, Martha Graham, Pina Bausch, Trisha Brown, Yvonne Rainer, ga maar na.

“Béjart was meer een Napoleon, iemand die zijn gezelschap met strakke hand regeerde. Een spektakelman en veroveraar die België aan zijn voeten kreeg.”

Terwijl het publiek bij jou in het begin vaak scheldend de zaal uit is gelopen.

De Keersmaeker: “Niet alleen in het begin, hoor. Dat gebeurde zelfs recent nog.”

Je zegt het op geamuseerde toon.

De Keersmaeker: “Of ik de mensen jubelend kon binnenhouden of scheldend de zaal uit liet lopen, hield me niet bezig. Ik heb altijd gezocht naar de spanning tussen enerzijds opwinding, het gevoel van let’s party – datgene waarop Béjart en Broadway zijn geënt en waarbij mensen zich prettig voelen – én anderzijds het aftasten van anarchistische zones en onduidelijkheid, van dat wat verwarrend kan zijn.”

Is dat waar mensen liever van weglopen?

De Keersmaeker: “Ik denk nu aan de nogal radicale opening van Partita 2, waarbij het publiek helemaal in het donker naar Bach luistert, en door gebrek aan visuele informatie dus eigenlijk naar muziek ‘kijkt’. Voor bepaalde mensen is dat claustrofobisch. Ik denk ook aan 3Abschied, een project met de Franse danser en choreograaf Jérôme Bel waarin ik een deel van een lied van Mahler zing. Zoiets doen terwijl je niet echt kunt zingen, werd door sommigen als een pretentieuze provocatie beschouwd.

“Maar jij doelde daarnet natuurlijk op Rosas danst Rosas, waarin tijdens de eerste veertig minuten in stilte wordt gedanst. Veertig jaar geleden liepen mensen en masse de zaal uit, nu blijven ze veertig minuten zitten. Ze zouden wel willen vluchten, hoor, maar ze durven niet, want ‘het is wel het iconische Rosas danst Rosas.’ En ze weten nu dat er na veertig minuten wel nog spektakel komt (lacht). Ze houden het ook vol omdat ze intussen naar hun iPhone zitten te turen. Toen ik in Moskou Fase danste, had ik er genoeg van, en heb ik het gewoon gedaan.”

Wat?

De Keersmaeker: “De voorstelling stilgelegd. Ik ben gestopt met dansen en heb als een ouderwetse schooljuf gezegd: ‘En nú is het gedaan! Iedereen stopt zijn iPhone nu weg en als ik er nog één zie bovenkomen, doe ik niet meer verder.’

“Veertig jaar geleden werd er voor aanvang nog gemaand: ‘Don’t take pictures!’ Nu heb ik al meegemaakt dat er wordt gezegd: ‘Twitter gerust over de voorstelling’, want dat is goedkope promotie.”

‘Gelijktijdig een carrière uitbouwen, kinderen opvoeden en een relatie met een partner opbouwen is me nooit helemaal gelukt. Maar ik heb een bepaalde rust gevonden nu.’Beeld Johan Jacobs

GEEN HARMONIE

Hebben die heftige reacties je in het begin nooit doen twijfelen?

De Keersmaeker: “Daarvoor was ik te hard op mijn werk geconcentreerd. Ik weet wel nog dat mensen bij Elena’s Aria, een heel fragiele en kwetsbare voorstelling, bij het weglopen een frank op de scène gooiden – om te zeggen: we vinden het niet meer dan een frank waard. Dat is niet zo prettig.”

Je dochter, actrice Anna Franziska Jäger, zei in Humo: ‘Mijn moeder heeft haar toekomst al heel jong in handen genomen. Ik ben nog niet zover.’ Zou je wat jij hebt gedaan, op je 20ste je eigen stukken maken en een gezelschap oprichten, in deze tijd gekund hebben?

De Keersmaeker: “Alles is complexer nu. Toen ik begon, was de danswereld in Brussel een wasteland. Er was niks, alleen ruimte om te vullen. We leven nu in een andere wereld.

“Soms vraag ik me af of de theaters, net zoals de kerken, niet allemaal zullen leeglopen. Zeker door wat er nu gebeurt. Er is volgens mij geen sector die er zó nauw op toekijkt dat de coronamaatregelen worden nageleefd als de onze. Toch zal ik straks tijdens de Belgische première van de Goldbergvariaties dansen voor maar 200 man. Zullen mensen de angst om een paar uur samen in een ruimte te ademen weer overwinnen? Ik weet het echt niet.

“Ondertussen richt iedereen zich ook meer en meer op technologie, en wordt de kans steeds groter dat we straks eenzaam thuis voor een scherm naar een dansvoorstelling zitten te kijken. Zo vernietig je het DNA van het theater: bij elkaar zijn, sámen naar een verhaal luisteren, feestvieren, samen troost vinden en samen nadenken. Over vragen als: ‘Waar staan we? Wat is er gebeurd, vroeger en nu? En hoe willen we dat de wereld er morgen uitziet?’ Men beseft het niet, maar dat is zo belangrijk. Zeker nu iedereen meer dan ooit uiteengedreven wordt. We leven meer dan ooit in een age of extremes.

“Weet je, het woord harmonie heeft in oorsprong niks met muziek of esthetiek te maken. Het is afgeleid van het Griekse woord armonia, wat zoveel betekent als ‘dat wat werkt’ – zoals een scharnier in een deur. Dingen werken niet meer. Door het kapitalisme is alles nu geënt op consumptie, territoriumdrift en hiërarchisch denken: mannen zijn belangrijker dan vrouwen, blanken zijn belangrijker dan niet-blanken, mensen zijn belangrijker dan dieren... We zijn volledig de notie kwijt dat we allemaal deel uitmaken van hetzelfde grote geheel, waardoor we elke harmonie, en vooral die met de natuur, aan het vernietigen zijn. Er is een door de wetenschap gestuurd en op technologie gebaseerd vooruitgangsdenken dat de aarde en de natuur uitput en vernietigt. Terecht spreekt men vandaag over een klimaatramp die groter is dan de huidige coronacrisis. Of misschien is Covid-19 wel een deel van de klimaatcrisis, ingebed in onze lichamen?

“Eigenlijk is de hiërarchische ellende al begonnen met de Bijbel. Die zegt dat Eva ná Adam kwam, en ze liet zich dan ook nog eens verleiden door een serpent (lacht).”

Jij bent katholiek opgevoed. Jij hebt het idee dat de vrouw na de man komt dus ook meegekregen.

De Keersmaeker: “Ja, maar ik heb van mijn ouders toch vooral het besef meegekregen deel uit te maken van een groot geheel. Ik denk nu aan mijn vader, die zijn kinderen om vier uur ’s ochtends wakker riep: ‘Opstaan! Opstaan! We gaan de vogels horen fluiten!’

“Hij heeft ons empathie meegegeven, en het idee dat er geen liefde bestaat zonder rechtvaardigheid. Op zijn doodsprentje schreef mijn zus: ‘Papa, je leerde ons dat niets is wat het schijnt te zijn, en om met open ogen naar de wereld te kijken, om vragen te stellen.’

“Hij was opgegroeid op een herenboerderij die na het vroege overlijden van zijn vader werd bestierd door mijn ijzersterke grootmoeder en mijn ongehuwde tantes. Het was net een roman van Cyriel Buysse. Ik heb er met de tractor leren rijden en moest helpen de oogst binnen te halen. Het was een landbouwbedrijf van 25 à 30 hectare, en je vond er graan, aardappelen, bieten, koeien, paarden, schapen, kippen... Er heerste geen monocultuur zoals je die vandaag overal vindt, en die onze biodiversiteit naar God heeft geholpen.”

Je moeder, die voor jou een balletschool opzette, lijkt me een bijzondere vrouw, niet bang om initiatief te nemen.

De Keersmaeker: “Mijn moeder was een bijzondere vrouw, zoals mijn vader een bijzondere man was. Zij kwam uit de wereld van Vlaamse intellectuelen. Ze was regentes Nederlands en geschiedenis en droomde ervan te schrijven, denk ik. Ze tekende ook heel goed. Ze gaf lezingen voor de Boerinnenbond en men heeft haar zelfs een keer overgehaald om op te komen bij de verkiezingen.”

‘Tegenwoordig zit iedereen naar het schermpje van z'n iPhone te turen. In Moskou had ik er op een bepaald moment genoeg van, en heb ik de voorstelling stilgelegd.’Beeld Johan Jacobs

OP BROADWAY

Jij hebt vaak gezegd dat je veel aan mannen te danken hebt. Hugo De Greef hielp je Rosas op te richten, Kees Eijrond helpt je om Rosas te organiseren, Theo Van Rompay heeft P.A.R.T.S. mee opgezet en tot dit jaar gerund.

De Keersmaeker: “Het is waar. Mannen hebben me geholpen structuren uit te bouwen, zodat ik mijn traject als kunstenaar kon verderzetten.”

Eigenlijk waren zij dienstbaar aan jou.

De Keersmaeker: “Ja (glimlacht). Ze hebben ervoor gezorgd dat een bredere dansgemeenschap kan profiteren van het werk.”

Artistiek gezien was jij de baas.

De Keersmaeker: “Ja. Ik ben zeer sturend en leidend, soms dwingend. Maar ik ben ook, zoals het een danser betaamt, heel flexibel en beïnvloedbaar, én ook veerkrachtig. Geef me een klop en ik zal niet terugslaan, maar wel altijd weer opveren. Ik stel ook zelden veto’s.”

Het verrast me wel dat je zegt dat je meegaand en beïnvloedbaar bent.

De Keersmaeker: “Toch is het zo. Dat leidt soms tot mooie resultaten, en soms werk ik mezelf daarmee in de nesten. Toen ik enkele jaren geleden Così fan tutte maakte voor de Opera van Parijs, besefte ik voor het eerst dat het anders is om een vrouw te zijn die leiding geeft. Toen ik in New York de nieuwe choreografie voor West Side Story (het stuk ging in februari dit jaar in première, red.) heb gemaakt, voelde ik dat ook.”

Anne Teresa De Keersmaeker en Broadway: een gewaagde combinatie.

De Keersmaeker: “Ik heb er lang over getwijfeld, maar het was een once in a lifetime chance. Ik wilde al zo lang eens met Ivo (van Hove, regisseur, red.) werken, en West Side Story is iconisch! Met muziek van Leonard Bernstein, die een eigentijdse opera wilde maken en daarmee de geschiedenis van de westerse muziek heeft beïnvloed. De muzikale hits zijn vergelijkbaar met Beethoven. (Zingt) Tadadadaaa! – I wanna go to Americaaa! Hoor je de overeenkomsten? En dan is het verhaal nog gebaseerd op Shakespeare ook. Wat wil je nog meer!”

Maar je werd er dus wel geconfronteerd met het feit dat je een vrouw bent.

De Keersmaeker: “Ja, omdat ik er te maken kreeg met een enorm grote machine: een groot ensemble dansers, een orkest, gigantische decors, kostuums, zestig mensen op de scène. In Amerika is entertainment business, hè. De druk is groot. Je moet daar heel vaak de generalissimo spelen. Je kunt niet zomaar binnenkomen en na vier maanden werken zeggen: ‘Hm, ik ben aan het twijfelen, laten we alles weggooien en nog eens wat anders proberen: wat vinden jullie?’ Nee, jij moet de richting aangeven. Iedereen staat te wachten met een uitdrukking van: ‘Tell me what to do!’ Ik ben beter als ik kan werken in kleine constellaties. Ik wil kunnen twijfelen en dat tegen mijn dansers kunnen zeggen. Ik wil niet zeggen hoe het moet, ik werk niet hiërarchisch, maar horizontaal, en stap voor stap.”

En dat is vrouwelijk.

De Keersmaeker: “Nou, ik wil daar wel aan toevoegen dat ik het ene niet beter vind dan het andere. Ik geloof in de combinatie van beide. Je hebt democratie nodig, maar je hebt ook leiding nodig. Ik hou van diagonalen. Het samenkomen van het horizontale en het verticale.”

Je werk weerspiegelt ook altijd de spanning tussen tegengestelde bewegingen, tussen controle en overgave, vastpakken en verliezen, strakke orde en verpletterende chaos. ‘Poëtische wiskunde’ vond ik een mooie beschrijving. ‘Door de angsten heb ik de natuurlijke neiging om dingen strak bijeen te houden’, zei je eens.

De Keersmaeker: “Mijn diepe natuur is romantisch. Ik ben passioneel, emotioneel en irrationeel. Dan ben je altijd aangetrokken door het andere: distantie, structuur, controle, rationaliteit. Als je altijd heen en weer wilt varen en niet kunt stilzitten, dan brengt het rust als iemand je tot regelmaat maant.”

Was je vader een rustige man?

De Keersmaeker: “Hij was een intelligente man, maar hij was ook rusteloos, en bezat bij momenten een voorliefde voor plagen en een beetje treiteren.”

Hij gaf je eens een dode mol in een doosje mee als cadeautje voor je lerares.

De Keersmaeker: “Ja (lacht). Zowel mijn vader als mijn moeder was atypisch. Mijn vader vond het grappig om onrust te zaaien. Hij heeft ons eens doen schrikken door voor ons huis een bord met ‘Te koop’ neer te zetten. Ik herinner me ook nog hoe we tijdens onze vakanties in Spanje op het balkon allemaal naast mijn vader op onze buik lagen, met een draad met frankskes aan. Als er mensen voorbijkwamen, lieten we die rinkelen en dan dachten ze dat ze geld hadden verloren.

“Mijn vader had ook mood swings, kon soms opeens vreselijk emotioneel en neerslachtig zijn. Mijn moeder had een ander temperament, ze was daadkrachtig. Ze heeft eens een gansje geadopteerd dat was achtergelaten. Ze liep er de hele dag mee tussen haar borsten, en gaf het eten, zo (sabbelt op een imaginair brokje en stopt het tussen haar borsten). Ik herinner me nog dat de postbode aan de deur kwam en die gans opeens – ‘kwaak!’ – vanuit haar decolleté tevoorschijn kwam (lacht). Mijn ouders kwamen uit een burgerlijk milieu, maar waren niet bekrompen.”

Ze waren een beetje anarchistisch, bedoel je?

De Keersmaeker: “Ja, absoluut. Mijn moeder was ook een soevereine vrouw. Ze kon weleens haar wil doordrukken of opeens bij het stoplicht uit de auto stappen als iets haar niet beviel. Ik kom uit een gezin waar de emoties niet werden ingehouden.”

Om op turbulente momenten rust te vinden, kroop je als kind onder een groot bureau – een veilig kader – en kauwde daar ritmisch op Chiclets. Dat doet me denken aan de strak gekadreerde choreografieën waarbinnen je ritmisch beweegt.

De Keersmaeker: “Ik snap wat je bedoelt. Ik ben ook op mijn 12de al naar de kostschool gegaan. Dan ben je dus op jonge leeftijd al helemaal alleen en moet je zelf dingen organiseren. In het laatste jaar, ik was toen 16, ben ik alleen in Brussel gaan wonen om aan Mudra danslessen te volgen. Ik was al heel onafhankelijk en gericht op waar ik in het leven naartoe wilde. Ik ben altijd een workaholic geweest, heb altijd heel hard en heel veel gewerkt.”

Klopt het dat je op school je woordjes overschreef totdat ze perfect waren en dan al je schriften uit het hoofd leerde? Gaf dat je houvast?

De Keersmaeker: “Misschien. (Denkt na) Misschien ben ik wel een onaangename workaholic.”

En nu dans je in de Goldbergvariaties weer zelf. Je kunt het dansen niet laten.

De Keersmaeker: “Het is wat ik het liefste doe. Ik geniet echt als ik dans.”

Hoe voelde het toen je voor het eerst je solo Violin Phase door een andere danseres liet dansen?

De Keersmaeker: “Als afscheid nemen. Maar ik was ook blij toen ik zag dat de structuur overeind bleef, en dat iets wat je altijd hebt beschouwd als jouw DNA ook gedragen kan worden door iemand anders.”

Was het niet moeilijk?

De Keersmaeker: “Het was moeilijk omdat ik toen die blessure had.”

Je was van je paard gevallen.

De Keersmaeker: “Mijn vleugels waren gebroken (wijst naar haar rechterschouder), terwijl mijn dansbewegingen voor een groot deel worden aangedreven door mijn armen. Er is toen wel een moment van angst geweest. Ik dacht: het is voorbij.”

Is het goed gekomen?

De Keersmaeker: “Niet helemaal. Maar zoals ik al zei: ik ben veerkrachtig.”

DANSEN IN HET BOS

Kun je je een leven zonder dans voorstellen?

De Keersmaeker: “Dat ligt eraan wat voor jou de definitie van dans is. Misschien is dit (rolt met ogen) ook dans. Dat kan ik blíjven doen.”

Ik bedoel: ga je ooit met pensioen?

De Keersmaeker: “Het pensioen is een uitvinding van het maatschappelijke systeem. Die vraag is niet relevant.”

Je gaat dus blijven dansen en creëren?

De Keersmaeker: “Ja, alleen is de vraag op welke manier. Misschien ga ik straks op de Grote Markt dansen om daarna met de hoed rond te gaan. Ik zou er alleszins even hard van genieten als straks op de scène in Brugge.”

Bedoel je dat de coronacrisis zelfs jouw toekomst onzeker heeft gemaakt?

De Keersmaeker: “Kijk, de overheid maant ons aan om vooral eigen inkomsten te genereren, en dat hebben wij gedaan. Dat maakt ons nu heel kwetsbaar voor dit soort crisissen. 75 procent van onze inkomsten genereren we zelf. We hebben 120 voorstellingen moeten afgelasten en verliezen daarmee 1,5 miljoen euro. De technische werkloosheid is een goede maatregel geweest, maar de toekomst is heel onduidelijk. Het grote bloedbad moet nog komen als blijkt dat mensen niet meer naar het theater gaan. ‘Gebruik jullie verbeelding om het op te lossen’, zegt men dan. Zij moeten mij niet komen vertellen dat ik mijn verbeelding moet gebruiken. Verbeelding is onze job!”

Gaan jullie het redden?

De Keersmaeker: “Dat is de vraag. Nu, de situatie is het meest precair voor de mensen die niet in vaste structuren werken. Rosas stond op het punt twaalf jonge dansers een vast contract te geven, maar ik heb dat moeten annuleren. Ik heb aangedrongen bij de directie om hun toch een freelancecontract te kunnen geven.”

Privé heb je op dit moment wel het geluk gevonden. Daar heb je lang naar gezocht.

De Keersmaeker: “Gelijktijdig een carrière uitbouwen, kinderen opvoeden én een relatie met een partner opbouwen is me nooit helemaal gelukt. Ik heb nu een bepaalde rust gevonden. Ik heb de laatste jaren dingen gecreëerd die me diep gelukkig hebben gemaakt. Ik ben heel blij met de solo die ik nu op mijn 60ste zelf dans, en met hoe mijn kinderen hun eigen weg gaan. En er is dus ook een partner nu (lacht).

Ik nam net nog even het lijstje door van de prijzen die je al mocht ontvangen, en dacht: hoeveel lifetime achievement awards kan een mens krijgen? Welke prijs is je het dierbaarst?

De Keersmaeker: “Élke prijs is een erkenning van mijn werk. Ik ben blij met de prijs van de Gabriella Moortgat Stichting (elk jaar uitgereikt aan twee sterke vrouwen, red.) die ik kreeg samen met zuster Leontine, een pionier van de palliatieve zorg. Ik heb mensen die zich wijden aan zorgen voor anderen altijd bewonderd. Ik zou het niet kunnen. Ik heb ook een eredoctoraat ontvangen van de VUB, samen met Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine en dokter Peter Piot. En ik kreeg ook een eredoctoraat van de ULB, samen met de geweldige Brian Eno. Maar misschien ben ik toch het meest gehecht aan het feit dat ik ereburger ben van Wemmel, samen met Johan Verminnen en Nicole & Hugo. Daar ben ik geboren. Dat blijft mijn nest.”

Je woont er nu ook weer in de buurt, op het platteland.

De Keersmaeker: “Ja, is dat niet wat je doet als je ouder wordt? Terugvliegen naar je nest? Dieren doen dat ook.”

Vroeger vertelde je me over je spannende leven. In elke wereldstad had je een stamcafé en een minnaar.

De Keersmaeker: “Ik heb nooit in elk stadje een schatje gehad. Ik ben ondertussen niet meer aan al die steden gehecht. Er gaat niks boven in de natuur zijn en een vuurtje stoken. Dat doe ik graag: een houtvuurtje stoken, erop koken, en daarna dansen, dansen in het bos.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234