Zondag 13/06/2021

InterviewTom Jones

‘Als je jarenlang wordt verafgood, komt er een moment waarop je denkt dat je écht onkwetsbaar bent’

‘Laat opblijven, roepen, roken: ik heb decennialang alles gedaan wat slecht is voor de stem. Maar die schade heb ik in de gym teruggeschroefd.’  Beeld European Press Agency (EPA)
‘Laat opblijven, roepen, roken: ik heb decennialang alles gedaan wat slecht is voor de stem. Maar die schade heb ik in de gym teruggeschroefd.’Beeld European Press Agency (EPA)

Hebt ú 41 platen uitgebracht waarvan meer dan 100 miljoen exemplaren zijn verkocht? Hebt u 36 wereldhits gescoord? Hebt u in totaal meer dan 5.000 optredens gegeven? Hebt u van oververhitte vrouwelijke fans honderden slipjes toegeworpen gekregen? Hebt u naar (conservatieve) schatting met meer dan 2.000 vrouwen de liefde bedreven, onder wie minstens één Miss World? Bent u een Sir? Nee? Ik ook niet. Maar Sir Tom Jones allemaal wél.

Als, zoals tijdens The Voice, andere popsterren hun smartphone bovenhalen om een filmpje te maken van de man die in de stoel naast hen begint te zingen, weet je dat het niet zomaar een jurylid betreft. Tom Jones die live brult (maar onveranderlijk toonvast!) was altijd al een event, maar als hij dat à l’improviste doet op z’n 80ste, is het dat nog meer.

‘It’s Not Unusual’, ‘What’s New Pussycat?’, ‘Delilah’, ‘Sex Bomb’ en zijn cover van ‘Kiss’ van Prince waren wereldhits. Toen zijn 80ste verjaardag in zicht kwam, stelde zijn platenfirma een Greatest Hits of een Best of-cd voor – de zoveelste. Maar terugkijken en op zijn lauweren rusten liggen niet in de aard van ijdele macho Tom Jones: hij koestert een oldskool trots, en is even vertrouwd met de zonnebank als met de plastisch chirurg. Maar Sir Tom mag dan al 80 zijn, hij ziet er 60 uit en, belangrijker, hij klinkt als 50. Deze week verschijnt Surrounded by Time, de mooie plaat van een leeuw in de late herfst van zijn leven.

We praten via Zoom. Vooraf zie ik hem nog even flirten met het vijftig jaar jongere promomeisje van zijn platenfirma, wat illustreert dat zijn libido nog alive and kicking is.

Dit is wellicht je laatste plaat. Hoe kies je dan uit de nummers die je worden aangeboden?

“Ze zijn een statement. Dit zijn belangrijke songs. Ze gáán ergens over: de teksten zijn geen fluff, geen holle woordkramerij. Een overzicht wilde ik niet maken: ik wil geen tijd meer verliezen door terug te kijken. Iemand van 80 die in het verleden leeft, is gek. Dit zijn songs waarbij ik het gevoel had dat de maker in mijn ziel kon kijken. ‘I’m Growing Old’, bijvoorbeeld, hoorde ik voor het eerst toen ik 30 was – de componist, Bobby Cole, was een loungezanger in Las Vegas. Maar het zou ongeloofwaardig zijn geweest als ik het toen had gezongen. Mijn ego en libido zouden dat toen ook niet aanvaard hebben. Ook al omdat hij in de lounge zong en ik in de grote zaal!”

En nu dacht je: ik ben er nog steeds te jong voor, maar laat ik het toch maar doen.

“Exactly! (lacht) Ik heb nog steeds de demo die hij me toen gaf. En de ironie is: ik leef nog, maar hij is al meer dan twintig jaar dood.”

Wat trok je aan in ‘Lazarus Man’?

“In die songtekst is de verteller een gelouterd man die terugkijkt op zijn verleden. Zonder betweterig te zijn, zonder zijn falen te verbloemen, zonder de geschiedenis te herschrijven. The Lazarus Man laat zich niet kisten – letterlijk, want hij verrijst.”

“Toen ik een paar jaar geleden een zware medische ingreep moest ondergaan, zei de dokter me na afloop: ‘Uw leeftijd in acht genomen raad ik u aan om het vanaf nu kalm aan te doen.’ Het was alsof hij de stier in mij een rode lap voorhield. Ik ben niet het type dat problemen passief incasseert en er alvast bij gaat liggen...”

‘Do not go gentle into that good night’ dichtte Dylan Thomas, een andere beroemde Welshman.

“Precies! Dat vat het helemaal. Wat ik niet in me draag, en waarover ik dus ook niet wil zingen, is fatalisme. Ik ben opstandig. Ik ben een realist, maar onder protest. (lacht) Zelfs de grootste klap bevat een kiem van groei, van wederopstanding. Vandaar Lazarus. Ik geef dat ook aan door aan het eind van die song mijn stem niet te laten wegsterven, maar ze integendeel weer even te verheffen.”

‘I’m Growing Old’ wordt voorafgegaan door een fragment uit het archief van de BBC: een nieuwslezer die praat over de blitz, de eerste bombardementen van de nazi’s op Londen in 1940, jouw geboortejaar.

“Dat was een ideetje van mijn zoon Mark, die ook mijn manager is – we houden het geld in de familie. (grinnikt) Hij vroeg me: ‘Besef je eigenlijk wat een cruciaal jaar jouw geboortejaar was? De blitz. Het mirakel van Duinkerken: de evacuatie van het Britse leger. De triomfen van de arbeidersbeweging en de common man, de man met de pet!’ Ik was 5 jaar toen we de oorlog tegen de nazi’s eindelijk wonnen.”

(ik wijs achter mij: aan de deur van mijn bureau hangt een grote foto van Winston Churchill die het vredesteken maakt)

“Winnie! Dear old Winston. There you go. De wereld heeft heel wat aan zijn volharding en bezielde leiding te danken. Ik herinner me de overwinningsdag en het grote feest in ons dorp: de euforie, de vlaggen, de vreugdetranen van familieleden… Maar ik heb ook ontbering gekend. Na de oorlog volgden nog vijf zware jaren, zelfs het voedsel werd gerantsoeneerd. Ik heb nog zo’n bloody ration book thuis: een gezin had slechts recht op één pakje boter per maand. Ik kreeg één keer per maand een snoepje. Eén! Op zondag, bij mijn grootmoeder thuis, terwijl we naar de radio luisterden. Mijn zus kreeg er ook eentje. Voor die twee suikerbommetjes moesten mijn grootouders coupons sparen. Als iemand het had over de betere tijden die zouden volgen, dacht ik alleen maar dat ik dan zoveel zou kunnen snoepen als ik wilde.”

'De ontbering van de oorlog vergeet je nooit. Ik ben al een halve eeuw steenrijk en ik ben nu Sir Tom Jones, maar ik zal me altijd working class voelen.' Beeld CAMERA PRESS/Dean Chalkley
'De ontbering van de oorlog vergeet je nooit. Ik ben al een halve eeuw steenrijk en ik ben nu Sir Tom Jones, maar ik zal me altijd working class voelen.'Beeld CAMERA PRESS/Dean Chalkley

De Britse schrijver Evelyn Waugh kon tijdens de oorlog via connecties aan één banaan geraken, die hij zelf helemaal opat, terwijl zijn zeven kinderen moesten toekijken.

Oh my god. Zelf had ik liefdevolle ouders. Wat extra uitzonderlijk is omdat wij een gemeenschap van mijnwerkers waren: die gedroegen zich veelal ruw, bot, hard en onsentimenteel. Je leerde ook om je niet te erg aan mensen te hechten, want om de zoveel tijd was er een ongeluk in de mijn en dan was je weer een ouder, broer, neef, oom of buurman kwijt. Een banaan heb ik pas gezien toen ik elf of twaalf jaar oud was! In de kapel waar ik zondagsschool volgde, werkte een mevrouw Rodgers. Zij gaf me mijn eerste banaan: ‘There you go, young Tom.’ Dat was toen een evenement, geloof me, een mijlpaal! Maar ik weet nog dat ik dacht: what’s the big deal? Dit rare gele ding smaakt niet eens zo goed als een snoepje! (Zucht) Nu denken kinderen dat Ferrari’s aan de bomen groeien en dat ze recht hebben op minstens zes van die dingen.”

Als je begint met niets, heb je dan later, als het grote succes komt en daarmee het grote geld, niet de neiging tot overcompensatie?

Yes. It stays with you. Je vergeet die ontbering nooit. Je droomt er zelfs van. Ik ben de voorbije decennia af en toe wakker geschoten met een groot hongergevoel. Om dan te beseffen: wacht eens, ik ben toch rijk… Ik kan zoveel eten kopen als ik wil! Ik ben al een halve eeuw steenrijk en ik ben nu Sir Tom Jones, maar ik zal me altijd working class voelen. Die ontbering van toen heeft me ook zuinig gemaakt. Anderen zullen het gierig noemen: I don’t mind. Ik heb gebaad in luxe, maar ik was niet spilziek, en ik ben ervan overtuigd dat mijn zuinigheid me heeft behoed voor al te riskante uitspattingen. Ik heb bijvoorbeeld altijd geweigerd om dealers rijk te maken. Ik zag anderen snuiven en dacht: zoveel geld voor een gram onnozel wit poeder? Een pint smaakte me net zo goed, en was véél goedkoper.”

BOND, TOM BOND

Niet alleen ‘I’m Growing Old’, maar ook heel wat andere songs op Surrounded by Time gaan over het verglijden van de tijd, over verval, over opgaan in iets groters.

“Ja, ‘This Is the Sea’, bijvoorbeeld. Het verbaast me altijd als een piepjonge artiest iets zingt met de maturiteit van een oude man. Dat kan volgens mij enkel als de auteur (Mike Scott van The Waterboys, toen 25, red.) een gevoelige, melancholische oude ziel is.”

Als zanger straal je een grote autoriteit uit: de luisteraar gelóóft wat je zingt. Op je nieuwe plaat lees je ook een tekst voor. Een beetje zoals Orson Welles Shakespeare declameerde, of Sir John Gielgud de Bijbel.

Funny you should say that. Want ik ontmoette ooit…”

Shakespeare?

“Gimme a break, I’m not thát old. (lacht) Nee, ik ontmoette ooit Edward G. Robinson. Hij was één van die acteurs die iedereen kent zonder te weten dat hij het is: als je een spannende gangsterfilm in zwart-wit uit de periode 1930-1960 bekijkt, is hij bijna zeker de ster. Maar van opleiding was hij een theateracteur. Ik heb hem ontmoet in het Flamingocasino in Las Vegas. Hij zei me: ‘You’ve got presence, you command the stage. Jij zou King Lear moeten spelen, je hebt er de stem en de uitstraling voor.’ Dat maakte indruk, want ik was een grote fan van hem. Ook al lang dood, natuurlijk.”

Zijn er aanbiedingen die je hebt geweigerd waar je nu spijt van hebt?

“Wel… Nu Sean Connery dood is… Toen hij stopte met James Bond, werd mij die rol aangeboden. Maar mijn toenmalige manager Gordon Mills – God rest his soul – vond het niks voor mij. (lacht) Hij had een punt: de opnamen van zo’n Bondfilm sleepten maandenlang aan, en in die tijdspanne kon ik meer verdienen met concerten. Ik verkocht arena’s uit in Amerika, zalen die gebouwd waren voor basketbal en ijshockey! 20.000 zitjes, avond na avond. De Beatles hadden nooit in arena’s gespeeld, Elvis Presley evenmin, Frank Sinatra zou er pas later mee beginnen. En ik had tegelijk ook een succesvolle televisieshow die liep als een trein. ‘Stick with what pays the bills,’ zei Gordon altijd. Nu, voor ik van mening kon veranderen, had producer Cubby Broccoli zich al bedacht. Hij besloot dat ik al te bekend was en wilde niet dat als James Bond op het scherm verscheen, de kijker zou denken: daar heb je Tom Jones.”

James Bond had waarschijnlijk liever jouw leven geleid.

Exactly! Als ik de jongedames tel die Bond in de boeken en de films aan zijn degen rijgt, en ik tel daarna de jongedames in mijn leven… (lacht triomfantelijk) Ik werd toen ook gevraagd voor een western, met William Holden, in Hollywood. Man, ik was dol op westerns, ik zag me al als cowboy – vergeet niet, ik was dat straatarme jongetje dat in Wales naar talloze cowboyfilms had gekeken! Maar ook dat zag Gordon niet zitten. Nu, Gordon had wel meer zwakzinnige ideeën. Hij deed me voor een promotiecampagne ooit poseren met een tijger… die meteen de fotograaf aanviel. Ik heb Gordon als schild gebruikt tot ik de kooi uit was!”

‘Tijdens een optreden in een casino gooide voor het eerst een vrouw haar slipje naar me. Ik zei: ‘Ik hoop dat je geen kou vat’’ Beeld GLOBE PHOTOS INC
‘Tijdens een optreden in een casino gooide voor het eerst een vrouw haar slipje naar me. Ik zei: ‘Ik hoop dat je geen kou vat’’Beeld GLOBE PHOTOS INC

Maar we hadden het over declameren…

“Hank Williams werd beroemd als countryzanger: (zingt karikaturaal jolig) ‘Why don’t you love me like you used to do…’ Maar hij maakte ook een plaat als Luke The Drifter, een alter ego dat hij monkelend omschreef als ‘mijn halfbroer’. Het viel me op dat Williams meer autoriteit uitstraalde in die talking blues dan wanneer hij zong. In ‘I’ve Been Down That Road Before’ praat hij over een vechtersbaas die tot inkeer komt: ‘See these teeth that I ain’t got and my bald scarred head? Well, I didn’t get ’em by stayin’ home in bed.’ Toen dacht ik: wat als ik ‘Old Mother Earth’ niet zing, maar spreek? Ik weet het: een zanger die verkiest niet te zingen, is als een tennisser die z’n racket thuislaat. Maar het werkt. Ken je Tony Joe White, de schrijver van dat nummer? Ook al dood. Ik heb ooit in zijn hotelkamer in Vancouver een hele nacht met hem gepraat, terwijl op dat moment in míjn hotelkamer een bereidwillige jongedame wachtte: kun je nagaan hoe boeiend Tony was. (lacht) ‘Ol’ mother earth, they have made so many scars upon your face / They take you for granted / They’re so obsessed by the progress they can make / They never stop to think how much you can take’... Hij schreef die tekst in 1970, maar elk woord is vandaag actueler dan ooit.”

DUBIEUS GEZELSCHAP

Zing jij ‘Pop Star’ ironisch of gemeend?

“Die twee sluiten elkaar niet uit, zie ook ‘Sex Bomb’. (lacht) Ik heb me laten vertellen dat Cat Stevens, die ‘Pop Star’ schreef, het sarcastisch bedoelde. Zijn platenfirma wilde hem boetseren tot iets wat hij niet wilde zijn, zij wilden een poppy sound terwijl hij zichzelf zag als een serieus artiest. Ik wilde ‘Pop Star’ zingen omdat de feel van het nummer me doet denken aan mijn jonge jaren, toen ik dronken van het eerste succes merkte dat deuren opengingen waarvan ik zelfs niet wist dat ze bestonden.” (grinnikt)

Deuren én benen.

“Quite.”

Ik vind het raar dat je, van de duizenden songs van Bob Dylan die je had kunnen coveren, koos voor ‘One More Cup of Coffee’. Niet één van zijn klassiekers, en evenmin één van zijn beste songs.

“Ik had er altijd al een grote affiniteit mee. En ik had het gevoel dat ik die tekst nu eer kon bewijzen. Het is een bitterzoete tekst waarin tegenstrijdige gevoelens elkaar afwisselen. En the valley below is natuurlijk een metafoor voor een plek waar de moraal dubieus is en het gezelschap nog dubieuzer.”

In de bio bij Surrounded by Time zeg je met gevoel voor understatement dat je vroeger ‘een losbol’ was die vaak ‘met de foute mensen op de foute plekken belandde’. Kun je daarover nog wat vager zijn?

“Hoe vager, hoe kleiner de kans op rechtszaken en afrekeningen. (lacht) In het prille begin werd ik vaak geboekt in dodgy nightclubs. Die waren toen in handen van gangsters. En tijdens mijn gloriejaren in Las Vegas zwaaide de maffia daar de plak. Er waren jaren – nu ja, decennia is juister – dat ik, zot van glorie, de bijzaken begon te verheffen tot hoofdzaken. Ik was altijd al een flierefluiter, maar ik werd langzaam maar zeker ook een wildebras, ja, zelfs een schurk. I got in easily. Maar de hamvraag was: how do I get out?”

Gefeliciteerd, da’s nog altijd behoorlijk vaag.

(grinnikt)I don’t have to spell it out. Je weet best wat ik bedoel: lol trappen, vrouwen, drank, overspel, drugs – minimaal, in mijn geval, maar toch. En onverantwoordelijk gedrag, genieten zonder omkijken… Maar ook: me het gevlei van allerlei louche opportunisten laten welgevallen. Als je jarenlang wordt verafgood, dan komt er een moment waarop je denkt dat je écht onkwetsbaar bent. Dat de regels voor iedereen gelden maar niet voor jou, dat je je alles kunt permitteren en niemand verantwoording bent verschuldigd, hoe egoïstisch en destructief je gedrag ook is. En net zoals alle andere grote sterren uit die tijd liet ik het aan assistenten over om het puin te ruimen en de sporen uit te wissen.”

Lieten die dan nooit steken vallen?

“Toen ik voor de tweede keer een lange reeks optredens gaf in Las Vegas, dacht ik: ik kan niet dezelfde bindteksten gebruiken als de eerste keer, ik moet dus een handvol originele opmerkingen of grapjes hebben. Ik vroeg aan mijn toenmalige promoman om er een aantal te bedenken, maar dat lukte hem niet. Uiteindelijk kopieerde hij een aantal bindteksten van Frank Sinatra… zonder het mij te zeggen! Dat ging al de tweede avond fout, toen Sinatra onverwacht kwam kijken. Maar hij bleek aangeschoten en in een goeie bui, én in vrouwelijk gezelschap, dus misschien hoorde hij niet alles wat ik zei. Achteraf zei hij dat hij mijn show ‘een mooie ode aan mij’ vond. Phéw! Sinatra en zijn entourage waren toen almachtig in Vegas, dus dat had heel slecht kunnen aflopen.”

“Dat was de periode waarin the thing with the panties begon. Tijdens een optreden in het Copacabana-casino gooide voor het eerst een vrouw haar slipje naar me. Ik weet nog wat ik zei: ‘Ik hoop dat je geen kou vat.’”

Tom Jones als jurylid in ‘The Voice’. Beeld BBC/Wall to Wall
Tom Jones als jurylid in ‘The Voice’.Beeld BBC/Wall to Wall

Wie is de you in openingsnummer ‘I Won’t Crumble with You If You Fall’?

“Ik verloor recent mijn echtgenote Linda, de vrouw met wie ik 59 jaar lang getrouwd was – dus vóór, tijdens en na al die andere dames. Daardoor werd ‘I Won’t Crumble with You If You Fall’ plots een heel persoonlijke song. Toen het steil bergaf ging met Linda, zag ik een leven zonder haar niet zitten. Ik kon me niet voorstellen dat ik ooit nog onbekommerd de songs zou kunnen zingen die ik met ons samenzijn associeerde. En je móét onbekommerd kunnen zingen, want anders slaan je stembanden tilt – rouw en euforie zijn geen natuurlijke bondgenoten.”

“Ik had toen net een song van Bob Dylan ingezongen: ‘What Good Am I’. Zo voelde ik me: ‘What good am I / When you weep and I freeze in the moment / And I just turn my back when you silently die?’ Je bent zó machteloos als iemand van wie je houdt, sterft. Die laatste tien dagen in het hospitaal… Maar Linda bezwoer me dat ik gewoon verder moest doen, en dat ik tijdens het zingen moest denken aan al onze goede jaren, niet aan de doffe ellende van die laatste maanden. (stil) Ze was zo glamoureus toen ze jong was. Op het laatst was ze een kluizenaar. Haar longkanker is niet mijn schuld, maar toch heb ik het gevoel dat ik heb gefaald.”

“Ik heb toen de hulp van een rouwdeskundige ingeroepen – ik had altijd gedacht dat ik daar te trots voor zou zijn. Ze zei dat ik moest beginnen met de song die me het moeilijkst viel. Dat was ‘What Good Am I’: ‘Als je daardoorheen raakt, volgt de rest vanzelf.’ En Linda had gezegd: ‘Denk aan mij toen ik lachte, we hebben zo vaak samen gelachen.’ Dat heb ik gedaan.”

ROTTE VIS

Over lachen gesproken: heeft iemand ooit gewaagd om een practical joke met jou uit te halen?

“Jimmy Tarbuck, een halve eeuw lang één van de meest populaire entertainers in Engeland, heeft me weleens een poets gebakken. In die tijd was het de gewoonte dat een zanger als voorprogramma een komiek had: veel sterren wilden niet het risico nemen dat een andere zanger in het voorprogramma populairder bleek dan zij. Jimmy was een vriend, en het ontspande mij – én mijn stembanden – als ik vóór mijn optreden wat kon lachen. We logeerden in Blackpool in hetzelfde hotel. Jimmy moest de volgende dag doorreizen naar Coventry, maar voor hij vertrok, belde hij met een Welsh accent de roomservice en bestelde hij een grote schaal havermoutpap met twee gerookte forellen erin. En hij voegde eraan toe, nog steeds mijn stem imiterend: ‘Maak me niet wakker, zet de trolley gewoon tegen de verwarming aan het raam.’ Want Jimmy wist dat aan die kant de zon opkwam. Enkele uren later begon die zooi al te rotten in het felle zonlicht. Ik kon maar niet begrijpen wat er zo stonk. Toen ik het ontdekte, dacht ik: what the fuck? excuse my French. We waren toen allebei zware drinkers, dus mijn volgende gedachte was: heb ik die vis écht besteld, en herinner ik het me met mijn dronken kop niet meer? Het heeft weken geduurd voor ik Jimmy zag en hem nietsvermoedend zei: ‘Moet je horen wat me in Blackpool is overkomen…’”

Toen we eind jaren 90 in een chic Parijs hotel naast elkaar belandden in de gym, leek je er plezier in te hebben om mij te verslaan – schijnbaar moeiteloos, ook al ben je meer dan twintig jaar ouder dan ik. Ben je ook buiten de muziek competitief?

“I wasn’t fighting you, I was fighting myself. Ik heb er altijd voor gezorgd dat ik fit was, maar mijn systematische workouts begonnen als tegengif voor alcoholisme: als ik op de loopband stond of gewichten hief, was ik niet aan het drinken. Ik heb ook altijd gejogd. En los daarvan was er natuurlijk ook nog een andere manier om in vorm te blijven.”

Daarover heb ik geen vragen.

“Okay, good. Je zou toch alleen maar jaloers worden.” (lacht)

‘Toen mijn vrouw Linda was gestorven, dacht ik dat ik nooit meer onbekommerd zou kunnen zingen. En je móét onbekommerd zingen, want anders slaan je stembanden tilt.’ Beeld CAMERA PRESS/Dean Chalkley
‘Toen mijn vrouw Linda was gestorven, dacht ik dat ik nooit meer onbekommerd zou kunnen zingen. En je móét onbekommerd zingen, want anders slaan je stembanden tilt.’Beeld CAMERA PRESS/Dean Chalkley

Je klinkt jonger dan je bent, en je spontane uitbarstingen in The Voice – bij ons te zien op YouTube – bewijzen dat het geen technisch studiotrucje is, maar dat je ook live nog op volle kracht kunt zingen. Frank Sinatra zwom onder water om zijn longen te trainen en zijn ademcapaciteit te vergroten. Doe jij iets?

“Als tiener heb ik zangles genomen. De lerares was een sopraan op rust. Ze zei dat ik al kon ‘projecteren’: mijn stemvolume en stembereik controleren. Zij heeft me geleerd te ademen vanuit mijn middenrif – amateurs zingen vanuit hun keel. Zij leerde me dynamiek. En ze heeft me geleerd te doseren en uit te kienen wáár ik kan ademen, tussen welke twee woorden in, en dat is zeker niet altijd aan het eind van een zin. Voorts heb ik decennialang alles gedaan wat slécht is voor de stem. (lacht) Ik meen het: laat opblijven, roepend praten, roken… Maar ook die schade heb ik later in de gym teruggeschroefd, want er bestaat een apparaat dat het je extra moeilijk maakt om te ademen terwijl je je workout doet. Dat geeft een effect als lopen in mul zand, of bergop fietsen: het vergroot je weerstand en je uithoudingsvermogen. En dat laatste, stamina, is op mijn leeftijd álles – kijk om je heen en tel de kortademige tachtigers. Heb ik totaal geen last van.”

Schieten er tijdens een optreden soms flashbacks door je hoofd van eerdere optredens, misschien een halve eeuw geleden?

“Ja! Hoe weet je dat?! Dat gebeurt heel vaak. Helaas. Het verstoort mijn concentratie.”

Wat ontroert je?

“Toen Stevie Wonder me belde om voor mijn 80ste verjaardag ‘It’s Not Unusual’ te zingen – onversterkt, zonder begeleiding: toen kreeg ik het moeilijk. Of toen ik indertijd duetteerde met Ray Charles. Of toen de kleinzoon van Paul McCartney voor mijn team stemde in The Voice en ik plots Paul de opa zag, en niet de legendarische Beatle.”

Herinner je je nog wanneer je voor het eerst besefte: ik ben beroemd?

“Dat was tijdens een package tour met groepen uit Liverpool in 1964 of 1965. De zangeres Cilla Black was toen headliner – intussen ook al dood. Ik zat tussen twee optredens met een paar muzikanten in een pub een pork pie te eten toen ik buiten mensen hoorde gillen. Ik keek uit het raam en zag daar een dozijn meisjes staan. Ik weet nog dat ik dacht: die denken zeker dat de Beatles hier nog zijn. ‘It’s Not Unusual’ was toen een week uit. Ik stapte nietsvermoedend naar buiten – vleespastei nog in de hand, driftig kauwend… En ik werd besprongen door die meisjes. Dat is in realiteit een stuk minder aangenaam dan het klinkt. (lacht) Ze rukten het vleespasteitje uit m’n hand, ze scheurden letterlijk repen van mijn jas, ze klauwden in mijn haar… Als ze zich ordelijk op een rij hadden aangeboden, één voor één, dan was het nog een interessante avond geworden, maar ik ben gevlucht. Bij het theater wachtte de politie me op: om me te arresteren, dacht ik. Maar nee: ze loodsten me door een menigte van nog meer gillende meiden, tot ik veilig aan de artiesteningang was. Ik weet nog dat ik dacht: een week geleden moest ik geld lenen voor een pint en zag niemand me staan.”

“O, en wat vind je hiervan: nog een week later zat ik ergens op de pot en klom een meisje over de scheidingswand – terwijl ik zat te you-know-what! Toen ik protesteerde en haar afweerde, riep ze nijdig: ‘Van jou koop ik nooit nog een plaat!” (lacht)

Wat was het eerste dat je kocht?

“Een eigen huis. Want tot dan woonde ik nog bij m’n schoonmoeder in. Dat klinkt als een flauwe grap, maar het was de realiteit.”

Op 1 augustus zou je de hoofdact zijn op Suikerrock in Tienen – de uitgestelde editie van 2020. Optreden is voorlopig geen optie, maar tot begin vorig jaar deed je het nog. Hoe is het om op hoge leeftijd nog steeds een volle zaal uit je hand te laten eten?

“You bare your soul. Wie live zingt, laat in z’n ziel kijken. Als je de verwachtingen overtreft, kan er niets misgaan. Eerlijk zijn is ook cruciaal – zweet liegt niet. Geloof me: niets in de wereld kan dat gevoel evenaren.”

Zelfs seks niet?

“Well, when I say ‘nothing’, I mean nothing but sex. (lacht) Nee, da’s een grapje, want ook seks kan daar niet aan tippen. Het overgrote deel van de mensen heeft dat natuurlijk nog nooit meegemaakt, optreden op mijn niveau, en daar heb ik soms medelijden mee. Dan denk ik: hoe is het mogelijk dat die mensen een leven lang niet weten hoe geweldig dit voelt?” (lacht)

“Ik speel graag op festivals. In de zomer kun je ook als headliner vaak nog tijdens de eerste songs, voor het donker wordt, de gezichten van de mensen zien. Je ziet wat je aanricht. (lacht) Het is als seks met het licht aan. The audience catches fire! Je ziet ze ontvlammen. Je ziet mensen denken: yes! We get you! Wij begrijpen jou, je raakt ons! Dat voelt lekker. En net zoals goede seks is het elke avond anders.”

Performen is opwindend, zeker met mooie vrouwen op de eerste rijen. Wat deed je als je tijdens een optreden een erectie kreeg?

“Dan benijdde ik de gitaristen, met hun camouflerende gitaar. (lacht) Nee, zolang er geen fotografen in de buurt waren, had het alleen maar voordelen.”

We hebben het over het orgaan waarvoor Elvis de koosnaam ‘Little Elvis’ verzon. Je bent nu 80: zul je, als het zover is, viagra gebruiken, of je neerleggen bij de wrede natuur en de onvermijdelijke aftakeling?

“Ik zal het vonnis van de natuur aanvaarden. Onder protest. Gelukkig veranderen je prioriteiten naarmate je ouder wordt. Ik heb medelijden met jonge mensen die nu door die ellendige corona niet kunnen feesten. When you’re young and virile, you need to go out and about. Je moet je zaad verspreiden. (monkelend) Ik denk dat ik mag zeggen dat ik meer dan genoeg seks heb gehad. Been there, done that, zoals men zegt. Maar men zegt ook: never say never.” (lacht)

Surrounded by Time is uit bij Universal.

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234