Zondag 19/05/2019

Toneel

“Als je Leopold II met Hitler vergelijkt, krijg je meteen te horen dat er toch nog een verschil is. Wat is dat verschil?”

Luk Perceval en Nganji Mutiri. Beeld Tine Schoemaker

“Je kunt er niet onbewogen bij blijven”, beloven theatermaker Luk Perceval en acteur Nganji Mutiri. In Black: The Sorrows of Belgium zetten ze het kolonisatiedebat op scherp. “In Congo weten de meeste mensen meer over België dan over hun eigen land.”

“De heersende attitude is dat wat vandaag in Afrika gebeurt het probleem van de Afrikanen is, en niet dat van ons”, maakt theatermaker Luk Perceval (61) zich boos. “Die attitude moeten we ter discussie stellen. Want ze is verschrikkelijk. Daarom vind ik het nodig om de kolonisatie te thematiseren.”

Het mag duidelijk zijn: Black: The Sorrows of Belgium I: Congo, Percevals nieuwe productie bij NTGent, is niet van plan een mild beeld van de kolonisatie te schetsen. Een van de leidende verhaallijnen in Black is het relaas van William Henry Sheppard, een Amerikaanse, zwarte missionaris die als een van de eersten de misdadige uitbuiting door Leopold II en de Belgen aan de kaak stelde. De opvallendste namen op de affiche van Black zijn Frank Focketyn, Peter Seynaeve en Tom Dewispelaere. Maar ook minder bekend talent, zoals Yolanda Mpelé, Aminata Demba en Nganji Mutiri, staat op de scène. Die laatste kruipt in de huid van Sheppard.

“Ik was een van de laatsten om me bij dit project aan te sluiten”, zegt Mutiri (38), die behalve als acteur ook actief is als filmmaker en fotograaf. “Ik was meteen geïnteresseerd, aangezien ik in Congo geboren ben er tot mijn zestiende heb gewoond. Maar ik wist niet wie Luk Perceval was – ik ben nog redelijk nieuw in de Belgische theaterwereld. Dus heb ik ‘Luk Perceval’ gegoogeld en een vriendin uit Antwerpen gebeld. Ze antwoordde: ‘Niet twijfelen, gewoon meedoen.’”

Een blanke theatermaker die zwarte acteurs regisseert in een voorstelling over de kolonisatie: zal daar geen kritiek op komen?

Nganji Mutiri: “We hebben het daarover gehad. Zolang we bereid zijn met de gevolgen of reacties om te gaan, kun je als mens en als kunstenaar elk mogelijk verhaal vertellen.  Als je maar de nodige informatie opzoekt. Als je je maar inleest. Natuurlijk is het problematisch als een witte regisseur een stuk over Afrika opvoert zonder eerst zijn huiswerk te maken. Maar ik vind het even problematisch als een zwarte regisseur zijn huiswerk niet maakt. Ik vertrouw Luk, ik vertrouw zijn visie. Omdat ik weet dat hij goed voorbereid is.”

Luk Perceval: “Natuurlijk ben ik blank. Natuurlijk kom ik uit een cultuur die niet hetzelfde perspectief heeft op de geschiedenis als de Congolezen. Daarom vind ik het belangrijk dat we een gezamenlijk verhaal vertellen. Dat we samen discussiëren over wat er op de scène gebeurt. Dat iedereen zich gehoord en gezien voelt, dat niemand zich gebruikt voelt om mijn ideeën op de scène te brengen. Daarom zitten er ook teksten van Nganji in de voorstelling, en van de andere acteurs.”

Black is het eerste deel van een Belgische trilogie: de volgende twee delen, Yellow en Red, gaan over de collaboratie met de Duitse bezetter en de IS-aanslagen in Brussel. Waarom beginnen met de kolonisatie?

Perceval: “De kolonisatie van Congo is een van de grootste, diepste smarten van dit land. Ik vind het nodig om die smart ook te thematiseren, want België heeft de neiging dat weg te zetten als een historisch vergissinkje. Als je Leopold II met Hitler vergelijkt, krijg je meteen te horen dat er toch nog een verschil is. En dan denk ik: wat is dat verschil? Dat de misdaden van Hitler hier in Europa hebben plaatsgevonden, en die van Leopold II 3.000 kilometer verder? Dat vind ik een choquerende gedachte.”

Mutiri: “Ik vertel graag verhalen die je anders niet zou horen. In België minimaliseren we het koloniale verleden: kinderen krijgen er nauwelijks les over op school, het is een echt taboe. Als kunstenaars kunnen we meer evenwicht brengen in dat debat. Het is fijn dat we met Luk en met de andere acteurs en actrices heel open gesprekken kunnen voeren. Op die manier vinden we een weg om een evenwichtig verhaal te vertellen, zonder dat we moeilijke onderwerpen en moeilijke gevoelens vermijden.”

Zoals de vraag of België zich moet excuseren voor de kolonisatie?

Perceval: “Ik denk dat dat noodzakelijk is om onszelf te zuiveren van dat pijnlijke verleden. Dat is essentieel. Dat is wat we met dit stuk beogen.”

Mutiri: “Het gaat om privileges. Zo leg ik het ook uit aan mijn kleine neefjes en nichtjes: stel dat ik jouw bezittingen afneem en er jarenlang van geniet. Dan wil ik niet dat iemand mij aan die misdaad herinnert, want ik wil die bezittingen niet meer teruggeven. Dat is waar het om draait: als België zijn koloniale misdaden echt onder ogen wil zien, heeft dat allerlei gevolgen. Excuses stellen niet veel voor zonder financiële of economische hersteloperaties. Maar niemand wil inboeten op zijn privileges.

“Maar of België zich excuseert of niet, vind ik uiteindelijk niet zo belangrijk. Wat wél belangrijk is, is het besef dat de kolonisatie ook aan de basis ligt van systematisch, ingebakken racisme. Hoe gaan we dat aanpakken? Dat is de vraag die we ons moeten stellen, maar het is een onderwerp waarover we niet durven te praten.”

Chocolade en wafels

Mutiri kwam in 1996 naar België, toen de Congolese dictator Mobutu werd verdreven door Laurent-Desiré Kabila. Zijn vader was adviseur van Kengo Wa Dondo, de eerste minister van het omvergeworpen regime. “Er ontstond een heksenjacht, waarbij ‘vijanden van het nieuwe regime’ werden vermoord”, vertelt Mutiri. “Mijn vader was een gemakkelijk doelwit. Hij, mijn moeder, mijn zusje en ik woonden in een appartementsgebouw zonder beveiliging. We hadden het geluk dat mijn vader tijdens de nacht van de aanval niet thuis was. Ze hebben onze flat geplunderd en zijn dan weggevlucht.”

Samen met zijn moeder en zijn zus vluchtte Mutiri dezelfde nacht nog naar Congo-Brazzaville, en van daar uit naar België. “Ik heb politiek asiel aangevraagd en ben als vluchteling erkend. Later ben ik tot Belg genaturaliseerd. Ik heb mijn studies hier afgerond, en elk jaar keer ik naar Congo terug, om te werken en om mijn familie te bezoeken.

“Ik beschouw mezelf als een Belgische Congolees, ook al vinden sommige mensen dat niet leuk, en ik eigen mezelf het recht toe om België even ernstig te bekritiseren als Congo. De consensus over België is dat het een klein, vriendelijk landje is, waar de mensen chocolade en wafels eten. En we willen niet dat dat vriendelijke imago wordt aangetast door gruwelijke verhalen over de kolonisatie.”

Wat leerde u in Congo eigenlijk over de kolonisatie?

Mutiri: “Ik wil niet al te zeer generaliseren, maar in Congo weten de meeste mensen meer over België dan over hun eigen land. Ik ging eerst naar een Congolese en dan naar een Belgische school in Bukavu. Ik kende de verschillende regio’s in België, ik wist welke talen er werden gesproken. In Congo zelf kende ik misschien maar drie of vier steden, en ik kende slechts een klein beetje Swahili en Lingala. Ik heb mijn Swahili zelf moeten verbeteren om een gesprek met mijn grootmoeder te kunnen voeren. Dat heeft me doen beseffen dat ik méér moest weten over Congo en Afrika. Ik moest cultureel zelfvertrouwen kweken.”

Toen u naar school ging, Luk Perceval, wás Congo nog een Belgische kolonie.

Perceval: “Ik zat op de Schippersschool in Hoboken. Er werd ons gezegd dat we het zilverpapier van onze wafels moesten afgeven ‘voor de arme kindjes in Congo’. Wat kunnen ze daar in godsnaam mee doen, vroeg ik me af. Ik begon er toen al tegen te revolteren, ook al was ik maar 6 of 7 jaar oud. Later ben ik me gaan verdiepen in Afrika en in wat er in Congo is gebeurd, en dat heeft me diep geschokt. Nog later heb ik me de vraag gesteld: hoe is het mogelijk dat zo weinig mensen hiervan afweten? Waarom wordt hier nauwelijks lesgegeven op school?”

Er wordt nu wél een debat gevoerd. Over de vraag of de standbeelden van Leopold II moeten verdwijnen, en over de vraag of excuses al dan niet nodig zijn. Gaat het de goede kant op?

Perceval: “De toekomst is een lang proces, en zoals Bertolt Brecht zei: de mensheid heeft een kortetermijngeheugen. We vergeten heel snel. Dat is waarom we theater spelen: om ons eraan te herinneren wat er in het verleden is gebeurd. Maar of die herinneringen ook iets veranderen met het oog op de toekomst? De dingen veranderen pas wanneer wij, de mensen, echt afzien. Zolang we ons comfortabel leventje kunnen blijven leiden, zal er niet veel veranderen. Ook al weten we dat mensen in Congo in onmenselijke omstandigheden moeten werken om aan het coltan te komen voor onze iPhones. We vinden onze iPhones belangrijker dan te protesteren tegen de mensonwaardige arbeidsomstandigheden in Congo.”

Is het theater wel de juiste plaats om die kwesties aan te kaarten?

Perceval: “Ik weet wat je bedoelt. Dat is een van de problemen met kunst: tijdens de laatste honderd jaar is het een speeltje van specialisten geworden, iets elitairs. Dus ja, we preken vandaag voor de eigen kerk. Tenzij je provoceert. Dan wordt iedereen nieuwsgierig. Dus dat hoop ik: dat de voorstelling genoeg provoceert.”

Mutiri: “Als iets een event wordt, kun je er niet omheen. Kijk naar Black Panther. Die film was zo’n groot succes dat zelfs mensen die hem niet hebben gezien er niet omheen konden. Ze moesten er wel over nadenken. Dat wil niet zeggen dat iedereen plots van gedacht verandert over black storytelling. Nu zie je posters van NTGent, met daarop de titel: Black: The Sorrows of Belgium I: Congo. Zelfs wie niet naar het stuk komt kijken, zal zichzelf toch in vraag moeten stellen. ‘Moet ik mijn idee over België en Congo herevalueren?’ Sommigen zullen dat niet doen, en dat hoort erbij. Het is een vrije wereld. En we spelen in de eerste plaats voor de mensen die wél komen kijken.”

Maar die mensen zullen jullie ideeën over de kolonisatie, algemeen gesproken, al delen.

Mutiri: “Ik heb niet de ambitie om met dit stuk de wereld te veranderen. Maar ik weet dat sommige mensen gedwongen zullen worden hun comfortzone te verlaten en hierover een discussie te voeren. Zelfs ‘linkse’ mensen zullen zich ongemakkelijk voelen bij sommige scènes. Je kunt er niet onbewogen bij blijven zitten.”

Perceval: “Ik maak al dertig jaar theater waarmee ik het publiek probeer te irriteren. Ik vind het steeds leuker als mensen tijdens de voorstelling weglopen. Dat betekent dat ik mijn doel bereik: mensen willen de confrontatie die ik provoceer ontlopen.”

Mutiri: “Met Black leggen we de kwesties waarover de mensen niet willen spreken op tafel. Toeschouwers zullen zichzelf en de mensen rondom hen ernstig ter discussie moeten stellen. Dat hoop ik toch. Als ik de jongere generatie kan raken, de generatie van mijn neefjes en nichtjes, kunnen we dankzij dit stuk een gesprek starten dat bijvoorbeeld op school niet wordt gevoerd. Dat is al een hele verwezenlijking. Als een toneelstuk, een film, een performance mensen kan aanmoedigen om in gesprek te gaan over een bepaalde kwestie, helpt het ook om de dingen te veranderen.”

Black: The Sorrows of Belgium speelt van 16 tot 30 maart in NTGent. Van 4 tot 8 april op tournee.

Luk Perceval en Nganji Mutiri. Beeld Tine Schoemaker
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.