Woensdag 20/11/2019

Op kot

‘Als er geen smartphones waren geweest, was ik al lang getrouwd’: de kotstudenten uit ‘Iedereen beroemd’

Het academiejaar stuift nietsontziend richting ontknoping, en dus loopt ook Op kot, de rubriek in Iedereen beroemd waarin een groepje Leuvense kotgenoten zichzelf elke week trouw in beeld brengt, op zijn laatste benen. Vooraleer ze diep zuchtend boven hun boeken gaan hangen, bieden drie van de hoofdrolspelers ons nog snel een inkijk op het studentenleven anno 2019 en hoe het te leiden. ‘Ik zou mijn beste vrienden niet inruilen voor een lief, ook niet als het de liefde van mijn leven zou zijn.’

Nemen voor ons plaats: Jasper, tweedejaars handelsingenieur, Lise-Lore, tweedejaars communicatiemanagement, en Lars, momenteel volop in de weer voor zijn stageperiode als deel van zijn master geneeskunde.

Hoever reikt jullie bekendheid intussen na een academiejaar op tv? Als Leuven echt een dorp is, zoals de boutade zegt, dan lopen jullie vast in de kijker.

Jasper: “We worden ook daarbuiten soms herkend, hoor. Maar het gebeurt inderdaad nog het vaakst in Leuven. Daarnet nog: ik stond in de Colruyt en er vroeg weer iemand een selfie. Dat gebeurt dikwijls.”

Lars: “Vooral tijdens het uitgaan.”

Lise-Lore: “Tja, als er alcohol bij komt kijken, is de drempel lager om iemand aan te spreken. De eerste keer was het nog raar om herkend te worden: ik dacht eerst dat mensen met mij aan het lachen waren. Ondertussen vind ik het wel leuk.”

Lars: “Op mijn stage probeer ik zulke momenten wel altijd zo kort mogelijk te houden: vaak heb je te maken met iets te dringende situaties om lachend te poseren voor foto’s. (lacht) Zo heb ik het al eens meegemaakt dat er iemand de spoedafdeling binnenkwam met een hersenbloeding en een familielid van die persoon tegen mij begon over Op kot. Raar. (lacht) ‘Excuseer, het is even urgent’, zei ik dan maar.”

Jasper: “Ik snap nog altijd niet goed waarom mensen met ons op de foto willen. We zijn gewoon studenten: wij doen niets anders dan de meeste mensen die ons aanspreken, hè. Het enige verschil is dat wij het filmen.”

Lars: “Net daarom: het studentenleven dat we tonen is erg herkenbaar. En dat is ook de bedoeling.”

Kiezen jullie volledig zelf welke momenten jullie vastleggen?

Lise-Lore: “Wij hebben op kot zoiets als ‘de kotagenda’: daarin schrijft iedereen op wat hij of zij de week erop van plan is, en of we bereid zijn dat te filmen. Daaruit kan de productie dan kiezen wat hun interessant lijkt.”

Jasper: “Maar eigenlijk moet je altíjd je camera klaar hebben: spontane momenten moet je ook kunnen filmen. Die reflex verwachten ze ook een beetje van ons.”

Hadden jullie die reflex al of moest je die aanleren?

Jasper: “In het begin voelde het nog ongemakkelijk, maar dat wende snel.”

Lars: “Vooral Li-Lo was er snel mee weg.”

Lise-Lore: “Ik had er inderdaad weinig moeite mee. Het klinkt misschien raar, maar het kan echt opluchten om op een moeilijk moment je verhaal eens te doen tegen die camera. Heel onnozel eigenlijk, zo tegen een voorwerp zitten te praten. Maar achteraf voel ik me soms echt beter.”

Jasper: “Alsof het een modern dagboek is. Onlangs had Laura, onze kotgenote, tijdens het studeren een breakdown. Die heeft ze helemaal gefilmd, en dat vond ik goed gedaan.”

Lars: “Zulke momenten zijn ook belangrijk om te tonen. We zijn het allemaal gewoon geworden om in de media alleen maar mooie plaatjes te zien. Maar niemand is toch de hele tijd opgewekt? Iedereen ziet er toch even slecht uit als hij uit bed komt?”

Jasper: “En toch zie je op Instagram geen enkele foto van iemand die er als shit uitziet. De ochtend na een fuif kwam ik eens mijn kamer uit gestrompeld en trof ik in de gang meteen Lise-Lore aan met haar camera: ik had amper vier uur geslapen en was eigenlijk nog half zat. Ik zag er niet uit. Maar: dat hoort erbij. Sta je dan voor bijna één miljoen mensen in je pyjama met je onflatterende kop, dan is dat maar zo.”

Lars: “Als dat iemand niet aanstaat, dat ze dan eerst bewijzen dat zij er wél goed uitzien als ze net uit bed komen. Op Instagram zien zelfs foto’s die zogezegd zonder make-up genomen zijn er helemaal afgelikt uit. Je hebt er altijd een filter, wat mensen ook beweren. Bij ons heb je pas echt geen filter.”

Komen er dan ook negatieve reacties op wat jullie doen?

Lars: “Ach ja. Zoals bij alles in het leven, hè.”

Jasper: “Maar daar heb ik schijt aan.”

Er wordt sowieso veel geklaagd over jullie generatie, de befaamde millennials.

Lise-Lore: “Ik kreeg eens een reactie te zien van een oud madammeke dat me een verwend nest noemde. Ik had voor de camera gezegd dat ik echt niet graag studeerde, en dat vond zij blijkbaar niet kunnen. Veel commentaar op onze generatie komt van mensen die in hun jeugd nooit zo veel vrijheid gehad hebben als wij nu. Misschien steekt dat hun de ogen een beetje uit.

“Ergens denk ik ook dat het normaal is, sakkeren op andere generaties. Ik heb mezelf er ook al op betrapt dat ik kwaad loop te spreken over de 13-jarigen van vandaag. ‘Hoe kleden die zich nu?’ ‘Is dat wel gezond, hoe die vergroeid zijn met hun smartphone?’”

Jasper: “Dat is niet altijd onterecht. Onlangs hoorde ik iets over een moeder die voor haar kind uitliep en een iPad vasthield, zodat haar zoontje kon blijven kijken terwijl het met een koptelefoon rondliep.”

Lars: “Zulke extremen heb je in elke generatie.”

Jullie generatie zou ook niet meer zelfredzaam zijn, wordt gezegd. Jullie zouden niet meer bestand zijn tegen de gevaren van de grote, boze wereld.

Jasper: “Dat hangt van je opvoeding af. In mijn geval gaat dat niet op: ik ben erg onafhankelijk opgegroeid. Mijn ouders zijn zelfstandig en hadden niet altijd de tijd om op me te passen, dus leerde ik al vroeg mijn plan te trekken.”

Lise-Lore: “In dat verwijt zit toch een kern van waarheid: onze generatie heeft altijd te horen gekregen dat alles mogelijk is, dat we alles kunnen bereiken wat we willen. Ik denk dat we daardoor allemaal een beetje lui geworden zijn. Waarom ons uitsloven als het toch wel zal lukken?”

Lars: “Misschien is onze generatie iets te weinig op haar bek gegaan, en hebben we net iets te weinig miserie gekend om te weten hoe het leven echt in elkaar zit. Geef toe, als je ons vergelijkt met alle vorige generaties: wat hebben wij tot nu toe écht meegemaakt?”

Jasper: “Ik kan wel iets bedenken: ik werd jarenlang superfel gepest op school. Ik kwam telkens huilend thuis en ben zelfs van school veranderd, waardoor ik moest zittenblijven. Dat heeft me doen beseffen dat ik echt wel zal moeten werken als ik iets wil bereiken in mijn leven. Maar natuurlijk is onze generatie verwend: we moeten niet op het veld werken als we thuiskomen, en we moeten ook niet het leger in als we 18 worden.”

Lars: “Gelukkig, ik zou totaal breken in het leger. (lacht)

Vinden jullie jezelf al volwassen?

Jasper: “Niet helemaal.”

Lise-Lore: “Ik weet intussen wat wel en niet kan. Maar zolang we studenten zijn, kan je ons onmogelijk volwassen noemen, toch? Ik kan tot ’s morgens uitgaan en me zonder gevolgen lam zuipen. Ik kan zelfs bij wijze van spreken elke avond mijn bed onderkotsen en dan maakt dat niets uit, want we zijn studenten.”

Lars: “Nu, bij dat deel van het studentenleven heb ik toch ook soms mijn bedenkingen.”

Lars, jij wordt 23. Voel je op die leeftijd al een verschil met je jongere medestudenten?

Lars: “Dat verschil was er misschien altijd al: ik ben altijd al iets meer de streber geweest. Als geneeskundestudent hoort dat er een beetje bij. (lacht) Maar ik maak me wel zorgen over het drankgebruik bij sommige jongeren. Misschien bekijk ik de dingen meer vanuit medisch oogpunt, maar het is me al opgevallen: hoe jonger de studenten, hoe sneller ze naar sterkedrank grijpen bij het uitgaan.”

Lise-Lore: “Elke generatie studenten heeft volgens mij veel gedronken, maar er bestaan inderdaad ook echte problemen bij mensen van onze leeftijd. Studenten die elke avond uitgaan, hebben toch gewoon een drankprobleem? Als je op den duur móét gaan feesten, dan zit er iets serieus scheef. Ik kan er ook niet tegen dat zulke dingen soms aanvaard worden gewoon omdat we studenten zijn.”

Jasper: “Ik vind het dan weer gek als ik bij ons thuis in Kasterlee op een fuif rondloop en om drie uur ’s nachts nog een groep jonge meisjes zie lopen van 14 of 15 jaar. Dat is toch te jong?!”

Lars: “Ik vind het trouwens jammer dat alle studentenfeesten zo laat beginnen tegenwoordig. Toen mijn ouders jong waren, gingen ze nog naar t.d.’s die begonnen om 20 uur en eindigden om middernacht. Nu lijkt dat raar, maar ik zou dat wel leuk vinden. (lacht)

Lise-Lore: “Stel je voor, we zouden de volgende dag zelfs nog naar de les kunnen!”

Hoeveel katers hebben jullie zelf gemiddeld per week?

Lars: “Ik? Nul. Geen tijd voor door mijn stage.”

Lise-Lore: “Dat valt heel goed mee. Ik ga nu gemiddeld één keer per week uit. In het begin van het academiejaar was dat nog anders: toen gingen we vrijwel elke avond uit.”

Jasper: “Tegen de middag stonden we dan op, lieten we McDonald’s leveren en gingen we weer slapen. En ’s avonds lieten we een pizza komen en vertrokken we weer. Niet normaal, maar wel leuk. (lacht)

Lise-Lore: “Tot ik er ziek van werd. En mijn docenten waren er ook niet altijd even tevreden mee. ‘Ha, Lise-Lore, ben je er nog eens?’ Dat heb ik meermaals gehoord in de les.”

Lars: “Ik ga nu vooral uit in het weekend, maar dan merk ik dat ik zó snel moe ben. Ik doe ook andere dingen met mijn vrienden: in plaats van op café te gaan, gaan we al eens een weekendje kamperen. Of we organiseren een kaas-en-wijnavond.”

Jasper: “(lacht) Een kaas-en-wijnavond?!”

Lise-Lore: Grown-up!”

Weten jullie waarom jullie uit de vele kandidaten gekozen werden om te figureren in Op kot?

Lise-Lore: “We zijn niet timide, dat is al een groot pluspunt.”

Lars: “Dat had je vast al gemerkt. (lacht)

Jasper: “Van Lise-Lore en Lars kan ik me goed inbeelden waarom ze gekozen werden. De makers wilden natuurlijk diversiteit, dat had ik al snel door. Lise-Lore is bijvoorbeeld het typische meisje…”

Lise-Lore: “(verontwaardigd) Heb jij me nu net mainstream genoemd?!”

Jasper: “Ik bedoel: ze ziet er goed uit en ze is niet op haar mondje gevallen. Dan heb je Lars: hij is de homo van de bende, als ik het even zo stereotiep mag voorstellen. Want we zijn allemaal een beetje stereotypes hier. Maar dan vraag ik me wel af welk stereotype ik vertegenwoordig in de groep.”

Lise-Lore: “Ik denk dat jij dan de goede student bent, het slimme economiestudentje.”

Lars: “En de rosse van de groep, dat ook. (lacht) Maar we zijn wel meer dan enkel die stereotypes: ik ben inderdaad homo, maar in de eerste plaats ben ik een student en wordt mijn kotleven niet beïnvloed door mijn geaardheid. Toch hoop ik ergens een positief rolmodel te zijn.”

Hebben jullie er bij je studiekeuze rekening mee gehouden of er later wel werk zal zijn voor jullie?

Jasper: “Ik doe nu wel een economische richting, maar ik kan daarmee nog alle kanten uit. Ik heb in het middelbaar al besloten dat ik later de bedrijfswereld in ga. Ik wilde zakenman worden, liefst in een eigen bedrijf.”

Lars: “Ik heb in het middelbaar Latijn-wiskunde gedaan, en ik vind dat er in die jaren al een soort van verwachtingspatroon voor me was. Ik heb zelf gekozen om geneeskunde te gaan studeren, maar achteraf gezien lijkt het alsof mijn keuze een beetje gestuurd werd: als je uit zo’n richting komt, lijkt het alsof je móét kiezen tussen geneeskunde, rechten, bio-ingenieur of economie. Ik bedoel maar: er is zelden iemand uit Latijn-wiskunde die kapper wil worden. Niet dat haartooi een mindere keuze is, maar het gebeurt gewoon niet.”

Lise-Lore: “Ik heb voorheen film gestudeerd aan Sint-Lukas in Brussel. Heel leuk, maar ik heb het laten hangen: ik wist nog niet goed wat studeren was, en ik was gewoon niet genoeg op de hoogte van hoe dat hele systeem met studiepunten werkt. Uiteindelijk mocht ik niet meer voortstuderen aan dezelfde faculteit omdat ik niet genoeg studiepunten behaald had, en dan ben ik ten einde raad maar aan communicatiemanagement begonnen. Het is een heel goede richting voor iemand die echt iets wil doen in die wereld, maar voor mij was het toch vooral een studiekeuze die ik gemaakt heb omdat ik moest. Ik betwijfel of ik later iets met dit diploma ga doen. Mocht ik kunnen, zou ik meteen weer film gaan studeren.”

Jasper, jij hebt als handelsingenieur in de dop al aandelen op de beurs. Lopen er veel studenten met een aandelenportefeuille rond in je richting?

Jasper: “Blijkbaar niet, nee. Het gaat niet om veel geld hoor, want dat heb ik niet. Maar ik ben er wel graag mee bezig. Ik neem vrijwel elke ochtend de stand van de beurs door: superinteressant, en het sluit mooi aan bij mijn studies. En als ik er wat geld aan kan overhouden, des te beter.”

Zouden jullie je eigen generatie materialistisch durven te noemen?

Jasper: “Het is moeilijk om daar een oordeel over te vellen. Volgens mij verschilt het nog altijd van persoon tot persoon. Zelf ben ik wel iemand die graag de laatste smartphone heeft en die bezig is met technologie. Een mooie auto wil ik later ook. Maar uiteindelijk wilt toch iederéén een goed leven?”

Lise-Lore: “(knikt) Ik vind mezelf niet echt materialistisch, maar tegelijk zou ik later wel op een of andere manier in een mooi herenhuis willen wonen, of in een hoeve op de boerenbuiten. Net zoals ik ook geen drie zwarte broeken nodig heb, maar ondertussen heb ik ze wel maar mooi.”

Lars: “Ik geef ook graag geld uit, maar dan vooral aan ervaringen. Reizen en zo. Is dat materialisme? We zijn allemaal opgegroeid in een kapitalistisch land: in zekere zin zijn we allemaal materialistisch.”

Lise-Lore: “Al zie je ook mensen van onze generatie die bewust geen smartphone meer hebben en weer met een oude gsm rondlopen.”

Lars: “Ik snap dat. Ik zat eens een maand in Parijs zonder 4G: het was de beste vakantie die ik ooit gehad heb.”

Het amoureuze deel van het studentenbestaan komt niet zo heel vaak in beeld in Op kot, is dat bewust of is er gewoon zo weinig om te filmen?

Lise-Lore: “Allebei. Zolang het over mijn eigen leven en gevoelens gaat, deel ik die graag. Maar zodra er iemand anders bij is, ben ik wat terughoudender: die persoon heeft er niet voor gekozen om in beeld te komen.”

Lars: “Mijn leven is te druk momenteel, ik heb geen tijd voor een vaste relatie. Volgend academiejaar zit ik in China voor mijn stage: ik zie het mezelf niet doen, ondertussen ook nog eens een relatie onderhouden. Daarbij, ik geloof sowieso niet in de eeuwige liefde.”

Jasper: “Ik wel.”

Lise-Lore: “Ik geloof dat je een heel leven alleen kan zijn en toch een waardevol leven kan leiden. Ik heb op dit moment ook geen behoefte aan een vaste relatie. Als ik niet totaal ondersteboven ben van iemand, dan zal ik er ook niet aan beginnen. Ik ga mijn tijd niet verdoen aan iemand die ik niet helemaal wauw vind, en ik wil ook niet dat iemand moeite in mij steekt als ze niet helemaal zeker zijn van hun stuk. Dan ben ik beter af met een paar goede vrienden. Op dit moment zou ik mijn beste vrienden nooit ruilen voor een lief – zelfs niet als het de liefde van mijn leven zou zijn.”

Lars: “Ook op dat vlak zijn we als generatie iets te gretig geworden: we willen ofwel de perfecte relatie, ofwel niets.”

Jasper, jij gelooft wel nog in de eeuwige liefde. Jij bent niet toevallig ook de enige van de drie met een vaste relatie.

Jasper: “Klopt. Ik ken mijn vriendin al heel lang, en in die jaren hebben we ook al onze moeilijke momenten gehad. We zijn zelfs al periodes uit elkaar geweest. Maar nu ben ik er zeker van dat mijn toekomst bij haar ligt.”

Lise-Lore: “Dat vind ik echt opmerkelijk, Jasper. Ik vind het idee alleen al beangstigend, dat ik zulke sterke gevoelens zou hebben voor iemand. Ik ben nog maar 20! Moet ik dan de rest van mijn leven doorbrengen met dezelfde persoon?!”

Jasper: “Toen we gingen studeren is dat ook even een moeilijk punt geweest in onze relatie: we waren nog zo jong, moesten we niet eerst nog wat genieten van ons studentenleven? Maar daar ben ik nu over, ik zou niet weten wat ik nog bij iemand anders zou zoeken. Het idee dat dit voor altijd is maakt me blij, en ik kijk ernaar uit om mijn leven met haar door te brengen. We laten elkaar ook vrij: als een van ons iets wilt bereiken, dan zal de ander die nooit tegenhouden.”

Lise-Lore: “Dan heb jij vooral erg veel chance, besef dat maar.”

En de rest, tikken jullie elke avond Tinder open?

Lise-Lore: “Nee, dat niet. Ik heb het natuurlijk wel geprobeerd, zoals iedereen van onze generatie. Vraag maar eens rond: zelfs diegenen die zeggen dat ze het nog nooit geprobeerd hebben, hebben sowieso ooit die app op hun gsm gehad. Maar zelf voelde ik me er vooral raar bij. Na twee dagen snapte ik al niet meer waarom ik de hele tijd naar foto’s zat te kijken van mensen die ik nog nooit tegengekomen was.

“Weet je wat het is? Ik mis de romantiek van de oudere generaties. Echt, als er geen smartphones bestonden, was ik volgens mij allang getrouwd. (lacht) Ik wil mensen tegenkomen in het échte leven, en echt aangesproken worden. Het is zo zonde dat onze generatie geen moeite meer doet in de liefde. Mijn ouders hebben elkaar destijds leren kennen op café: mijn moeder zag mijn vader en is daarna nog drie keer naar datzelfde café teruggegaan in de hoop met hem aan de praat te raken. Nu zou alles al in de sacoche moeten zijn na één sms. Komaan zeg, doe eens wat meer moeite voor mij.”

Lars: “Soms probeer ik Tinder nog eens, maar dan meer uit verveling dan iets anders. Ik krijg er iets te veel het cv-gevoel: uiteindelijk probeert iedereen zichzelf gewoon te verkopen met een goed tekstje en een knappe foto.

“Ik zie Tinder als een doos koekjes die op tafel staat: iedereen pakt ervan. En zelfs als dat eerste koekje niet echt geweldig was en de calorieën niet waard was, dan pak je er na een tijdje toch weer één – gewoon omdat het kan.”

Lise-Lore: “Dat is toch zonde? Hoe vaak gebeurt het niet dat ik op straat oogcontact heb dat vroeger misschien tot iets had kunnen leiden? Maar nu doet niemand daar iets mee. Nu loop je gewoon verder naar huis om daar dan op Tinder te gaan.”

Lars: “(knikt) Waarom iets ondernemen als thuis altijd de koekjes staan te wachten?”

Lise-Lore: “Echt, ik ben te laat geboren op dat vlak. (lacht) Een oproep aan iedereen van onze generatie: spreek elkaar weer aan op straat.”

Qua romantiek hadden ze het misschien bij het rechte eind, maar kunnen jullie ook op andere vlakken door dezelfde deur met jullie ouders?

Jasper: “Ik heb een heel goede band met mijn ouders, en daar ben ik heel dankbaar voor. Ik kan oprecht niets verzinnen waarmee ik niet zou terechtkunnen bij hen. Voor mij zijn ze eigenlijk meer vrienden dan ouders.”

Lise-Lore: “Mijn ouders zijn een paar jaar geleden uit elkaar gegaan, en toen was de situatie wel even bits. We zijn met vier kinderen thuis, en iedereen maakte toen even een eigen woedemomentje mee. Maar hoe boos ik ook was: nu mis ik mijn thuis elke week. Als iemand nu iets slechts zou zeggen over mijn familie, zou ik meteen uitvliegen.”

Lars: “Ik sta op dat vlak iets zelfstandiger in het leven. Maar nu ik wat ouder word, begin ik te beseffen dat hun goede raad echt waardevol kan zijn. Vroeger sloeg ik die al snel in de wind, maar nu begrijp ik dat ze al een heel leven achter zich hebben met ervaringen waar ik ook uit kan leren.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234