Zaterdag 11/07/2020

Boeken

Als een moeder haar kinderen in de steek laat: "Het was haar manier om te overleven"

1952. De anarchistische Canadese kunstenares Suzanne Meloche met haar man Marcel Barbeau en hun twee kinderen Manon en François. Niet veel later zou de dan 26-jarige Suzanne haar kinderen verlaten. ‘Haar hart was opgedroogd’, zegt kleindochter Anaïs. (Photo Fonds Maurice Perron du Musee national des Beaux-arts du Quebec.)Beeld Carmen Perron

Geen vrouw die meer wordt veracht dan een moeder die haar nest in de steek laat. De Canadese Anaïs Barbeau-Lavalette schilderde echter een aandoenlijk portret van haar grootmoeder, die als jonge kunstenares radicaal brak met haar kleine kinderen.

'De gedichten slapen diep in je zakken. Mousse kwijlt in je hals. Je zuigt het leven van anderen op, maar hebt geen idee hoe je het jouwe moet opbouwen.’

De persoon die wordt toegesproken is de Canadese kunstenares, dichteres en anarchiste Suzanne Meloche. Als Meloche 18 is – in 1947 – verhuist ze van Ontario naar Québec. Daar sluit ze zich aan bij de radicale beweging van De Automatisten, een surrealistische kunststroming. De maatschappelijke context is er een van onderdrukking. De Engelstaligen domineren de Franstaligen. De kerk beteugelt het volk, en maant vrouwen aan om vooral veel kinderen te krijgen.

In dat gespannen klimaat schrijven de kunstenaars hun fameuze manifest Refus global, waarin ze de beklemmende burgerlijke normen en waarden verwerpen. Suzanne Meloche ondertekent, maar laat haar naam naderhand schrappen. Ze vind de tekst ‘slecht geschreven’. Een detail misschien, maar het geeft een idee van wie ze was: een vrouw die geen compromissen sloot.

Intussen is ze getrouwd met schilder en beeldhouwer Marcel Barbeau, ook lid van de beweging, met wie ze twee kinderen krijgt: Manon (Mousse) en François. Hun leven is een en al kommer en kwel: ze lijden armoede, honger en kou. Als Barbeau in 1952 een kans krijgt in New York en zijn gezin achterlaat, maakt ook de 26-jarige Suzanne een drastische keuze. Ze brengt haar kinderen onder bij familie, verbreekt alle contact en trekt als een artistieke en activistische bohemien de wijde wereld in om te strijden voor mensenrechten.

Manon is op dat moment drie jaar oud, François één. Broer en zus zullen uiteindelijk van elkaar gescheiden worden en in pleeggezinnen belanden, en elkaar pas terugvinden als ze volwassen zijn. Hun moeder blijft voor de rest van haar leven een fantoom.

In haar derde roman De vrouw die vluchtte wekt cineaste en schrijfster Anaïs Barbeau-Lavalette haar afwezige grootmoeder opnieuw tot leven. In filmisch proza roept ze haar op, probeert ze haar bestaan te vatten en puzzelt ze het zwarte gat dicht dat de vrouw achterliet. Tezelfdertijd schetst ze ook de pijn van de vrouwelijke kunstenaars uit die tijd.

Toch kun je dit boek geen historische biografie noemen. Barbeau-Lavalette richt zich rechtstreeks tot Suzanne, haar poëtische stijl treft je als lezer visceraal. Het Frans-Canadese lezerspubliek reageerde als door een coup de foudre geslagen. La femme qui fuit werd – terecht – een van de meest gelezen en meest besproken Canadese boeken van de afgelopen jaren. Al was dat succes onverwacht, geeft de auteur toe.

U hebt uw grootmoeder nooit gekend, kreeg pas toegang tot haar wereld na haar dood. Hoe hebt u die kennismaking ervaren?

Anaïs Barbeau-Lavalette: “Zolang ze nog leefde, interesseerde ze me niet. Allicht hield ik haar onbewust ver weg. Ik beperkte me tot wat ik van haar wist: ze was de vrouw die mijn moeder en haar kleine broertje in de steek had gelaten. Maar toen ze stierf, moesten we haar appartementje leegmaken. Door haar spullen aan te raken, haar geuren op te snuiven, haar brieven en boeken te lezen, kwam ze onvermijdelijk dichterbij. Ik realiseerde me dat deze vrouw zoveel complexer was dan dat ene beeld dat ik van haar had. Toen heb ik een privédetective ingehuurd om informatie over haar te verzamelen. Ik wilde in haar voetsporen treden, de draad van haar leven optillen.”

Auteur Anaïs Barbeau-Lavalette: 'Ik had mezelf beloofd om plezier te beleven aan het schrijven. Het mocht geen pijn doen – die vrouw had ons al genoeg laten lijden.'Beeld Getty Images

Kunt u dat gevoel van urgentie verklaren?

“Als men me vraagt hoeveel tijd ik nodig had om dit boek te schrijven, heb ik twee antwoorden. 38 jaar – zo oud was ik op dat moment – en negen maanden, de tijd dat ik zwanger was van mijn dochter. Beide kloppen. Mijn twee oudste kinderen zijn jongens. Maar toen ik zwanger was van mijn derde kind, een dochter, ervoer ik plots een leegte in onze geschiedenis. Er ontbrak een parel aan onze ketting. De vrouwelijke lijn was doorboord door een pijnlijk mysterie dat ik wilde oplossen. Ik deed het dus voor haar. Ik wilde onze geschiedenis repareren.”

Was het moeilijk om de empathie te vinden om het personage van uw grootmoeder niet neer te zetten als een slecht mens?

“Ik had mezelf beloofd om plezier te beleven aan het schrijven. Het mocht geen pijn doen – die vrouw had ons al genoeg laten lijden. Dus maakte ik er een punt van te spelen met de woorden en met de zintuigen. Dat werkte. Natuurlijk waren sommige passages moeilijk. Het stuk waarin ze haar kinderen achterlaat, viel me zwaar. Mijn twee oudsten waren op dat moment even oud als Mousse en François toen. Ik was zo kwaad op haar...”

Toch werd het een liefdevol boek.

“Dat was nochtans niet mijn bedoeling. Ik heb dit boek niet geschreven uit liefde, ik wilde een rekening vereffenen. Maar literatuur is krachtig. Door haar sporen te verzamelen en terug te gaan in de tijd, door haar verhaal te schrijven van haar jeugd tot aan haar dood, door samen met haar honger en kou te lijden, leerde ik haar beter kennen. Ik stelde me voor hoe ze danste, hoe ze liefhad, hoe ze rook. Het geluid van haar stem, haar lach, haar tranen. Dat bracht me dichter bij haar, bij wie ze eigenlijk was. Dat kon de pijn verzachten. Gaandeweg werd ze een vrouw in plaats van mijn vermiste grootmoeder. Een bij momenten geweldige en inspirerende vrouw zelfs, van wie ik ging houden. Die ommekeer was een verrassing.”

Verandert dat iets aan het feit dat ze haar kinderen heeft verstoten?

“Mag je iemand wel reduceren tot die ene daad? Ik vergoelijk niets, maar ik vind het belangrijk om haar verhaal in de context van toen te verankeren. Zo kom je dichter bij menselijke trajecten en worden ze persoonlijk en interessant. Achter het geweld en het onbegrip dat heeft geleid tot haar vertrek, en vooral het niet terugkeren, schuilt de sociale en economische situatie van het na-oorlogse Québec. Men noemt die periode la Grande Noirceur (de Grote Duisternis, CO) omdat het een verstikkende periode was in onze geschiedenis. De kerk controleerde de gezinnen, dicteerde de regels. De censuur regeerde volop. Wat ze heeft gedaan, was haar manier om te overleven.”

De kunstenaarsbeweging waar uw grootmoeder toe behoorde, was non-conformistisch. Het manifest Refus global hekelde burgerlijke waarden en normen. Denkt u dat die overtuiging meespeelde?

“In haar documentaire Les enfants de Refus global bezocht mijn moeder, Manon Barbeau, de kinderen van de andere kunstenaars die het manifest ondertekenden. Veel van hen hebben hun gezin toen in de steek gelaten. Er was dus zeker een gemeenschappelijk verlangen om los te breken uit die strenge moraal. Maar ik denk vooral dat hun hart opgedroogd was. Zeker de vrouwen die uit dat verstikkende keurslijf wilden ontsnappen, konden dat blijkbaar niet zonder de banden op zo’n gewelddadige en pijnlijke manier te verbreken.”

Voor haar documentaire probeerde uw moeder ook te praten met uw grootmoeder, maar die weigerde. Dat moet traumatiserend zijn. Hoe gaat zij om met uw boek?

“Ze las het zoals een moeder het werk van haar dochter leest, niet zo­als een vrouw die haar eigen jeugd herleest. Ik denk dat ze trots is.

“Nu, zij noch ik had verwacht dat dit boek zo’n impact zou hebben. In Québec is het het meest gelezen boek van de afgelopen vijf jaar. Het wordt geanalyseerd in hogescholen en universiteiten. Twee jaar na publicatie word ik er nog steeds meerdere keren per dag over aangesproken. Mensen klampen me aan op straat, met tranen in de ogen. Sommige lezers kennen mijn moeder ook, dus ook zij wordt keer op keer aan alle pijnlijke momenten herinnerd. Ik denk dus dat het moeilijker is voor haar dan voor mij, maar ze ondergaat het edelmoedig.”

Het verhaal van uw grootmoeder laat weinigen onberoerd. Maar ook uw grootvader is weggegaan. Was dat dan minder erg?

“Ik had het boek allicht ook ‘De man die vluchtte’ kunnen noemen. Maar in tegenstelling tot mijn grootmoeder kwam hij terug voor mijn broer en mij. Hoewel ook hij een emotionele kunstenaar met een explosief temperament is, was hij op zijn eigen atypische manier een grootvader voor ons. Het mysterie is dus minder immens. Maar het taboe is inderdaad groter voor vrouwen dan voor mannen. Het is moeilijk om je een vrouw voor te stellen die zich losrukt van haar kinderen. Terwijl het bij mannen van oudsher gebruikelijker is.”

Heeft Suzanne Meloche ondanks alles ook iets moois nagelaten?

“Mijn grootmoeder droomde een ander leven voor zichzelf, en vluchtte weg van haar verantwoordelijkheden. Terwijl het echte leven zich net afspeelt op het front van de liefde, de vriendschap en het samenzijn. Ik ben ook een geëmancipeerde vrouw met dromen, ook ik wil kunnen creëren. Maar ik vind het ontzettend belangrijk om dat vanuit mijn nest te doen, niet los van het nest. Ik wil ook zorgen voor de mensen van wie ik houd, onze band als familie cultiveren. Het is belangrijk dat wij, mannen en vrouwen, dat samen doen, en dat we die balans blijven zoeken en onderhouden. Dat ‘samen vrij’ kunnen zijn, is een verlangen dat ik altijd zeer nadrukkelijk heb gevoeld. Door deze roman te schrijven, besef ik dat dit de erfenis van mijn grootmoeder is.”

Anaïs Barbeau-Lavalette, De vrouw die vluchtte, Querido, 328 p., 20 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234